Brief regering : EU-Canada handelsrelatie
31 985 Buitenlands beleid en handelspolitiek
Nr. 108
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 mei 2026
Op 3 april 2025 nam uw Kamer de motie van de leden Kamminga (VVD) en Boswijk (CDA)
aan, waarin het kabinet wordt verzocht om op Europees niveau te pleiten voor verdere
liberalisatie en verdieping van de handelsrelaties met Canada en Mexico, en daarbij
bijzondere aandacht te besteden aan het veiligstellen van toeleveringsketens voor
kritieke grondstoffen.1
Voor wat betreft de handelsrelatie met Mexico verwijs ik uw Kamer graag naar de kabinetsappreciatie
van het gemoderniseerde EU-Mexico akkoord, die op 14 november 2025 met uw Kamer gedeeld
is.2 Deze appreciatie is door uw Kamer behandeld tijdens het Commissiedebat Raad Buitenlandse
Zaken Handel van 19 november 2025. Naar verwachting zullen de Europese Commissie namens
de EU en Mexico dit verdrag op korte termijn ondertekenen waarmee de EU-Mexico handelsrelatie
een belangrijke impuls zal krijgen.
In deze brief informeer ik uw Kamer over de stand van zaken in de handelsrelatie met
Canada en de inzet van het kabinet om deze verder te versterken. Dat doet het kabinet
in de context van de huidige internationale handelsspanningen, die het belang van
goede (handels)relaties met gelijkgestemde landen onderstrepen. Nederland maakt zich,
samen met de EU, hard voor een open en op regels gebaseerd mondiaal handelssysteem,
waarin handelsakkoorden een belangrijke rol spelen. In deze brief zal ik tevens ingaan
op de uitvoering van een aantal andere moties ten aanzien van de EU-Canada handelsrelatie.
Sinds september 2017 wordt het handelsdeel van het Breed Economisch Handelsverdrag
tussen de EU en Canada (verder: CETA) voorlopig toegepast. Dat betekent dat bedrijven
al ruim acht jaar gebruik kunnen maken van de preferentiële tarieven en de afspraken
gemaakt over onder andere diensten en douaneprocedures. De volledige inwerkingtreding
van CETA is mogelijk wanneer alle EU lidstaten en Canada het verdrag geratificeerd
hebben. Inmiddels zijn er 17 EU lidstaten die CETA geratificeerd hebben, waaronder
Nederland in 2022.
Ondertussen werpt de voorlopige toepassing van het handelsdeel van CETA haar vruchten
af voor de EU en Nederland. In 2024 exporteerde Nederland goederen en diensten ter
waarde van ruim EUR 8 miljard naar Canada. Nederland importeerde goederen en diensten
ter waarde van EUR 7 miljard.3 Ten opzichte van 2016 kende de totale handel in goederen en diensten tussen Nederland
en Canada in 2024 een groei van 105 procent.4 Voor diensten betekent dat met name groei in zakelijke diensten, computerdiensten
en telecommunicatie. Voor handel in goederen vond de groei voornamelijk plaats in
handel in grondstoffen, machines en chemische producten. Daarnaast biedt het akkoord
de mogelijkheid om afspraken te maken over wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties,
zoals voor architecten.5
Nederland zet onverminderd in op handelsbevordering met Canada. Sinds 2021 hebben vier werkbezoeken en economische missies plaatsgevonden, waarvan
drie met een bewindspersoon. Zo bezocht voormalig Minister Klever Toronto in maart
2025 voor de Prospectors & Developers Association of Canada (PDAC), de grootste mijnbouwconferentie ter wereld. In bijzijn van achttien meegereisde
Nederlandse bedrijven en organisaties is toen een samenwerkingsintentie ondertekend
met de provincie Québec.6 Hier wordt nu verder uitvoering aan gegeven in samenwerking met collega’s van het
Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het postennetwerk in Canada, bestaande uit de ambassade in Ottawa en de consulaten-generaal
in Toronto en Vancouver, en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staan
dagelijks klaar voor het bedrijfsleven. Zij ondersteunen Nederlandse bedrijven bijvoorbeeld
met informatieverstrekking (ook over CETA), fysieke matchmaking met potentiële zakenpartners,
en begeleiding van inkomende en uitgaande bedrijfsdelegaties. In 2025 zijn zestien
handels- en innovatiemissies door Nederland naar Canada georganiseerd. Dit is een
toename van bijna 50% ten opzichte van 2024. Daarnaast verzekerde Atradius DSB de
afgelopen jaren voor tientallen miljoenen aan Nederlandse export naar zowel Canada
als de Verenigde Staten. Het gaat hierbij om exportkredietverzekeringen voor o.a.
de levering van schepen, achtbanen en fossiele infrastructuur.
Wat betreft grondstoffen wordt binnen de Nationale Grondstoffenstrategie langs vijf
pijlers gewerkt aan het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen,
waaronder diversificatie. Canada is daarbij een belangrijke gelijkgezinde partner
en beschikt over grote reserves aan kritieke grondstoffen zoals lithium, koper en
zeldzame aardmetalen. Samenwerking wordt verkend op het gebied van verticale waardeketenintegratie,
R&D, investeringen en ESG-standaarden.
Graag maak ik ook van deze gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren over de wijze
waarop uitvoering gegeven is en wordt aan een aantal moties dat aangenomen is in de
context van de goedkeuring door de Staten-Generaal van de Nederlandse ratificatie
van het CETA verdrag.
Motie Alkaya over democratische controle en transparantie inzake verdragscomités (Kamerstuk
35 154, nr. 15)
Aan de motie Alkaya is uitvoering gegeven. Het kabinet verzoekt de Europese Commissie
doorlopend tot het betrachten van transparantie bij de uitvoering van de afspraken
in CETA.7 Afgelopen jaren heeft de Commissie de agenda’s en verslagen van vergaderingen – mede
op Nederlands aandringen – openbaar gemaakt en eerder dan voorheen online gepubliceerd.8 Nederland zal er op toezien dat deze praktijk voortgezet wordt.
Motie Amhaouch/Voordewind over monitoring en flankerende maatregelen (Kamerstuk 35 154, nr. 18)
In motie Amhaouch/Voordewind is het kabinet verzocht om bij de Europese Commissie aan te dringen op monitoring
van de gevolgen van CETA voor de landbouwsector en om flankerende maatregelen te nemen
bij onevenredige effecten.9 Voormalig Eurocommissaris voor Handel Hogan heeft vervolgens aan Nederland toegezegd
dat de Europese Commissie de effecten van CETA op de markten voor gevoelige landbouwproducten
zal monitoren.10 Dit is onder andere gedaan in de context van de cumulatieve effectstudies van handelsverdragen
voor de landbouwsector uit 2016 en 2021.11 In de meest recente actualisering van deze cumulatieve effectenstudie in 2024 is
de voorlopige toepassing van het handelsdeel van CETA in het basisscenario opgenomen.12 Daarnaast wordt voor verschillende landbouwsectoren regulier gemonitord op marktverstoringen
door import uit derde landen, waaronder uit Canada.13 Met betrekking tot rund- en varkensvlees kan gesteld worden dat de totale handel
tussen Nederland en Canada beperkt gestegen is. De Nederlandse invoer van rundvlees
vanuit Canada is van EUR 2 miljoen in 2016 naar EUR 7 miljoen in 2024 gegaan en de
invoerwaarde van varkensvlees is nihil gebleven.14 Deze beperkte stijging van de invoer is te verklaren door de strenge EU-producteisen
ten aanzien van voedselveiligheid, zoals hormoonvrij vlees, die ook gelden voor invoer
uit derde landen. Slechts een beperkt aantal Canadese rundvleesproducenten is gecertificeerd
voor export naar de EU. De Nederlandse uitvoer van rundvlees naar Canada is van nihil
in 2016 naar EUR 8 miljoen in 2024 gestegen en van varkensvlees van EUR 5 miljoen
in 2016 naar EUR 9 miljoen in 2024.15 De uitvoerwaarde van deze landbouwproducten is dus harder gestegen dan de invoerwaarde.
In november 2025 werd de ex post evaluatie van CETA gepubliceerd, waarin ook aandacht
was voor de impact van het akkoord op de landbouwsector.16 De conclusie van deze evaluatie op gebied van landbouw is dat CETA een significant
en positief effect heeft gehad op bilaterale handel in de agri-food sector.17 Daarnaast heeft voormalig Eurocommissaris Hogan bevestigd dat de Europese Commissie
bereid is om noodzakelijke maatregelen te nemen indien sprake zou zijn van ernstige
marktverstoringen als gevolg van import uit Canada. Het kabinet onderschrijft het
belang van deze mogelijkheid tot ingrijpen18, waarbij opgemerkt dat er tot op heden geen sprake is van onevenredige effecten of
ernstige marktverstoringen. Daarmee beschouw ik deze motie als uitgevoerd.
Motie Voordewind/Amhaouch over afspraken met Canada over certificering van landbouwproducten
(Kamerstuk 35 154, nr. 20)19
Het kabinet heeft uitvoering gegeven aan deze motie door in voorbereiding op verschillende
overleggen tussen Canada en de EU onderwerpen uit de motie aan te kaarten. Dit waren
met name overleggen in de context van het gezamenlijke sanitair en fytosanitair (SPS)
comité. In de voorbereidingen hierop heeft Nederland de Commissie verschillende malen
verzocht om met de Canadese autoriteiten te spreken over het Canadese systeem van
certificering, het Canadese track-and-trace systeem op rundvlees van hoge kwaliteit en het Canadese verbod op gebruik van verwerkte
dierlijke eiwitten in veevoer. Daarnaast heeft Nederland de Commissie in 2021 gevraagd
om bij de voorgenomen audit van Canada in 2022 door DG Gezondheid en voedselveiligheid
ook aandacht te schenken aan de certificering en traceerbaarheid van hormoonvrij vlees.
De Commissie heeft dit punt meegenomen in de audit van september 2022 met betrekking tot de structuur en uitvoering van het Canadese
controlesysteem in de vleessectoren voor vers rund- en varkensvlees bestemd voor export
naar de EU. In het rapport zijn aanbevelingen gedaan aan de Canadese autoriteiten
voor verbetering van de toezicht en handhaving. De Canadese autoriteiten hebben naar
aanleiding hiervan maatregelen aangekondigd in reactie op de aanbevelingen.20
Deze motie riep ook op tot het uitbreiden van de Nederlandse douanecapaciteit, waar
dat nodig was door hogere werkdruk ontstaan door CETA. Het Ministerie van Buitenlandse
Zaken is hierover in contact geweest met de Douane en met de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA). Dit overleg leidde tot de conclusie dat er vooralsnog geen
extra capaciteit nodig is voor het uitvoeren van de controles op het gebruik van diermeel
en handhaving van wetgeving voor genetisch gemodificeerde organismen (GMO) als gevolg
van de voorlopige toepassing van CETA.
Het is inmiddels staand beleid dat het kabinet aandacht houdt en blijft houden voor
bovenstaande punten. Hiermee beschouwt het kabinet de motie als afgedaan.
Motie Jan Vos/Teeven over het geen aanpassingen die afdoen aan reeds gestelde eisen
op het gebied van arbeid en milieu (Kamerstuk 31 985, nr 38)
Aan de motie Jan Vos/Teeven zal gedurende de looptijd van het verdrag uitvoering gegeven
worden. Toenmalig Minister Ploumen heeft toegezegd zich ervoor in te zetten dat er
geen aanpassingen aan het verdrag gedaan worden die afdoen aan reeds gestelde eisen
op het gebied van arbeid en milieu. In de verdragstekst is opgenomen dat de verdragspartijen
de belangrijke rol van arbeidsstandaarden erkennen. Daarnaast is aangegeven dat de
verdragspartijen niet zullen afwijken van de standaarden van het arbeidsrecht om investeringen
of handel aan te trekken.21 Met betrekking tot milieu zijn gelijksoortige afspraken gemaakt. Zo wordt afgesproken
dat partijen hun verplichtingen van internationale klimaatakkoorden (her)bevestigen,
het niveau van klimaatbescherming niet verlaagd wordt omwille van het bevorderen van
handel, en wordt afgesproken samen te werken op handelsgerelateerde klimaatonderwerpen.22 Wanneer verdragspartijen zich niet aan deze afspraken houden, is het mogelijk over
te gaan tot geschillenbeslechting.
Motie Amhaouch, Voordewind en Jetten over een evaluatie van het functioneren van het
Investment Court System in CETA (Kamerstuk 35 154, nr. 19)
Deze motie kan voorlopig nog niet uitgevoerd worden. Het Investment Court System (ICS) zal pas in werking treden als alle verdragspartijen CETA geratificeerd hebben.
Het ICS valt niet onder het deel van CETA dat reeds voorlopig toegepast wordt. In
het Comité over Diensten en Investeringen onder CETA zullen de verdragspartijen na
inwerkingtreding van het ICS de mogelijkheid hebben om het functioneren ervan te bespreken
en aanbevelingen te doen.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Indieners
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking