Brief regering : Opvolging in beeld: Periodieke rapportages ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vanaf 2024
31 865 Verbetering verantwoording en begroting
Nr. 301
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In deze brief informeer ik uw Kamer over de opvolging van bevindingen en aanbevelingen
van Periodieke rapportages die de afgelopen twee jaar zijn afgerond.
Evaluaties vormen een belangrijke basis voor een lerende overheid. Bereikt beleid
het gewenste effect (doeltreffendheid)? En gaat dat tegen de laagst mogelijke kosten
(doelmatigheid)? Evaluaties verschaffen burgers, bedrijven en uw Kamer inzicht in
de effecten van het gevoerde beleid en daarmee de besteding van publieke middelen.
Deze informatie kan ingezet worden om de kwaliteit van beleid, publieke voorzieningen,
en wetten en regels continue te verbeteren.
Ik vind het belangrijk om de bevindingen en aanbevelingen van evaluaties mee te nemen
in de (door)ontwikkeling van beleid en uw Kamer hierbij te betrekken. Vorig jaar informeerde
ik uw kamer hierover voor het eerst. Deze brief bevat daarom een overzicht van de
opvolging van bevindingen en aanbevelingen van Periodieke rapportages (de opvolger
van beleidsdoorlichtingen). Zo blijven de bevindingen en aanbevelingen onder de aandacht
en kan de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies en besluitvorming. Deze
brief geeft invulling aan de acties die in de brief versterken rijksbrede evaluatiestelsel
1 worden aangekondigd, naar aanleiding van de motie-Van Vroonhoven/Vermeer2.
In de bijlage van deze brief is ook aandacht voor de besparingsvarianten die worden
uitgewerkt in Periodieke rapportages. Dit geeft invulling aan de uitwerking van de
motie-Van Eijk3.
Net zoals vorig jaar stuur ik u de opvolging van de Periodieke rapportage Arbeid en
zorg. Er zijn geen andere Periodieke rapportages afgerond die opgenomen konden worden
in deze brief.4 Het huidige aantal in deze brief is nog beperkt maar zal de komende jaren worden
uitgebreid.
In de tabel hieronder kunt u meer informatie vinden over de Periodieke rapportage
en de status van de aanbevelingen en bevindingen. Deze tabel is opgesteld conform
het format dat in de brief versterken rijksbrede evaluatiestelsel wordt voorgeschreven.
Komende jaren zal ik uw Kamer wederom informeren over deze en nieuwe Periodieke rapportages
die sindsdien zijn uitgevoerd. De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het
evaluatiestelsel en ik hoop dat deze brief bijdraagt aan het gesprek over beter beleid.
SEA-THEMA: Arbeid, zorg en de ontwikkeling van het kind – Arbeid en zorg
Overkoepelende toelichting thema Arbeid en zorg uit de Strategische Evaluatie-Agenda
(SEA): Het doel van het beleidsterrein Arbeid en Zorg is de combinatie van arbeid en zorg
te faciliteren. In de Wet arbeid en zorg (Wazo) zijn verlofregelingen rondom de geboorte
van en zorg voor kinderen, de zorg voor naasten en calamiteitenverlof opgenomen. In
2022 is het verlofstelsel uitgebreid met het betaald ouderschapsverlof en op dit moment
wordt gewerkt aan de vereenvoudiging van het verlofstelsel. Ook de Wet flexibel werken
(Wfw) valt onder het beleidsterrein Arbeid en Zorg. In deze wet zijn mogelijkheden
tot aanpassing van de arbeidsduur, arbeidstijden en arbeidsplaats opgenomen.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotingsartikel
(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage arbeid en zorg
Periodieke rapportage
2024
Artikel 6 (Hoofdstuk XV)
€ 2 mld. (2023)
Toelichting evaluatie: Met de Periodieke rapportage Arbeid en Zorg is de doeltreffendheid en doelmatigheid
van de gezamenlijkheid van de regelingen uit het beleidsveld Arbeid en Zorg onderzocht
op basis van bestaande evaluaties en onderzoeken van de (afzonderlijke) regelingen.
Ook is de beleidstheorie Arbeid en Zorg gereconstrueerd. Wat betreft de doeltreffendheid
uit de Periodieke rapportage komt naar voren dat de doelstellingen van het beleidsterrein
«redelijk tot behoorlijk goed [worden] afgedekt» door de bestaande regelingen. De
onderzoekers constateren dat de regelingen gezamenlijk meerdere positieve effecten
hebben op de doelstellingen, waarvan een deel aannemelijk wordt geacht en een deel
is bewezen. Zo achten de onderzoekers het aannemelijk dat de Wet flexibel werken in
behoorlijke mate bijdraagt aan het stimuleren van de arbeidsparticipatie en draagt
het (aanvullend) geboorteverlof in behoorlijke mate (bewezen) bij aan de ontwikkeling
van een band tussen ouder en kind. Voor het betaald ouderschapsverlof en de zorgverlofregelingen
hebben de onderzoekers echter «geen of redelijke effecten» gevonden op de doelstellingen.
De onderzoekers plaatsen de kanttekening dat enkele regelingen relatief recent zijn
ingevoerd en dat bijvoorbeeld het betaald ouderschapsverlof (ingevoerd in augustus
2022) zodoende nog niet is geëvalueerd. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof en
de Wet flexibel werken hebben volgens de onderzoekers «redelijk tot behoorlijk (aannemelijk)
effect» op alle doelstellingen. Er wordt verder geconcludeerd dat het gebruik van
de zorgverlofregelingen laag is. Van de andere verlofregelingen wordt dit middelhoog
tot hoog ingeschat. In de Periodieke rapportage wordt geen uitspraak gedaan over de
doelmatigheid, omdat dit volgens de onderzoekers onvoldoende meetbaar is. De effecten
kennen geen harde indicatoren, waardoor volgens de onderzoekers niet kan worden vastgesteld
of de effecten (meer of minder dan) evenredig toenemen met de kosten. Wel geven de
onderzoekers aan dat het aannemelijk is «dat meer gebruik en dus hogere uitkeringslasten
zullen leiden tot meer effecten en een hogere bijdrage aan de doelstellingen».
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
We bevelen aan om in de toekomst evaluaties uit te voeren waarin beide partners beschouwd
worden en waarin kwantitatieve effecten in de tijd bestudeerd worden.
Onder handen: deze aanbeveling zal bij de opzet van toekomstige onderzoeken en evaluaties
worden meegenomen, bijvoorbeeld bij de evaluatie van de Wet betaald ouderschapsverlof.
De bekendheid van alle
regelingen is niet even groot; de bekendheid bepaalt uiteraard in grote mate of er
in praktijk gebruik van de regelingen wordt gemaakt.
Onder handen: eind 2025 is middels publiekscommunicatie aandacht besteed aan het recht
op flexibel werken. In de aanloop naar en rond de inwerkingtreding van het vereenvoudigde
verlofstelsel, waarvoor op dit moment aan een wetsvoorstel wordt gewerkt, zal aandacht
uitgaan naar communicatie en informatievoorziening over de verlofregelingen.
Een deel van de verlofregelingen is wettelijk niet betaald (het langdurend zorgverlof
en een deel van het ouderschapsverlof) of de betaling bedraagt zeventig procent van
het dagloon tot maximaal zeventig procent van het maximum dagloon (het aanvullend
geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof), zodat dit direct een negatieve invloed
heeft op het inkomen. Deze overweging speelt met name bij de lagere inkomens.
Er zijn op dit moment geen middelen beschikbaar om het uitkeringspercentage te verhogen.
De onoverzichtelijkheid van het palet aan regelingen, met verschillen in duur, flexibiliteit
en betalingshoogte, maakt het voor werkenden lastig te bepalen welke regelingen zij
kunnen gebruiken en wat de financiële implicaties zijn. Ook voor werkgevers is het
niet eenvoudig te overzien wat het gebruik van deze regelingen betekent voor de organisatie.
Daarnaast vraagt
het wat van de administratieve vaardigheden van de werkgever om alles goed en op tijd
te registreren.
Onder handen: op dit moment wordt gewerkt aan de vereenvoudiging van het verlofstelsel.
Het doel hiervan is om het stelsel eenvoudiger, begrijpelijker en toegankelijker te
maken voor rechthebbenden en werkgevers. Uw Kamer is in september 2025 geïnformeerd
over de voortgang van de vereenvoudiging van het verlofstelsel.1
X Noot
1
Kamerstukken II 2024/25, 32 855, nr. 41.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
BIJLAGE BESPARINGSVARIANTEN UIT PERIODIEKE RAPPORTAGES
In Periodieke rapportages wordt waar mogelijk ten minste één optie geschetst waarmee
een besparing van 20% op de budgettaire grondslag van het (beleids)thema kan worden
gerealiseerd (op basis van het «comply-or-explain principe»). De besparingsvariant
heeft niet het karakter van een aanbeveling, maar moet inzicht geven in hoe eventuele
besparingen ingevuld zouden kunnen worden, en wat de gevolgen daarvan zijn.
Periodieke rapportage Arbeid en zorg5
De Periodieke rapportage bevat de volgende besparingsvarianten:
– Het zwangerschaps- en bevallingsverlof kan met twee weken worden ingekort van zestien
naar veertien weken en het geboorteverlof met vier weken van zes naar twee weken.
Dit zou een besparing van circa € 241 miljoen per jaar opleveren. In deze besparing
is rekening gehouden met een (gedeeltelijk) substitutie-effect naar het betaald ouderschapsverlof.
– Er zou ook circa € 22 miljoen kunnen worden bespaard, als uitkeringsgerechtigden,
die voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof reeds een uitkering ontvangen,
in plaats van een uitkering ter hoogte van honderd procent van het dagloon een uitkering
zouden krijgen ter hoogte van de uitkering die zij reeds ontvingen (doorgaans minder
dan honderd procent dagloon).
– Een andere besparingsmogelijkheid is het verlagen van de uitkeringshoogte van het
betaald ouderschapsverlof van zeventig naar vijftig procent. Dit zou een besparing
van circa € 240 miljoen op kunnen leveren.
De besparingsvarianten lopen niet mee met de huidige vereenvoudiging van het verlofstelsel.
De vereenvoudiging is vooral administratief van aard, waarbij de verlofduur en uitkeringshoogte
zoveel mogelijk gelijk blijven. Over de voortgang van de vereenvoudiging van het verlofstelsel
is de Kamer in september 2025 geïnformeerd.6
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid