Brief regering : Verslag Landbouw en Visserijraad 27 april 2026
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
Nr. 1791
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID
EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
Op 27 april jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaats in Luxemburg.
Met deze brief informeren wij de Kamer over de uitkomsten van de Raad.
I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 27 april 2026
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 – Belangrijkste ontwerpkeuzes inkomenssteun
De Raad sprak over de belangrijkste ontwerpkeuzes met betrekking tot de inkomenssteun
voor boeren, aan de hand van het voorstel van de Europese Commissie (hierna: Commissie)
voor degressieve areaal-gebonden inkomenssteun, ofwel Degressive Area-Based Income Support (DABIS). Het Cypriotisch voorzitterschap had twee vragen opgesteld ten behoeve van
de discussie: één over de wijze van toekenning van inkomenssteun en de daarbij benodigde
flexibiliteit voor lidstaten en de andere over de voorgestelde mechanismen van degressiviteit
en plafonnering van inkomenssteun, die moeten bijdragen aan een rechtvaardigere verdeling
van de steun. Nederland heeft gepleit voor het borgen van een veerkrachtige, toekomstgerichte
en marktgeoriënteerde landbouw in de EU. Daarbij heeft Nederland aangegeven een bredere
ambitie te hebben om duurzame landbouw te bevorderen, waarbij de inkomenssteun een
instrument in de toolbox van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) blijft. Ook
pleitte Nederland dat het toekomstige GLB moet blijven bijdragen aan het behalen van
gemeenschappelijke doelen in de Europese Unie (EU) en gaf tegelijk daarbij aan keuzevrijheid
voor lidstaten belangrijk te vinden in hoe die gemeenschappelijke doelen te behalen.
Ook heeft Nederland naar voren gebracht dat er een sterkere focus moet komen op GLB-steun
die agrarische ondernemers faciliteert in het bijdragen aan lange termijn concurrentievermogen
en veerkracht van de EU door het investeren in een meer innovatieve en milieuvriendelijke
landbouwsector. Daarbij heeft Nederland benadrukt dat er meer investeringen en betalingen
nodig zijn voor ecosysteemdiensten en steun voor jonge boeren. Veel lidstaten gaven,
evenals Nederland, aan wel een gedeeld EU-beleidskader te ambiëren, maar tegelijk
meer flexibiliteit te willen ten aanzien van de manier van inrichten van inkomenssteun,
zodat zij deze kunnen richten op lokale en regionale behoeften.
Nederland pleitte als één van de weinige lidstaten voor degressiviteit en plafonnering,
omdat het bijdraagt aan een betere balans in betalingen aan agrarisch ondernemers
in de EU en een positieve impuls kan zijn voor investeringen in een toekomstbestendige
agrarische sector. Naast Nederland gaven enkele lidstaten aan voorstander te zijn
van het verlagen of afschaffen van de ondergrens van de DABIS-bandbreedte, om zo meer
budget vrij te houden voor andere GLB-interventies. Verder maakte ongeveer de helft
van de lidstaten kenbaar ten algemene geen voorstander te zijn van degressiviteit
en plafonnering. Een aantal lidstaten legden daarbij uit dat zij de steun aan landbouwbedrijven
niet willen plafonneren, omdat de productiecapaciteit van de EU ook door grote landbouwbedrijven
geborgd wordt. De Commissie gaf aan dat degressiviteit en plafonnering geen impact
hebben op de nationale allocatie van GLB-middelen en dat deze juist een kans bieden
om meer budget binnen het GLB-budget te gebruiken voor meer gerichte steun. Dit is
dan ook een kans voor investeringen voor bedrijven op groter schaalniveau.
Sommige lidstaten gaven aan de nadruk in het Commissievoorstel op generatievernieuwing
en het ondersteunen van jonge boeren oneerlijk te vinden ten opzichte van andere groepen
agrarische ondernemers. Ook gaven meerdere lidstaten aan dat zij pensioengerechtigde
boeren niet willen uitsluiten van inkomenssteun zoals voorgesteld, vanwege mogelijke
implicaties zoals het verdwijnen van landbouwgrond en productiecapaciteit. Velen gaven
aan wel op andere wijze te willen bijdragen aan generatievernieuwing, voornamelijk
via stimulerende maatregelen. Ten slotte was er veel steun om plafonnering niet toe
te passen op jonge boeren.
Marktsituatie, in het bijzonder na de invasie van Oekraïne
De Commissie gaf een overzicht van de marktsituatie van de verschillende landbouwsectoren.
De Commissie ging ook in op de situatie in het Midden-Oosten, die geleid heeft tot
een grote stijging van prijzen voor energie, brandstoffen en meststoffen. Daarbij
werd aangegeven dat er op de korte termijn geen risico’s zijn voor de leveringszekerheid
van voedselproducten in de EU en dat de zomeroogst geen gevaar loopt. Het is echter
wel belangrijk dat de toelevering van meststoffen niet stil komt te liggen, om zo
voldoende beschikbaarheid te garanderen voor volgend jaar. Tevens kondigde de Commissie
opnieuw het Actieplan Meststoffen aan, dat naar verwachting op 19 mei a.s. wordt gepubliceerd.
Nederland bedankte de Commissie voor het overzicht van de markten en deelde de analyse
van de Commissie dat de landbouwmarkten in de EU over het algemeen veerkrachtig blijven.
Nederland plaatste daarbij de opmerking dat crisis-mitigerende maatregelen prijssignalen
niet teveel mogen verstoren. Verder pleitte Nederland voor het continueren van steun
aan Oekraïne en bracht het naar voren dat de effecten van dergelijke internationale
conflictsituaties het belang aantonen van nauwe economische banden met andere landen
en van internationale handelsrelaties in het algemeen. Voorts gaf Nederland aan, net
als vele andere lidstaten, uit te kijken naar het Actieplan Meststoffen. Dit plan
biedt een goede kans om te investeren in een meer duurzaam gebruik van meststoffen
en het promoten van het recyclen van nutriënten zoals Renure. Ook heeft Nederland
gepleit voor het investeren in de veerkracht en toekomst van onze landbouw, inclusief
het verminderen van energie-afhankelijkheid en energieverbruik, het versterken van
innovatie en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen in de agrofood-sector.
Veel lidstaten deelden de analyse van de Commissie dat de huidige conflictsituaties
vooral volgend jaar tot problemen kunnen leiden en vroegen de Commissie om de markten
en prijzen nauwlettend te blijven monitoren. Een groot aantal lidstaten pleitte daarbij
voor het instellen van een tijdelijk crisiskader voor staatssteun met een verhoogde
drempel (is nu € 50.000) en het opschorten van CBAM-heffingen voor kunstmest. Anderen
haalden de huidige omstandigheden aan in hun pleidooi voor het bevorderen van een
circulaire economie in de EU, met focus op duurzame voedselproductie, efficiënte productiesystemen
en het duurzaam gebruik van grondstoffen. Wat betreft de zuivelmarkt gaf een aantal
lidstaten aan dat melkprijzen zijn gedaald door de gestegen productie. Zij vroegen
de Commissie private opslag van kaas en boter mogelijk te maken om de daling van prijzen
wat af te remmen. Ook benoemde een aantal lidstaten de problemen in de aardappelsector
(groot overschot) en de wijnsector (klimaatverandering). Twee lidstaten benoemden
dierziektes, zoals Afrikaanse varkenspest, en enkele andere vroegen naar de mogelijkheden
om de Kaderrichtlijn Afvalstoffen te wijzigen zodat mestvergisting niet als afval
wordt behandeld. De Commissie gaf aan dat het aantal aanvragen voor de landbouwreserve
is gestegen vanwege effecten van klimaatverandering, terwijl die reserve eigenlijk
het laatste financiële redmiddel moet zijn. In dat kader motiveerde de Commissie de
lidstaten te investeren in risicobeheer op de lange termijn.
Strategisch belang van landbouw en bosbeheer bij risicopreventie en weerbaarheid tegen
natuurbranden
Op 25 maart jl. presenteerde de Commissie een mededeling waarin een nieuwe strategie
is opgenomen gericht op risicopreventie en weerbaarheid tegen natuurbranden. Aanleiding
voor de Commissiemededeling is de stijging in frequentie van natuurbranden in de EU
vanwege klimaatverandering, veranderingen in landgebruik en de rol van menselijk gedrag
hierbij. De Commissie gaf tijdens de Raad aan dat de strategie vooral is gericht op
bewustwording, preventie, mitigatie, bestrijding en herstel. De Commissie benadrukte
daarbij het belang van het versterken van het risicobewustzijn bij het algemene publiek
en van een sector overstijgende aanpak, waarbij de EU een ondersteunende en coördinerende
rol kan vervullen wat betreft financiering, monitoring en het leveren van technische
expertise. Nederland gaf aan een parlementair voorbehoud te hebben, maar dat de voorgenomen
inzet van de Commissie veelal overeenkomt met bestaand beleid en de aanpak van (het
risico op) natuurbranden in Nederland. Andere lidstaten konden zich vinden in de prioriteiten
van de Commissie en bevestigden de urgentie van actief en duurzaam landbeheer en investeringen
om toenemende risico’s op natuurbranden aan te pakken. Meerdere lidstaten stelden
dat dit niet gefinancierd kan worden met enkel GLB-middelen. Verder waren veel lidstaten
van mening dat boeren en bosbeheerders een belangrijke rol hebben in de preventie
van natuurbranden en dat zij ondersteund moeten worden om vegetatie en landschappen
zo te beheren dat risico’s op natuurbranden worden verkleind. Door een aantal lidstaten,
waaronder Nederland, werd het subsidiariteitsbeginsel aangehaald om te beargumenteren
dat de strategie voldoende ruimte moet laten aan de lidstaten om maatregelen te nemen
die passen bij de specifieke situatie van de lidstaat. Daarnaast heeft Nederland nog
opgemerkt dat natuurbranden in Nederland veelal voorkomen in natuurgebieden en niet
op landbouwgronden en dat daarom het GLB op dit moment geen rol speelt in het risicobeheer
van natuurbranden in Nederland.
Diversenpunt: Belang van veen voor voedselzekerheid
Letland en Finland brachten gezamenlijk een diversenpunt in over het belang van veen
voor de voedselzekerheid in de EU. Zij pleitten in de Raad voor meer inzet op onderzoek
en innovatie die bijdraagt aan de ontwikkeling van alternatieve koolstofefficiënte
alternatieven voor turf en veen. Op dit moment worden deze grondstoffen nog door een
aantal lidstaten gebruikt, bijvoorbeeld in de tuinbouwsector en bij de teelt van bosbouwkundig
materiaal. Letland en Finland gaven aan een geharmoniseerde aanpak te willen zien
op het gebied van turf en veen in de EU en graag met andere lidstaten samen te werken
om tot een evenwichtige aanpak te komen ten aanzien van de beschikbaarheid en het
gebruik van deze belangrijke grondstoffen. Het belang van het duurzaam beheer van
veen en turf in het kader van de opslag van koolstofdioxide en de klimaatopgave werd
door meerdere lidstaten aangehaald. De Commissie gaf aan dat het onderzoeksprogramma
Horizon 2020 op dit moment meerdere projecten omtrent (alternatieven voor) turf en
veen financiert, met als doel om de overdracht van kennis en technologie te bevorderen.
Nederland heeft niet geïntervenieerd.
Diversenpunt: Registratieplicht bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
In 2023 zijn alle lidstaten akkoord gegaan met de uitvoeringsverordening waarbij de
registratie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door telers werd gestandaardiseerd.
Middels dit diversenpunt van Duitsland, is er door sommige lidstaten bezwaar gemaakt
over het feit dat deze standaardisatie in hun ogen onnodige informatievereisten vraagt
en hiermee een onnodige administratieve last vormt voor agrarische ondernemers. Nederland
heeft niet geïntervenieerd. De Commissie gaf aan dat de bestaande registratievereisten
noodzakelijk zijn om naleving van productvoorwaarden te waarborgen en effectieve monitoring
mogelijk te maken. Daarnaast bevestigde de Commissie open te staan voor kansen om
de registratievereisten voor gebruikers te verduidelijken en andere ideeën om het
concurrentievermogen van de EU te verbeteren.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Indieners
-
Indiener
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Medeindiener
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur