Brief regering : Fiche: Mededeling Integrale Natuurbrandbeheersing
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4359
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 2 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1 – Mededeling over oostelijke regio’s van de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 4358).
Fiche 2 – Mededeling Integrale Natuurbrandbeheersing.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche 2: Mededeling Integrale Natuurbrandbeheersing
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Geïntegreerde
beheersing van het risico op natuurbranden
b) Datum ontvangst Commissiedocument
25 maart 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 330
d) EUR-Lex
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52026DC0330
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad Algemene Zaken
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) in nauwe samenwerking
met Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)
2. Essentie voorstel
De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft op 25 maart 2026 een nieuwe strategie
gepresenteerd om de toenemende dreiging van natuurbranden in Europa aan te pakken.
Aanleiding hiervoor is de toename in frequentere, intensere en grootschalige natuurbranden
door de combinatie van klimaatverandering, veranderingen in landgebruik en menselijk
gedrag. Zo ervaarde Europa in 2025 het zwaarste natuurbrandseizoen sinds het begin
van de metingen. Met meer dan één miljoen hectare afgebrand gebied, ingeschatte miljarden
euro’s aan schade aan eigendommen en infrastructuur en de verwachting dat zowel de
omvang als de intensiteit van natuurbranden verder zal toenemen in de toekomst stelt
de Commissie dat het versterken van natuurbrandbeheersing van belang is.
Met de voorgestelde aanpak introduceert de Commissie een integrale benadering van
natuurbrandbeheersing, die zich richt op: 1) Preventie: het nemen van activiteiten
en maatregelen om bestaande en nieuwe risico’s te voorkomen; 2) Preparatie: het ontwikkelen
van kennis en capaciteiten die door overheden, organisaties, gemeenschappen en individuen
kan worden ingezet om de gevolgen van waarschijnlijke, dreigende of huidige incidenten
doeltreffend te anticiperen, erop te reageren en ervan te herstellen; 3) Repressie:
maatregelen die direct vóór, tijdens of onmiddellijk na een incident worden genomen
om levens te redden, gezondheidsschade te beperken, de openbare veiligheid te waarborgen
en te voorzien in de basisbehoeften van de getroffen bevolking; 4) Herstel: het herstellen
of verbeteren van bestaansmiddelen en gezondheid, evenals van de economische, fysieke,
sociale, culturele en ecologische middelen, systemen en activiteiten van een door
een incident getroffen gemeenschap of samenleving, in overeenstemming met de beginselen
van duurzame ontwikkeling en «build back better»,1 om toekomstige risico’s te voorkomen of te verminderen. Deze holistische benadering
moet de weerbaarheid van Europa vergroten en zorgen voor betere bescherming van burgers,
het milieu, landbouw, infrastructuur, cultureel erfgoed en de economie.
In lijn met de Preparedness Union Strategy van de Commissie biedt de mededeling handvatten en aanbevelingen voor nationale en
regionale overheden en andere betrokken partijen om de voorgestelde aanpak te implementeren.
De Commissie benadrukt het belang van gezonde en goed beheerde ecosystemen, aangezien
dit bijdraagt aan het beperken van de risico’s en gevolgen van extreme gebeurtenissen
zoals overstromingen, droogte en natuurbranden. Vitale ecosystemen zijn tevens beter
in staat om zich aan te passen aan klimaatverandering. Dit levert ook voordelen op
voor de biodiversiteit, lokale gemeenschappen en de economie. De lidstaten worden
opgeroepen om «op natuur gebaseerde oplossingen» (nature-based solutions) in te zetten en brandbestendige natuur te ontwikkelen. Hiertoe heeft de Commissie
aanvullend op de mededeling vernieuwde richtsnoeren gepubliceerd over het beheren
van Natura 2000-gebieden in de context van klimaatverandering.2 Hierin wordt uiteengezet hoe deze gebieden klimaatbestendiger kunnen worden ingericht
en hoe het risico op natuurbranden kan worden verminderd, met behoud van natuurdoelen.
Tevens wordt verduidelijkt welke flexibiliteit lidstaten hebben bij noodsituaties,
zodat snel kan worden gehandeld ter bescherming van mens en biodiversiteit.
De Commissie roept lidstaten op om beleid op het gebied van natuur en veiligheid waar
relevant te integreren met elkaar. Een mogelijkheid die daarbij wordt gegeven is het
nationale natuurherstelplan (in Nederland aangeduid als het natuurplan) dat lidstaten
moeten opstellen in het kader van de Natuurherstelverordening. Dit plan kan worden
gebruikt om doelen op het gebied van natuur en biodiversiteit samen te brengen met
doelen op het gebied van natuurbrandbeheersing. Het inzetten van maatregelen zoals
beheerbranden, begrazing en het vergroten van de diversiteit in leeftijd, structuur
en soorten van de aanwezige vegetatie kan daarbij zowel bijdragen aan risicobeheersing
als aan natuurherstel.
Ter ondersteuning van langetermijnplanning zal de Commissie geactualiseerde richtsnoeren
voor risicobeoordeling ontwikkelen, die lidstaten kunnen integreren in hun nationale
rapportages. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat burgers zich in toenemende mate zorgen
maken over natuurbranden. Aangezien het merendeel van de natuurbranden wordt veroorzaakt
door menselijk handelen, is bewustwording cruciaal. De Commissie wil daarom het bewustzijn
vergroten en burgers actief betrekken bij het voorbereiden op natuurbranden, onder
meer via onderwijs, jongerenprogramma’s en burgerpanels.
Op het gebied van paraatheid en repressie zal de Commissie onder meer blijven inzetten
op het vooraf positioneren van brandweercapaciteit in risicogebieden en het bevorderen
van kennisuitwisseling tussen experts. Ook wordt het European Forest Fire Information System (EFFIS) verder doorontwikkeld, onder andere met behulp van satellietgegevens uit
het Copernicus-programma, om vroegtijdige waarschuwing en monitoring te verbeteren.
De Commissie roept lidstaten op om systematisch gebruik te maken van systemen zoals
EFFIS en om bij te dragen aan de ontwikkeling en het gebruik van digitale tweelingen,3 waaronder Destination Earth.
De gezamenlijke Europese bluscapaciteit (rescEU) wordt uitgebreid met twaalf blusvliegtuigen
en vijf helikopters. Tevens wordt gewerkt aan de oprichting van een Europees brandweercentrum
op Cyprus, dat onder andere zal fungeren als trainingscentrum. Verder zet de Commissie
in op het verzamelen van gegevens over de gezondheidsrisico’s voor brandweerlieden
en op het bevorderen van kennisuitwisseling over herstel na branden. De Commissie
spoort lidstaten daarbij aan om gebruik te maken van uitwisselingsmogelijkheden voor
professionals, voldoende bestrijdingscapaciteit beschikbaar te stellen en te zorgen
voor veilige werkomstandigheden voor brandweerlieden.
De verantwoordelijkheid voor natuurbrandbeheersing ligt volgens de Commissie bij de
lidstaten, regionale overheden en landeigenaren. De Commissie benadrukt dat de voorgestelde
maatregelen geen directe extra kosten opleggen, maar juist gericht zijn op efficiëntie.
Wel geeft de Commissie aan dat structurele investeringen noodzakelijk zijn om de risico’s
op de lange termijn te beperken. Omdat naar verwachting steeds meer lidstaten geconfronteerd
zullen worden met natuurbranden, is het volgens de Commissie essentieel om te investeren
in preventie en preparatie om toekomstige schade te verminderen en hoge kosten gerelateerd
aan de bestrijding van natuurbranden te voorkomen.
Tot slot kondigt de Commissie aan een voorstel te zullen doen voor een Raadsaanbeveling
inzake integrale natuurbrandbeheersing, waarmee wordt beoogd de samenwerking tussen
de EU, lidstaten en regio’s verder te versterken. Hiermee beoogt de Commissie een
samenhangende en toekomstbestendige aanpak van natuurbranden in Europa te realiseren.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het Nederlandse beleid rondom natuurbranden is de afgelopen jaren sterk tot ontwikkeling
gekomen.4 Door veranderingen in het klimaat zijn de weersextremen van nu niet meer hetzelfde
als vroeger waardoor het risico op natuurbranden nu en in de toekomst toeneemt. Natuurbranden
vormen daarbij een structureel veiligheidsrisico met potentieel grote maatschappelijke
gevolgen. Dit komt doordat veel mensen gebruik maken van de recreatiemogelijkheden
in de natuur en doordat in Nederland een variëteit aan functies met de natuurgebieden
verweven is, waaronder reizen, wonen, werken en zorg. Natuurbranden kunnen daardoor
snel impact hebben op de mens, de economie en de fysieke leefomgeving.
In het kader van de Natuurherstelverordening is Nederland verplicht om bij natuurherstel
rekening te houden met klimaatrisico’s en het voorkomen van natuurrampen, waaronder
het risico op natuurbranden. In het nationale natuurplan moet worden uitgelegd hoe
rekening is gehouden met klimaatveranderingsscenario’s, met het vermogen van herstelmaatregelen
om klimaatschade en natuurrampen te voorkomen of te beperken, en met de aansluiting
op nationale adaptatiestrategieën of -plannen en nationale rampenrisicobeoordelingsrapporten.
De verantwoordelijkheden met betrekking tot natuurbranden zijn verdeeld over meerdere
bestuurslagen en organisaties, waaronder het Rijk, provincies, gemeenten, veiligheidsregio’s
en terreinbeheerders. Om de bestuurlijke complexiteit beheersbaar te houden, wordt
er gewerkt aan verheldering van wettelijke taken en bevoegdheden en om samenhang in
de uitoefening daarvan te bewerkstelligen. Dit komt uiteindelijk ten goede aan de
effectiviteit en efficiëntie van de integrale aanpak van natuurbrandbeheersing.
De aanpak van natuurbranden in Nederland is gebaseerd op het concept van meerlaagsveiligheid.
Er wordt geprobeerd natuurbranden beheersbaar te houden door in te zetten op: 1) Bewustzijn:
het bevorderen van kennis en bewustwording over de risico’s van natuurbranden; 2)
Preventie: het verlagen van de kans op het ontstaan van een natuurbrand; 3) Mitigatie:
het proactief verminderen van de potentiële impact van een natuurbrand; 4) Bestrijding:
het voorbereiden op actieve interventie tijdens en nazorg na een natuurbrand; 5) Herstel:
het verrichten van inspanningen na een natuurbrand om schade te herstellen en te leren
van natuurbranden om Nederland beter voor te bereiden op toekomstige natuurbranden.
In het kader van risicobeheersing is het opstellen van één integraal natuurbrandbeheersingsplan
per provincie in samenwerking met gemeenten, veiligheidsregio’s, natuurbeheerders
en overige partijen één van de belangrijkste beleidsvoornemens. Er moet daarbij een
bestuurlijke afweging worden gemaakt van de doelmatigheid en het belang van maatregelen
(inclusief prioriteit) met daarbij een adequate balans van de doelen (natuur, veiligheid
en overige) die zijn gesteld voor het gebied en de omgeving en het bestuurlijk geaccepteerde
restrisico.
Het doel is daarbij niet om alle natuurbranden te voorkomen, maar om onbeheersbare
of vanwege hun gevolgen onaanvaardbare natuurbranden te voorkomen. Bij het opstellen
van de planvorming is er ruimte om de waarden, omgeving en het unieke risicoprofiel
van de gebieden te weerspiegelen in de plannen. Elke provincie is daarbij vrij om
eigen prioriteiten, doelstellingen en uiteindelijke verschillende strategieën te hanteren
en te bepalen hoe zij partners betrekken.
In het kader van crisisbeheersing is in 2025 het Landelijk Crisisplan Natuurbranden
vastgesteld.5 Dit crisisplan beschrijft de gezamenlijke aanpak van decentrale en nationale overheden
en crisispartners bij grootschalige natuurbranden.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de mededeling van de Commissie. Het beschermen van burgers
en de fysieke leefomgeving tegen natuurbranden is van groot belang, mede gelet op
de toenemende frequentie en intensiteit van dergelijke branden als gevolg van klimaatverandering.
Het hoge aantal hectare afgebrand gebied in Europa van de afgelopen jaren onderschrijft
nogmaals de urgentie van een effectieve aanpak van natuurbranden. Het kabinet steunt
dan ook het voornemen van de Commissie om in te zetten op een versterkte samenwerking
tussen de EU, lidstaten en regionale overheden. Het voorstel van de Commissie voor
een Raadsaanbeveling over integrale natuurbrandbeheersing zal na publicatie aandachtig
worden bestudeerd.
Zoals aangegeven door de Commissie ligt de verantwoordelijkheid voor natuurbrandbeheersing
primair bij de lidstaten, regionale overheden en eigenaren en beheerders van de fysieke
leefomgeving. De handvatten en aanbevelingen uit de mededeling zullen waar toepasbaar
worden meegenomen in het Nederlandse beleid rondom het voorkomen en beperken van natuurbranden.
Het kabinet is het eens met de Commissie dat investeren in preventie en preparatie
op de korte termijn kosten met zich meebrengt, maar op de langere termijn juist substantiële
besparingen kan opleveren. Door tijdig te investeren in preventie, risicobeperking
en een klimaatbestendige inrichting kunnen schade, herstelkosten en maatschappelijke
ontwrichting worden beperkt. Daarmee zijn dergelijke maatregelen niet alleen noodzakelijk
vanuit veiligheid en leefbaarheid, maar ook vanuit economisch en ecologisch perspectief
doelmatig.
De door de Commissie voorgestelde holistische aanpak van natuurbrandbeheersing gericht
op preventie, preparatie, repressie en herstel sluit aan bij de Nederlandse werkwijze.
Het kabinet onderschrijft daarbij de boodschap van de Commissie dat een gebiedsgerichte
aanpak essentieel is bij natuurbrandbeheersing.
Het kabinet is het met de Commissie eens dat vitale ecosystemen essentieel zijn voor
de (nationale) veiligheid. Klimaat- en natuurrampen hebben een brede impact en kunnen
vrijwel alle nationale veiligheidsbelangen raken, waaronder territoriale, fysieke,
economische en ecologische veiligheid en sociaal-politieke stabiliteit. Door in te
zetten op vitale en weerbare natuur en biodiversiteit kunnen risico’s en gevolgen
van onder andere natuurbranden worden gedempt. Het kabinet verwelkomt dan ook de vernieuwde
richtsnoeren voor het beheer van Natura 2000-gebieden in de context van klimaatverandering,6 waarin is opgenomen hoe het risico op natuurbranden kan worden verminderd met behoud
van natuurdoelen. Door in te zetten op natuurgerichte maatregelen, waaronder beheerbranden,
begrazing, hydrologisch herstel en een diversiteit in leeftijd, structuur en soorten
in de natuurgebieden kan zowel worden bijgedragen aan veerkrachtige natuur, als aan
een veiligere fysieke leefomgeving en maatschappelijke weerbaarheid. Het kabinet erkent
daarbij het belang van flexibiliteit bij het beheer van Natura 2000-gebieden in noodsituaties,
zodat snel kan worden gehandeld ter bescherming van mens en biodiversiteit, en verwelkomt
dan ook de verduidelijking hierover in de richtsnoeren.
Het kabinet staat, mede gelet op onder andere de inzet op meervoudig ruimtegebruik,7 klimaatadaptatie8 en een parate en veerkrachtige samenleving,9 welwillend tegenover de aanmoediging van de Commissie om natuur- en veiligheidsbeleid
waar mogelijk bij elkaar te brengen. De aanbeveling om de doelen van natuur en biodiversiteit
en de inzet op het voorkomen en beperken van natuurbranden waar relevant samen te
brengen in het nationale natuurplan, dat opgesteld moet worden conform de Natuurherstelverordening,
zal dan ook worden meegenomen bij het opstellen van het desbetreffende plan. Het kabinet
is het ook eens met de Commissie dat inzet op duurzaam bosbeheer, natuurherstel, revitalisering
en klimaatadaptatie essentieel is voor het realiseren van brandbestendige natuur.
De uitbreiding van de gezamenlijke Europese bluscapaciteit (rescEU), het oprichten
van een Europees brandweercentrum op Cyprus en de aandacht van de Commissie voor de
gezondheid en veiligheid van brandweerlieden worden positief ontvangen door het kabinet.
Het is belangrijk dat brandweerlieden beschikken over veilige werkomstandigheden,
actuele en Europees erkende vaardigheden en dat hun gezondheid en veiligheid op een
hoog niveau wordt gewaarborgd. Zoals aangegeven door de Commissie kunnen adequate
opleidingen, het verstrekken van geschikte beschermingsmiddelen en toegankelijke gezondheidszorg
daarbij een rol spelen.
Het kabinet onderschrijft het belang van structurele kennisdeling op het gebied van
natuurbrandbeheersing. Door expertise, ervaring en inzichten over bijvoorbeeld de
bestrijding van natuurbranden op Europees niveau uit te wisselen, bouwen professionals
binnen de EU aan een gedeeld crisisbeeld en versterken zij de gezamenlijke operationele
paraatheid voor opkomende risico’s, zoals de toenemende interactie tussen natuur,
bebouwing en recreatie bij natuurbranden. Het kabinet zal er dan ook op toezien dat
onder andere het beoogde Nederlandse nationale centrum voor natuurbrandbeheersing
in staat is om aan te haken bij de ontwikkelingen rondom kennisdeling, educatie en
samenwerking op Europees niveau.
Het kabinet omarmt de aanbeveling van de Commissie aan de lidstaten om gebruik te
maken van het European Forest Fire Information System (EFFIS). Het inzetten van aardobservatietoepassingen sluit aan bij de lange termijn
ruimtevaart-agenda van Nederland10 om satellietdata in te zetten voor maatschappelijke meerwaarde en klimaatadaptatie.
Het kabinet staat verder positief tegenover het voornemen van de Commissie om geactualiseerde
richtsnoeren voor risicobeoordeling te ontwikkelen, indien inpasbaar en toepasselijk
zullen deze richtsnoeren worden meegenomen in relevante nationale rapportages. Daarnaast
onderschrijft het kabinet het belang van data en de meerwaarde van digitale toepassingen,
zoals Destination Earth, voor het verzamelen van kennis over natuurbranden, maar ook voor het voorspellen
en bestrijden ervan.
Het kabinet is het met de Commissie eens dat bewustwording over de risico’s van natuurbranden
cruciaal is, gelet op het feit dat de meeste natuurbranden per ongeluk worden veroorzaakt
door menselijk handelen. Er is dan ook steun voor het voornemen van de Commissie om
het bewustzijn van burgers te vergroten door hen via onder andere onderwijs, jongerenprogramma’s
en burgerpanels te betrekken bij het goed voorbereiden op en het voorkomen van natuurbranden.
De Commissie geeft aan dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) de belangrijkste
financieringsbron is vanuit de EU voor natuurbrandpreventie. In Nederland wordt natuurbeheer
in het algemeen niet gesubsidieerd met behulp van het GLB en zijn de middelen bestemd
voor natuurgebieden en landbouwgrond veelal apart georganiseerd. Eerder beschikbaar
gestelde middelen voor het voorkomen en beperken van natuurbranden zijn in Nederland
dan ook niet afkomstig uit de GLB-middelen. Het kabinet is van mening dat dit in de
Nederlandse context te rechtvaardigen is omdat natuur- en landbouwgebieden in Nederland
van oudsher minder overlap hebben met elkaar, zowel fysiek als qua gebruik en doelstellingen.
Daarbij kan wel de kanttekening worden gemaakt dat inzet op agrarisch natuurbeheer
ervoor zorgt dat de verwevenheid van natuur- en landbouwgebieden toeneemt.
Het kabinet omarmt de financiële aanknopingspunten die de Commissie schetst om in
te zetten op professionele en gespecialiseerde bestrijdingscapaciteit. Met het Europees
Sociaal Fonds Plus kunnen verschillen in de professionaliteit van de bestrijding van
natuurbranden tussen lidstaten verkleind worden, waardoor de Europese slagkracht toeneemt.
Dergelijke fondsen bieden kansen voor lidstaten als Nederland, die zich geconfronteerd
zien met grotere en meer complexe risico’s en hun aanpak daarop moeten aanpassen.
Voor Nederland gaat het onder meer om noodzakelijke investeringen in landelijke en
bovenregionale slagkracht, specialistische eenheden en regio-overstijgende informatievoorziening.
Momenteel bevindt het merendeel van de rescEU-assets zich in Zuid-Europa. Gelet op
de snelle toename van natuurbranden in heel Europa acht het kabinet van belang dat
deze middelen overal in Europa snel operationeel inzetbaar zijn. Het kabinet ziet
ruimte voor een geografisch evenwichtigere spreiding van rescEU-assets over de lidstaten.
Daarmee kan worden gewaarborgd dat alle regio’s van de Europese Unie beschikken over
de benodigde bestrijdingsmiddelen en dat flexibel kan worden ingespeeld op de behoefte
aan internationale bijstand. Door rescEU-assets gelijkmatiger te spreiden over Europa
kunnen alle lidstaten uiteindelijk effectiever optreden tegen de dreiging van grootschalige
natuurbranden.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De verwachting is dat de meeste lidstaten positief zullen reageren op de mededeling,
gezien de snelle toename van natuurbrandrisico’s in Europa. Waar Zuid-Europese landen
al geruime tijd te maken hebben met grootschalige natuurbranden, worden ook Noord-Europese
landen hier steeds vaker mee geconfronteerd. De groeiende erkenning onder lidstaten
van de urgentie van een integrale aanpak van natuurbrandbeheersing – mede in het licht
van recente grootschalige natuurbranden en de gevolgen van klimaatverandering – vergroot
het draagvlak voor Europese samenwerking.
Lidstaten die frequent worden getroffen door grootschalige natuurbranden, met name
in Zuid-Europa, zullen naar verwachting nadruk leggen op solidariteit, gezamenlijke
capaciteitsopbouw (zoals blusmiddelen) en financiële ondersteuning vanuit de EU. Tegelijkertijd
zal in hun reactie waarschijnlijk worden benadrukt dat de EU een aanvullende rol dient
te vervullen die nationale systemen versterkt, in plaats van deze te vervangen. De
voornaamste spanning ligt daarbij tussen de noodzaak van gezamenlijke actie en het
behoud van nationale autonomie. Voor veel lidstaten zullen ruimte voor maatwerk en
toegang tot financiering dan ook belangrijke voorwaarden zijn voor steun aan de verdere
uitwerking van de in de mededeling beschreven voorstellen. De positie van het Europees
Parlement is op dit moment nog niet bekend.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op meerdere
beleidsterreinen, met name landbouw, milieu, bescherming en verbetering van de menselijke
gezondheid, civiele bescherming en administratieve samenwerking. Op deze terreinen
is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de Unie en de lidstaten (artikel 4,
tweede lid, onderdelen (d) en (e) VWEU), dan wel een ondersteunende bevoegdheid van
de Unie (artikel 6, onderdelen (a), (f) en (g) VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. Zoals benoemd in de mededeling ligt de
verantwoordelijkheid voor natuurbrandbeheersing bij de lidstaten, waarbij de Unie
ondersteuning kan bieden op het gebied van onder andere financiering, data en kennis.
De mededeling heeft tot doel handvatten en aanbevelingen voor nationale en regionale
overheden en andere betrokken partijen te bieden om een integrale aanpak te implementeren
op het gebied van natuurbrandbeheersing en bevat geen juridisch bindende voorstellen.
Gezien de diversiteit aan landschappen, klimaatomstandigheden en de verschillen in
structuur, samenstelling en staat van de natuur in Europa, dient natuurbrandbeheersing
zoveel als mogelijk gebiedsgericht te worden aangepakt en op het meest geschikte niveau
te worden geïmplementeerd. De Commissie benadrukt in haar mededeling dan ook dat een
uniforme aanpak of oplossing niet voor elke situatie werkt. Maatwerk kan door lidstaten
op centraal, regionaal en lokaal niveau worden verwezenlijkt en lidstaten zijn dan
ook voldoende in staat om een integrale aanpak van natuurbrandbeheersing te realiseren.
Tegelijkertijd is – waar passend – ondersteuning, coördinatie en aanvulling door de
Unie wel waardevol. Natuurbranden houden immers geen rekening met landsgrenzen en
kunnen zich in bepaalde gevallen uitstrekken over het grondgebied van meerdere lidstaten.
Ook kan internationale bijstand tussen lidstaten in kritieke situaties van belang
zijn. Een zekere mate van beleidscoherentie tussen lidstaten draagt uiteindelijk dan
ook bij aan het effectief en efficiënt voorkomen, beperken en bestrijden van natuurbranden.
Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel handvatten
en aanbevelingen voor nationale en regionale overheden en andere betrokken partijen
te bieden om een integrale aanpak te implementeren op het gebied van natuurbrandbeheersing.
Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de Commissie
een integrale aanpak voorstelt en concrete acties benoemt die kunnen bijdragen aan
preventie, voorbereiding en weerbaarheid. Het kabinet acht met name geschikt dat er
focus wordt gelegd op natuur gebaseerde oplossingen en de ontwikkeling van brandbestendige
natuur, evenals op het vergroten van bewustzijn en het actief betrekken van burgers
bij voorbereiding op natuurbranden. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet
verder dan noodzakelijk, omdat de lidstaten de nodige flexibiliteit behouden om in
noodsituaties snel te handelen in Natura 2000-gebieden en er verder ruimte blijft
voor lidstaten en regionale overheden om eigen prioriteiten en strategieën te bepalen
op basis van hun unieke risicoprofiel.
d) Financiële gevolgen
De mededeling bevat geen voorstellen die leiden tot financiële gevolgen in het kader
van het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021–2027. In de huidige MFK-periode
kunnen lidstaten, waar relevant, EU-financiering inzetten voor natuurbrandbeheersing.
Dat kan onder meer via het GLB, het Cohesiefonds en het Uniemechanisme voor civiele
bescherming (UCPM), zoals door de Commissie benadrukt in de mededeling.
De Commissie geeft in de mededeling aan voor het volgende MFK (2028–2034) bereid te
zijn prioriteit te geven aan financiering voor het reduceren van risico’s op natuurbranden,
maar benoemt daarbij dat succes hiervan afhangt van actie op nationaal en lokaal niveau.
Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027.
(Eventuele) toekomstige budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de
beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
In de mededeling zijn geen voorstellen gedaan waaruit concrete gevolgen voor regeldruk
zijn af te leiden. De toekomstige uitwerking van sommige voorstellen kan eventueel
wel regeldrukeffecten hebben. Het kabinet zal aandacht vragen voor het belang van
een gedegen impact assessment bij eventuele toekomstige voorstellen.
De Commissie stelt dat natuurbranden een complexe uitdaging vormen voor de EU, met
het potentieel om verstrekkende schade toe te brengen aan de Europese samenleving,
economie, het milieu, het klimaat, de landbouw, de infrastructuur en het cultureel
erfgoed. Naast onschatbare menselijke schade, waaronder het verlies van levens en
bestaansmiddelen, gevolgen voor de volksgezondheid als gevolg van de aantasting van
ecosystemen en de verslechtering van de luchtkwaliteit, leiden natuurbranden jaarlijks
tot circa 2,5 miljard euro aan schade aan eigendommen en infrastructuur, kunnen zij
de voedselvoorziening en inkomens van onder meer boeren en bosbouwers aantasten, en
brengen zij ook de nationale en Europese veiligheid en stabiliteit in gevaar door
schade aan vitale infrastructuur, druk op hulpdiensten, evacuaties en grensoverschrijdende
verstoringen zoals rookverspreiding en ontregeling van transport- en energienetwerken.
Het verminderen van het risico op natuurbranden is volgens de Commissie daarom niet
alleen noodzakelijk voor de bescherming van mensen en het milieu, maar ook van groot
belang voor de veerkracht, weerbaarheid en het concurrentievermogen van Europa.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken