Brief regering : Experiment Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten uitkering (DGA)-dienstverlening
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 891
BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 april 2026
Het kabinet zet erop in dat mensen zo veel mogelijk naar vermogen werken. Dat geldt
ook voor mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. UWV heeft een wettelijk taak
om mensen met een Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten uitkering (WGA-uitkering)
en mensen met een Wajonguitkering die arbeidsvermogen hebben, te helpen met het vinden
van werk. UWV heeft die wettelijke taak niet als het gaat om mensen met een uitkering
op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) of mensen met
een Wajonguitkering die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben (Wajong-DGA). UWV kon
daarom voor deze mensen geen instrumenten gericht op re-integratie naar de arbeidsmarkt
inzetten.
In de knelpuntenbrief van juni 20211 signaleerde UWV een groeiende behoefte aan re-integratieondersteuning onder mensen
met een IVA- of Wajong-DGA-uitkering. Dit signaal is aanleiding geweest om gebruik
te maken van het experimenteerartikel in de wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen, op basis waarvan het Tijdelijk besluit experiment bredere inzet re-integratie
instrumenten2 is opgesteld om een experiment mogelijk te maken. Dit besluit biedt UWV de mogelijkheid
om, bij wijze van experiment, vanaf april 2023 aan deze groepen op verzoek re-integratieondersteuning
te bieden. UWV mag tot en met 31 december 2026 over de inzet van re-integratiemiddelen
beschikken. De dienstverlening eindigt uiterlijk op 22 april 2028 als het experiment
eindigt. Doel van het experiment is te onderzoeken of door de re-integratieondersteuning de arbeidsparticipatie van mensen met een IVA- of Wajong-DGA-uitkering, die
zijn aangemerkt als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, kan worden bevorderd.
Onderdeel van Tijdelijke besluit experiment brede inzet re-integratie instrumenten
is dat uw kamer een tussenrapportage ontvangt over de doeltreffendheid en de effecten
van het experiment in de praktijk tot dan toe en een standpunt inzake de voortzetting
van dit besluit anders dan als experiment. Deze tussenrapportage is nu afgerond en
wordt hierbij aangeboden aan uw Kamer (zie bijlage 1).
Om te bepalen of het experiment geslaagd is, is van belang in hoeverre deelnemers
werk vinden, verrichten en behouden. Er is sprake van doeltreffend gebruik van de
inzet van re-integratie instrumenten als de (kans) op arbeidsparticipatie verhoogd
wordt. Dit wordt onder andere gemeten met behulp van de participatieladder. Om de
doelmatigheid van het experiment te bepalen wordt gekeken naar de overige maatschappelijke
en individuele baten voor deelnemers, ervaringen van de deelnemers en professionals
met de ingezette dienstverlening en de kosten van de inzet van re-integratie instrumenten.
Tussenrapportage
Het onderzoek laat zien dat 35 procent van de 4.000 deelnemers door de re-integratieondersteuning
de stap naar werk maakt. Daarnaast zien we dat anderen dankzij deze ondersteuning
stappen zetten op de participatieladder, ook als betaald werk nog buiten bereik blijft.
De werkhervatting van 35 procent ligt in lijn met het gemiddelde bij andere groepen
zoals mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Hierbij past een kanttekening.
Deze doelgroep is vanwege de ernst en duurzaamheid van hun beperking onvergelijkbaar
met andere groepen aan wie re-integratiedienstverlening wordt aangeboden. Bovendien geldt voor deze groep geen re-integratieplicht,
zij melden zich dus op eigen initiatief bij UWV. We zien dat ongeveer de helft het
werk na verloop van tijd weer verliest. Het voortzetten van dit experiment moet uitwijzen
of zij later opnieuw aan de slag gaan of dat het baanverlies in deze gevallen blijvend
is.
Reactie tussenrapportage
De eerste resultaten zijn voorzichtig positief. Het is goed om te zien dat we mensen
kunnen helpen bij het vinden van arbeid, ook als eerder is beoordeeld dat ze vanwege
hun beperking dusdanig beperkte mogelijkheden hebben dat zij geen re-integratieverplichting
kennen. Het is voor deze mensen belangrijk dat ze weer gedeeltelijk aan het werk kunnen
gaan. Werk geeft ze zingeving, eigen inkomen, nieuwe sociale contacten en leidt vaak
tot lagere zorgkosten. Bovendien kunnen ze daarmee een bijdrage leveren aan de samenleving
en worden ze minder afhankelijk van een uitkering. Zij zien dat zelf ook: ze hebben
immers zelf om dienstverlening verzocht. Het is positief dat, wanneer werk niet mogelijk
is, er ook mensen zijn die stappen zetten op de participatieladder, wat de maatschappelijke
deelname vergroot. Er is daarmee sprake van doeltreffend gebruik door de verhoogde
kans op arbeidsparticipatie en van doelmatigheid omdat mensen stappen zetten op de
participatieladder. Het is teleurstellend dat veel mensen het werk ook weer verliezen.
Ik blijf het verdere verloop van het experiment daarom met interesse volgen.
Toekomst van het experiment
De kosten voor voorzetting van deze dienstverlening zijn door UWV berekend op € 4
miljoen per jaar. Daarbij wordt uitgegaan dat zich maandelijks 120 mensen uit de doelgroep
bij UWV melden met het verzoek om dienstverlening bij het vinden van werk. Op dit
moment zijn hiervoor geen structurele middelen beschikbaar. Dat betekent dat het UWV
deze dienstverlening, op basis van het experiment, vanaf 1 januari 2027 niet meer
aan nieuwe mensen kan aanbieden. De komende periode zullen we bezien hoe we verder
gaan met de re-integratiedienstverlening van UWV, ook voor deze doelgroep, mede gezien
het kabinetsvoornemen om de IVA voor nieuwe gevallen af te schaffen. Daarbij zullen
ook de verdere resultaten van dit experiment worden betrokken.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Indieners
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie