Brief regering : Standen van de Uitvoering BZK 2024
29 362 Modernisering van de overheid
Nr. 400
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
Middels deze brief zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties, de Standen van de Uitvoering van Logius, de Rijksdienst voor
Identiteitsgegevens (RvIG), Huis voor Klokkenluiders en het Adviescollege ICT-Toetsing
(AcICT). In de Standen van de uitvoering hebben de betreffende uitvoeringsorganisaties
de voornaamste knelpunten opgenomen waar zij in hun taakuitoefening tegenaan zijn
gelopen. De standen van uitvoering van de uitvoeringsorganisaties op het gebied van
het herstel van de schade in Groningen zijn niet meegenomen in deze brief, omdat die
in 2024 nog onder de verantwoordelijkheid van mijn ambtsgenoot van EZ vielen. Tevens
informeer ik u over de voortgang en resultaten van de reeds eerder gesignaleerde knelpunten.
Knelpunten Standen van de Uitvoering 2024
Bovengenoemde organisaties hebben allen separaat een Stand van de Uitvoering opgesteld
en/of een paragraaf in het jaarverslag opgenomen inzake de knelpunten waar zij in
de uitvoering van hun dagelijkse praktijk hinder aan ondervinden.
In de standen is een duidelijke rode draad te zien. Uit de knelpunten die de uitvoeringsorganisaties
en adviescolleges benoemen blijkt dat er nog onvoldoende sprake is van heldere en
uitvoerbare opdrachten. De meest genoemde oorzaken die hieraan ten grondslag liggen
zijn complexe wet- en regelgeving en de geringe betrokkenheid van uitvoering bij beleid.
De uitvoeringsorganisaties hebben de indruk dat de uitvoerbaarheid van beleidsplannen
nog teveel als een randzaak wordt gezien. Terwijl het juist een integrale randvoorwaarde
zou moeten zijn voor het realiseren van beleidsdoelen. Ondanks dat er al goede stappen
zijn gezet, zoals de verankering van uitvoeringstoetsen in het Beleidskompas, het
vooraf toetsen op het doenvermogen en de organisatie van trialogen tussen beleid,
uitvoering en politiek, blijft verdere verbetering mogelijk en nodig. Het kabinet
streeft naar verdere vereenvoudiging van wet- en regelgeving en naar de actieve betrokkenheid
van de uitvoerders bij de beleidsontwikkeling. Ik vraag uw Kamer om steun voor het
centraal blijven stellen van de uitvoerbaarheid van wetgeving. Ter beeldvorming noem
ik een aantal praktijkvoorbeelden die de organisaties hebben aangedragen die betrekking
hebben op de oorzaken.
Voorbeelden van complexiteit in de opdracht
Logius en RvIG ondervinden in de praktijk dat zij, door de bestaande wet- en regelgeving
enerzijds en de eisen vanuit één of meerdere beleidsopdrachten anderzijds, aan een
breed en soms conflicterend scala aan eisen moeten voldoen. Voor het Digitaal Stelsel
Omgevingswet bijvoorbeeld is lang discussie geweest om te komen tot generieke voorzieningen
die invulling geven aan de verschillende achterliggende beleidsdoelstellingen. Die
doelstellingen komen namelijk vanuit verschillende opdrachtgevers en programma’s.
Het kost deze organisaties veel (schaarse) capaciteit om een uitvoerbare invulling
te geven aan deze eisen. Zij zouden gebaat zijn bij een beleidsopdracht die rekening
houdt met al bestaande wet- en regelgeving, en andere eisen vanuit beleidsprogramma’s
of stelsels. Het herzien van de beleidscyclus, met een grotere nadruk op het evalueren
en herzien van beleid, kan bijdragen aan een verbeterslag op dit knelpunt.
Specifiek binnen het IT-domein is complexiteit in de opdracht vaak een knelpunt. Enerzijds
zijn er veel beleidsmatige wensen ter versnelling van de digitale agenda, anderzijds
kampen veel IT organisaties met verouderde systemen die onderhouden of vervangen moeten
worden. Zo constateert AcICT dat soms onnodig gekozen wordt voor totale (en daarmee
zeer risicovolle) vervanging van een verouderd IT-systeem, en dat er nog te weinig
gedaan wordt ter voorkoming van problematische veroudering van systemen. RvIG heeft
de afgelopen jaren veel functionaliteit toegevoegd aan de Basisregistratie Personen
(BRP) en heeft tegelijkertijd gewerkt aan de legacy-thematiek van de applicaties.
Zij verzoekt in haar stand van de uitvoering om tijd, zodat zij de interne organisatie
op alle fronten op orde kan brengen en zo ruimte kan creëren om initiatieven ten uitvoer
te brengen. Vanuit mijn rol zal ik toezien op een heldere prioritering van opdrachten;
ambitieus maar met oog op het absorptievermogen van de uitvoeringsorganisaties.
Ook hier is het van belang om kennis en inzichten uit de uitvoering goed mee te laten
wegen in beleidsmatige keuzes.
Voorbeelden van beperkte betrokkenheid van de uitvoering:
Juist de bovengenoemde complexiteit maakt dat betrokkenheid van de uitvoering bij
beleidsvorming onverminderd belangrijk blijft. In de standen roepen alle organisaties
nog steeds op om in een vroeg stadium meer betrokken te worden bij beleid. De uitvoering
kan met deze ruimte professionele afwegingen maken en daarmee beleid voorzien van
adviezen en randvoorwaarden in het belang van mensen, zodat de wet- en regelgeving
beter aansluit bij de praktijk en tevens bijdraagt aan het efficiënter formuleren
van opdrachten.
Een voorbeeld waarbij het belang van betrokkenheid van de uitvoering bij beleidsvorming
duidelijk wordt is te zien bij Logius, waarbij voor de ontwikkeling van de zogenaamde
Wallet het voor de uitvoering randvoorwaardelijk is om over inschattingen van het
gebruik de wallet en het effect op het gebruik van DigiD te beschikken. Zonder deze
inschattingen kan Logius onder meer de benodigde gebruikersondersteuning en infrastructuur
niet goed inrichten. Deze inschattingen kan Logius niet zelfstandig maken, en moet
daarvoor betrokken worden bij de beleidsvorming.
Voortgang en behaalde resultaten
Het afgelopen jaar is door de organisaties gewerkt aan verbeteracties ten aanzien
van eerder gesignaleerde knelpunten.
Dat er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt is een gegeven. Organisaties zijn bewust
bezig met het efficiënt inzetten van de beschikbare capaciteit. Logius anticipeert
hierop door te kijken op welke wijze zij de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk
kan inzetten. RvIG heeft geïnvesteerd in leren en ontwikkelen, om enerzijds nieuwe
medewerkers aan te trekken, maar ook de reeds werkzame medewerkers te behouden.
Een positief voorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving is eveneens bij RvIG
te zien. Door middel van een uitvoeringstoets en advies, heeft RvIG meegewerkt aan
de ontvlechting van de Paspoortwet. Zo hoeft er bij wijzigingen in wetgeving voor
de Nederlandse identiteitskaart, in het vervolg geen rijkswetprocedure te worden doorlopen.
Ook bij het Huis voor Klokkenluiders zijn positieve ontwikkelingen in de samenwerking
tussen beleid en uitvoering, waar zij elkaars netwerk goed benutten in hulpvragen
richting elkaar.
In de bestuurlijke overleggen tussen (beleids-)opdrachtgever, eigenaar en uitvoering
wordt de stand van de uitvoering periodiek geagendeerd, om op deze wijze met elkaar
in gesprek te blijven en te onderzoeken waar gezamenlijk aan gewerkt kan worden.
De maatschappelijke en politieke ontwikkelingen vragen om te blijven investeren in
het versterken van de wendbaarheid, weerbaarheid en de publieke waarde van ons Ministerie
en de daaraan verbonden uitvoeringsorganisaties. Aandacht voor de signalen uit de
uitvoering is daarom belangrijk, evenals het in de gezamenlijkheid optreden om knelpunten
aan te pakken. Hiertoe worden de onderwerpen uit de Standen van uitvoering periodiek
besproken in de bestuurlijke overleggen tussen uitvoeringsorganisatie, (beleids-)opdrachtgever
en eigenaar en zijn deze opgenomen in de jaarplannen.
Ik hoop u middels deze brief hiervan een duidelijk beeld te hebben gegeven.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties