Brief regering : Nota Noodhulp op de Noordzee 2026-2030
30 490 Kustwacht In Nederland
Nr. 47
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Hierbij informeer ik u over het beleid aangaande de noodhulp op de Noordzee voor de
periode 2026–2030. Deze beleidsnota (hierna nota Noodhulp op de Noordzee) volgt de
nota maritieme en aeronautische noodhulp (2010, Kamerstuk 30 490, nr. 16) en de twee daaropvolgende beleidsbrieven (2015, Kamerstuk 30 490, nr. 26 en 2021, Kamerstuk 30 490, nr. 38) op en vervangt deze als vigerend beleid.
De Nederlandse Noordzee is een van de drukst bevaren zeeën ter wereld. Het gebruik
zal de komende jaren blijven veranderen en intensiveren. De activiteiten op zee en
ontwikkelingen in het maritieme domein brengen risico’s met zich mee, het is belangrijk
dat de (nood)hulpverlening op zee toekomstbestendig is om de risico’s afdoende af
te dekken. De toenemende complexiteit van de Noordzee vroeg om een herziening van
het beleid voor noodhulpverlening. Ten behoeve van deze herziening heeft IenW een
externe evaluatie laten uitvoeren naar het beleid voor noodhulp op de Noordzee1, inclusief stakeholderparticipatie van alle betrokken ketenpartners, operators en
ministeries. Daarnaast heeft IenW het Maritime Research Institute Netherlands (MARIN)
een kwantitatief onderzoek laten uitvoeren naar de reddingscapaciteit op de Noordzee
tot 2030.2 Aan de hand van deze inzichten is de nota noodhulp op de Noordzee opgesteld.
Implementatie
In deze nota wordt het beleid voor noodhulp op de Noordzee voor de periode van 2026
tot 2030 uiteengezet. In principe is dit beleid vanaf publicatie geldend. Daar waar
er wijzigingen in het beleid zijn opgenomen die niet direct kunnen worden ingevoerd
zal er tijd nodig zijn voor de implementatie. Dit is benoemd in de nota bij de relevante
passages. De implementatie van deze aspecten zal concreet worden uitgewerkt in het
Dienstverleningsplan van de Kustwacht.
OvV rapport Hulpverlening Fremantle Highway
Op 22 mei 2025 heeft de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV) het rapport «Hulpverlening
Fremantle Highway» gepubliceerd. Dit onderzoek heeft de door de Kustwacht geboden
hulpverlening geëvalueerd aan de hand van de reddingsoperatie van de Fremantle Highway
op 25 juli 2023, nadat er een brand aan boord was uitgebroken. De OvV heeft geconcludeerd
dat het Nederlandse systeem voor noodhulpverlening op de Noordzee kwetsbaar is. Deze
kwetsbaarheid komt vooral naar voren bij complexe hulpvragen. De kans hierop neemt
toe gezien de toenemende drukte op de Noordzee. Het OvV rapport heeft enkele heldere
aanknopingspunten geleverd om het beleid voor noodhulpverlening te verbeteren. De
bevindingen en aanbevelingen van de OvV zijn waar mogelijk verwerkt in deze nota,
met name bij de passages met betrekking op de aansluiting op land, middelen, kwaliteit,
opleiden, trainen en oefenen, en het vervoer van het Maritime Incident Response Group
Netherlands (MIRG NL) brandbestrijdingsteam.
Voornaamste wijzigingen
Hieronder worden de voornaamste wijzigingen in beleid benoemd en kort toegelicht.
Wijzigingen zorgnorm SAR
De zorgnormen voor SAR zijn op sommige onderdelen verscherpt. In de nota zijn de verbeteringen
vastgelegd die reeds van toepassing zijn op de operatie. Met het huidige contract
van de helikopteroperator wordt invulling gegeven aan de zorgnorm met twee helikopters,
vanaf twee geografisch gespreide locaties. Ook heeft elke SAR helikopter een SAR verpleegkundige
aan boord om de eerste-lijn medische zorg te kunnen bieden en de aansluiting op de
zorgketen aan land te faciliteren. Deze verbeteringen zijn nu in de nota Noodhulp
op de Noordzee vastgelegd om deze te borgen bij de aanbesteding van toekomstige contracten.
Noodsleephulp
Het hulpbehoevende schip is in eerste instantie zelf verantwoordelijkheid voor het
organiseren van commerciële sleephulp indien nodig. In geval deze maatregelen onvoldoende
blijken kan de Kustwacht eigen noodsleepcapaciteit inzetten onder de Wet bestrijding
maritieme ongevallen (Wbmo). Het organiseren van commerciële sleephulp wordt in de
nota «Noodhulp op de Noordzee» gescheiden van de inzet door de Kustwacht en wordt
niet door de vaartuigen onder operationeel management van de Kustwacht uitgevoerd.
Dit kan namelijk leiden tot verwarring op zee doordat deze schepen in Kustwachtkleuren
zijn uitgevoerd. Het acteren als zowel een overheids- als privaat vaartuig geeft onduidelijkheid
over de rol en inzet van de Kustwachtschepen. Om deze reden wordt nu gekozen voor
een scheiding tussen commerciële en publieke activiteiten. Hiermee komt een einde
aan het «uit contract treden» van Kustwachtvaartuigen in Kustwachtkleuren buitenom
de publieke inzet op basis van de Wbmo voorwaarden. In de huidige contracten van de
Kustwachtvaartuigen bestaat deze optie nog wel. Deze optie zal geleidelijk uit gefaseerd
worden met het sluiten van nieuwe contracten voor noodsleephulp. Het uitvoeringskader
wordt in het verlengde van de nota «Noodhulp op de Noordzee» uitgewerkt in het dienstverleningsplan
en de operationele plannen voor noodhulpverlening van de Kustwacht.
Kwaliteitsmanagement
Kwaliteitsmanagement is opgenomen als prioriteit. De ontwikkelingen op de Noordzee
volgen elkaar op en dit kan leiden tot steeds complexere incidenten. Door het systeem
voor noodhulpverlening continue tegen het licht te houden en door te ontwikkelen wordt
geborgd dat de noodhulpverlening robuuster is ingericht en het systeem continue op
zwakheden wordt getest en versterkt. Een sterk systeem van kwaliteitsmanagement borgt
de continue doorontwikkeling en verbetering ten opzichte van de toenemende risico’s
op de Noordzee.
Middelen
In de nota is het uitgangspunt vastgelegd dat de middelen die aan de Kustwacht ter
beschikking worden gesteld ten behoeve van noodhulpverlening altijd prioritair voor
noodhulpverleningstaken zijn. Wanneer deze middelen voor andere Kustwachttaken worden
ingezet dient er een zorgvuldige afweging en gedegen risicoanalyse plaats te vinden.
Dit om ongewenste interferenties te voorkomen en te borgen dat de benodigde middelen
bij een noodoproep direct inzetbaar zijn voor hun primaire taak. De directeur Kustwacht
is verantwoordelijk deze borging uit te werken in het operationeel plan noodhulpverlening
voor de verschillende noodhulpverleningsonderdelen en daarvoor benodigde middelen.
Vertrektijden
In de eerdere nota maritieme en aeronautische noodhulpverlening en daaropvolgende
kamerbrieven werden vertrektijden genormeerd, maar zonder scherpe afbakening. In de
nota is dit nu scherp gedefinieerd. Er zijn verschillende handelingen tussen een noodoproep
en vertrek van hulpeenheden: een noodoproep dient verwerkt te worden door het Kustwachtcentrum,
welke de relevante eenheden alarmeert, waarop de eenheden zich voorbereiden voor vertrek,
gevolgd door de benodigde tijd voor daadwerkelijk vertrek, zoals lancering van de
eenheden, afmeren, of een spoedprocedure van het vliegveld. Voor een optimale vertrektijd
is maximale effectiviteit vanuit alle schakels benodigd.
Opleiden, trainen en oefeningen
In de nota wordt gesteld dat de Kustwacht minstens jaarlijks een grootschalige oefening
in samenwerking met de betrokken partners dient te organiseren en coördineren. Hierbij
is expliciet de mogelijkheid voor simulator oefeningen opgenomen. Door minstens jaarlijks
de noodhulpverleningsscenario’s voor SAR, grootschalige evacuaties, rampen- en incidentbestrijding
en noodsleephulp te oefenen kan de taakuitvoering en ketensamenwerking bevorderd worden.
Daarbij wordt de planning voor oefeningen en trainingen als bijlage in het dienstverleningsplan
opgenomen en wordt dit onderdeel van de rapportage cyclus.
Inzet SAR helikopter voor vervoer MIRG team
In het OvV rapport Hulpverlening Fremantle Highway is het risico voor een interferentie
tussen de taak brandbestrijding en de taak het zoeken en redden van mensen naar voren
gekomen. Dit risico kan optreden omdat er ten behoeve van de brandbestrijding gebruik
wordt gemaakt van de SAR helikopters voor vervoer naar het incident. Om dit risico
te mitigeren is in de nota opgenomen dat er in principe één SAR helikopter beschikbaar
is om het MIRG team te vervoeren. Een tweede SAR helikopter kán ingezet worden, maar
enkel indien de directeur Kustwacht een gedegen afweging en risico-analyse heeft gemaakt.
Hierbij kan ook worden gekeken naar alternatieve maatregelen, zoals het vragen van
(helikopter)assistentie van buurlanden of het afzetten van het MIRG team op een nabijgelegen
noodsleep- en response vaartuig.
MIRG taakuitbreiding
In de nota is verder opgenomen om de taken van het MIRG team uit te breiden met de
taak bevrijden van beknelde personen en het meten van gevaarlijke stoffen3. De taak hoogte- en diepte redding is niet opgenomen. Voor de uitvoering van deze
taak zou een aanvullend team moeten worden opgeleid voor het optreden op zee, naast
het al bestaande MIRG-team. Daarnaast is deze taak vooral relevant voor de windenergie-sector,
en heeft de windbranche aangegeven geen noodzaak voor een dergelijk team te zien.
Dit kan beter binnen de eigen verantwoordelijkheid van deze sector worden geadresseerd.
Proces en stakeholders
IenW hecht grote waarde aan een zorgvuldig proces en vindt het van belang om alle
betrokken partijen hierbij te betrekken. Ten behoeve van deze herziening van het beleid
voor noodhulpverlening heeft IenW een externe evaluatie laten uitvoeren naar het beleid
voor noodhulp op de Noordzee4, inclusief stakeholderparticipatie van alle betrokken ketenpartners, operators en
ministeries. Tijdens dit proces zijn meerdere brede stakeholdersessies gehouden, werden
de betrokken partijen middels een nieuwsbrief op de hoogte gehouden en konden zij
schriftelijk reageren op het advies. Om de uitvoerbaarheid van dit beleid te waarborgen
zijn zowel de Kustwacht als Rijkswaterstaat continue en nauw betrokken geweest bij
de totstandkoming van deze nota.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat