Brief regering : Motie, toezegging en reactie op burgerbrief inzake compensatie pensioenopbouw
32 043 Toekomst pensioenstelsel
Nr. 709
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het commissiedebat van 29 januari jl. (Kamerstuk 32 043, nr. 696) heeft mijn ambtsvoorganger, op verzoek van het lid Van Ark (CDA), toegezegd om de
Kamer per brief te informeren over verschillende werksituaties die van invloed kunnen
zijn op compensatie voor afschaffing van de doorsneepremie bij pensioenopbouw. In
het Tweeminutendebat van 31 maart heeft het lid Patijn (GL-PvdA) e.a. een motie ingediend
over mensen die geen compensatie krijgen.1 Ik kan mij voorstellen dat er zorgen zijn en ik geef graag meer toelichting en duidelijkheid
over de situatie aan uw Kamer. Verder geef ik op verzoek van de vaste commissie voor
Sociale Zaken en Werkgelegenheid een reactie op een brief van een burger over de wijze
waarop het nieuwe pensioenstelsel voor briefschrijver uitpakt als gevolg van een overstap
van pensioenfonds ABP naar PFZW.
Andere pensioenopbouw en compensatie
Oorzaak. Met de Wet toekomst pensioenen (Wtp) verandert de manier waarop mensen pensioen
opbouwen. Tot aan de transitiedatum gebruiken pensioenfondsen veelal een vast opbouwpercentage
in combinatie met een pensioenpremie onafhankelijk van de leeftijd van deelnemers.
Dit wordt ook wel de doorsneesystematiek genoemd. In dat systeem dragen jongere werknemers
bij aan de pensioenopbouw van hun oudere collega’s. Later in hun loopbaan, als ze
zelf ouder worden, ontvangen ze een bijdrage van dan aanwezige jongere collega’s.
Deze systematiek sluit niet meer aan bij een arbeidsmarkt waarin werknemers vaker
wisselen van werkgever of sector en soms ook werken als zelfstandige. In het Pensioenakkoord
hebben sociale partners en het kabinet daarom afgesproken dat dit verandert. Oudere
werknemers krijgen in Wtp-regelingen niet langer een bijdrage aan hun pensioenopbouw
van hun jongere collega’s.2 Mensen bouwen voortaan hun eigen pensioenvermogen op, waarmee zij later een levenslange
pensioenuitkering ontvangen.
Compensatie in perspectief. Bij de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel moeten sociale partners afspraken
maken die evenwichtig zijn voor alle generaties.3 De transitie moet in zijn geheel worden bekeken en compensatie is een onderdeel van
die transitieafspraken. Om de evenwichtigheid te bereiken kijken sociale partners
ook naar andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld het vullen van de reserves, het verhogen
van pensioenen of inhalen van een indexatieachterstand. Wanneer zij besluiten om meer
van het vermogen toe te kennen aan het een, gaat dat altijd ten koste van iets anders.
Het einde van de doorsneesystematiek kan met name voor actieve pensioenfondsdeelnemers
van 40 tot 60 jaar nadelig zijn. Hier is bij de totstandkoming van het Pensioenakkoord,
de uitwerking van de Wtp en bij de parlementaire behandeling van de wetgeving veel
aandacht geweest. Omdat ieder pensioenfonds er anders uitziet en de specifieke situaties
verschillen is in de wetgeving bewust gekozen de vormgeving van compensatie aan sociale
partners over te laten. Het zijn arbeidsvoorwaardelijke afspraken. Compensatie is
bedoeld om voor actieve deelnemers een nadeel op te lossen in hun pensioenopbouw in
komende jaren. Die toekomstige opbouw is in bepaalde gevallen minder dan het zou zijn
als het pensioenfonds niet zou overstappen naar een nieuwe regeling. In de praktijk
zien we dat afspraken veelal worden vormgegeven door compensatie in één keer te geven
via het pensioenvermogen, dat uiteindelijk vanaf de pensioendatum wordt omgezet in
een levenslange maandelijkse pensioenuitkering.
Sociale partners. Volgens de wet moeten sociale partners afspraken maken over compensatie. Sociale
partners kunnen afspreken om compensatie toe te kennen op één moment, zoals in de
praktijk veelal gebeurt, of verdeeld over een langere periode, mogelijk meerdere jaren.
Wordt de compensatie inééns toegekend, dan krijgen deelnemers compensatie (toegevoegd
aan hun pensioenvermogen) als ze in dienst zijn op het moment dat het pensioenfonds
overstapt op de nieuwe regels. Dit wordt vanaf de pensioendatum omgezet in een maandelijkse
uitkering. Wordt de compensatie verdeeld over een langere periode, dan wordt compensatie
toegekend in de maanden of jaren dat de compensatieregeling is afgesproken. Het gaat
hierbij om maximaal tien jaar. Elke manier heeft zijn eigen voor- en nadelen. Een
langere spreiding verkleint de impact bij baanwissel, maar heeft wel weer een negatieve
impact op de arbeidsmobiliteit voor een langere tijd. Uiteindelijk hebben sociale
partners en het pensioenfonds deze opties verkend en besloten wat het beste past bij
hun eigen situatie.
Veranderingen in de loopbaan en compensatie
Zorgen. Er zijn zorgen over mensen die van baan wisselen, ontslagen worden, of op andere
wijze tijdelijk uit dienst treden, en daardoor niet op de betreffende transitiedatum
in dienst zijn en onbedoeld geen compensatie krijgen van het pensioenfonds. Om de
situatie te verduidelijken schets ik een beeld waar dit over gaat.
Eerst mensen die van baan wisselen. Het gaat om mensen die geen compensatie ontvangen
bij hun oude pensioenfonds omdat ze al uit dienst waren en ook geen compensatie ontvangen
bij het nieuwe pensioenfonds, omdat ze daar na het transitiemoment in dienst zijn
gekomen.
In de basis is het aantal gevallen niet relevant voor de mensen die het betreft. Maar
met een aantal veronderstellingen4 kan ik op basis van een globale schatting, aangeven dat het hierbij zou kunnen gaan
om dit jaar enkele tienduizenden mensen die zonder compensatie overstappen naar een
andere baan en pensioen gaan opbouwen bij een andere pensioenuitvoerder.
Mensen kunnen onbewust zijn van deze pensioengevolgen bij verschillende life-events – ondanks de informatie die pensioenfondsen en werkgevers hierover geven. Anderzijds
kan het zijn dat deze mensen zich wel bewust zijn van de gevolgen en alsnog besluiten
om van baan te wisselen. Mensen veranderen van baan voor betere doorgroeimogelijkheden,
een hoger salaris, voor een betere werksfeer of werk-privébalans. Dit kan voor mensen
zwaarder wegen dan de eventuele gevolgen voor pensioen. Het gaat erom dat men op de
hoogte is van de gevolgen voor het eigen pensioen. Overigens speelt dit ook zonder
pensioentransitie, bij een wisseling van werkgever en pensioenregeling zijn er verschillen
tussen wat is afgesproken en kunnen er flinke verschillen optreden.
Informeren. Zoals de motie ook verzoekt heb ik gesproken met sociale partners over deze situatie.
Dat heeft geholpen om de situatie beter in beeld te krijgen. Ook hebben we gesproken
over mogelijkheden om mensen beter te informeren over de consequenties voor compensatie
in de transitie bij baanverandering. Sociale partners delen de zorgen dat mensen mogelijk
niet volledig op de hoogte zijn van eventuele consequenties. Daarom hebben zij via
meerdere kanalen mensen geïnformeerd over de mogelijke consequenties voor compensatie.
Vakbonden delen informatie via nieuwsbrieven, bijeenkomsten met leden over de pensioentransitie
en webinars. Werkgevers geven voorlichting, vaak in samenwerking met het pensioenfonds,
en wijzen werknemers erop dat de pensioenregeling gaat wijzigen en vragen bijzondere
aandacht voor compensatie. Dat gebeurt onder andere via intranetten. Pensioenfondsen
informeren hun deelnemers op vergelijkbare wijze via verschillende kanalen (via de
website, nieuwsberichten, stopbrieven, webinars en fysieke voorlichtingsbijeenkomsten).
Zo worden mensen op verschillende manieren benaderd en kunnen zij de juiste informatie
tot zich nemen. Om zoveel mogelijk mensen te kunnen bereiken en hen zo goed mogelijk
te kunnen informeren vind ik het belangrijk dat deze partijen dit doen en ook blijven
doen. Ik zal aanvullende communicatie inzetten vanuit het ministerie om mensen te
wijzen op eventuele gevolgen voor compensatie.
Goede informatie die tijdig wordt verstrekt, geeft mensen de mogelijkheid om de pensioengevolgen
van een eventuele baanwissel goed mee te nemen in hun overweging om zo onbedoelde
gevolgen voor compensatie te voorkomen.
Naast de aandacht die werkgevers en pensioenfondsen besteden aan compensatie, dragen
mensen die via hun werkgever voor pensioen sparen, zelf ook de verantwoordelijkheid
om zich goed te laten informeren over de pensioengevolgen als ze een baanwissel, zelfstandig
ondernemerschap of verlof overwegen.
Ik begrijp dat mensen in deze transitieperiode veel informatie ontvangen en dat deze
informatie soms lastig te doorgronden is en in algemene termen opgesteld is.5 Ik juich daarom toe dat er via verschillende kanalen aandacht wordt besteed aan de
pensioengevolgen die bepaalde situaties zoals wisselen van baan, ontslag of onbetaald
verlof kunnen hebben. Want deze situaties kunnen voor mensen impactvol zijn, ook los
van de eventuele pensioengevolgen.
Ik hecht er aan dat we samen met sociale partners en pensioenfondsen zoveel mogelijk
deelnemers blijven bereiken en kunnen informeren. Vanuit mijn ministerie besteden
we op een aantal manieren aandacht aan compensatie. Compensatie wordt uitgelegd op
de gezamenlijke website van Pensioenduidelijkheid. De inhoud is recent uitgebreid
en aangevuld en bevat ook informatie over de gevolgen voor compensatie in verschillende
aan werk en aan verlof gerelateerde situaties.6 En hierboven noemde ik al dat we in de publiekscommunicatie over het nieuwe pensioenstelsel
vanuit mijn ministerie dit jaar ook aandacht zullen hebben voor compensatie. Ik moedig
mensen aan deze informatie tot zich te nemen en ook de algemene informatie van hun
pensioenfonds te lezen zodat ze goed in staat zijn voor- en nadelen van een mogelijke
baanwissel te beoordelen. Ook het verplichte jaarlijkse uniform pensioenoverzicht
(UPO) dat deelnemers ontvangen, bevat de waarschuwing dat uitdiensttreding gevolg
kan hebben voor (compensatie en) pensioenopbouw.
Verlof opnemen, zelfstandige worden of tijdelijk inactief. Voor mensen die vóór de transitiedatum van hun pensioenfonds overwegen zelfstandige
te worden, tijdelijk niet te werken of een verlofsoort op te nemen waarbij de pensioenpremie
niet doorbetaald wordt, is het ook zeer belangrijk dat zij de juiste informatie ontvangen.
Als zij constateren dat ze deze keuze gemaakt hebben en onbedoeld niet voor compensatie
in aanmerking komen, kunnen ze alsnog bij hun fonds vragen of vrijwillige voortzetting
van de pensioenopbouw hiervoor een oplossing is. Voor zo’n 93% van de actieve deelnemers
is vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw na uitdiensttreding mogelijk, volgens
gegevens uit pensioenreglementen in 2025 aangeleverd bij DNB. Het is belangrijk dat
voor deze mensen dat duidelijk is wat de pensioengevolgen kunnen zijn, bijvoorbeeld
als iemand zorgverlof opneemt.
Omdat vrijwillige voortzetting in de praktijk vaak terugwerkende kracht heeft, is
het in de transitieperiode nog belangrijker om deze mogelijkheid te overwegen. Dit
betekent dat de mensen waar het nu om gaat, en die zich pas na uitdiensttreding realiseren
dat ze daardoor geen compensatie krijgen, met vrijwillige voortzetting alsnog in aanmerking
kunnen komen voor compensatie. Vrijwillige voortzetting start in de praktijk namelijk
vaak vanaf de datum van uitdiensttreding.7
Ontslag. Bij een gedwongen ontslag is de situatie anders. Hier kan het sociaal plan dat afgesproken
wordt door sociale partners rekening houden met het moment van ontslag en de gevolgen
voor compensatie.
Het is mogelijk af te spreken om betreffende werknemers (pensioenfondsdeelnemers)
in dienst te houden tot het fonds overstapt, door tijdelijke vrijwillige voortzetting
van de opbouw te regelen tot het fonds overstapt op de nieuwe regels en compensatie
uitkeert.8 Als dit niet mogelijk is en de betreffende werknemers komen niet in aanmerking voor
compensatie, kan er bijvoorbeeld een vergoeding afgesproken worden.
Reactie burgerbrief d.d. 13 maart 2026
Hierbij reageer ik zoals gevraagd door de vaste commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
op een burgervraag over de wijze waarop het nieuwe pensioenstelsel Wtp voor schrijver
uitpakt als gevolg van een overstap in 2025 van ABP naar PFZW. Uit de brief blijkt
dat de vragensteller een actieve deelnemer is bij pensioenfonds PFZW vanaf november
2025. Voor mensen die zijn geboren tussen 1959 en 1995 én op de peildatum (dat is
31 december 2025) pensioen opbouwden bij PFZW hebben per 1 januari 2026 compensatie
ontvangen in hun pensioenvermogen. Beide geldt voor de vragensteller, uitgaande van
de situatie zoals beschreven in de brief. De vragensteller wordt hier nader persoonlijk
over geïnformeerd.
Tot slot
Kort samengevat wil ik benadrukken dat ik de zorgen van Kamerleden begrijp en die
van de mensen die het mogelijk betreft. In de naar aanleiding van de motie gevoerde
gesprekken hebben sociale partners en pensioenfondsen aangegeven zich in te zetten
voor goede informatie en communicatie over dit onderwerp. Ik verwacht van hen dat
ze hier ook stappen blijven zetten en werknemers hier goed in meenemen. Ook in de
publiekscommunicatie vanuit SZW zal hieraan aandacht besteed worden. Op deze manier
kunnen we mensen meenemen in de pensioentransitie.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid