Brief regering : Fiche: Europese Havenstrategie
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4316
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 4 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Mededeling Energiepakket voor burgers (Kamerstuk 22 112, nr. 4313).
Fiche: Mededeling Strategie voor investeringen in schone energie (Kamerstuk 22 112, nr. 4314).
Fiche: Strategie voor de ontwikkeling van kleine kernreactoren (SMRs) in Europa (Kamerstuk
22 112, nr. 4315).
Fiche: Europese Havenstrategie.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche: Europese Havenstrategie
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch
en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Europese Havenstrategie
b) Datum ontvangst Commissiedocument
4 maart 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 112
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52026DC0112 – EN – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad van Vervoer, Telecommunicatie en Energie
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
2. Essentie voorstel
Op 4 maart 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de mededeling voor
de Europese Havenstrategie (hierna: de strategie) gepubliceerd. In de strategie benadrukt
de Commissie dat Europese havens cruciale pijlers zijn binnen onze economie, samenleving,
veiligheid en strategische autonomie. Daarbij worden ook de achterlandverbindingen
(vaarwegen en spoor) en specifiek een versterkte positionering van de binnenhavens
meegenomen als focuspunten. Tegen deze achtergrond beoogt de strategie samenhang te
brengen in lopende en nieuwe initiatieven en deze te versterken. De strategie stelt
geen nieuwe Europese regelgeving voor, maar verwijst naar lopende en voorgenomen initiatieven
die de Commissie op korte of middellange termijn zal ontplooien met raakvlakken voor
havens in de EU-lidstaten.
De strategie moet in samenhang worden gelezen met de Europese Strategie voor de Maritieme
Industrie (EMIS) die eveneens op 4 maart 2026 is gepubliceerd en waarvoor apart een
BNC-fiche naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.
De Havenstrategie richt zich onder meer op het vereenvoudigen van regelgeving, het
verduidelijken van bestaande Europese wet- en regelgeving en het bevorderen van samenhang
tussen beleidsdoelstellingen in voor havens relevante sectoren. Daarbij wordt ingezet
op nauwe betrokkenheid van EU-lidstaten en versterkte samenwerking met publieke en
private stakeholders. Het overkoepelende doel is om havens beter toe te rusten voor
de diverse opgaven en transities waar zij op dit moment voor staan, waaronder op het
terrein van concurrentiekracht, veiligheid en verduurzaming. De strategie zet hierbij
in op vijf pijlers, namelijk 1) versterken van de concurrentiekracht, innovatie en
digitalisering; 2) bevorderen energietransitie, duurzaamheid en schone industrie;
3) havens beschermen en beveiligen; 4) toegang tot financiering en investeringen,
en 5) sociale cohesie, vaardigheden en hoogwaardige banen.
Ten aanzien van het versterken van de concurrentiekracht benadrukt de Commissie dat
havens en achterliggende logistieke ketens wereldwijd onder druk staan door toenemende
internationale concurrentie, geopolitieke ontwikkelingen, technologische veranderingen
en groeiende verwachtingen rondom onder meer verduurzaming en efficiënte overslag
van goederen. Het verbeteren van digitale processen en innovatiecapaciteit is daarbij
wat de Commissie betreft essentieel om havens veerkrachtig, efficiënt en concurrerend
te houden. Dit geldt zowel voor de operationele processen binnen de haven als voor
de connectiviteit, capaciteit en beschikbaarheid van logistieke ketens met het achterland
per spoor en via het water. De Commissie geeft aan gebruik te willen maken van richtsnoeren
voor EU-financiering en -investeringen in havens van derde landen en richtsnoeren
voor de lidstaten te willen ontwikkelen met criteria voor de beoordeling van buitenlandse
investeringen in havens (Foreign Direct Investment). Daarnaast wil de Commissie de digitale en groene transformatie van Europese havens
ondersteunen door middel van innovatie, het bevorderen van opschaling en toepassing
van innovatieve havenapparatuur en -technologieën.
De Commissie benadrukt dat havens een sleutelrol spelen in het bevorderen van de energietransitie
en de ontwikkeling van schone industrieën. Havens functioneren in toenemende mate
als industriële en energiehubs, waarin elektriciteit, waterstof en andere duurzame
brandstoffen worden verwerkt en gedistribueerd. De Commissie wil belemmeringen voor
de ontwikkeling van duurzame infrastructuur wegnemen en de samenwerking met netbeheerders
en andere stakeholders versterken. Het doel is dat havens bijdragen aan de EU-klimaatdoelen,
circulair en emissiearm opereren en tegelijkertijd economisch aantrekkelijk blijven.
Tegelijkertijd verwijst de Commissie naar de Europese TEN-T verordening1 voor de eisen aan haveninfrastructuur voor zee- en binnenhavens.
De Commissie wil de procedures voor vergunningverlening en beoordeling van strategische
energie-, recycling- en decarbonisatieprojecten in havens versnellen, onder meer via
het European Grids Package en de Environmental Omnibus. Daarnaast wil de Commissie de elektrificatie van havens versnellen en zorgen voor
tijdige en niet-discriminerende toegang tot de elektriciteitsnetwerken.
Tot slot zet de Commissie in op het bevorderen van partnerschappen voor energiesamenwerking
in en rond havengebieden met het oog op duurzaam energiegebruik, met inbegrip van
waterstof.
Ten aanzien van het beschermen en beveiligen van havens benadrukt de Commissie dat
Europese havens opereren in een steeds complexer dreigingslandschap. Havens zijn hierbij
kwetsbaar voor onder meer cyberaanvallen, georganiseerde misdaad, ongeautoriseerde
drones en andere hybride dreigingen. Door de fysieke en digitale beveiliging van havens
te versterken en risico’s systematisch in kaart te brengen, streeft de Commissie ernaar
de veiligheid, weerbaarheid en strategische autonomie van havens te vergroten.
De Commissie stelt daarom onder meer voor om richtsnoeren voor havenbeveiliging te
actualiseren op basis van het huidige dreigingslandschap, ook voor binnenhavens die
niet onder het toepassingsbereik van de International Ship and Port Facility Security-Code (ISPS Code) vallen. In samenwerking met de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) wordt
ingezet op het ontwikkelen van kaders om derde landen te ondersteunen bij het verbeteren
van havenbeveiliging. Daarnaast wil de Commissie een EU-kader voor antecedentenonderzoeken
van havenarbeiders ontwikkelen en een forum oprichten voor het uitwisselen van informatie
en best practices tussen lidstaten en maritieme autoriteiten op het gebied van cybersecurity. Tot slot
voert de Commissie een EU-brede veiligheidsrisicobeoordeling uit om cyberdreigingen
te analyseren en passende maatregelen aan te bevelen.
Ten aanzien van het verbeteren van de toegang tot financiering zet de Commissie erop
in dat havens strategische investeringen kunnen doen en hun transformatie naar duurzame,
digitale en efficiënte knooppunten kunnen versnellen. De EU streeft naar duidelijke
investeringsprioriteiten, betere coördinatie met lidstaten en grotere transparantie
bij investeringen, ook in kandidaat-lidstaten en derde landen. Door een stabiele en
voorspelbare investeringsomgeving te creëren, kunnen havens hun rol in de Europese
en mondiale handel versterken. De Commissie benadrukt hiervoor de samenhang met de
lopende onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader en aanverwante fondsen,
zoals het European Competitiveness Fund, de Connecting Europe Facility (CEF) en Horizon Europe.
De Commissie onderstreept dat havens tevens kunnen bijdragen aan sociale cohesie,
veilige en gezonde werkplekken en hoogwaardige banen en zegt toe de komende periode
kleine en middelgrote havens in de EU te ondersteunen met een specifiek stappenplan.
De Commissie wil daarom investeringen in opleiding en bijscholing stimuleren, gelijke
toegang tot kansen bevorderen en de kwaliteit van werk verbeteren. Door werknemers
te ondersteunen en inclusieve, veilige werkomgevingen te creëren, kunnen havens een
duurzame en toekomstbestendige arbeidsmarkt garanderen. Daarnaast wil de Commissie
de ontwikkeling van geschoolde arbeidskrachten van de volgende generatie in alle sectoren
van de blauwe economie, met inbegrip van havens, ondersteunen door middel van maatregelen
in het kader van de Blue Generational Renewal Strategy. Sociale partners en relevante belanghebbenden wil de Commissie ondersteunen bij
het opstellen van een Pact for Skills voor de havensector, gericht op bijscholing, omscholing en inclusie.
Tot slot kondigt de Commissie aan richtlijnen op te stellen met betrekking tot de
toepassing van wetgeving inzake maritieme veiligheid op havenarbeiders aan boord van
schepen en voor het veilig omgaan met alternatieve brandstoffen in havens.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Havens zijn, zeker in tijden van toenemende geopolitieke spanningen, cruciaal voor
het waarborgen van de Europese veiligheid en strategische autonomie. Het kabinet heeft
zich de afgelopen jaren, in lijn met de Motie Koerhuis/Van der Molen2 actief ingezet voor de totstandkoming van een Europese Havenstrategie. In opdracht
van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het Clingendael Instituut
in samenwerking met de Erasmus Universiteit in 2024 onderzoek verricht naar de mogelijkheden
om een strategisch beleidskader op Europees niveau in te zetten om ongewenste invloeden
van buitenlandse mogendheden tegen te gaan. Dit rapport is ter input op de strategie
met de Commissie en met de Tweede Kamer gedeeld.3
Het kabinet zet momenteel al actief in op digitalisering van havens via de implementatie
van de European Maritime Single Window environment en de Electronic Freight Transport Information. Daarnaast is Nederland deel van het in oktober 2025 gevormde European Data Infrastructure Consortium.
Het kabinet heeft, in nauwe afstemming met betrokken departementen en de maritieme
sector, een non-paper ingediend waarin de kerninzet voor deze strategie uiteen is
gezet.4 Het kabinet benadrukt hierin dat Europese havens adequaat moeten worden ondersteund
bij de omvangrijke uitdagingen en transities waarmee zij momenteel worden geconfronteerd.
Het gaat daarbij onder meer om het versterken en behouden van de concurrentiekracht,
het vergroten van de weerbaarheid en strategische autonomie, en het faciliteren van
de energie- en duurzaamheidstransities.
Aanvullend heeft het kabinet binnen de coalitie van zeven Europese landen5 tegen georganiseerde criminaliteit (C7) een non-paper ingediend met aanbevelingen
voor de toekomstige inzet van de Europese Havenalliantie en de totstandkoming van
een Europese Havenstrategie.6 Middels dit non-paper riep de C7 de Commissie onder andere op om een gelijkwaardig
en adequaat veiligheidsniveau te bevorderen voor EU-havens, uniforme screeningprocedures
voor havenpersoneel in te voeren, en de samenwerking met derde landen te versterken.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet is grotendeels positief over de strategie. De eerdergenoemde non papers
worden naar het oordeel van het kabinet goed gereflecteerd. De Nederlandse beoordeling
wordt hieronder per pijler nader toegelicht.
Over het onderdeel m.b.t. het versterken van de concurrentiekracht, innovatie en digitalisering
kan worden opgemerkt dat het kabinet de steun waardeert die de Commissie via deze
strategie wil geven aan de Europese havens in het behouden en versterken van hun concurrentiekracht.
Het kabinet ondersteunt de door de Commissie benoemde prioriteiten. De Commissie spreekt
in de strategie expliciet steun uit voor naleving van ambitieuze bindende internationale
overeenkomsten in de International Maritime Organization. Het kabinet is het daarmee van harte eens en benadrukt het grote belang daarvan.
Ten aanzien van economische veiligheid ondersteunt het kabinet het streven van de
Commissie om, naast nationale beleidsinitiatieven, de komende jaren te werken aan
een versterkte Europese aanpak om de risico’s in havens die voortkomen uit economische
betrokkenheid, zowel wat betreft eigenaarschap van bedrijven als inzet van bedrijfsmiddelen,
in te perken. Het kabinet kan zich vinden in het voornemen om het bestaande EU-instrumentarium
tegen ongewenste buitenlandse invloed te verduidelijken met sectorspecifieke duiding
voor de havensector. Dit bevordert een gelijk speelveld tussen havens. Ook onderschrijft
het kabinet het belang van een EU-breed raamwerk om buitenlandse investeringen in
EU-havens beter in kaart te brengen en te monitoren, zodat de kennispositie van de
Unie wordt versterkt. Zoals in het non-paper met Nederlandse input voor de Europese
Veiligheidsstrategie aangegeven, zal Nederland de Europese Commissie blijven aansporen
haar inzet te vergroten voor wat betreft het tegengaan van buitenlandse invloed op
kritieke infrastructuur.7 Het kabinet verwelkomt bovendien de EU gezamenlijke mededeling «versterking van de
economische veiligheid van de EU», waarin het beschermen van de kritieke infrastructuur
van de EU een van de zes prioritaire hoog-risicodomeinen is van de Commissie.8 In dit kader implementeert het kabinet dan ook de Critical Entities Resilience (CER) en de Network and Information Security (NIS2) richtlijnen ter versterking van de bescherming van vitale infrastructuur en
de (digitale) weerbaarheid.
Mede in het licht van de aanbevelingen uit het rapport Port Politics van Clingendael
en de Erasmus Universiteit had het kabinet graag gezien dat er een nationaal aanspreekpunt
voor buitenlandse investeringen in havens wordt ingericht, evenals een EU-brede werkgroep
op dit terrein. Het kabinet zal hierover het gesprek aangaan met de Commissie.
Het kabinet onderschrijft het belang van het voorgestelde Europese militaire mobiliteitspakket
om militaire transporten zo snel en efficiënt mogelijk te kunnen verplaatsen. De Kamer
is onlangs over de inzet van het kabinet geïnformeerd.9 De Commissie benadrukt in haar voorstel dat lidstaten in tijden van nood zeggenschap
moeten kunnen uitoefenen over strategische dual-use infrastructuur (SDI), inclusief de mogelijkheid tot tijdelijke overname van controle.
Het Commissievoorstel is toepasbaar op alle SDI, ook wanneer die niet in beheer van
de staat is. Nederland beschikt over de noodzakelijke wettelijke instrumenten en zet
de komende jaren in op verdere modernisering van het staatsnoodrecht voor de havens
en de maritieme sector.
Het kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie om de toepassing van innovatie
te ondersteunen niet alleen tijdens de pilotfase van die innovatie, maar ook daarna.
Hoe de Commissie het technologisch leiderschap van de Unie op het gebied van het gebruik
van alternatieve brandstoffen, elektrificatie, ontwerp, aanpassing van apparatuur,
energie-efficiëntie en digitalisering wenst te versterken, wordt in de voorgestelde
strategie niet geheel duidelijk gemaakt. Het kabinet zal de Commissie om verduidelijking
vragen.
De Commissie benadrukt voor wat betreft digitalisering en logistieke ketens het belang
van een veilige digitale uitwisseling van gegevens tussen overheid en bedrijfsleven
en bedrijven onderling. Nederland heeft hierin al stappen gezet met het Groeifonds-programma
Digitale Infrastructuur Logistiek, het mede in dat kader ontwikkelde afsprakenstelsel
voor veilige data-uitwisseling, de Basis Data Infrastructuur, en initiatieven om het
midden- en kleinbedrijf meer digitaal te laten werken. De strategie sluit voorts goed
aan bij de prioriteiten benoemd in de recent aan de Kamer gezonden Beleidsagenda Goederenvervoer.10 In dit perspectief staat het kabinet daarom overwegend positief tegenover het voorstel.
De Commissie zal worden gevraagd om verduidelijking over de mogelijke doorwerking
van de strategie voor de binnenhavens.
Naast zeehavens zijn ook binnenhavens en verbindingen per weg en spoor essentiële
schakels voor de logistieke keten en de achterlandverbindingen. Het kabinet kijkt
met interesse uit naar het voorgestelde Actieplan Inland Waterway Transport en de aangekondigde acties op het gebied van toegang tot rail service facilities en zal waar nodig een bijdrage leveren. Het kabinet verwelkomt een nieuw actieplan
voor de binnenvaart als vervolg op het NAIADES III-actieplan,11 mits gebaseerd op een grondige evaluatie van de resultaten van het huidige actieplan.
Dit vervolg dient voort te bouwen op lopende trajecten, zoals de implementatie van
de CESNI-standaard inzake de emissieprestatie van binnenvaartschepen en de opvolging
van de aangekondigde decarbonisatiestudie in het Sustainable Transport Investment Plan, waarbij de inzet op een Europees gelijk speelveld tussen lidstaten cruciaal blijft.
Het kabinet onderschrijft het standpunt van de Commissie dat een goed functionerende
interne markt havens ten goede komt. Het kabinet zet in op het wegnemen en voorkomen
van ongerechtvaardigde interne-marktbelemmeringen en voor betere toepassing van huidige
interne-marktregels. Dit doet het kabinet onder meer middels de kabinetsbrede interne-marktactieagenda,
waarvan dit voorjaar een actualisering naar de Kamer wordt gestuurd.12
Op veel plaatsen in de strategie roept de Commissie de lidstaten op om op nationaal
niveau actie te ondernemen.13 Nederland zal er bij de Commissie en andere lidstaten op aandringen hierbij zoveel
mogelijk een gecoördineerde aanpak te volgen om belemmeringen voor de interne markt
te voorkomen en een gelijk speelveld te bevorderen. Ook zal Nederland aangeven dat
bij nieuwe initiatieven van de Commissie steeds aandacht moet zijn voor beperking
van regeldruk.
De strategie benoemt een herziening van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening
voor staatssteun aan zeehavens als belangrijk instrument voor een goed functionerende
interne markt, en het kabinet zal dit proces nauwlettend volgen. De Kamer wordt hierover
separaat geïnformeerdHet kabinet ondersteunt de aandacht die wordt gegeven aan havens
als energiehubs en de cruciale schakel die zij vormen in de brede opgave op het gebied
van energietransitie, duurzaamheid en schone industrie. Het kabinet onderschrijft
het belang van vergunningverlening voor projecten in de haven en ziet net als de Commissie
netcongestie daarbij als belemmerende factor. Nederland steunt de door de Commissie
voorgestelde ondersteuning voor samenwerking tussen havens en industriële clusters
bij de coördinatie van duurzame energieprojecten. De aanmoediging om prioriteit te
geven aan elektrificatieprojecten in havens is van groot belang voor de bredere energietransitie
en de verduurzaming van de scheepvaart. De genoemde initiatieven, zoals het European Grids Package en de herziening van de richtlijn ter versnelling van vergunningverlening voor strategische
energieprojecten, worden daarom verwelkomd.
De Commissie gaat beperkt in op wetgeving voor alternatieve brandstoffen zoals de
Alternative Fuels Infrastructure Regulation en FuelEU Maritime. De strategie zou naar het oordeel van het kabinet ook een visie van de Commissie
moeten bevatten op de aanstaande herziening van deze wetten om de positie van Europese
havens te versterken en te verduurzamen. De strategie gaat ook slechts beperkt in
op de synergie tussen TEN-T en TEN-E.14 Beide raamwerken zijn relevant voor havengebieden. Voor een integrale aanpak is het
belangrijk dat alle rollen van havens worden meegewogen. Het kabinet zal de Commissie
om verduidelijking vragen.
Het kabinet onderschrijft de delicate balans die gevonden moet worden tussen het verder
beperken van milieuschade door activiteiten in havengebieden, en het tegelijkertijd
vergroten van de concurrentiekracht van havens. Daarbij zijn bepaalde (onderhouds)werkzaamheden
zoals bijvoorbeeld baggeren noodzakelijk. De ondersteuning die de Commissie daarbij
aanbiedt voor het uitvoeren van milieurichtlijnen en wetgeving is zeer waardevol.
Dit mede gezien tegen de achtergrond van de implementatie van de TEN-T-verordening,
waarin gesteld wordt dat de toestand van vaarwegen niet mag verslechteren ten opzichte
van de huidige situatie.
Het kabinet ondersteunt met het oog op de aanzienlijke positie van Nederland in de
internationale afzetmarkt voor brandstoffen het idee om havens te benutten bij het
uitrollen en opschalen van de toepassing van hernieuwbare brandstoffen. Uniformiteit
in Europese regelgeving is daarbij noodzakelijk. Het is daarnaast belangrijk dat toekomstige
regelgeving voldoende mogelijkheden biedt voor het stimuleren van de aanbodzijde.
Het kabinet steunt de rol van de Renewable and Low-Carbon Fuels Value Chain Industrial Alliance in het toetsen van de beschikbaarheid van infrastructuur en aanbod van hernieuwbare
brandstoffen. Het is goed dat marktpartijen vanuit de hele keten hierbij betrokken
zijn.
De Commissie roept de lidstaten op om inkomsten uit ETS deels in te zetten voor verduurzaming
van de maritieme sector. De inzet van het kabinet is gericht op internationale afspraken
over maatregelen voor normeren en beprijzen. Aanvullend zijn en worden er nationaal
instrumenten ontwikkeld om de zeevaart- en binnenvaartsector te ondersteunen bij de
energietransitie. Zo heeft Nederland vanuit het Klimaatfonds en het Nationaal Groeifonds
middelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling, demonstratie en opschaling van
duurzame, alternatieve aandrijflijnen aan boord van schepen. Deze ondersteuning heeft
een aanjagende werking voor de opschaling van duurzame energiedragers.
De rol die groene scheepvaartcorridors kunnen spelen voor havens als multifuel hubs
voor het samenbrengen van vraag en aanbod ontbreekt in de strategie. Ook wordt in
de strategie de rol van de havens in de circulaire transitie slechts beperkt genoemd.
Het kabinet zal daarvoor aandacht vragen.
De Commissie spoort lidstaten aan om broeikasgasemissies in havens mee te nemen in
de uitvoering van hun nationale energie- en klimaatplannen, waaronder het meten van
en rapporteren over emissies in havens. Het kabinet heeft in de update van het Integraal
Nationaal Energie en Klimaatplan (INEK) 2021–2030 (d.d. juni 2024) reeds haar beleidsinzet
en maatregelen opgenomen voor o.a. de in havens opererende sectoren scheepvaart en
industrie. De update van het INEK maakt daarbij een koppeling naar de Nationale Klimaat-
en Energieverkenning. Deze initiatieven sluiten goed aan bij de strategie.
Ook steunt het kabinet een herziening van de Taxonomy Climate Delegated Act. Een herziening is zeer wenselijk, aangezien de huidige criteria voor scheepvaart
niet altijd goed toepasbaar zijn.
Onder de pijler over havens beschermen en beveiligen onderschrijft het kabinet de
analyse van de Commissie dat het complexe dreigingslandschap waarbinnen havens opereren
vraagt om een versterkte inzet op de bescherming en beveiliging van havens. Daarbij
dienen havenbeveiliging, het vergroten van weerbaarheid, digitale autonomie, cybersecurity
en de aanpak van ondermijnende criminaliteit centraal te staan. De nadruk die de strategie
legt op publiek-private samenwerking, informatie-uitwisseling, samenwerking met derde
landen en een effectieve en gelijkwaardige implementatie van de ISPS-code sluit goed
aan bij de Nederlandse inzet, zowel binnen de EU als internationaal.
Zoals in het non-paper met Nederlandse input voor de Europese Veiligheidsstrategie
aangegeven, roept Nederland de Europese Commissie op haar inzet te vergroten voor
wat betreft het tegengaan van buitenlandse invloed op kritieke infrastructuur.15
Publiek-private samenwerking met havenautoriteiten en industrie en een sterke multidisciplinaire
samenwerking en informatie-uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten, zoals douane
en politie, zijn een belangrijk onderdeel van de probleemgerichte aanpak van ondermijnende
criminaliteit in de havens in Nederland. Het kabinet verwelkomt daarom dat deze elementen
terugkomen in de strategie.
Het kabinet steunt het voornemen om bestaande richtsnoeren op het gebied van maritieme
veiligheid te actualiseren aan de hand van actuele (hybride) dreigingen. Daarnaast
zal het kabinet de Commissie stimuleren om meer te doen aan uniforme en effectieve
implementatie van de bestaande regelgeving. Het kabinet is van plan actief deel te
nemen aan de initiatieven van de Commissie, gezien het belang hiervan voor Nederland
en de Nederlandse havens. Het is hierbij aan te moedigen dat ook de samenwerking met
derde landen wordt geïntensiveerd.
Het kabinet ondersteunt hierbij het voornemen om nadrukkelijker te kijken naar achtergrondchecks
voor havenmedewerkers. Dit gelet op hun toegang tot sensitieve informatie en hun belangrijke
rol binnen vitale havenprocessen. Wel is het belangrijk om deze achtergrondchecks
te zien als onderdeel van een breder pakket gecoördineerde maatregelen op het gebied
van havenbeveiliging. Het is de laatste stap in het proces, wat betekent dat andere
waarborgen al aanwezig moeten zijn in havens.
Het kabinet verwelkomt het feit dat zowel de European Ports Alliance als de aanpak van georganiseerde criminaliteit en drugssmokkel expliciet worden genoemd
in de strategie. Het verkennen van mogelijkheden op het gebied van screening, evenals
de uitbreiding van veiligheidsmaatregelen naar binnenhavens, zijn veelbelovende stappen.
Daarbij is het van belang te onderkennen dat maatregelen die effectief zijn voor grote
havens niet één op één toegepast kunnen worden op binnenhavens.
Het kabinet steunt de aangekondigde inspanningen om de veerkracht van havens en de
achterlandverbindingen te versterken, met name op het gebied van klimaatadaptatie.
Het vergroten van de klimaatbestendigheid van haveninfrastructuur, inclusief toegangswateren
van en naar havens alsook van de vaarwegen als achterlandverbindingen naar de rest
van Europa, is essentieel voor de continuïteit van logistieke ketens en de economische
weerbaarheid van de Unie.
Ook verwelkomt het kabinet de extra aandacht voor noodplannen bij verstoringen van
transportroutes. Het kabinet heeft hier in het Nederlandse non-paper actief voor gepleit.
De opname hiervan in de strategie sluit aan bij de bredere Europese inzet op leveringszekerheid
en het versterken van de strategische autonomie van de Unie.
Tot slot is het kabinet het met de Commissie eens dat de lidstaten havens dienen mee
te nemen in de implementatie van de CER-richtlijn,16 om te zorgen voor een verhoogde weerbaarheid en een gelijk speelveld in Europa. Het
kabinet zet in op een nauwe aansluiting van de bepalingen in de EU militaire mobiliteitsverordening,
die betrekking hebben op SDI op de CER-richtlijn.
Het kabinet onderschrijft het belang van het versterken van de digitale autonomie
van havens in de komende jaren. Dit is van belang gezien de snelle ontwikkelingen
in de havens op het gebied van nieuwe technologieën, zoals artificiële intelligentie
en autonoom vervoer. Veilige en betrouwbare data-uitwisseling tussen partijen in havens
is daarbij cruciaal. Het kabinet steunt daarom de voorstellen van de Commissie voor
additioneel onderzoek en de initiatieven gericht op veilige informatie-uitwisseling
en opslag tussen havens en stakeholders. Een goede samenwerking tussen binnenhavens
is hiervoor een essentiële randvoorwaarde. Binnen Nederland zijn in meerdere provincies
samenwerkingsverbanden van binnenhavens opgericht die hieraan invulling geven. Daarbij
zijn er ook goede kansen voor grensoverschrijdende samenwerking.
Het kabinet verwelkomt de in de strategie genoemde initiatieven om de EU-brede aanpak
van cybersecurity in havens te versterken, onder meer door verdere harmonisatie van
cybersecuritystandaarden voor de maritieme sector. Dit draagt bij aan een gestroomlijnde
aanpak en een gelijk speelveld binnen de Europese Unie. Het kabinet zal er bij de
Commissie op aandringen dat nieuwe initiatieven niet leiden tot onnodige aanvullende
administratieve en juridische lasten voor bedrijven. Daarnaast ondersteunt het kabinet
het voornemen om een EU-brede risicobeoordeling van cybersecurityrisico’s uit te voeren
en een EU-platform op te zetten voor het delen van informatie en best practices tussen havens en relevante stakeholders. Hierbij is het van belang dat op Europees
en nationaal niveau ingezet wordt op een goede aansluiting van cybersecurity-initiatieven
bij de NIS2-richtlijn.17
Ten aanzien van de pijler over toegang tot financiering en investeringen onderschrijft
het kabinet de gedachte dat een combinatie van publieke en private financiering nodig
is om de havens te ondersteunen bij de uitdagingen en veranderende rollen waarmee
zij op dit moment worden geconfronteerd. Eenvoudige regelgevende kaders zijn daarbij
essentieel. De strategie introduceert geen nieuwe financieringsinstrumenten, maar
verwijst vooral naar lopende initiatieven onder het volgende Meerjarig Financieel
Kader, zoals het European Competitiveness Fund, de Connecting Europe Facility (CEF) en Horizon Europe. Over de inzet van het kabinet op die voorstellen is de Kamer eerder geïnformeerd.18
Het kabinet ondersteunt het uitgangspunt van de Commissie dat havens voldoende aanspraak
moeten kunnen maken op financiering vanuit deze instrumenten. Met het oog op de verschillende
rollen die havenclusters moeten vervullen, zou de Commissie een duidelijkere richtsnoer
kunnen bieden over de inzet van CEF-Energy, CEF-Transport en de militaire mobiliteitscomponent
van het toekomstige CEF. Het kabinet zal de Commissie om verduidelijking vragen.
Het kabinet is positief over de aandacht die de Commissie heeft voor scholing van
arbeidskrachten en veilige arbeidsomstandigheden in EU-havens. De strategie zelf brengt
geen nieuwe initiatieven met zich mee op het gebied van scholing maar verwijst naar
lopende trajecten, zoals de Pact for Skills, de Cybersecurity Skills Academy en de European Cybersecurity Skills Framework.
Ook de aanvullende maatregelen in het kader van de EMIS om carrières in de maritieme
transportsector aantrekkelijker te maken en de mobiliteit tussen functies op zee en
aan wal te bevorderen, zijn zeer relevant voor de Nederlandse havensector. Het kabinet
steunt de gedachte achter de aangekondigde initiatieven om veiligheid onder havenpersoneel
te bevorderen en kijkt hier met belangstelling naar uit.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Nederland heeft in aanloop naar de totstandkoming van de strategie met meerdere lidstaten
overleg gevoerd over de strategie, waaruit (op hoofdlijnen) kon worden geconcludeerd
dat Europese lidstaten behoefte hebben aan een strategie die een koppeling maakt tussen
bestaande en toekomstige initiatieven, zonder dat daar nieuwe wet- en regelgeving
uit voortkomt. Lidstaten, waaronder Nederland, stelden hierbij een brede thematische
scope voor, waaronder concurrentiekracht, veiligheid, energietransitie, digitalisering
en samenwerking met havens in derde landen. Op het gebied van (economische) veiligheid
werd aangegeven dat de EU reeds over een uitgebreide toolbox beschikt en dat dit primair een nationale competentie betreft. Het is de inschatting
van het kabinet dat de in de Havenstrategie genoemde stappen voor nu het maximaal
haalbare zijn, omdat diverse lidstaten dit domein als een nationale competentie beschouwen.
Wel heeft Nederland, met meerdere lidstaten, de Commissie opgeroepen om de inzet te
vergroten bij het beschermen van kritieke infrastructuur.
Het Europees Parlement heeft in 2023 al een oproep gedaan aan de Commissie om tot
een Europese Havenstrategie te komen.19 De fractie van Renew Europe in het Europees Parlement heeft op 3 maart 2026 een position
paper uitgebracht over de positie van havens en de maritieme industrie. Deze positie
sluit goed aan op het standpunt van het kabinet zoals neergelegd in dit BNC-fiche.
De EVP-fractie heeft aangegeven de strategie een goed begin te vinden, maar dat meer
concrete actie nodig is om de Europese kritieke infrastructuur te beschermen.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid is positief. De mededeling
heeft betrekking op vervoer, interne markt, milieu, veiligheid, energie en industrie.
Op het terrein van interne markt, milieu, vervoer, energie en veiligheid is sprake
van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, sub a,
sub e, sub g, sub i en sub j van het VWEU). Op het terrein van industrie is sprake
van een ondersteunende, coördinerende of aanvullende bevoegdheid (artikel 6, sub b,
VWEU).
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit is positief. De
mededeling heeft tot doel de concurrentiekracht van de Europese havens te versterken
en daarmee de concurrentiekracht van de Unie als geheel. Gezien het grensoverschrijdende
karakter van Europese havensamenwerking kan dit onvoldoende door de lidstaten op centraal,
regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom is een EU-aanpak nodig. Door
de maatregelen op de genoemde onderwerpen op Europees niveau in te richten wordt het
gelijk speelveld op het gebied van havenactiviteiten gewaarborgd. Om die reden is
optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteit is positief.
De mededeling heeft tot doel de concurrentiekracht van de Europese havens te versterken
en daarmee de concurrentiekracht van de Unie als geheel. Het voorgestelde optreden
is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de aangekondigde acties aansluiten
bij beleid van de EU zoals dat eerder werd vastgesteld in het European Competitiveness Compass. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat de
Commissie met name inzet op niet-bindende instrumenten zoals richtsnoeren en best practices, en op meerdere onderdelen ruimte aan lidstaten laat om rekening te houden met nationale
omstandigheden en bestaande institutionele kaders.
d) Financiële gevolgen
De mededeling heeft zelf geen directie financiële gevolgen. Dit kan wel het geval
zijn bij de verschillende initiatieven die in de strategie worden aangekondigd. Dit
zal te zijner tijd aan de orde komen in de bijbehorende BNC-fiches. Eventuele budgettaire
gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement,
conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De Europese havenstrategie introduceert geen nieuwe Europese regelgeving en brengt
daarom niet direct gevolgen voor regeldruk met zich mee. Wel verwijst de strategie
naar lopende en voorgenomen initiatieven die de Commissie op korte of middellange
termijn zal ontplooien. Het kabinet verzoekt de Commissie bij deze initiatieven een
effectbeoordeling uit te voeren, zodat de mogelijke regeldrukgevolgen inzichtelijk
worden gemaakt. Het voornemen van de Commissie om regelgeving voor havens en partijen
in de bredere sector te verduidelijken en te vereenvoudigen, wordt omarmd door het
kabinet. Evenals het eerder aangehaalde European Competitiveness Compass heeft de mededeling mogelijk invloed op de verhouding van de EU tot derde landen
omdat deze nadrukkelijk ziet op versterking van de weerbaarheid van de EU als geopolitieke
en economische speler. De mededeling geeft onder andere richtsnoeren voor samenwerking
met derde landen. Nederland staat hier positief tegenover, omdat dit bijdraagt aan
het versterken van de weerbaarheid van de EU en van Nederland als handelsnatie.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken