Brief regering : Tweede informatieverzoek kasschuif militaire steun Oekraïne
36 045 Situatie in Oekraïne
Nr. 292
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2026
In het debat over vier jaar oorlog in Oekraïne op 24 maart jl. heeft uw Kamer verzocht
de volgende informatie te ontvangen:
• Een overzicht van de begrote uitgaven voor de militaire steun aan Oekraïne;
• Een overzicht met alle kasschuiven van 2022–2029;
• Een financieel overzicht van alle geleverde steun;
• Antwoord op de vraag of er een verschil zit tussen de naar de Kamer gecommuniceerde
gerealiseerde steun en de actuele vervangingswaarde van die steun.
Met deze brief doe ik u de gevraagde informatie toekomen.
De militaire steun aan Oekraïne nader toegelicht
De Nederlandse steun aan Oekraïne is omvangrijk en intensief. Een sterke Oekraïense
krijgsmacht is de eerste verdedigingslinie tegen de Russische dreiging ook richting
de rest van Europa. Het is van groot belang dat de Oekraïense defensiecapaciteit en
slagkracht verder wordt versterkt, ook voor de lange termijn. De Nederlandse militaire
steun aan Oekraïne bestaat uit directe levering van materieel uit eigen voorraad,
commerciële verwervingen waartoe ook bijdragen aan internationale samenwerkingsprojecten
worden gerekend, en de bijdrage aan het NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package
(UCAP).
Sinds de eerste militaire steun in 2022 is er een verschuiving opgetreden van levering
uit eigen voorraad en af te stoten materieel, naar in toenemende mate levering door
commerciële verwerving. Commerciële verwerving beperkt de effecten op de eigen gereedheid
en draagt tevens bij aan de opschaling van de Nederlandse en Europese defensie-industrieën
om zowel Oekraïne als onze eigen krijgsmacht tijdig van de juiste capaciteiten te
voorzien.
De commerciële leveringen leiden direct tot kasuitgaven, waardoor de begrote en gerealiseerde
uitgaven gelijk lopen. Het uit eigen voorraad geleverde materieel leidt daarentegen
op het moment van levering niet tot uitgaven. Pas wanneer het materieel voor de Nederlandse
krijgsmacht wordt vervangen leidt dit tot uitgaven die worden verantwoord op het Defensiematerieelbegrotingsfonds.
Aangezien er voor veel Defensiematerieel sprake is van lange levertijden, kan er een
meerjarig verschil bestaan tussen het oorspronkelijke moment waarop materieel aan
Oekraïne werd overgedragen en het moment van de uitgaven. Het gevolg is dat de geleverde
steun en de begrote militaire steun qua kasritme van elkaar verschillen. In onderstaande
tabellen wordt dit verschil inzichtelijk gemaakt.
Begrote uitgaven en kasschuiven
De militaire steun aan Oekraïne wordt grotendeels gefinancierd vanuit de Defensiebegrotingen.
Het overige deel betreft uitgaven aan het UCAP door het Ministerie van Buitenlandse
Zaken. Voorgaande kabinetten hebben in totaal € 14,3 miljard toegekend aan (bruto)
uitgaven voor de militaire steun, zoals ook is toelicht in de meest recente leveringenbrief.1 Daarnaast stelt het kabinet Jetten, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, jaarlijks
circa € 3 miljard euro (netto) beschikbaar in de periode 2026–2029. Hiermee zet het
kabinet de steun aan Oekraïne onverminderd voort.
Deze middelen zijn momenteel als volgt in de begrotingen verwerkt:
De tabel toont de begrote bruto en netto uitgaven, door afronding kan de optelsom afwijken. De middelen die voor militaire
steun vrij zijn gemaakt in het Coalitieakkoord staan op de Aanvullende Post van Financiën
en worden bij een volgend begrotingsmoment toegevoegd aan de Defensiebegroting. De
uitgaven begroot door Defensie betreffen zowel de uitgaven van de Defensiebegroting
als van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF), waar de vervanging begroot is
van eigen militair materieel dat eerder aan Oekraïne geleverd is.
De middelen zijn in een kasritme geplaatst dat aansluit op de planning van de leveringen
aan Oekraïne. De defensie-industriële markt is echter dynamisch, er heerst schaarste.
Daarnaast zijn de behoeften van Oekraïne mede onderhevig aan de situatie aan het front.
Hierdoor kunnen de behoeftes van Oekraïne ook veranderen. Het kabinet hanteert als
uitgangspunt dat de steun zo goed mogelijk aansluit bij de noden van Oekraïne. Daarom
kan het kasritme gedurende een begrotingsjaar ook wijzigen.
In de afgelopen jaren hebben er meerdere «kasschuiven» plaatsgevonden op het voor
militaire steun beschikbare budget. Deze zijn consequent toegelicht in de begrotingsstukken
van zowel Defensie (suppletoire begrotingen en ontwerpbegrotingen) als de budgettaire
nota’s van Financiën (Voorjaars-, Najaars- en Miljoenennota). De grootste kasschuiven,
van boven de € 100 miljoen, worden hieronder toegelicht:
○ Bij 1e suppletoire begroting 2024 is € 200 miljoen van 2024 naar 2025 geschoven vanwege
later dan verwachte betalingen op een aantal steunmaatregelen;
○ Bij 2e suppletoire begroting 2024 en nota van wijziging op de Ontwerpbegroting 2025 is € 750 miljoen
van 2024 naar 2025 geschoven omdat op een aantal steunmaatregelen de betalingen niet
meer in 2024 konden plaatsvinden, maar wel begin 2025;
○ Bij 1e suppletoire begroting 2025 is € 2 miljard van de € 3,5 miljard extra toegevoegde
middelen aan 2026 ter continuering van de steun, naar 2025 geschoven om versnelling
van de militaire steun te bewerkstelligen.
○ Bij 1e suppletoire begroting 2026 wordt € 437 miljoen van 2029 naar 2026 geschoven. Deze
kasschuif wordt verderop in deze brief nader toegelicht.
Naast deze kasschuiven is met een nota van wijziging op de 2e suppletoire begroting 2025 versneld € 700 miljoen beschikbaar gesteld aan de Defensiebegroting
t.b.v motie Klaver2.
Dit kabinet zet in het coalitieakkoord de militaire steun aan Oekraïne onverminderd
voort en stelt in de periode 2027 tot en met 2029 extra middelen ter beschikking.
Hiermee komt de begrote militaire steun in de jaren 2026–2029 uit op circa € 3 miljard
per jaar om militaire steun aan Oekraïne voort te zetten en waarvan een deel bestemd
is voor de vervanging van reeds in het verleden geleverd materieel uit eigen voorraad.
Deze middelen zijn gereserveerd op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën
en zullen bij een volgend begrotingsmoment naar de Defensiebegroting worden overgeheveld.
Tijdens het debat over de Defensiebegrotingen 2026 op 5 maart jl. heb ik uw Kamer
aangegeven dat het kabinet zal bezien of de voor 2026 beschikbare middelen bij Voorjaarsnota/Startnota
kunnen worden opgehoogd. Zoals u in de Voorjaarsnota en bijhorende 1e suppletoire begroting van Defensie heeft kunnen zien, heeft het kabinet besloten
om in 2026 € 437 miljoen aan aanvullende militaire steun beschikbaar te stellen voor
Oekraïne. De middelen komen uit de Coalitieakkoordmiddelen. Het genoemde bedrag wordt
van de Aanvullende post overgeheveld naar de Defensiebegroting en vervolgens via een
kasschuif van 2029 naar 2026 verplaatst. Dit is verwerkt in de 1e suppletoire begroting
van Defensie. De totale militaire steun in 2026 bedraagt hiermee circa € 3 miljard,
waarvan circa € 0,5 miljard bestemd is voor de vervanging van reeds in het verleden
geleverd materieel uit eigen voorraad.
Overzicht van de geleverde steun en toelichting over de gehanteerde vervangingswaarde
In de meest recente leveringsbrief3 over de steun aan Oekraïne werd uw Kamer geïnformeerd dat Nederland tot 2 februari jl.
ca. € 11,7 miljard aan militaire steun heeft geleverd. De geleverde steun bestaat
uit commerciële leveringen, die gemeten wordt in gerealiseerde bruto kasuitgaven, en levering van militair materieel uit eigen voorraad. Daarnaast vallen
de bijdragen aan het NAVO UCAP onder militaire steun in de leveringenbrief4. De geleverde steun per jaar is als volgt:
Commerciële leveringen en de bijdrage aan NAVO UCAP hebben geen vervangingswaarde,
ze leiden direct tot kasuitgaven, waarvan de cumulatieve waarde in de leveringenbrief
wordt gerapporteerd. De gehanteerde waarde in de leveringenbrief voor de leveringen
uit eigen voorraad is de vervangingswaarde. Er is daarmee geen verschil tussen de met de Kamer gecommuniceerde steun en de vervangingswaarde.
Hierbij dient voor de volledigheid aangegeven te worden dat de vervangingswaarde op
het moment van levering wordt bepaald, niet later bij de daadwerkelijke vervanging.
Het is daarom mogelijk dat bij de vervanging de actuele kosten hoger of lager zijn
dan ten tijde van de levering werd ingeschat. Daarnaast is de vervanging ook onderhevig
aan de dynamiek van de defensie-industriële markt, waardoor het verwachte kasritme
op het DMF bij diverse begrotingsmomenten aangepast moest worden.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
Indieners
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.