Brief regering : Rapport ‘Economische effecten van defensie- uitgaven’ (SEO)
36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026
Nr. 77
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer over het recent gepubliceerde rapport «Economische effecten van defensie-uitgaven» van SEO Economisch Onderzoek. Dit onderzoek is in opdracht van Defensie uitgevoerd
om beter inzicht te verkrijgen in de economische effecten van uitgaven aan Defensie.
Het kabinet blijft zich inzetten voor een sterke krijgsmacht die bijdraagt aan de
veiligheid van Nederland en zijn bondgenoten. Tegelijkertijd wordt, waar mogelijk
en passend binnen deze primaire doelstelling, gestuurd op het versterken van de economische
effecten van defensie-uitgaven.
Kern van het rapport
Het SEO-rapport biedt, op basis van wetenschappelijke literatuur, inzicht in de economische
effecten van defensie-uitgaven, onderscheiden naar uitgaven aan innovatie, personeel
en materieel.
SEO concludeert dat de economische effecten van defensie-uitgaven in belangrijke mate
afhangen van de wijze waarop deze uitgaven worden ingezet. Daarbij komen enkele hoofdlijnen
naar voren:
• Innovatie (R&D): Uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling, met name wanneer gericht op dual-use toepassingen,
fundamenteel onderzoek en publiek-private samenwerking, kennen relatief de meest positieve
economische effecten.
• Personeel: Defensie-uitgaven kunnen bijdragen aan verdere krapte op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktkrapte
drukt de te verwachten multiplier van defensie-uitgaven. De multiplier geeft de verhouding
weer tussen een euro die wordt uitgegeven door de overheid en de groei van het bruto
binnenlandsproduct. Daarnaast wijst de literatuur op negatieve arbeidsproductiviteitsgevolgen
voor voormalig dienstplichtigen en militairen bij doorstroom naar de civiele arbeidsmarkt,
gezien het verschil in de gevraagde vaardigheden. Aan de andere kant kunnen bepaalde
vaardigheden – zoals leiderschapskwaliteiten – juist overdraagbaar zijn. SEO stelt
dat er meer onderzoek nodig is naar arbeidsmarkteffecten van werken bij Defensie voor
beroepsmilitairen, reservisten en burgerpersoneel.
• Materieel: Internationale coördinatie, specialisatie en gezamenlijke inkoop kunnen bijdragen
aan schaalvoordelen en doelmatigere bestedingen. Het spreiden van materieeluitgaven
over de tijd kan de inflatoire druk verlichten. Om de defensie-industrie op te zetten
is langjarig commitment nodig, waarbij een inzet op bestaande economische clusters
de kans op succes vergroot.
• Macro-economische context: De economische multiplier van defensie-uitgaven in Nederland valt naar verwachting
lager uit dan in andere landen omdat Nederland relatief veel importeert en de arbeidsmarkt
krap is. Een negatieve multiplier acht SEO onwaarschijnlijk. Over het algemeen zijn
de economische baten van defensie-uitgaven niet dermate hoog dat ze zichzelf economisch
terugbetalen.
Appreciatie
Het kabinet verwelkomt dit rapport als een waardevolle aanvulling op het bestaande
inzicht in de economische effecten van defensie-uitgaven. De bevindingen sluiten op
hoofdlijnen aan bij eerdere studies, waaronder analyses van het CPB.
Voor het kabinet geldt dat investeringen in Defensie in de eerste plaats zijn gericht
op het waarborgen van de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid. Veiligheid
is een randvoorwaarde voor een goed functionerende economie, maar de waarde van veiligheid
laat zich niet volledig in economische termen vatten.
Tegelijkertijd onderstrepen de bevindingen van SEO dat gerichte beleidskeuzes van
belang zijn om, waar mogelijk, positieve economische effecten te realiseren. Het kabinet
herkent in dit verband met name het belang van:
• investeringen in R&D en dual-use technologie;
• het versterken van de Nederlandse en Europese defensie-industrie;
• internationale samenwerking en schaalvoordelen bij materieelverwerving;
• aandacht voor arbeidsmarkteffecten bij de personele groei van Defensie.
Ook bevestigt het rapport dat er op onderdelen nog belangrijke kennislacunes bestaan,
met name ten aanzien van arbeidsmarkt- en productiviteitseffecten in de Nederlandse
context.
Vervolg
Het kabinet hecht eraan om de economische dimensie van defensie-uitgaven verder te
verdiepen en te onderbouwen. In dat kader wordt momenteel gewerkt aan de Economische Beleidsanalyse (EBA) defensie-industrie, die naar verwachting in de zomer van 2026 wordt opgeleverd.1 Deze analyse zal onder meer ingaan op de economische effecten van defensie-uitgaven
en zal adviseren over beleid dat onder meer kan bijdragen aan meer positieve economische
effecten.
Defensie neemt de inzichten uit dit SEO-rapport en de EBA defensie-industrie ook mee
in de update van het industriebeleid, welke in het derde kwartaal van 2026 met uw
Kamer gedeeld zal worden. De update dient ter nadere concretisering van de ambities
zoals gesteld in het coalitieakkoord m.b.t. een innovatie-autoriteit en ter concretisering
van de Defensie Strategie voor Industrie & Innovatie (D-SII), Conform motie met Kamerstuk
36 800 X, nr. 48 van het lid Van Lanschot; alsook conform motie-Dassen/Peter de Groot (Kamerstuk 36 800 X, nr. 62) en motie-Dassen/Van Lanschot (Kamerstuk 36 800 X, nr. 63). De Defensienota neemt de inzichten uit deze rapporten en analyses waar mogelijk mee.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie