Brief regering : Geannoteerde agenda Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS)-Raad 11 en 12 mei 2026.
21 501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport
Nr. 456
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, de
geannoteerde agenda van de Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) van
11 en 12 mei 2026 in Brussel voor de onderdelen «onderwijs» en «cultuur».
Het onderwijsdeel van de Raad staat gepland op 11 mei. Het cultuurdeel van de Raad
staat gepland voor 12 mei.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
GEANNOTEERDE AGENDA OJCS-RAAD 11 en 12 mei 2026
Op het moment van schrijven zijn veel onderwerpen en voorbereidende stukken voor de
Raad nog niet met de lidstaten gedeeld door het voorzitterschap.
Onderwijs – maandag 11 mei 2026
Voor onderwijs is de verwachting dat het volgende stuk ter vaststelling staat geagendeerd:
• Raadsconclusies over leraren in de tijd van AI
De verwachting is dat het beleidsdebat zich zal richten op het onderwerp «basisvaardigheden».
Het voorzitterschap heeft, op het moment van schrijven, echter nog geen discussievragen
met de lidstaten gedeeld.
Raadsconclusies over leraren in de tijd van AI
Inhoud
Het Cypriotische voorzitterschap heeft raadsconclusies opgesteld over de cruciale
rol van leraren voor het aanbieden van inclusief en toekomstgericht onderwijs van
hoge kwaliteit in het tijdperk van AI. In de conclusies wordt benadrukt dat AI het
onderwijs ingrijpend verandert en zowel kansen als risico’s biedt. De kernboodschap
van deze raadsconclusies is dat de rol van leraren in de ontwikkelingen rondom AI
centraal moet blijven staan. AI moet hen niet vervangen, maar ondersteunend zijn aan
hun werkzaamheden. Het is daarom belangrijk om te investeren in digitale vaardigheden,
AI-geletterdheid en om leraren de ruimte te geven zichzelf te ontwikkelen binnen dit
domein. De verwachting is dat deze raadsconclusies zonder problemen worden aangenomen
in de OJCS-Raad.
Inzet Nederland
Nederland steunt deze raadsconclusies. Deze sluiten goed aan bij het Nederlandse beleid.
In Nederland wordt AI-professionalisering op verschillende manieren ondersteund, bijvoorbeeld
door het Groeifondsprogramma NOLAI of door AI-vaardigheden in te bedden in lerarenopleidingen.
Daarbij steunt Nederland de oproep om leraren te ondersteunen op manieren die de lidstaten
waardevol achten, zonder hier nieuwe (juridische) kaders voor te ontwikkelen. De ervaringen
van andere Europese lidstaten ten aanzien van AI en leraren zullen betrokken worden
bij het aan uw Kamer toegezegde Regieplan digitalisering en AI in het funderend onderwijs.
Update onderhandelingen Erasmus+ 2028–2034
Het huidige programma Erasmus+ loopt tot en met 2027. Op 17 juli 2025 heeft de Europese
Commissie een voorstel gedaan voor het nieuwe programma Erasmus+ 2028–2034. Tijdens
de formele OJCS-Raad van 11 en 12 mei wordt naar verwachting een gedeeltelijke algemene oriëntatie over de verordening van het toekomstige programma Erasmus+ 2028–2034 bereikt. De
algemene oriëntatie1 is nog afhankelijk van het bereiken van een akkoord op het huidige Raadsvoorstel
in Coreper eind april. Als er geen akkoord tijdens Coreper bereikt wordt, presenteert
het voorzitterschap tijdens de OJCS-Raad een voortgangsrapportage. Het voorliggende
Raadsvoorstel is in dit stadium gedeeltelijk; het bevat nog geen budgetindicaties
of indicatieve verdeling van middelen binnen het programma, deze worden in een later
stadium besproken.
Uw Kamer is in september via het BNC-fiche al geïnformeerd over de kabinetsappreciatie
van het Commissievoorstel2 en in aanloop naar de vorige OJCS-Raad van november 2025 over de voortgang onder
het Deense voorzitterschap met betrekking tot de verordening Erasmus+.3 In het voorstel worden de huidige programma’s Erasmus+ (onderwijs, training, jeugd
en sport) en het Europees Solidariteitskorps (vrijwilligerswerk) samengevoegd tot
één programma onder de naam Erasmus+. In het nieuwe voorstel zijn twee pijlers opgenomen
(«leermogelijkheden voor iedereen» en «steun voor capaciteitsopbouw») in plaats van
de drie actielijnen (mobiliteit, partnerschappen en beleidsexperimenten) in het huidige
programma. Het voorstel laat ook een verschuiving zien in de horizontale prioriteiten
van het programma waarbij er meer aandacht is voor de sociale dimensie, arbeidsmarkt
en weerbaarheid. Tot slot stelt de Commissie voor om de internationale dimensie van
Erasmus+ te versterken, om zo bij te dragen aan de mondiale rol en concurrentiekracht
van de EU.
Het kabinet heeft zich over het algemeen positief uitgelaten over het voorliggende
Raadsvoorstel. De continuïteit van het programma is grotendeels gewaarborgd. Daarnaast
steunt het kabinet de vereenvoudiging van het programma. Het kabinet ziet de verschuiving
naar een grotere focus op vaardigheden en de arbeidsmarkt als een verbetering, mits
dit in evenwicht blijft met onderwijs in bredere zin. Het kabinet is voorstander van
het steunen van Europese Universiteiten Allianties en Centres for Vocational Excellence, evenals de nadruk op inclusie. Het kabinet heeft de aandacht voor en synergie met
de Vaardigheidsunie verwelkomd, waarbij er voor gepleit is dat de Europese Onderwijsruimte
als zelfstandige entiteit behouden blijft, met aandacht voor individuele ontwikkeling
die niet enkel gericht is op maatschappelijke opgaven.
Wel had het kabinet een aantal aandachtspunten met betrekking tot het Commissievoorstel,
zoals een kritische opstelling tegenover de voorgestelde governance en het ontbreken van comitologiebepalingen. In de huidige verordening hebben EU-lidstaten
en geassocieerde landen de mogelijkheid om via het Erasmus+ programmacomité over de
jaarlijkse werkprogramma’s te beslissen. Deze comitologiebepalingen waren onder het
mom van simplificatie niet door de Commissie opgenomen in het voorstel. Het kabinet
heeft – samen met veel andere landen – aangegeven dit niet wenselijk te achten, omdat
een besluitvormende rol voor lidstaten zorgt voor een betere aansluiting op nationale
prioriteiten. Het in de Raad bereikte compromis bevat daarom nu wel comitologiebepalingen,
zodat lidstaten en geassocieerde landen bij de besluitvorming over de jaarlijkse werkprogramma’s
invloed kunnen uitoefenen.
Een tweede zorgpunt was het opnemen van studiebeurzen voor strategische onderwijsgebieden,
met inbegrip van joint study programmes. Hoewel het kabinet de ambitie voor een strategisch relevanter programma ondersteunt,
heeft het zorgen en vragen over de doelmatigheid van deze nieuwe beurzen en de invloed
hiervan op beschikbare mobiliteitsgelden. De zorgen van Nederland werden door een
groot aantal lidstaten gedeeld.
Ook de gedeeltelijke/volledige associatie van derde landen bij het programma was onderwerp
van discussie. Het Commissievoorstel bevatte de mogelijkheid van een gedeeltelijke
associatie van derde landen. Het kabinet was bezorgd dat volledig geassocieerde derde
landen hun associatie kunnen terugbrengen tot een gedeeltelijke vorm, waardoor deze
landen hun bijdrage voor bepaalde onderdelen van het programma zouden kunnen verminderen.
Derhalve heeft Nederland gepleit voor verduidelijking in de verordening dat landen
die momenteel volledig zijn geassocieerd in de toekomst niet gedeeltelijk kunnen associëren
en dat gedeeltelijke associatie alleen een optie is wanneer dat voor de EU van toegevoegde
waarde is en niet een selectief gebruik toestaat.
Tenslotte heeft het kabinet ingezet op een sterkere positionering van de jeugdsector
in het programma. In het kader van het simplificeren van het programma bevatte het
Commissievoorstel geen afzonderlijke secties voor jeugd.
Cultuur – dinsdag 12 mei 2026
Er is ten tijde van schrijven nog niets bekend over de invulling van de agenda van
het cultuurdeel van de raad. Ook het onderwerp van het beleidsdebat is nog niet bekend.
Wel wordt hieronder een update over de onderhandelingen rondom het programma AgoraEU
gegeven, hoewel nog niet bekend is of en hoe dit tijdens de OJCS wordt geagendeerd.
Update onderhandelingen AgoraEU
Het huidige cultuurprogramma van de EU «Creative Europe» loopt tot en met 2027. Op
17 juli 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor het nieuwe programma
AgoraEU 2028–2034. Dit nieuwe financieringsprogramma is de voortzetting van het huidige
Creative Europe en Citizens, Equality, Rights and Values (CERV) in één programma.
Het kabinet heeft haar inzet met uw Kamer gedeeld in een BNC-fiche4.
Nederland steunt het samenvoegen van de huidige programma’s CERV en Creative Europe
binnen AgoraEU, wat mogelijkheden biedt voor synergie en versterkte impact van beide
programma’s. Nederland staat voor het versterken van EU-waarden en artistieke en redactionele
vrijheid, zoals in het voorstel wordt beoogd. Nederland zal er op aandringen dat het
cross-sectorale programma een eigen budget en systematiek heeft, met wellicht ook
een eigen merknaam. Met betrekking tot het onderdeel Media+ is Nederland voorstander
van een transparante structuur waarbij de audiovisuele en mediagerelateerde bedrijfssectoren
een herkenbare positie en budget hebben. In het Media+-onderdeel zitten immers verschillende
branches met heel verschillende structuren.
Wat betreft de bestuurlijke vormgeving van AgoraEU zal Nederland dan ook pleiten voor
het handhaven van programmacomités om de betrokkenheid en expertise van lidstaten
te benutten, alsook het behoud van nationale contactpunten.
Non-paper herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten
Tevens bied ik u hierbij de Nederlandstalige versie van een non-paper van Nederland
aan over de herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten (AVMSD). In het
Commissiewerkprogramma van 2026 is opgenomen dat de evaluatie (en de eventuele voorstellen
tot herziening) van de richtlijn in het derde kwartaal verwacht wordt. Met dit non-paper
vraagt Nederland aandacht voor een helder speelveld in het kader van marktontwikkelingen
en daarmee de positie van content creators en videoplatformdiensten, de bescherming van minderjarigen, reclameregels, prominentiemaatregelen
voor aanbod van algemeen belang, Europese werken en verlichting van administratieve
lasten.
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.