Brief regering : Geannoteerde agenda voor de informele Energieraad van 12 en 13 mei in Cyprus
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1199
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 april 2026
Bijgevoegd vindt u de geannoteerde agenda voor de informele Energieraad van 12 en
13 mei in Cyprus.
Daarnaast wordt met deze brief de Kamer geïnformeerd over het voorstel van de Europese
Commissie voor een gerichte herziening van de Marktstabiliteitsreserve (MSR) van het
ETS1.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Geannoteerde Agenda Energieraad (informeel) 12–13 mei 2026
Op 12 en 13 mei a.s. vindt in Cyprus, Nicosia, de informele Energieraad plaats. Op
het moment van schrijven is de exacte agenda nog niet bekend en ontbreken de stukken
die duiding geven aan de inhoud van de discussies. Naar verwachting zullen de hoge
energieprijzen en leveringszekerheid, mede in het licht van het conflict in het Midden-Oosten,
het thema «energieveiligheid» en de rol en ontwikkeling van energieopslag worden geagendeerd.
Impact conflict Midden-Oosten op energieprijzen en leveringszekerheid
Naar verwachting zal op de informele Energieraad een discussie plaatsvinden over de
impact van het conflict in het Midden-Oosten op de energiesituatie in Europa. Deze
volgt op diverse eerdere uitwisselingen zoals in de vorige Energieraad van maandag
16 maart, de extra videoconferentie van EU energieministers van dinsdag 31 maart en
de Europese Raad van 19–20 maart.1 De Europese Raad heeft op 19 maart in zijn conclusies de Commissie opgeroepen om
met een toolbox te komen met gerichte en tijdelijke maatregelen om de negatieve impact van het conflict
in het Midden-Oosten op de energieprijzen te mitigeren. De Commissie heeft eerste
initiatieven aangekondigd die zij naar verwachting in de vorm van een mededeling op
22 april a.s. zal publiceren. Naar verwachting zal tijdens de informele Energieraad
hierover een eerste uitwisseling plaatsvinden. De inhoud van deze mededeling is op
het moment van schrijven nog niet bekend. Na publicatie zal het kabinet de Kamer informeren
door middel van een kabinetsappreciatie van de voorstellen.
Het kabinet is ten algemene van mening dat de recente stijging van de olie- en gasprijzen
en energie-afhankelijkheden het belang van een snelle transitie naar schone energie
onderstrepen. Deze transitie is niet alleen van belang voor de verduurzaming van onze
energievoorziening, maar net zozeer voor de betaalbaarheid van energie, energie-onafhankelijkheid
en strategische autonomie. Nederland is voorstander van structurele maatregelen die
onze energie-onafhankelijkheid versterken en zorgen voor betaalbare schone energie,
zoals de versnelde uitrol van schone energie, een sterk emissiehandelssysteem (EU
ETS), het behoud van het huidige elektriciteitsmarktontwerp en verdere versterking
van energienetwerken door spoedige aanname van het Grids Package.
Wat betreft de impact van de situatie in het Midden Oosten zal Nederland benadrukken
dat het van belang is om verschillende scenario’s uit te werken, zodat we snel kunnen
handelen als de situatie verslechtert. In Nederland is vooralsnog geen sprake van
fysieke tekorten, maar Nederland acht een doorlopende grondige analyse van de Europese
energiesituatie van groot belang. Nederland steunt daarom de coördinatie op Europees
niveau door middel van een sterke regierol van de Commissie bij energiecrises. Op
basis van die regie kan de Commissie ook een belangrijke rol spelen bij het faciliteren
van afstemming tussen lidstaten, bijvoorbeeld ten aanzien van nationale maatregelen,
zoals de vrijgave van strategische olievoorraden. Tot slot ziet Nederland een rol
voor de Commissie om met aanbevelingen te komen voor energiebesparingsmaatregelen,
die lidstaten kunnen ondersteunen bij het overwegen en vormgeven van nationale maatregelen.
Eventuele maatregelen om de hoge energieprijzen te dempen moeten tijdelijk en gericht
zijn en mogen niet het interne gelijke speelveld en de marktwerking verstoren. Nederland
is ook geen voorstander van ingrijpende aanpassingen van het elektriciteitsmarktontwerp
of prijsplafonds, gezien de risico’s voor de leveringszekerheid en de verstorende
impact op het functioneren van de markt.
Energieveiligheid
Tijdens de informele Energieraad zal naar verwachting ook het thema energieveiligheid
worden besproken. De Commissie heeft aangekondigd in juni een voorstel voor een hernieuwd
raamwerk te publiceren voor energieveiligheid. In dat kader zal de Commissie een voorstel
presenteren voor de herziening van de verordeningen voor de risicoparaatheid van elektriciteit
(Verordening-EU 2019/941) en leveringszekerheid van aardgas (Verordening-EU 2017/1938).
Voor wat betreft de verordening voor gasleveringszekerheid zet Nederland in op een
toekomstbestendig EU-kader dat is afgestemd op de nieuwe realiteit van de Europese
gasmarkt. Nederland heeft hiertoe, samen met Duitsland en Oostenrijk, een non paper
ingediend bij de Europese Commissie dat eerder al met de Eerste en Tweede Kamer is
gedeeld als bijlage bij de Geannoteerde Agenda van de Energieraad van 15 december
2025. Nederland is er voorstander van om in Europees verband verder na te denken over
het aanleggen van strategische voorraden voor gas en over de eerlijke verdeling van
de kosten hiervan tussen lidstaten.
Voor wat betreft de verordening voor de risicoparaatheid van elektriciteit zet Nederland
in op een versterkte coördinatie en een duidelijker operationeel kader. Ook pleit
Nederland voor een sterkere rol voor de Commissie en de bestaande EU Electricity Coordination
Group voor de coördinatie tijdens crisissituaties. Tot slot is Nederland voorstander
van verdere stroomlijning op bepaalde onderdelen van de bestaande verordeningen voor
gas en elektriciteit, zoals het gebruik van definities, de wijze waarop risicoanalyse
plaatsvindt en de structuur van risicoparaatheidsplannen.
Energieopslag
De verwachting is dat ook de rol en de ontwikkeling van energieopslag zal worden besproken.
Energieopslag is een belangrijk middel om te zorgen voor meer flexibiliteit, het faciliteren
van de toenemende elektriciteitsproductie uit variabele bronnen zoals wind en zon
en het verlichten van netcongestie. Daarom werkt het kabinet met de sector en netbeheerders
aan het verbeteren van de toepassing en inpassing van verschillende typen batterijen
en aan een Integrale Beleidsagenda Energieopslag die rond de zomer met de Kamer wordt
gedeeld. Daarnaast werkt het kabinet aan de opschaling van moleculen- en warmteopslag,
omdat deze de elektriciteitsopslag goed aanvullen en netcongestie kunnen verlichten
(Routekaart Energieopslag)2. Ook zet het kabinet in op het stimuleren van een nieuwe generatie energieopslag
met meer duurzame en veiligere eigenschappen en minder strategische afhankelijkheden.
Op Europees niveau heeft de Commissie verschillende strategieën gepubliceerd gericht
op het vergroten van het Europese productievermogen voor batterijen en het verkleinen
van de afhankelijkheid van China, waaronder de Battery Booster Strategy en het RESourceEU
Action Plan (beide uit 2025) en meest recent het voorstel voor de Industrial Accelerator
Act (IAA).3 Europese samenwerking is noodzakelijk voor het ontwikkelen van een Europese batterij-industrie.
De Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken en Klimaat werken
momenteel aan een batterijenstrategie, die later dit jaar zal worden afgerond. Wat
betreft de in de IAA voorgestelde Europese herkomsteisen t.a.v. publieke aanbestedingen
en subsidies is het kabinet terughoudend. Per sector weegt het kabinet zorgvuldig
af of de baten opwegen tegen de kosten.
Toelichting voorstel gerichte herziening marktstabiliteitsreserve (MSR) in het ETS
De Europese Commissie heeft op 1 april een voorstel gepubliceerd voor een gerichte
herziening van de Marktstabiliteitsreserve (MSR) van het EU ETS14. Het voorstel ziet op het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR. De
MSR heeft als doel om vraag en aanbod van ETS-rechten beter met elkaar in balans te
brengen. Op basis van vaste parameters worden bij een overschot aan ETS-rechten in
de markt, ETS-rechten vanuit de markt in de MSR geplaatst. Deze ETS-rechten komen
weer op de markt zodra er een tekort aan rechten op de markt is. Als de MSR meer dan
400 miljoen ETS-rechten bevat, wordt het overschot aan ETS-rechten geannuleerd. Het
huidige voorstel schrapt dit annuleringsmechanisme, waardoor alle ETS-rechten die
in de MSR worden geplaatst in de MSR blijven en op termijn terug op de markt komen.
Als gevolg van deze herziening ontstaat meer emissieruimte binnen het ETS, waarbij
de omvang afhangt van de toekomstige opnames door de MSR.
Het kabinet erkent de zorgen over hoge energieprijzen in combinatie met toenemende
internationale concurrentie, en deelt de wens hier op korte en middellange termijn
oplossingen voor te vinden, maar zonder daarbij het klimaatbeleid te verzwakken. In
juli komt de Commissie met een breder voorstel voor de herziening van de ETS-richtlijn
en het MSR-besluit. Het huidige voorstel is echter losgetrokken van deze herzieningen
en niet voorzien van een effectinschatting. Het kabinet is dan ook kritisch op het
proces en de inhoud van dit voorstel, en heeft in de raadswerkgroep reeds aangegeven
(samen met een groep andere gelijkgezinde landen) geen voorstander te zijn van deze
gerichte wijziging van de MSR. Nederland zal het voorzitterschap om een nadere toelichting
verzoeken waarom besluitvorming niet integraal kan plaatsvinden met de ETS- en MSR-herziening,
aangezien een integrale behandeling de voorkeur geniet.
In het Europese krachtenveld hebben enkele lidstaten zich de afgelopen periode kritisch
uitgelaten over het ETS. Tegen deze achtergrond heeft de Europese Commissie het MSR
voorstel gedaan, met het oog op het adresseren van deze zorgen op de korte termijn.
De verwachting is dat dit voorstel ondanks het verzet van genoemde landen uiteindelijk
op steun kan rekenen onder de lidstaten. In dat geval zal het kabinet er in ieder
geval voor pleiten om de effecten van dit voorstel, de aankomende ETS-1 herziening
en de bredere MSR-herziening integraal te wegen, om te borgen dat het ETS voldoende
bijdraagt aan het behalen van het Europese klimaatdoel voor 2040.
Indieners
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.