Brief regering : Uitvoer vechthonden naar Israël
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3387
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
Zoals toegezegd informeert het kabinet u middels deze brief over de stand van zaken
van de uitvoering van de motie Teunissen1, alsook de toegezegde nadere verkenning van handelingsopties aangaande de kwestie
van regulering van export van vechthonden naar Israël.2 Graag wijzen wij u in dit kader ook op de antwoorden van de Staatssecretaris van
Financiën mede namens de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking op schriftelijke vragen over dit onderwerp.3
Vooropgesteld, deelt het kabinet de zorgen van uw Kamer over de inzet van vechthonden
tegen Palestijnen. In de brief van 24 juni 2025 is uw Kamer geïnformeerd dat het onhaalbaar
is om honden die als vechthonden kunnen worden ingezet toe te voegen aan de EU-controlelijst
van de Dual-Use Verordening.4 De Europese Commissie en de lidstaten zien geen mogelijkheid om honden aan te merken
als dual-use producten. De mogelijkheden in het exportcontroledomein zijn zowel EU-breed als nationaal
nogmaals onderzocht en het kabinet heeft moeten vaststellen dat de situatie ongewijzigd
is gebleven. Het is dus op dit moment niet mogelijk om de uitvoer van vechthonden
via exportcontrole te reguleren.
In aanvulling daarop is een verkenning uitgevoerd naar eventuele andere mogelijkheden
om een einde te maken aan de export van honden die in Israël als vechthonden kunnen
worden ingezet. Deze verkenning heeft niet geleid tot een mogelijke maatregel die
doelmatig, proportioneel en uitvoerbaar zou zijn. Een eventueel nationaal exportverbod
zou, naast dat er vragen zijn rondom uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en proportionaliteit,
ineffectief zijn als andere EU-lidstaten niet dezelfde controles zouden invoeren.
Voor het invoeren van EU-sancties tegen Israël om een specifiek exportverbod mogelijk
te maken, ontbreekt draagvlak in de EU.
Gelet op de uitkomsten van deze verkenning is het kabinet tot de conclusie gekomen
dat er op dit moment geen passende aanvullende instrumenten beschikbaar zijn om de
in de motie gevraagde uitvoerbeperking via nationale dan wel EU-maatregelen te realiseren.
Het kabinet acht het zeer onwenselijk dat vanuit Nederland uitgevoerde honden bijdragen
aan onrechtmatig handelen in en door Israël. In eerdere gesprekken met betrokken ondernemingen
zijn zij hier ook op gewezen. Daarbij is ingegaan op het ontmoedigingsbeleid dat het
kabinet hanteert ten aanzien van de onrechtmatige Israëlische nederzettingen in de
Palestijnse gebieden als ook op hun verantwoordelijkheid om internationaal maatschappelijk
verantwoord te ondernemen, zoals neergelegd in de OESO-richtlijnen voor multinationale
ondernemingen en de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights. Dit zullen wij blijven doen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Indieners
-
Indiener
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Medeindiener
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking