Brief regering : Circulair Materialenplan en decentraal maatwerk
30 872 Landelijk afvalbeheerplan
Nr. 325
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 april 2026
In het commissiedebat Leefomgeving van 2 april 2026 heeft de Staatssecretaris van
Infrastructuur en Waterstaat de volgende twee toezeggingen gedaan:
– Toezegging (TZ202604-075) aan het Kamerlid Zalinyan, A. (GroenLinks-PvdA) om de Kamer
nader te informeren over de ontstane onduidelijkheid inzake de suggestie dat op grond
van het Circulair Materialenplan generieke verboden door het lokaal gezag op staalslakken
niet zijn toegestaan, en
– Toezegging (TZ202604-073) aan het Kamerlid Kostić, I. (PvdD) om binnen twee weken
een schriftelijke reactie te geven op de «juridische verkenning regulering staalslakken, inclusief veel gestelde vragen» (vanaf nu: de verkenning) van ChemLegal en FLO Legal, in opdracht van Gezondheid
op 1.1
Tijdens het debat werd ook gerefereerd aan een andere studie van ChemLegal «Nationale
maatregelen in aanvulling op REACH». De reactie op deze tweede studie komt in een
separate Kamerbrief over bodem en ondergrond die op korte termijn aan u wordt verzonden.
De toezeggingen en de verkenning zijn ook relevant voor het Circulair Materialenplan
(CMP), dat valt onder mijn beleidsverantwoordelijkheid voor circulaire economie als
Minister van Klimaat en Groene Groei. Hieronder ga ik daarom, mede namens de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat, in op deze toezeggingen.
In het commissiedebat Leefomgeving van 2 april 2026 is de staatsecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat gevraagd om nog een keer te benadrukken dat het opleggen van lokale
beperkingen ten aanzien van secundaire bouwstoffen – waaronder staalslakken – toegestaan
is en dat het CMP hier niets aan afdoet.
In de juridische verkenning van ChemLegal en FLO Legal die in opdracht van Gezondheid
op 1 is uitgevoerd, wordt de conclusie getrokken dat decentrale overheden niet alleen
locatiespecifieke, maar ook generieke beperkingen mogen opnemen op gebied van secundaire
bouwstoffen.
Ik wil bij deze graag bevestigen dat het kabinet deze conclusie uit het onderzoek
onderschrijft. Zoals ook in de Kamerbrief van 13 maart2 jongstleden staat beschreven, is de bevoegdheid om op lokaal niveau aanvullende maatregelen
te treffen verankerd in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Het Circulair Materialenplan (CMP) doet op geen enkele wijze afbreuk aan de juridische
verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het bevoegd gezag.
In het CMP is een oproep gedaan om geen generieke beperkingen op te nemen ten aanzien
van de toepassing van secundaire bouwstoffen, maar om specifiek per bouwstof en per
toepassingslocatie een afweging te maken. De reden voor deze oproep is dat een generieke
maatregel onnodig de afzet beperkt van secundair materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen
van de wet- en regelgeving, en bovendien leidt tot een ongelijk speelveld binnen Nederland.
Deze oproep betekent echter niet dat een generieke beperking niet mogelijk is. Een
bevoegd gezag mag hiertoe besluiten.
Het kabinet betreurt dat er verwarring is ontstaan over deze oproep en de relatie
tot de maatwerkmogelijkheden onder de Omgevingswet. Bij deze wordt nogmaals benadrukt
dat maatwerk mogelijk is en blijft, en dat er dus zowel specifieke als generieke beperkingen
kunnen worden opgenomen in lokale regels.
Om te zorgen voor meer duidelijkheid zeg ik toe dat de betreffende passage bij de
eerstvolgende wijziging van de toetsingskaders van het CMP zal worden aangepast.3 De eerste wijziging van het CMP zal naar verwachting in 2027 plaatsvinden en zal
vooraf worden gegaan door een wettelijke inspraakprocedure. In de tussenliggende periode
vraag ik bevoegde gezagen het ministerie wel te informeren wanneer zij een generieke
beperking opnemen ten aanzien van secundaire bouwstoffen. Hoewel het Ministerie van
KGG de afwijkingsprocedure uit het CMP op dit punt niet zal toepassen, houdt het Rijk
met deze informatie wel zicht op de beleidspraktijk.
Specifiek voor staalslak geldt een tijdelijk landelijk verbod dan wel vergunningplicht
voor nieuwe toepassingen van staalslak vanwege mogelijke milieu- en gezondheidsrisico’s.
Dit verbod en de vergunningplicht gelden tot en met 23 juli 2026. In de Kamerbrief
van 2 april 2026, waarin een reactie wordt gegeven op het NOS-bericht RIVM over onderzoeken
staalslak4, heeft de Staatssecretaris van IenW toegezegd voor de tijdelijke regeling gebruik
te maken van de mogelijkheid om deze te verlengen met een half jaar tot en met 23 januari
2027. Met deze tijdelijke regeling worden decentrale overheden al ontlast en is het
op dit moment niet meer nodig om voor een nieuwe toepassing van staalslak die onder
het verbod of vergunningplicht valt, maatwerkregels of -voorschriften in te stellen.
Om decentrale overheden duidelijkheid te bieden over de periode na de tijdelijke regeling
ligt er momenteel een aantal scenario’s op tafel. Deze scenario’s zet de Staatssecretaris
van IenW uiteen in een aparte brief, zoals ook toegezegd tijdens het debat van 2 april
2026.
Toetsingskaders van het CMP
Graag maak ik nog van deze gelegenheid gebruik om op een onjuistheid te wijzen in
de juridische verkenning die ook bredere implicaties heeft dan alleen secundaire bouwstoffen.
De verkenning stelt namelijk het volgende: «Bevat het CMP geen minimumstandaarden voor het gebruiken en verwerken van een bepaalde
afvalstof, dan hoeft het bevoegd gezag niet te toetsen aan het CMP». Ik hecht eraan te benadrukken dat dit een onjuiste uitleg is van de wettelijke bepalingen
die ten grondslag liggen aan het CMP. De verplichting om rekening te houden met het
CMP geldt bij het uitoefenen van bevoegdheden krachtens de Wet milieubeheer of de
Omgevingswet voor zover het gaat om besluiten met betrekking tot afvalstoffen. Deze
verplichting heeft betrekking op alle toetsingskaders in het CMP en niet alleen de minimumstandaarden.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei