Brief regering : Besluit nominatie van Stichting Pride Amsterdam voor nominatie Representatieve Lijst van Unesco-verdrag immaterieel erfgoed
32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid
Nr. 570
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 april 2026
Met deze brief informeer ik u over mijn besluit om het advies van de Raad voor Cultuur
te volgen en de Pride Amsterdam namens het Koninkrijk der Nederlanden de mogelijkheid
te bieden om een nominatiedossier op te stellen ter nominatie voor de Representatieve
Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van het Unesco-verdrag
inzake de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed.
Achtergrond
Het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 2012 partij bij het Unesco-verdrag immaterieel
erfgoed. Een van de instrumenten van het verdrag is de Representatieve Lijst. De uitingen
op deze lijst tonen gezamenlijk de diversiteit van het levend erfgoed wereldwijd.
Voor de nominatieronde van 2027 kan het Koninkrijk één erfgoedelement voordragen.
Advies Raad voor Cultuur
Op verzoek van mijn ambtsvoorganger heeft de Raad voor Cultuur op 5 maart 2026 vijf
erfgoedelementen geselecteerd uit de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. In
aansluiting daarop heb ik de Raad op 16 maart 2026 verzocht uit die selectie één element
te adviseren voor nominatie. In zijn aanvullend advies van 24 april 2026 adviseert
de Raad Pride Amsterdam. Met mijn besluit op 24 april 2026 volg ik dat advies.
Besluit
In lijn met het uitgangspunt dat de overheid niet oordeelt over de inhoud en kwaliteit
van cultuur, is de inhoudelijke weging van de immaterieel erfgoedelementen belegd
bij de Raad als onafhankelijk adviesorgaan. Ik heb het advies getoetst op volledigheid
en motivering en vastgesteld dat de Raad op een zorgvuldige en afgewogen wijze tot
een onafhankelijk oordeel is gekomen. Op basis hiervan neem ik het besluit over. Voor
de inhoudelijke overwegingen van de Raad verwijs ik naar het bijgevoegde advies van
de Raad.
Vervolgproces
Stichting Pride Amsterdam, zoals bijgeschreven op de Inventaris Immaterieel Erfgoed
Nederland, krijgt de mogelijkheid het nominatiedossier op te stellen, als lid van
een werkgroep gecoördineerd door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland,
waarin ook vertegenwoordiging vanuit de Nederlandse Unesco Commissie plaatsneemt.
Na goedkeuring van het nominatiedossier door de ministerraad dien ik het dossier uiterlijk
31 maart 2027 in bij Unesco. De besluitvorming over bijschrijving vindt naar verwachting
eind 2028 plaats tijdens de vergadering van het Intergouvernementeel Comité van het
Unesco-verdrag immaterieel erfgoed.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap