Brief regering : Zevende tweemaandelijkse monitoringsbrief zero- emissiezones
30 175 Luchtkwaliteit
31 305
Mobiliteitsbeleid
Nr. 483
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
Op 17 december 2024 is een motie1 van lid Veltman aangenomen. Deze motie verzoekt de regering om vanaf 1 januari 2025
iedere twee maanden, of vaker indien nodig, aan de Tweede Kamer te rapporteren wat
de gevolgen van de ingestelde zero-emissiezones (ZE-zones) zijn voor de ondernemers
die nog niet aan de eisen kunnen voldoen of ondernemers die anderszins in de knel
komen. Deze zevende monitoringsbrief heeft betrekking op de data van de maanden januari
en februari 2026.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de invoering van hun ZE-zone en voor de monitoringsdata.
In bijlage 1 vindt u een overzicht van de verzonden waarschuwingsbrieven en boetes
per gemeente, binnen hun specifieke context.
Samen met de ondertekenaars van de Uitvoeringsagenda Zero-emissiezones (UAZ)2 zijn er afspraken gemaakt over het eerste deel van de beleidsregels vanaf 2030. In
deze brief ga ik op hoofdlijnen in op deze afspraken. Het tweede deel volgt later
dit jaar.
Tot slot heeft mijn voorganger in het commissiedebat van 14 januari 2026 toegezegd
dat in deze brief ook wordt ingegaan op de gesprekken met verschillende koepelorganisaties.
Data voor monitoring
Gemeenten constateren in hun ZE-zone ook de eerste twee maanden van 2026, net als
in 2025, een hoge nalevingsgraad. Uit ANPR-cameradata blijkt dat ondernemers steeds
minder gebruikmaken van de meest vervuilende voertuigen. Voor alle gemeenten geldt
dat minimaal 99,50% van de bestel- en vrachtautopassages in de ZE-zones voldoet aan
de gestelde eisen. Dit percentage is inclusief eventueel afgegeven ontheffingen. Ondernemers
die nog niet aan de gestelde eisen voldoen, worden ondersteund door gemeentelijke
adviseurs (logistiek makelaars). Daarnaast kunnen zij ontheffingen aanvragen, zoals
de landelijke ontheffing voor situaties waarin nog geen geschikt elektrisch alternatief
beschikbaar is. Bij bestelauto’s (voertuigcategorie N1) zet de afname van voertuigen
met emissieklasse 4 of lager verder door. Tegelijkertijd groeit het aandeel emissieloze
voertuigen.
Aangeleverde gegevens door gemeenten
Bij de meeste gemeenten is de waarschuwingsperiode inmiddels afgerond en worden sinds
juli 2025 overtredingen beboet. Vanwege de specifieke lokale context zijn de aantallen,
zoals opgenomen in bijlage 1, niet eenvoudig onderling te vergelijken. Factoren zoals
de plaatsing van het nieuwe verkeersbord, de omvang van een zone en de duur van de
periode tussen het versturen van waarschuwingsbrieven en het daadwerkelijk opleggen
van boetes spelen een rol.
Cijfers Centraal Loket
Gemeenten hebben samen met de RDW een Centraal Loket ingericht, waar ondernemers op
één centrale plek een ontheffingsaanvraag kunnen indienen. Vanuit dit loket worden
aanvragen namens de gemeenten op een uniforme en geharmoniseerde wijze beoordeeld
en afgehandeld. Langdurige ontheffingen krijgen in de meeste gevallen een landelijke
geldigheid en zijn daarmee van kracht in alle gemeenten waar een ZE-zone van toepassing
is.
Langdurige ontheffingen
Sinds het Centraal Loket op 1 juli 2024 is geopend, zijn er 6.724 aanvragen voor langdurige
ontheffingen binnengekomen.
Figuur 1. Totaal aantal aangevraagde langdurende ontheffingen bij het Centraal Loket,
uitgesplitst per maand sinds de opening op 1 juli 2024.
Hieronder is te zien hoe deze aanvragen zijn verdeeld over de verschillende typen
ontheffingen. Bij 1.109 ontheffingen ging het om een lokale ontheffing.
Tabel 1. Verdeling van aantallen landelijke ontheffingen sinds de opening op 1 juli
2024.
Type ontheffing
Aantal
Percentage
Particulier gebruik bedrijfs- en vrachtauto
3.029
45%
Een bedrijfs- en vrachtauto's dat vanwege een handicap is aangepast
518
8%
Bijzondere voertuigen met een DET tot 13 jaar oud
386
6%
Voertuigen die emissieloos niet verkrijgbaar zijn
1.247
19%
In verband met de levertijd van een vervangend emissieloos voertuig
352
5%
In verband met bedrijfseconomische omstandigheden (gemeentelijke ontheffing)
612
9%
In verband met de afwijkingsbevoegdheid – Hardheidsclausule (gemeentelijke ontheffing)
484
7%
In verband met netcongestie
47
1%
Overige categorie (verlengingen en dierenambulances)
49
1%
Van de afgehandelde aanvragen (1 juli 2024 tot en met 28 februari 2026) voor een landelijke
ontheffing is 88% toegekend. Van de aanvragen is 8% buiten behandeling gesteld, bijvoorbeeld
omdat de aanvraag is ingetrokken of omdat ondanks een verzoek geen aanvullende informatie
is aangeleverd. Daarnaast is 3% afgewezen. Dit kan het geval zijn wanneer een aanvraag
wordt ingediend onder de categorie «niet-emissieloos verkrijgbaar», terwijl het voertuig
volgens de geldende criteria wél emissieloos beschikbaar is. Ook kan een aanvraag
worden afgewezen wanneer de indiener verklaart dat het voertuig uitsluitend voor particuliere
doeleinden wordt gebruikt, terwijl uit de ingediende documentatie blijkt dat dit niet
het geval is. De overige 1% van de aanvragen is nog in behandeling.
Dagontheffingen
Dagontheffingen worden per gemeente uitgegeven en zijn sinds de invoering van de ZE-zones
in aantal toegenomen. Na het aflopen van de eerste waarschuwingsperiodes op 1 juli
2025 is het aantal dagontheffingen verder gestegen. In de periode december t/m februari
is het aantal dagontheffingen stabiel gebleven.
Figuur 2. totaal aantal aangevraagde dagontheffingen bij het Centraal Loket, uitgesplitst
per maand sinds de opening op 1 juli 2024.
Vragen via redactie opwegnaarZES.nl
De website www.opwegnaarZES.nl is de algemene informatiewebsite van de Rijksoverheid over ZE-zones. Een overzicht
van het aantal bezoekers van de website en het aantal vragen dat binnengekomen is
per maand staat in de onderstaande tabel weergegeven. In januari en februari is er
een afname van het aantal websitebezoek en informatieverzoeken te zien.
Onderdeel van opwegnaarZES.nl
Jan
Feb
Maa
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sept
Okt
Nov
Dec
Jan ’26
Feb ’26
Websitebezoek actieve gebruikers (x1.000)
33
19
29
33
20
27
38
15
28
21
23
26
16
13
Aantal paginabezoeken (x1.000)
232
139
211
228
134
170
194
102
143
127
128
145
110
92
Gesprekken AI Chatbot (x1.000)
16,5
10,8
16,2
13,2
7,7
4,6
4,1
3,3
4,8
2,6
1,8
1,4
1,2
1,0
Vragen aan redactie per email
487
281
336
283
172
208
246
87
102
76
88
79
80
81
Afspraken over beleid vanaf 2030
De toegangsregels en vangnetten van de ZE-zones borgen stap voor stap de overgang
naar emissieloos vervoer binnen deze zones. Zonder nieuw beleid zouden alle bestelauto’s
en vrachtauto’s vanaf 2030 emissieloos moeten zijn om de ZE-zone in te mogen. We weten
dat dat niet voor alle ondernemers en voertuigen een realistisch scenario is. Er blijft
een vangnet nodig voor ondernemers die wel willen verduurzamen, maar niet kunnen vanwege
omstandigheden. Bijvoorbeeld vanwege netcongestie, bedrijfseconomische omstandigheden
of omdat het voertuig nog niet emissieloos verkrijgbaar is.
Daarom hebben gemeenten, brancheorganisaties, belangenorganisaties en het ministerie
via de governance van de Uitvoeringsagenda Zero-Emissiezones (UAZ)3 een set aan afspraken over de toegangsregels vanaf 2030 uitgewerkt. Het uitgangspunt
van dit pakket: behoud de prikkel voor ondernemers om waar mogelijk de overstap naar
emissieloos te maken, maar houd ondernemers niet aan het onmogelijke. Daarnaast voorziet
het in de behoefte aan duidelijkheid over de toegangsregels vanaf 2030, omdat ondernemers
daar nu al rekening mee moeten houden in hun investeringsbeslissingen. Met alle UAZ-partners
is inmiddels akkoord bereikt over het eerste deel van het pakket. Het tweede deel
volgt later dit jaar.
De huidige ontheffing voor particulier gebruik, zoals kampeerbussen, die liep tot
1 januari 2028 wordt verlengd tot 1 januari 2030. Daarnaast komt er een overgangsregeling
voor voertuigen die nu onder een vrijstelling vallen en vóór 2030 zijn aangeschaft.
Hiermee wordt voor deze voertuigen een realistische afschrijvingstermijn gehanteerd.
Voor vrachtwagens is dit ten hoogste 13 jaar. De generieke ontheffing voor verhuiswagens
vervalt per 1 januari 2030, maar bij knelpunten kunnen zij gebruikmaken van het vangnet,
net als alle andere ondernemers. Vrachtauto’s met een zware laadkraan en exceptioneel
transport blijven minimaal twee jaar toegang behouden. Ook blijven lange levertijden,
voertuigen die zijn aangepast voor een handicap (boven € 500) en de hardheidsclausule
een ontheffingsgrond. Voor brandweerwagens (carrosseriecode 31) en gepantserde voertuigen
(carrosseriecode SB) wordt de huidige vrijstelling voor onbepaalde tijd gecontinueerd.
De afspraken worden de komende periode verder uitgewerkt en verankerd in het gemeentelijke
ontheffingenbeleid of in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV
1990). Ondernemers worden actief op de hoogte gebracht via communicatiekanalen van
alle ondertekenaars van de UAZ.
Inbreng koepelorganisaties ONL en MKB-Nederland
Zoals door mijn voorganger toegezegd in het commissiedebat Duurzaam Vervoer van 14 januari
2026, blijf ik de koepelorganisaties betrekken bij de monitoring. Het ministerie voert
al langere tijd constructieve gesprekken met deze organisaties en neemt de signalen
die het ontvangt serieus.
Uit een gesprek met VNO-NCW komt naar voren dat er op dit moment weinig signalen zijn
dat randvoorwaarden onvoldoende op orde zijn. Dit is voor de toekomst wel een zorg,
zeker wanneer de euro6 bestelbusjes emissieloos moeten zijn op 1/1/29. Met name de
mogelijk langere laadtijden, evenals de dekkingsgraad en bezettingsgraad van laadpalen
in omliggende gemeenten rond ZE-zones, vormen aandachtspunten. Dit heeft de aandacht
van de ondertekenaars van de UAZ en de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).
Met Ondernemend Nederland (ONL) heeft een gesprek plaatsgevonden over de stand van
zaken rond ZE-zones. Er is onder andere gevraagd om meer inzicht te krijgen in de
mate waarin ondernemers de ZE-zones mijden en, indien dat het geval is, om hoeveel
ondernemers het gaat. Ook zijn de zorgen rondom netcongestie en laadinfrastructuur
besproken. Vanuit het ministerie is aangegeven dat het inzetten van gratis logistiek
makelaars een effectief middel kan zijn om ondernemers te helpen in het verkrijgen
van handelingsperspectief ten aanzien van de ZE-zones. De uitdagingen die er zijn
rond netcongestie in relatie tot voldoende laadinfrastructuur heeft onze doorlopende
aandacht.
Conclusie zevende monitoring
De eerste twee maanden van dit jaar zijn rustig verlopen. Signalen van ondernemers,
branche- en netwerkpartijen worden binnen de afgesproken kaders opgepakt. We blijven
streven naar een balans tussen haalbaarheid voor ondernemers en een prikkel voor emissieloze
logistiek. Er is een uitgebreid vangnet, dat goed gevonden wordt door ondernemers.
We blijven ook in dit jaar met alle relevante partijen in gesprek om de kansen en
uitdagingen rondom de ZE-zones in het zicht te houden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Indieners
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.