Brief regering : Reactie op de motie van het lid Van der Plas c.s. over middelen voor agrarisch natuurbeheer (Kamerstuk 36800-XIV-66)
36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026
33 576
Natuurbeleid
Nr. 82
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 april 2026
Op 24 maart heeft uw Kamer de op 19 maart ingediende motie Van der Plas c.s over middelen
voor agrarisch natuurbeheer (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 66) aangenomen. Deze motie was door mij ontraden. De motie verzoekt de regering om te
borgen dat structureel € 500 miljoen per jaar beschikbaar komt voor agrarisch natuurbeheer.
Daarnaast wordt verzocht deze middelen in te zetten via agrarische collectieven en
provincies, en de dekking hiervoor te vinden binnen de LVVN-begroting door herprioritering
van de € 20 miljard aan middelen uit het voorgenomen stikstofpakket.
Dit kabinet vindt het agrarisch natuurbeheer een belangrijk instrument voor verbetering
van natuur- en waterkwaliteit in het landelijk gebied. Dit kabinet kiest ervoor om
voor agrarisch natuurbeheer € 165 miljoen extra structureel beschikbaar te stellen,
bovenop de € 200 miljoen die het vorige kabinet beschikbaar heeft gesteld en de € 120 miljoen
die via het GLB en provincies al beschikbaar waren. Tezamen telt dit op tot 485 miljoen
per jaar. Ik verwacht met deze extra middelen het agrarisch natuurbeheer ambitieus
en tegelijkertijd zorgvuldig en stapsgewijs te kunnen uitbreiden. In samenwerking
met provincies, Boerennatuur en sector- en belangenorganisaties ga ik hiermee hard
aan de slag.
Het kabinet zal de invulling van het agrarisch natuurbeheer betrekken bij de verdere
uitwerking van een samenhangende aanpak voor Landbouw, Natuur en Stikstof, zoals aangekondigd
in mijn brief van 27 maart (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 80). Ik wil de besluitvorming over deze motie betrekken bij de inzet van middelen bij
de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Ik ga de komende maanden graag met uw Kamer
in gesprek over dit samenhangende pakket, en de besteding van de € 20 miljard die
hiervoor beschikbaar is. Dit betreft vooral incidentele middelen tot 2035. Mijn begroting
beschikt daarna over weinig structurele middelen. Ik wil de definitieve invulling
van deze motie onderdeel laten uitmaken van dit gesprek.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur