Brief regering : Fiche: Strategie voor de ontwikkeling van kleine kernreactoren (SMR’s) in Europa
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4315
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 4 fiches die werden opgesteld
door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche: Mededeling Energiepakket voor burgers (Kamerstuk 22 112, nr. 4313).
Fiche: Mededeling Strategie voor investeringen in schone energie (Kamerstuk 22 112, nr. 4314).
Fiche: Strategie voor de ontwikkeling van kleine kernreactoren (SMRs) in Europa.
Fiche: Europese Havenstrategie (Kamerstuk 22 112, nr. 5316).
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche: Strategie voor de ontwikkeling van kleine kernreactoren (SMR’s) in Europa
1. Algemene gegevens
a. Titel voorstel
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S: Strategie voor de ontwikkeling en
uitrol van kleine modulaire reactoren (SMR’s) in Europa
b. Datum ontvangst Commissiedocument
10 maart 2026
c. Nr. Commissiedocument
COM(2026)117
d. EUR-Lex
EUR-Lex – 52026DC0117 – EN – EUR-Lex
e. Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f. Behandelingstraject Raad
Vervoer-, Energie- en Telecomraad (Energieraad)
g. Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
2. Essentie voorstel
Op 10 maart 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: de Commissie) een strategie
voor de ontwikkeling van kleine modulaire kernreactoren (Small Modular Reactors, hierna SMR’s) in de Europese Unie gepubliceerd. De strategie ondersteunt de doelstellingen
van het Actieplan voor betaalbare energieprijzen en maakt deel uit van een breder
pakket aan initiatieven gericht op het versterken van de concurrentiekracht van Europa
en het vergroten van de energieonafhankelijkheid leveringszekerheid en de betaalbaarheid
van energie voor huishoudens en bedrijven.
De Commissie verwacht dat SMR’s, naast inzet op grootschalige kernreactoren, een sleutelrol
kunnen spelen in de verduurzaming van de Europese Unie en de versterking van het concurrentievermogen,
energiezekerheid en open strategische autonomie. De ontwikkeling van SMR’s biedt naast
schone en betaalbare energie van Europese bodem ook kansen voor de ontwikkeling van
nieuwe waardeketens, de Europese kennispositie en leiderschap op gebied van onderzoek
en innovatie naar nieuwe technologieën, hoogwaardige baangelegenheid en op de lange
termijn ook exportkansen.
De Commissie verwacht in Europa tussen de 17–53 GW aan geïnstalleerde SMR-capaciteit
tegen 2050. Daarbij beloven SMR’s naast elektriciteitsproductie ook hoge temperatuur
warmte en waterstofproductie te kunnen leveren, waardoor deze nieuwe kansen bieden
voor verduurzaming van hard-to-abate industrieën.
De inzet van de Commissie is de realisatie van SMR’s in de begin jaren van 2030. Een
succesvolle uitrol van SMR’s zal afhangen van het creëren van een sterke marktvraag
en een gunstig ondernemingsklimaat. De strategie zet in op het stimuleren en coördineren
van Europese inspanningen op SMR’s en nauwere samenwerking tussen lidstaten. Specifiek
wordt er ingezet op het bundelen van kennis, het harmoniseren van regelgevende kaders
tussen lidstaten en het stroomlijnen van regelgevingsprocessen, en het ontwikkelen
van een sterke Europese toeleveringsketen. Daarbij is aandacht voor snelle realisatie
van demonstratiereactoren en versnelde ontwikkeling van advanced modular reactors (AMR’s). De Commissie presenteert negen acties die hieraan kunnen bijdragen. De EU bouwt hierbij
voort op bestaand beleid en gremia, zoals de Europese SMR Industrial Alliance die in september 2025 haar strategisch actieplan 2025–2029 presenteerde. Verder benoemt
het ook eerder gepubliceerde EU verordeningen en voorstellen, zoals de Net-Zero Industry Act (NZIA)1 en de Clean Industrial Deal.2
Allereerst benadrukt de Commissie de rol van de EU-industrie als drijvende kracht
achter de uitrol van SMR’s, waarbij aandacht nodig is voor het tot stand brengen van
een EU-toeleveringsketen met een hoge mate van lokalisatie, ook wat betreft de nucleaire
brandstofcyclus. Dit kan ervoor zorgen dat de open Europese strategische autonomie
wordt versterkt. Het is van belang dat lidstaten en bedrijven samenwerken en middelen
bundelen, met focus op industriële standaardisering en modulaire/serieproductie, alsook
samenwerking op regelgeving en vergunningen. Om dit te stimuleren, stelt de Commissie
drie acties voor: i) bundelen van krachten en middelen om een beperkt aantal kansrijke
initiatieven te realiseren, bijvoorbeeld initiatieven geïdentificeerd in de EU SMR Industrial Alliance, met inachtneming van concurrentiebeleid; ii) versterken van een concurrerende Europese
toeleveringsketen met focus op benodigdheden voor lokalisatie; iii) ontwikkelen van
industriële normen om modulaire productie en fleet-effecten mogelijk te maken.
Daarnaast benadrukt de Commissie het belang van een robuust investeringsklimaat met
zowel publieke als private investeringsinstrumenten. Daar waar de korte bouwtijden
en lagere investeringskosten ten opzichte van conventionele kerncentrales SMR’s aantrekkelijker
maken voor private investeerders, zijn er in de huidige vroege fase nog grote risico’s.
Overheidsinzet zou zich moeten richten op de-risking, om zo de aantrekkelijkheid voor private investeerders om in te stappen te vergroten.
De Commissie benadrukt hierbij ook EU-brede instrumenten, zoals budgetgaranties onder
InvestEU en het Innovatiefonds, de Important project of Common European Interest (IPCEI) voor kernenergie,3 de NZIA, de CISAF en het Europese Tripartite Agreements-initiatief. De Commissie
stelt drie concrete vervolgacties voor: iv) ontwikkelen van risicobeperkingsregelingen
voor de opschaling van innovatieve nucleaire technologieën. Hiertoe overweegt de Commissie
een reservering van 200 miljoen EUR onder het InvestEU-programma en mogelijkheden
binnen het nieuwe Scale-up Europe fonds; v) het verder uitwerken van de IPCEI op het
gebied van innovatieve nucleaire technologieën, en; vi) aansluiting van SMR’s binnen
de nettonulindustrievalleien – onder de NZIA.
Daarnaast benadrukt de Commissie het belang van overheidsbeleid ter versterking van
een robuust nucleair ecosysteem voor SMR’s. Dit beleid zou dan vooral moeten toezien
op het wegnemen van economische en regelgevende belemmeringen en het opbouwen van
waardeketens en human capital. Daarbij benadrukt de Commissie dat investeringen in de onderzoeksinfrastructuur
nodig zijn, om onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) mogelijk te maken. Internationale
samenwerking op het gebied van het opleiden van voldoende gekwalificeerd personeel
en nauwere samenwerking tussen toezichthouders op het gebied van veiligheid en vergunningverlening
is ook essentieel. De Commissie stelt drie acties voor: vii) versnellen van administratieve
processen voor export en intellectueel eigendom-gerelateerde zaken binnen Europese
grenzen; viii) oprichting van een «SMR-coalitie» voor beleids-, regelgevings-, vergunnings-
en economische aspecten van geselecteerde kansrijke SMR-ontwerpen; ix) effectieve
samenwerking met gelijkgestemde internationale partners zoals de Internationale Organisatie
voor Atoomenergie (IAEA), en strategische partnerlanden.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a. Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet ziet potentie voor SMR’s in Nederland, waarbij SMR’s op termijn complementair
aan de grote kerncentrales kunnen worden ingezet. Ook het Wennink-rapport benoemt
de potentie van SMR’s, en verwijst specifiek naar de Nederlandse AMR’s Allseas en
Thorizon die in ontwikkeling zijn. Deze initiatieven zouden kunnen bijdragen aan het
Nederlandse concurrentievermogen en open strategische autonomie. Om Nederland voor
te bereiden op de komst van SMR’s en om de ontwikkelingen te versnellen heeft het
kabinet de afgelopen jaren verscheidene stappen gezet. Op basis van een uitgebreide
stakeholderanalyse en een SMR-programma, is in oktober 2025 een SMR-strategie gepubliceerd.4 De strategie heeft als doel te verduidelijken wanneer en onder welke omstandigheden
SMR’s kunnen worden ontwikkeld. Het kabinet ziet daarbij kansen voor privaat initiatief,
met name voor initiatieven die al eens zijn gerealiseerd (n’th-of-a-kind). Het zet
zich in om deze initiatieven waar mogelijk te ondersteunen en faciliteren.
De nationale SMR-strategie gaat in op de potentie van SMR’s voor Nederland, middels
vier toepassingsgebieden: het leveren van elektriciteit voor het nationale energiesysteem,
de verduurzaming van industrieclusters, bij individuele bedrijven, en als innovatietoepassing.
Deze verschillende toepassingen liggen ten grondslag aan de keuzes die het kabinet
maakt over ruimtelijke inpassing, bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing en financiering
en ondersteuning. Naast de SMR-strategie zet het kabinet zich ook in voor het verder
opbouwen van het nucleair ecosysteem, waarvan initiatieven die kernenergie willen
ontwikkelen in Nederland kunnen profiteren. Hierbij wordt bijvoorbeeld ingezet op
human capital en het versterken van de Nederlandse nucleaire waardeketen. De acties die daarvoor
worden ingezet komen onder andere voort uit het Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma
(MMIP) kernenergie.5
Het kabinet zet zich ook actief in voor internationale samenwerking op het gebied
van SMR’s. Nederland vervult een actieve rol in Europese samenwerkingsverbanden zoals
in de SMR Industrial Alliance en de Europese Nucleaire Alliantie. Europese en internationalesamenwerking omtrent
SMR’s kan zorgen voor schaalvoordelen en het leren van lessen uit andere landen kan
zorgen voor het versnellen van de ontwikkeling van SMR’s in Nederland. Binnen de EU
zet Nederland zich ook in voor de oprichting van een Important Project of Common European Interest (IPCEI) voor kernenergie.
b. Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt de strategie voor de ontwikkeling van SMR’s in de EU. Momenteel
ziet het kabinet een grote interesse binnen Europa, maar tegelijkertijd kent de markt
versnippering. Verdere samenwerking en coördinatie op Europees niveau kan helpen om
inspanning te focussen en ontwikkelpaden te verkorten. Het kabinet ziet de strategie
vooral als een duidelijk signaal wat betreft de Europese ambities op SMR’s en AMR’s,
en erkenning van de bijdrage die deze kunnen leveren aan Europese klimaatneutraliteit
en strategische autonomie. De voorgestelde acties bouwen voort op bestaand beleid
en kaders als de NZIA en de CID en lichten toe hoe deze van toepassing kunnen zijn
voor SMR’s. Op enkele punten kan de strategie nog winnen aan concreetheid en een praktische
uitwerking. Wat betreft de door de Commissie voorgestelde acties, zal het kabinet
dan ook de volgende overwegingen onder de aandacht brengen ten behoeve van de verdere
uitwerking.
Door de verwachte vergrote aantallen SMR zijn er meer locaties en daarmee meer transporten
van splijtstof. Daardoor is non-proliferatie een duidelijk aandachtspunt. Tevens gelden
voor SMR dezelfde normen op het gebied van beveiliging en veiligheid, wat in de toekomst
zal vragen om meer capaciteit voor het benodigde toezicht (EURATOM, IAEA, ANVS).
Gezien het landschap waarin momenteel diverse SMR-ontwerpen en initiatieven zich binnen
de EU ontwikkelen, schaart het kabinet zich achter de boodschap van de Commissie om
te zoeken naar meer samenhang tussen landen en projecten, in overeenstemming met de
relevante EU- en nationale mededingingswetgeving. Een focus op een aantal kansrijke
projecten kan voordelen opleveren omdat het kan leiden tot gerichte financiering en
ondersteuning.
Het kabinet stelt zich wel kritisch op tegenover het proces en de grondslag van selectie
van kansrijke initiatieven. De strategie lijkt te verwijzen naar de huidige selectie
van ontwerpen binnen de EU SMR Industrial Alliance uit 2024. Gezien de snel veranderende marktomstandigheden, behoeftes van landen en
nieuwe technologische doorbraken, is het standpunt van het kabinet dat er in ieder
geval een herbeoordeling nodig is van de destijds geïdentificeerde kansrijke ontwerpen.
Ook is het van belang om rekening te houden met (tijdslijnen van) AMR-technologieën
met nieuwe toepassing, o.a. voor nucleaire voortstuwing, warmteproductie voor industrie
of stadsverwarming of sluiten van de brandstofcyclus. Dit is vooral van belang omdat
lidstaten verschillen in energieprofiel, nationale beleidsprioriteiten en behoefte
vanuit de nationale industrie.
Gezien de huidige geopolitieke context onderstreept het kabinet de boodschap van de
Commissie over het belang van een concurrerende Europese toeleveringsketen, met aandacht
voor het beschermen van Europees intellectueel eigendom. Het kabinet steunt dus de
aanmoediging van de Commissie om in Europees verband te blijven werken aan de ontwikkeling
van industriële normen en Europese industriële capaciteiten. Hierbij moet aandacht
blijven voor het belang van strategische partnerschappen met derde landen en moeten
internationale verplichtingen worden nageleefd. Harmonisatie van codes en normen zou
de ontwikkeling van een Europese nucleaire toeleveringsketen aanzienlijk ondersteunen,
omdat dit het voor leveranciers gemakkelijker zou maken om samen te werken met verschillende
leveranciers en ontwerpen en het de drempel verlaagt om in de nucleaire sector te
stappen. Het kabinet ziet dat op dit punt de mededeling nog aan concreetheid zou kunnen
winnen.
Het kabinet deelt het beeld dat overheidsinzet nodig is om private initiatieven verder
te brengen en private investeringen te mobiliseren, zoals de Commissie stelt in zowel
de SMR-strategie als de Clean Energy Investment Strategy. Dit is vooral het geval in de vroege fase van ontwikkeling en het afdekken van deze
risico’s. Het kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie om actief op Europees
niveau mogelijkheden te verkennen, zoals het InvestEU en het Innovatiefonds. De Commissie
zet een eerste stap met het beschikbaar stellen van 200 miljoen euro in garanties
via het InvestEU programma voor de ontwikkeling van SMR’s. Het kabinet benadrukt echter
dat dit een klein bedrag is, ten opzichte van wat vereist lijkt voor het afdekken
van risico’s omtrent realisatie van SMR’s. Het kabinet zet zich al langer in voor
meer synergie tussen nationale onderzoeksprioriteiten op het gebied van nucleaire
innovatieve technologie en de prioriteiten van bijvoorbeeld het Euratom fonds. Daarnaast
bekijkt het kabinet deze strategie ook in relatie tot de lopende onderhandelingen
over en mogelijkheden binnen het Europese Meerjarig Financieel Kader (MFK). Naast
onderzoek en innovatie benadrukt het kabinet de uitdagingen die SMR-ontwikkelaars
ervaren om hun concept tot marktintroductie te brengen. Om deze reden verwelkomt het
kabinet ook de toevoeging van SMR’s aan het Europese Scale-up fonds.
De inzet van de Commissie op de IPCEI voor innovatieve nucleaire technologieën voor
verdere coördinatie en ontwikkeling van SMR’s en AMR’s sluit ook goed aan bij de inzet
van het kabinet. Het kabinet zet zich al langer actief in binnen een werkgroep van
lidstaten voor het ontwerpen van deze IPCEI en is kansrijke Nederlandse projecten
alsmede budget aan het verkennen voor uiteindelijke deelname. Het kabinet zal daarnaast
bij de herziening van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (op basis van waarvan
lidstaten relatief eenvoudig en snel staatssteun kunnen verlenen) inzetten op een
mogelijkheid voor lidstaten om steun voor SMR’s te kunnen verlenen. Dit specifiek
ten aanzien van initiatieven die dicht bij de markt staan en waarvoor het huidige
steunkader onvoldoende mogelijkheden biedt. Herziening algemene groepsvrijstellingsverordening
moet in lijn zijn met internationale verplichtingen (bijv. onder het WTO-akkoord inzake
subsidies en compenserende maatregelen, ofwel ASCM).
De Commissie moedigt lidstaten aan om bij het ontwikkelen van nettonulindustrievalleien
ook het potentieel van elektriciteit en warmte uit SMR’s in kaart te brengen, en coördinatie
onder industriepartijen te faciliteren. Deze oproep sluit aan bij de recent gepubliceerde
Nederlandse SMR-strategie, waarbinnen de koppeling van warmte en elektriciteitsproductie
uit SMR’s aan industrieclusters reeds wordt verkend. Intensieve betrokkenheid van
marktpartijen en industrie werd daarnaast georganiseerd binnen de SMR-simulaties.
Tegelijkertijd ziet het kabinet ook de meerwaarde van de koppeling van SMR’s aan de
nettonulindustrievalleien en clustering van nettonultechnologieën (NTT), als hier
voordelen ontlokt kunnen worden voor versnelling van vergunningverlening en aansluiting
op energie-infrastructuur (zoals ook wordt beoogd in de Industrial Accelerator Act).
Dit kan een aantrekkingswerking hebben voor private investeerders. Het kabinet ziet
daardoor het belang van het blijven verkennen van de mogelijke kansen in de koppeling
van SMR’s aan deze eventuele toekomstige locaties.
De Europese strategie geeft aan dat human capital een uitdaging betreft, voor zowel conventionele kerncentrales als voor de ontwikkeling
van SMR’s en AMR’s. Het kabinet deelt deze zorg en zet zich, onder andere via het
MMIP, in voor voldoende geschoolde en gekwalificeerde werknemers. Gezien dit een EU-breed
vraagstuk is, is het belangrijk dat er ook op Europees niveau aandacht voor en inzet
op is. In de strategie wordt voorgesteld dat lidstaten samen met de Commissie werken
aan de oprichting voor een Europese academie voor nucleaire technologieën, inclusief
SMR’s, om het behoud van vaardigheden en de opbouw van een bekwaam personeelbestand
te ondersteunen. Zo’n academie voor nucleaire technologieën sluit goed aan op initiatieven
die in Nederland al lopen, zoals de Nuclear Academy, die mbo- en hbo-instellingen ondersteunt in het ontwikkelen van nucleaire onderwijsmodules.
Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot een nucleaire minor en keuzedeel in Zeeland en Noord-Holland.
Het is belangrijk dat Europese initiatieven zo veel mogelijk aansluiten op bestaande
nationale initiatieven.
De Commissie zet in op een Europees voorkeursprincipe waarbij publieke aanbestedingen
zoveel mogelijk de voorkeur wordt gegeven aan Europese producten en diensten en verbindt
dit aan het wetsvoorstel voor de verordening voor industriële acceleratie.6 Het Kabinet heeft een terughoudend standpunt ten aanzien van dit principe. Het voorkeursprincipes
kan worden gebruikt om de weerbaarheid van de Unie te versterken.
Als minder ingrijpende maatregelen niet voldoende zijn, kunnen lokalisatievereisten
in aanbestedingen ook worden ingezet om strategische markten te stimuleren die essentieel
zijn voor de weerbaarheid.
Het kabinet weegt per sector zorgvuldig af of de baten opwegen tegen de kosten. Het
kabinet zal nog een afweging maken over de rechtvaardigingsgrond, de wenselijkheid
en de mogelijke risico’s van het toepassen van een EU-voorkeursprincipe met betrekking
tot nucleaire energie en SMR’s in het bijzonder.
De Commissie pleit tevens voor de oprichting van een «SMR-coalitie» voor beleids-,
regelgevings-, vergunnings- en economische aspecten van geselecteerde SMR-ontwerpen.
Zo’n coalitie voor SMR’s geeft een belangrijk politiek signaal. Het kabinet neemt
een positieve grondhouding aan. Bij de verdere uitwerking moet eerst duidelijk worden
wie er aan deze coalitie zullen deelnemen en welke activiteiten deze coalitie zal
uitvoeren. Daarbij wordt ook gekeken naar de toegevoegde waarde hiervan ten opzichte
van bestaande gremia, beleid en wet- en regelgeving en samenwerking tussen toezichthouders.
Hierbij benadrukt het kabinet ook het belang om optimaal gebruik te maken van de bestaande
nucleaire infrastructuur en kennisbasis in Nederland én Europa, om vertraging door
vergunningstrajecten en/of locatievraagstukken zoveel mogelijk te beperken. De bestaande
kennisbasis biedt verder de mogelijkheid om innovatieve concepten te combineren met
uitvoeringservaring en industry best practices.
c. Eerste inschatting van krachtenveld
Verschillende lidstaten zijn op dit moment nog bezig met de positiebepaling. De meerderheid
van lidstaten verwelkomt de strategie als belangrijk politiek signaal dat de ambities
van EU-lidstaten op SMR’s en AMR’s onderschrijft. Verschillende lidstaten vanuit de
Europese Nucleaire Alliantie hebben aangegeven dat de strategie nog kan winnen aan
concreetheid. Enkele lidstaten geven daarbij aan dat SMR’s en AMR’s inderdaad een
bijdrage kunnen leveren aan verduurzaming, concurrentievermogen en energiezekerheid,
maar dat ze niet bedoeld zijn als vervanging van grootschalige kerncentrales. Het
Europees Parlement riep de Europese Commissie in 2023 op een strategie voor SMR’s
op te stellen. Ook na de verkiezingen in 2024 is een overgrote meerderheid in het
Europees Parlement positief over de verdere ontwikkeling en introductie van SMR’s
en AMR’s.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële
gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a. Bevoegdheid
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het
kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten
in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
De grondhouding van het kabinet is positief. Het voorstel heeft betrekking op energiebeleid.
Op gebied van energie is sprake van een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten
(artikel 4, tweede lid, onder i, Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie
(VWEU) en artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU).
b. Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om samenwerking
tussen lidstaten en bedrijven gevestigd in de lidstaten te bevorderen, om zo SMR-ontwikkelingen
te versnellen en uiteindelijk schaalvoordelen te kunnen benutten. Gezien het feit
dat de schaalvoordelen van SMR’s pas worden gerealiseerd op het moment dat hetzelfde
ontwerp verscheidene keren is gerealiseerd, kan dit onvoldoende door de lidstaten
op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom is een EU-aanpak
wel nodig. Door met de Europese strategie en aanpak voor human capital maar ook O&I, kan uiteindelijk een EU-waardeketen worden opgebouwd waar de lidstaten
de voordelen van kunnen benutten. Om die redenen is optreden op het niveau van de
EU gerechtvaardigd.
c. Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel om samenwerking
tussen lidstaten en bedrijven gevestigd in de lidstaten te bevorderen, om zo SMR-ontwikkelingen
te versnellen en uiteindelijk schaalvoordelen te kunnen benutten. Het voorgestelde
optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken. Het voorstel geeft suggesties
en stelt een richting voor wat betreft de inzet van lidstaten op randvoorwaarden als
voldoende human capital, beleidsinzet rondom het nucleaire ecosysteem, harmonisatie van codes en normen.
Dit zijn op dit moment uitdagingen en vertragende factoren bij de uitrol van SMR’s
binnen de EU. Het benoemt ook dat het verder wilt gaan met de inzet op IPCEI, wat
een impuls kan geven aan de uitrol van SMR’s in de EU. Het voorstel gaat niet verder
dan noodzakelijk, omdat het geen verplichtingen oplegt, maar slechts suggesties en
acties die voortbouwen op acties die lidstaten en de Europese Commissie zelf al ondernemen.
d. Financiële gevolgen
De strategie heeft geen directe financiële gevolgen voor Nederland. Het voorstel van
de Commissie betreft een aanvulling van 200 miljoen EUR aan het InvestEU programma,
betaald vanuit inkomsten uit het EU ETS systeem. Nederland is van mening dat de benodigde
EU-middelen die in de strategie worden voorgesteld, gevonden dienen te worden binnen
de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze
moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet wil
niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele budgettaire
gevolgen voor de Rijksbegroting worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke
departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
e. Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling betreft een strategie en heeft geen directe gevolgen voor de regeldruk.
Voor de verdere uitwerking van de aangekondigde voorstellen, bijvoorbeeld wat betreft
de selectie van initiatieven die kunnen worden ondersteund, zal het kabinet bij de
Commissie aandringen op het uitvoeren van gedegen impact-assessments, onder andere
zodat de regeldruk in kaart kan worden gebracht.
De geschatte effecten op het Europese concurrentievermogen en open strategische autonomie
zijn positief. Het Draghi-rapport heeft aangegeven dat het opschalen van kernenergie,
inclusief SMR’s, een belangrijke bijdrage kan leveren aan energiezekerheid, en aan
het verminderen van energieafhankelijkheid. De inzet van de Commissie op het versnellen
van de ontwikkeling van SMR’s, met aandacht voor het opbouwen van een Europese toeleveringsketen
en het verminderen van afhankelijkheden van derde landen, draagt hier dus in positieve
zin aan bij.
Naast kansrijke Europese SMR-ontwerpen zijn er ook veelbelovende initiatieven in de
EU in ontwikkeling die ontwerpen betreffen vanuit derde landen. De aandacht van de
Commissie voor maatregelen omtrent bescherming van intellectueel eigendom zal naar
verwachting de kennisveiligheid vergroten, zonder een obstakel te vormen voor de samenwerking
met derde landen.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken