Brief regering : Reactie op de factsheet 'Ontwikkeling uitstoot Nederlandse luchtvaart 2024' van Stichting S4R
31 936 Luchtvaartbeleid
32 813
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 1266
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 21 januari jl. gevraagd
om een reactie op de factsheet «Ontwikkeling uitstoot Nederlandse luchtvaart 2024»
van Stichting S4R.
S4R stelt in dit factsheet dat luchtvaart in 2024 van alle sectoren in de Nederlandse
economie de grootste klimaatimpact had, en dat de feitelijke emissiereductie achterblijft
bij de nationale en internationale doelstellingen. Daarnaast worden kritische kanttekeningen
geplaatst bij de effectiviteit van huidige beleidsinstrumenten, zoals de bijmengverplichting
voor duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF), en wordt het belang van het aanpakken
van niet-CO2 klimaateffecten van de luchtvaart benadrukt.
Dat luchtvaart impact heeft op het klimaat is evident. De gepresenteerde kwantificering
van de totale klimaatimpact vraagt echter om enige nuancering. Over de exacte weegfactoren
van niet-CO2-effecten bestaat wetenschappelijk nog geen consensus. Dit staat een eenduidige sectorale
rangschikking momenteel in de weg. De beleidsinzet ten aanzien van niet-CO2-effecten is daarom in deze fase gericht op het verkrijgen van betrouwbare inzichten
en het bevorderen van wetenschappelijke consensus. De monitoringsverplichting onder
het Europese emissiehandelssysteem EU ETS is cruciaal om de noodzakelijke data te
verwerven voor een feitelijk onderbouwd en doelgericht langetermijnbeleid.
De beleidsinzet van het ministerie is primair gericht op CO2-reductie binnen de luchtvaart. De focus ligt hierbij op het vergroten van het gebruik
en de productie van duurzame luchtvaartbrandstoffen en het stimuleren van technologische
innovatie, aangezien deze sporen als het meest kansrijk worden gezien voor structurele
verduurzaming.
Bijmenging van duurzame brandstoffen is de meest effectieve wijze om de CO2-emissies van de luchtvaart op de korte tot middellange termijn (en voor lange afstanden
ook op langere termijn) te verlagen. Op de langere termijn zullen technologische vernieuwingen
substantieel gaan bijdragen aan de energietransitie. Denk daarbij aan elektrisch vliegen,
waterstof(-elektrisch) vliegen en de ontwikkeling van energie-efficiëntere toestellen.
IenW gebruikt verschillende instrumenten om de klimaatdoelen te realiseren. Ingezet
wordt op normering via bijvoorbeeld de bijmengverplichting voor duurzame luchtvaartbrandstoffen
onder ReFuelEU Aviation. Stimulerende maatregelen zijn bijvoorbeeld de investeringen
vanuit het Nationaal Groeifondsprogramma Luchtvaart in Transitie, gericht op innovaties
t.b.v. het vliegen op waterstof en investeringen vanuit het Klimaat- en Energiefonds,
gericht op het stimuleren van de productie van duurzame luchtvaartbrandstoffen. Ook
gebruiken we beprijzende maatregelen zoals de afstandsafhankelijke vliegbelasting
en het emissiehandelsysteem EU ETS. Tot slot wordt publieksinformatie ingezet om de
bewustwording van Nederlanders te vergroten.
Gezien het grensoverschrijdende karakter van de luchtvaart is een internationale aanpak
randvoorwaardelijk voor effectieve emissiereductie. Eenzijdige nationale maatregelen
vergroten het risico op koolstoflekkage, waarbij emissies verschuiven naar andere
regio’s zonder dat er klimaatwinst wordt geboekt. Daarom richten we ons op ambitieuze
internationale afspraken, waarbij de nationale kaders aansluiten bij de mondiale en
Europese ontwikkelingen. Vanuit dat perspectief zet IenW ook in op een harmonisatie
van de Europese vliegbelastingen, zodat in een gelijk speelveld de verduurzaming wordt
bevorderd.
Om de gestelde doelen te bereiken werkt het ministerie nauw samen met de luchtvaartsector,
onder meer via de Duurzame Luchtvaarttafel.
De door S4R gedeelde inzichten bieden een relevante bijdrage aan de dialoog over de
verduurzamingsopgave van de luchtvaart.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat