Brief regering : Fiche: Mededeling over oostelijke regio’s van de EU
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4358
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 2 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1 – Mededeling over oostelijke regio’s van de EU.
Fiche 2 – Mededeling Integrale Natuurbrandbeheersing (Kamerstuk 22 112, nr. 4359).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche 1: Mededeling over oostelijke regio’s van de EU
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling over de oostelijke regio’s van de EU die grenzen aan Rusland, Belarus en
Oekraïne
b) Datum ontvangst Commissiedocument
februari 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 82
d) EUR-Lex
https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52026DC00…
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raadl
Nog niet bekend
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Buitenlandse Zaken
2. Essentie voorstel
Op 18 februari jl. publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) een mededeling
over het versterken van de oostelijke regio’s van de EU. In de mededeling constateert
de Commissie dat de oostelijke regio’s van Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen,
Hongarije, Slowakije en Roemenië de afgelopen jaren te lijden hebben onder de gevolgen
van de agressieoorlog die Rusland in 2022 begon tegen Oekraïne. Zo zijn in veel oostelijke
regio’s van de EU de economie, de veiligheid en de publieke voorzieningen onder druk
komen te staan als gevolg van belemmeringen van het handelsverkeer, hogere kosten
door veiligheidsrisico’s en verslechtering van het investeringsklimaat. De permanente
Russische en Belarussische dreiging, zowel conventioneel als hybride, trekt een wissel
op de toekomst van deze regio’s.
Hoewel de Commissie sinds 2022 maatregelen heeft genomen om de negatieve effecten
van de oorlog te verzachten, stelt de Commissie vast dat de regio’s meer steun nodig
hebben voor hun veiligheid, stabiliteit en welvaart. De Commissie wil een scala aan
maatregelen nemen gericht op 1) het versterken van veiligheid en weerbaarheid, 2)
groei en regionale welvaart, 3) het voortbouwen op lokale sterke punten als energie,
milieu, landbouw en vaardigheden, 4) het versterken van connectiviteit, en 5) het
versterken van gemeenschappen.
In de optiek van de Commissie is dat niet alleen belangrijk voor de regio’s zelf;
zij plaatst de mededeling nadrukkelijk in de context van de grotere investeringen
in de veiligheid, stabiliteit, concurrentiekracht en sociale cohesie van de gehele
Unie.
Voor wat betreft veiligheid benoemt de Commissie de nog bestaande veiligheidslacunes
en hybride dreigingen. De Commissie geeft aan hieraan te werken door het actieplan
inzake drones en droneafweerbeveiliging, het Security Action for Europe-instrument (SAFE), het militaire mobiliteitspakket en de EU-strategie voor een paraatheidsunie.
Om de escalerende dreigingen tegen te gaan kondigt de Commissie een alomvattend actieplan
aan, dat ziet op dreigingen op het land, in de lucht, op zee en op digitaal gebied.
Daarnaast wil de Commissie de investeringen in het IRIS²-systeem, een EU-project voor
het creëren van een eigen, beveiligd netwerk van internetsatellieten, ophogen om de
EU-ruimtediensten te versterken en de beveiligde connectiviteit van IRIS²-systeem
te verbeteren. De plannen die de Commissie hier noemt zijn in lijn met het doel tegen
2030 defensiegereedheid te bereiken, zoals voortvloeiend uit het Witboek over Europese
defensie.
Omtrent groei en regionale welvaart stelt de Commissie dat de flankregio last heeft
van toenemende economische druk, een kleinere handelsstroom en een verminderd investeringsvertrouwen.
De Commissie wil de regionale economie stimuleren door de EastInvest-faciliteit in
het leven te roepen. Deze moet investeringen in de regio faciliteren, met leningen
vanuit de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling,
de Noordse Investeringsbank en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa. In 2026
en 2027 moet middels deze faciliteit minimaal EUR 28 miljard aan publieke en private
investeringen in de regio geïnvesteerd worden. Dit moet in lijn met het cohesiebeleid
gedaan worden. De Commissie wil bij de herziening van de algemene groepsvrijstellingsverordening
in 2026 beoordelen of de staatssteunregels moeten worden gewijzigd in het licht van
de specifieke uitdagingen van de oostelijke grensregio’s. Bovendien zal de Commissie
onderzoeken of de bestaande flexibiliteit voor STEP-technologieën (Strategic Technologies for Europe Platform) die bijdragen aan de weerbaarheidsopbouw ook na 2027 moet worden gehandhaafd. Daarnaast
zet zij in op extra aandacht voor de oostelijke grensregio’s in het aankomende Europees
Fonds voor concurrentievermogen, in het kader van het volgende Meerjarig Financieel
Kader (MFK) en wil zij een verbeterde toegang tot financiering voor micro- en kleine
ondernemingen. De Commissie zegt rekening te willen houden met de bijzondere uitdagingen
van deze regio’s in de nieuwe periode van het MFK van de EU (2028–2034).
Voor het voortbouwen op lokale sterke punten als bioeconomie, energie, milieu, landbouw
en vaardigheden, wil de Commissie de integratie van de elektriciteitssystemen van
de Baltische staten in de EU-netwerken versterken, evenals de grensoverschrijdende
waterstofinfrastructuur. Tevens wordt er ingezet op het ondersteunen van strategische
projecten in het kader van de verordening kritieke grondstoffen, voortbouwend op het
RESourceEU-actieplan. Op het gebied van landbouw wil de Commissie de activiteiten
van het plattelandspact bevorderen en de participatie van jonge boeren in de landbouw
aanmoedigen middels de EU-strategie voor generatievernieuwing in de landbouw.
Op het gebied van connectiviteit zal de Commissie de samenwerking op het gebied van
infrastructuurnetwerken stimuleren. Zo wil de Commissie de integratie van spoorwegsystemen
van de oostelijke grensregio’s verbeteren. Daarnaast benoemt de Commissie de noodzaak
voor een verbeterde glasvezel- en 5G-voorziening in de oostelijke grensregio’s. Verder
verwijst de Commissie naar de nieuwe doelstelling voor Interreg, die ziet op «veerkrachtigere
regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne».
Voor het versterken van de gemeenschappen zet de Commissie in op verbetering van het
onderwijssysteem, het ondersteunen van lokale initiatieven voor regionale behoeften,
en de toegang van gemeenten tot kritieke apparatuur (bijv. noodcommunicatie- en omroepsystemen,
voorraden aan agrovoedingsproducten, en niet aan het net gekoppelde energieoplossingen)
verbeteren door gezamenlijke aanbestedingen.
3. Nederlandse positie ten aanzien van de mededeling/aanbeveling
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
In het regeerakkoord is Oekraïne en de problematiek rondom hybride dreigingen binnen
de EU een prioritaire aangelegenheid, waarbij een brede aanpak wordt gehanteerd.1 Voor zover uit de mededeling beleidsvoorstellen volgen zullen die worden getoetst
aan het brede Nederlandse beleid met betrekking tot het MFK, de hoofdlijnen van de
begroting van de EU. De Kamerbrief van 12 september 2025 over de Nederlandse inzet
voor het volgend MFK 2028 – 20342 is de basis voor de Nederlandse positie over vraagstukken inzake de EU-begroting
vanaf 2028. De overkoepelende Nederlandse inzet richt zich op een ambitieus, gemoderniseerd
en financieel houdbaar MFK waarbij de focus gelegd dient te worden op strategische
prioriteiten.
Op het vlak van veiligheid en defensie benoemt de Commissie de belangrijkste lopende
initiatieven binnen het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van
de EU om defensiegereedheid significant op te schalen; het Witboek voor Europese Defensiegereedheid,
SAFE, het Actieplan inzake drones en counterdrone-systemen en het Militaire Mobiliteitspakket.
De Nederlandse positie ten aanzien van deze initiatieven is positief.3 In de Kamerbrief over statelijke dreigingen is het kabinet ingegaan op hoe het hybride
dreigingen wil tegengaan.4 In het coalitieakkoord heeft het kabinet volop aandacht voor het belang van een sterker
en veiliger Europa. Dit geldt ook voor het versterken van de weerbaarheid binnen de
EU. De aandacht voor de interne weerbaarheid van de EU en het opvangen van de gevolgen
van de dreiging vanuit Rusland en Belarus past hierbij. Regio’s in het oosten van
de EU zijn daarnaast geopolitiek en strategisch relevant omdat zij direct grenzen
aan kandidaat-lidstaten van de EU Oekraïne en Moldavië.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet onderschrijft dat Europese burgers die in het oosten van de EU wonen de
gevolgen van de Russische militaire agressie in Oekraïne directer ondervinden dan
andere Europeanen. Door hun geografische nabijheid tot Rusland, Belarus en Oekraïne
zijn zij kwetsbaarder voor de gevolgen van de oorlog (veiligheid, economie, demografie,
maatschappelijk). Het kabinet erkent dat deze regio’s belangrijk zijn voor de weerbaarheid
en de veiligheid van de hele Unie. Het is daarom positief dat de Commissie erop inzet
om haar veiligheid en veerkracht en die in de oostelijke grensregio’s te vergroten.
Het kabinet ondersteunt deze aanpak, waarbij ook de samenhang en coördinatie met de
NAVO van belang is.
Het kabinet onderkent dat hybride activiteiten van Rusland en Belarus een uitdaging
vormen voor de landen aan de oostflank van de EU. Deze landen zijn relatief vaker
doelwit van hybride dreigingen die gerelateerd zijn aan de fysieke nabijheid van Rusland
en/of Belarus zoals het instrumentaliseren van migratie naar de EU, objecten die de
grens overvliegen zoals weerballonnen en jamming en spoofing van satellietnavigatie en -communicatie. Daarnaast is er sprake van actieve (heimelijke)
beïnvloeding van Russische of Russischtalige gemeenschappen via gerichte informatieoperaties.
Voor andere dreigingsvormen geldt dat het dreigingsniveau vergelijkbaar is met de
rest van de EU. Het kabinet onderschrijft het belang van het versterken van weerbaarheid
in deze regio’s. Europese financieringsprogramma’s kunnen dit bevorderen. Als hybride
acties aan Rusland kunnen worden toegeschreven, kunnen tegenmaatregelen worden genomen
waarmee kosten worden opgelegd. Het aangekondigde actieplan kan hier een bijdrage
aan leveren. Het kabinet is daarnaast positief over het plan om het IRIS²-systeem
te versterken.
Wat betreft het stimuleren van groei en welvaart in de betreffende regio’s somt de
Commissie een groot aantal bestaande Europese beleidsmaatregelen en -instrumenten
op, waar het kabinet in algemene zin voorstander van is. De Commissie kondigt verder
de EastInvest-faciliteit aan, om de regionale economie te stimuleren. Het kabinet
is hier voorstander van en is positief over het betrekken van internationale financiële
instellingen als de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en
Ontwikkeling, de Noordse Investeringsbank en de Ontwikkelingsbank van de Raad van
Europa. Het kabinet wil dat middelen uit de EU-begroting worden ingezet waar de meeste
toegevoegde waarde zit. De inhoudelijke prioriteiten van het kabinet voor het MFK
zijn het versterken van het Europese concurrentievermogen met een sterke interne markt
en inzet op onderzoek en innovatie als fundament, een stevig migratie- en asielbeleid
en veiligheid en defensie. Wat betreft het Europees Fonds voor concurrentievermogen
vindt het kabinet het van belang dat besteding van middelen over de gehele breedte
van het fonds zoveel als mogelijk op basis van excellentie en impact en in open competitie
plaatsvindt en niet op basis van geografische spreiding. Ten aanzien van het voortzetten
van tijdelijke beleidsmaatregelen is terughoudendheid geboden, zoals de bestaande
flexibiliteit vanuit STEP.
Het kabinet acht een hoge mate van steun en voorfinanciering alleen verantwoord als
er een weloverwogen plan voor deze steunmaatregelen klaarligt.
De Commissie zet omtrent bioeconomie, energie, milieu, landbouw en vaardigheden in
op het beter benutten van bestaande EU-instrumenten in de oostelijke grensregio's.
Het kabinet onderschrijft de koppeling die de Commissie maakt tussen concurrentievermogen,
weerbaarheid en de duurzame transitie, met nadruk op klimaatneutraliteit, grondstoffenonafhankelijkheid,
bioeconomie, hernieuwbare energie en toegang tot kritieke grondstoffen, en ziet het
stimuleren van de bioeconomie als een belangrijk instrument voor een klimaatneutrale
en circulaire samenleving en een toekomstbestendig verdienmodel voor bedrijven en
boeren. De oostelijke grensregio’s gaan zelf over hun economische ontwikkeling maar
het staat buiten kijf dat het concurrentievermogen van de EU wordt versterkt als onbenutte
natuurlijke hulpbronnen, zoals biomassa en zeldzame aardemetalen op duurzame wijze
kunnen worden ingezet. Daarbij zal het kabinet in Brussel benadrukken dat een schone
industrie niet alleen gedecarboniseerd moet zijn, maar ook circulair en in lijn met
de nulverontreinigingsambitie en de bescherming van de volksgezondheid en het milieu,
wat richtinggevend is voor de verdere invulling van activiteiten op het gebied van
kritieke grondstoffen, biomassa, biobrandstoffen en bioindustrie.
Het kabinet verwelkomt de nadruk van de Commissie op het versterken van connectiviteit
in de oostelijke grensregio’s, met name in het licht van de gewijzigde geopolitieke
situatie. Het kabinet onderschrijft het belang van goed functionerende en toekomstbestendige
Europese transportcorridors en steunt de verdere ontwikkeling van het trans-Europees
vervoersnetwerk (TEN-T), inclusief verbeterde verbindingen met Oekraïne en Moldavië.
Het kabinet verwelkomt zowel de brede ambitie als de specifieke voorstellen van de
Commissie om de oostelijke grensregio’s beter te integreren met de rest van de EU
op het gebied van draadloze en vaste digitale connectiviteit. Het achterblijven van
de netwerkkwaliteit in regio’s in het oosten van de EU kan ongunstig zijn voor de
Europese en daarmee ook de Nederlandse economie.
Het kabinet is blij met het plan van de Commissie om zich in te zetten voor de regionale
gemeenschappen. Het kabinet is positief over de verbeterde toegang van gemeenten tot
kritieke apparatuur.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
De lidstaten die grenzen aan Rusland, Belarus, Oekraïne en de Zwarte Zee hebben de
analyse van de Commissie reeds onderschreven, maar onderstrepen ook dat de mededeling
een eerste stap is en dat meer aandacht nodig is. Deze lidstaten pleiten al langer
voor specifieke maatregelen om de bredere gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de
dreiging uit Rusland en Belarus op te vangen. Ook wijzen sommige lidstaten op het
strategische belang van de Zwarte Zee als geopolitiek kruispunt (veiligheid, economie
en handelsroutes) en de Russische dreiging daar. Andere lidstaten lijken grotendeels
begrip te hebben voor de uitdagingen waarvoor deze regio’s zich door de veiligheidsdreiging
geplaatst zien, maar sommige lidstaten wijzen er ook op dat de gevolgen binnen bestaande
instrumenten (bijvoorbeeld het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid)
kunnen worden opgevangen. Een enkele lidstaat vindt dat de mededeling te weinig langetermijnvisie
en kwantitatieve meetbare doelen bevat. Naar verwachting wordt de mededeling positief
ontvangen in het Europees Parlement.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op vrijheid,
veiligheid en recht, economische, sociale en territoriale samenhang. Op het terrein
van vrijheid, veiligheid en recht is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de
EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, aanhef en onder j VWEU). Op het terrein van
economische, sociale en territoriale samenhang is sprake van een gedeelde bevoegdheid
tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, aanhef en onder c VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de bevordering
van de weerbaarheid van de regio’s in het oosten van de EU, alsmede hun economische
en maatschappelijke ontwikkeling in het licht van de Russische en Belarussische dreiging.
Hoewel versterking van de economische en maatschappelijke ontwikkeling mede wordt
bepaald door beleid op regionaal en nationaal niveau, is de dreiging waar de regio
mee te kampen heeft grensoverschrijdend: zij raakt meerdere regio’s in meerdere lidstaten.
Dit maakt een door de EU georganiseerd respons door zijn schaal en de omvang van de
dreiging efficiënter, al zijn ook maatregelen op lokaal niveau en op het niveau van
lidstaten gewenst. Voor wat betreft connectiviteit en verbetering van de concurrentiekracht
en de werking van de interne markt biedt respons op EU-niveau schaalvoordelen die
wezenlijk zijn voor het behalen van de te bereiken resultaten. Om die reden is optreden
op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de bevordering
van de weerbaarheid van de regio’s in het oosten van de EU, alsmede hun economische
en maatschappelijke ontwikkeling in het licht van de Russische en Belarussische dreiging.
Omdat de mededeling geen concrete voorstellen bevat en het voorgestelde optreden een
versterking vormt van bestaande initiatieven en prioriteiten, gaat de mededeling niet
verder dan strikt noodzakelijk. Daardoor blijft er nog voldoende ruimte over voor
nationale en regionale invulling en uitwerking van beleid.
d) Financiële gevolgen
De Commissie kondigt aan de EastInvest-faciliteit op te richten. Doel hiervan is,
in samenwerking met de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw
en Ontwikkeling, de Noordse Investeringsbank en de Ontwikkelingsbank van de Raad van
Europa in 2026 en 2027 minimaal EUR 28 miljard publieke en private investeringen in
de regio te faciliteren. Ook kondigt de Commissie aan te willen onderzoeken of regio’s
uitzonderingen dienen te krijgen op het vlak van staatssteun. De financiële gevolgen
van deze aankondigingen zullen zodoende in een latere fase aan bod komen. Dit geldt
ook voor de aankondiging dat de Commissie rekening wil houden met de bijzondere uitdagingen
van deze regio’s in de nieuwe periode van het MFK van de EU. Hoe dat precies gaat
gebeuren licht de Commissie niet toe.
Het kabinet zal de Commissie vragen naar wat het financieel beslag van toekomstige
voorstellen zal zijn. Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden
dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting
2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.
Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele
budgettaire gevolgen voor Nederland worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e)
departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Het doel van de mededeling is het versterken van het concurrentievermogen van regio’s
in het oosten van de EU, versterking van hun economische en maatschappelijke weerbaarheid
in het licht van de dreiging uit Rusland en Belarus. De maatregelen in de mededeling
zijn niet concreet uitgewerkt, maar verwacht mag worden dat bijvoorbeeld meer investeringen,
versterking van de connectiviteit en betere bescherming tegen hybride dreigingen de
economische ontwikkeling van de regio’s ten goede komen en daarmee de concurrentiekracht
van de Unie als geheel.
De mededeling richt zich op regio’s in de EU die grenzen aan Rusland, Belarus, Oekraïne
en de Zwarte Zeeregio. Gelet op de conventionele en hybride dreiging uit Rusland en
Belarus, en de spill-over van de Russische aanvalsoorlog op Oekraïne is het bevorderen
van de vrijheid, veiligheid en welvaart van deze regio’s van belang voor de veiligheid,
de weerbaarheid en de geopolitieke slagkracht van de EU als geheel. Daarnaast zijn
investeringen, bijvoorbeeld in connectiviteit, van groot belang voor de veiligheid
en ontwikkeling van de kandidaat-lidstaten Oekraïne en Moldavië – en daarmee de economische
en geopolitieke slagkracht van de EU.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken