Brief regering : Invoering Wet kinderopvang BES per 1 januari 2026
36 306 Regels ten behoeve van de kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet kinderopvang BES)
Nr. 13
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 april 2026
Goede kinderopvang is in zowel Europees als Caribisch Nederland belangrijk voor de
ontwikkeling van kinderen en maakt het mogelijk dat ouders kunnen werken. Daarom is
het van belang dat de kinderopvang veilig, toegankelijk en van goede kwaliteit is.
Kinderopvang biedt kinderen een rijke omgeving met pedagogisch medewerkers en andere
kinderen om mee te spelen, waarin zij sociale vaardigheden leren door bijvoorbeeld
samen te spelen, conflicten te ervaren en deze weer op te lossen. Daarnaast stimuleert
de kinderopvang de (sociaal-emotionele) ontwikkeling van kinderen met activiteiten
zoals buitenspelen, liedjes zingen en samen een boek lezen. In Caribisch Nederland
brengen kinderen veel tijd door op de kinderopvang, omdat ouders veelal fulltime werken.
Des te belangrijker dat de kwaliteit en toegankelijkheid daar goed op orde zijn. In
deze brief informeer ik uw Kamer over de invoering van de Wet kinderopvang BES (hierna:
Wko BES) per 1 januari 2026. Ik ga hierbij in op de stappen die de afgelopen periode
zijn gezet rondom de implementatie van alle wet- en regelgeving. Ook kondig ik in
deze brief een verhoging aan van de toeslag die kinderopvangorganisaties ontvangen
voor de opvang van baby’s (de «babytoeslag»).
Leeswijzer
In paragraaf 1 ga ik in op de aanleiding en invoering van de wet- en regelgeving voor
de kinderopvang in Caribisch Nederland, en kondig ik een verhoging van de babytoeslag
aan. In paragraaf 2 licht ik toe welke artikelen nog niet in werking zijn getreden.
Paragraaf 3 gaat verder in op toezicht en handhaving op de Wko BES. En in paragraaf
4 wordt ingegaan op de nieuwe systematiek van financiering van kinderopvangorganisaties.
1. De invoering van het stelsel kinderopvang op Caribisch Nederland
Aanleiding en programma BES(t)4Kids
Per 1 januari 2026 is de Wko BES van kracht. Dat is een belangrijke stap voor de kinderopvang
in Caribisch Nederland. Anders dan in Europees Nederland was er tot voor kort nog
geen wettelijke regeling voor de kinderopvang in Caribisch Nederland. De kinderopvang
was vanaf 10–10-’10 een eilandelijke verantwoordelijkheid die voor een groot deel
vanuit de beperkte eigen eilandelijke middelen moest worden ingevuld. De kwaliteit
van de kinderopvang was toen vaak niet goed genoeg en (relatief) duur voor de gezinnen
die juist kinderopvang nodig hebben. Dit was ook de aanleiding voor het programma
BES(t) 4 Kids in 2018, dat als doel heeft kwalitatief goede, veilige en toegankelijke
kinderopvang in Caribisch Nederland te realiseren.
De afgelopen jaren zijn hierin veel stappen gezet, zoals het opleiden van pedagogisch
medewerkers. Het programma blijft de komende tijd kinderopvangorganisaties ondersteunen.
Ook rollen de openbare lichamen een ondersteuningsstructuur uit voor kinderopvangorganisaties.
Daarnaast is er sinds kort een onlinetrainingsdatabase beschikbaar voor iedereen die
professioneel betrokken is bij de kinderopvang. Deze database biedt tools en e-learnings
die gericht zijn op zowel de implementatie van wet- en regelgeving als op het verder
professionaliseren van de sector.
Wettelijk stelsel
De invoering van het wettelijk stelsel per 2026 is een belangrijke stap in het verbeteren
van de kwaliteit en toegankelijkheid van kinderopvang in Caribisch Nederland. Het
is onderdeel van een continu ontwikkelproces waarin de afgelopen jaren al mooie stappen
zijn gezet. Dat is alleen mogelijk door de inzet van de kinderopvangorganisaties en
de pedagogisch medewerkers. Ik waardeer hun inzet en betrokkenheid om mee te werken
aan deze verbeteringen. De nieuwe kwaliteits- en opleidingseisen moeten een verdere
impuls geven aan verantwoorde kinderopvang. Ook een programma voor voorschoolse educatie,
dat vanaf 2026 verplicht is, draagt bij aan de ontwikkelingskansen van het jonge kind.
Tegelijk is het een uitdaging voor kinderopvangorganisaties om meteen vanaf de invoering
aan alle nieuwe vereisten te voldoen.1 Daarom is vorig jaar besloten tot een gefaseerde invoering op een aantal onderdelen
van de wet, om organisaties de ruimte te geven naar de nieuwe kwaliteitsnormen toe
te groeien. Ook zal het toezicht en handhaving zich de eerste periode richten op enkele
specifieke onderdelen. Dat licht ik verderop in de brief toe. Daarnaast hebben kinderopvangorganisaties
gesignaleerd dat de vergoeding die zij krijgen, met name de babytoeslag, te beperkt
is.
Verhogen babytoeslag met ongeveer 15 procent
In de vergoeding die kinderopvangorganisaties ontvangen, zit een toeslag voor het
opvangen van baby’s. Dit komt tegemoet aan de extra kosten die de opvang van baby’s
met zich meebrengen, bijvoorbeeld extra personeel om aan de BKR te voldoen, het hebben
van een aparte slaapruimte en het bieden van luiers en voeding. Met de Wko BES is
het niet meer toegestaan voor kinderopvangorganisaties om extra’s zoals het zelf meebrengen
van luiers aan ouders te vragen. Deze bepaling is opgenomen om de toegankelijkheid
voor ouders te vergroten en daarmee de arbeidsparticipatie te stimuleren. Kinderopvangorganisaties
hebben aangegeven dat deze bepaling knelt, in het bijzonder bij de opvang voor baby’s.
Om kinderopvangorganisaties daarin tegemoet te komen, verhoogt het kabinet per 2027
structureel de babytoeslag. Bij de Voorjaarsnota van 2026 is additioneel budget beschikbaar
gekomen voor ophoging van de babytoeslag met ongeveer 15 procent. Voor Bonaire betekent
dit dat de babytoeslag per baby per maand met $ 40 stijgt naar $ 306 bij fulltime
opvang. Voor St. Eustatius is dit een stijging van $ 44 naar $ 340 per baby per maand
en voor Saba een stijging met $ 47 naar $ 362 per baby per maand. Dit vergt een aanpassing
van het besluit kinderopvang BES met ingang van 2027.
2. Uitzonderingen in wet- en regelgeving voor de kinderopvang in Caribisch Nederland
Op 23 april 2024 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wko BES. In deze wet staan
onder andere regels over de kwaliteit, de financiering en gegevensverwerking die in
lagere wetgeving – een algemene maatregel van bestuur (hierna: besluit), ministeriële
regeling en eilandelijke verordeningen (hierna: eilandsverordeningen) – verder worden
uitgewerkt.
Uitzonderingen in Wko BES
In aanloop naar de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2026 heeft het kabinet
in samenspraak met de bestuurscolleges van de eilanden besloten niet alle bepalingen
per die datum in werking te laten treden. Het betreft bepalingen die gaan over:
1. Plusopvang;
2. Flexibele opvang;
3. Maximering van de kinderopvangvergoeding;
4. Betaling van de ouderbijdrage door het bestuurscollege; en2
5. Deskundige bij strafbare feiten in de kinderopvang.
Het uitzonderen van deze bepalingen heeft te maken met de omstandigheid dat de eilanden
eerst willen inzetten op verbetering van de basiskwaliteit van kinderopvang in Caribisch
Nederland. Na de wetsevaluatie (voorzien in 2031) zal het kabinet besluiten op welk
moment de artikelen 1 tot en met 3 uit bovenstaande lijst in werking treden. Het in
werking treden van de betaling van de ouderbijdrage door het bestuurscollege is voorzien
voor april 2026. De bepalingen over de deskundige bij strafbare feiten in de kinderopvang
(5) zullen ook eerder in werking treden dan na de wetsevaluatie. Hiervoor is een wetswijziging
nodig, die nu via een Verzamelwet SZW met verwachte inwerkingtreding per 1 januari
2027 wordt voorbereid.
Hier volgt een toelichting op de genoemde bepalingen.
1. Plusopvang
Plusopvang is kinderopvang voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte, bijvoorbeeld
vanwege een (verstandelijke of fysieke) handicap, ontwikkelachterstand of gedragsproblemen.
Plusopvang vraagt meer van kinderopvangorganisaties dan reguliere opvang met betrekking
tot personeel, materiaal en ruimtes. Op dit moment staan kinderopvangorganisaties
voor de uitdaging om de algemene kwaliteit van de kinderopvang te verbeteren. Dit
heeft ook de inspectie geconcludeerd. Omdat deze algemene verbeteringsslag nog nodig
is, is besloten de wettelijke verplichtingen rondom plusopvang nog niet in werking
te laten treden. Dat de bepalingen over plusopvang uitgesloten zijn van inwerkingtreding
wil niet zeggen dat er geen plusopvang is op de eilanden. In aanloop naar de Wko BES
zijn de eilanden gestart met pilots voor het bieden van extra ondersteuning aan kinderen
met een ondersteuningsbehoefte. Om te voorkomen dat deze kinderen niet terecht kunnen
in de kinderopvang, en hun ouders niet kunnen werken, is in overleg met de bestuurscolleges
van de eilanden besloten om de bestaande pilots te continueren. Met financiële ondersteuning
van een bijzondere uitkering worden deze pilots plusopvang voortgezet. Hiervoor heeft
het kabinet structurele middelen beschikbaar gesteld, die in 2025 verder opgehoogd
zijn met € 1 miljoen. De uitvoering van deze pilots gebeurt in de geest van de wet.
Op deze manier kan toegewerkt worden naar inwerkingtreding van de wettelijke bepalingen
over plusopvang.
Van belang is dat de kennis die met de pilots is opgedaan over plusopvang wordt gebruikt.
Daarom volg ik de ontwikkelingen de komende jaren. De inzichten worden meegenomen
richting de evaluatie van Wko BES. Na de wetsevaluatie zal het kabinet besluiten op
welk moment deze artikelen in werking treden.
2. Flexibele opvang
De Wko BES maakt het mogelijk dat ouders die onregelmatige tijden werken -in de avond,
nacht of weekend- in aanmerking komen voor gesubsidieerde kinderopvang: flexibele
opvang. De bestuurscolleges van de eilanden hebben aangegeven de komende jaren geen
gebruik te willen maken van de mogelijkheid om flexibele opvang aan te bieden. Zo
kunnen zij zich richten op verbetering van de kinderopvang in den brede. Daarbij speelt
dat het onbekend is of er voldoende vraag is naar deze vorm van opvang en dat de huidige
middelen ontoereikend zijn om flexibele kinderopvang te financieren.
3. Maximering van de kinderopvangvergoeding
De kinderopvangvergoeding is een vergoeding aan een kindercentrum of gastouder voor
de kosten van kinderopvang. De Wko BES geeft aan het bestuurscollege de mogelijkheid
om per eiland een maximum te stellen aan het totaal aantal dagdelen per maand waarvoor
een kinderopvangvergoeding wordt verstrekt. Het doel van deze bepaling is om het opzetten
van nieuwe kinderopvangorganisaties te kunnen reguleren. Gezien de huidige omstandigheden
met een tekort aan opvangplekken en personeel is er geen reden gebruik te maken van
deze bepaling.
4. Betaling van de ouderbijdrage door het bestuurscollege
Ouders die gebruikmaken van kinderopvang waarvoor een kinderopvangvergoeding wordt
verstrekt, betalen een ouderbijdrage. De Wko BES bepaalt dat als de ouder(s) de ouderbijdrage
niet kunnen betalen, het bestuurscollege de bijdrage kan betalen aan de kinderopvangorganisatie.
In een eilandsbesluit worden voorwaarden neergelegd. Voor de invoering van de Wko
BES hebben de bestuurscolleges aangegeven hier meer tijd voor nodig te hebben. In
aansluiting op de werkwijze van afgelopen jaren, heeft Uitvoering van Beleid (hierna:
UVB) op advies van de bestuurscolleges de ouderbijdrage daarom nog uitbetaald in het
eerste kwartaal van 2026.
5. Deskundige bij strafbare feiten in de kinderopvang
De artikelen in de Wko BES over de deskundige bij strafbare feiten in de kinderopvang
zijn nog niet in werking getreden. Dat heeft de volgende reden. In de Wko BES is opgenomen
dat houders van kinderopvangorganisaties, pedagogisch medewerkers en gastouders vermoedens
van strafbare feiten in de kinderopvang, zoals mishandeling of misbruik, moeten melden.
Deze melding gebeurt bij een door de minister aangewezen deskundige. Dit kan een rechtspersoon
of een natuurlijke persoon zijn. Het is de bedoeling om twee deskundigen aan te wijzen:
het Advies- en Meldpunt huiselijk geweld en kinderopvang in Caribisch Nederland en
de vertrouwensinspectie van de inspectie in Europees Nederland. De Wko BES biedt op
dit moment echter onvoldoende grondslag voor het delen van persoonsgegevens tussen
deze twee deskundigen. Er is een wetswijziging nodig om dit mogelijk te maken. Mijn
voornemen is om dit onderdeel te laten zijn van de Verzamelwet 2027. Hiermee treden
de bepalingen over het melden van strafbare feiten, waaronder ook de overleg- en aangifteplicht,
al vóór de wetsevaluatie in werking.
Dit betekent dat tot die tijd de huidige werkwijze wordt voortgezet. De inspecteurs
op de eilanden die toezicht houden op de kwaliteit van de kinderopvang zijn eerste
aanspreekpunt bij strafbare feiten. Zij gaan met melders van vermoedens van mishandeling
in de kinderopvang in gesprek, en indien nodig wordt een onderzoek gestart of doorverwezen
naar de politie. Bovendien is er altijd de bevoegdheid om aangifte te doen van seksueel
misbruik.
Samenvattend kan worden gezegd dat waar bepalingen niet in werking zijn getreden,
aangesloten wordt op de huidige praktijk en al zoveel mogelijk wordt toegewerkt naar
hetgeen op de betreffende dossiers geregeld is in de Wko BES.
Eilandsverordeningen en eilandsbesluiten
Vanwege de specifieke omstandigheden in Caribisch Nederland en de wens om rekening
te houden met de Caribische context, hebben de openbare lichamen de mogelijkheid om
binnen de kaders van de wet aanvullende regels op te stellen bij of krachtens eilandsverordening
en/of eilandsbesluit. Het gaat dan onder andere om de voorwaarden waaronder ouders
in aanmerking komen voor betaling van de ouderbijdrage door het openbaar lichaam,
aanvullende opleidingseisen aan de beroepskrachten of invulling van het begrip gezonde
voeding. Per 1 januari 2026 zijn alle drie de eilandsverordeningen in werking getreden.
3. Toezicht en handhaving
Sinds 2020 houdt de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) jaarlijks toezicht
op de kinderopvang in Caribisch Nederlanden rapporteert hierover. Dit toezicht gebeurt
op basis van een kader gebaseerd op de eilandsverordeningen van Bonaire, Saba en Sint
Eustatius. Vanaf 2026 houdt de inspectie toezicht op basis van een vernieuwd onderzoekskader3 gestoeld op de Wko BES en de onderliggende regelgeving. Het onderzoekskader beschrijft
de werkwijze van de inspectie en welke eisen ze onderzoeken. Bij het opstellen van
het kader is overleg gevoerd met betrokken partijen, zoals het openbaar lichaam en
houders van kinderopvangorganisaties.
Stimulerend toezicht en boetebeleid
De afgelopen jaren was het toezicht van de inspectie vooral stimulerend, waarbij zij
kinderopvanglocaties jaarlijks onderzochten en herstelafspraken maakten waar de kwaliteit
van de kinderopvang niet voldeed aan de eisen. Het uitgangspunt is nog steeds om het
toezicht stimulerend uit te voeren en daarnaast samen met de houders te kijken naar
haalbare herstelafspraken voor onvoldoendes en verbeterpunten. Nieuw is dat met ingang
van de Wko BES de inspectierapporten openbaar worden op de website van de inspectie,
en dat handhavend opgetreden kan worden indien kinderopvangorganisaties zich niet
aan de regels uit de Wko BES houden. Dit kan onder andere door middel van een tijdelijke
sluiting (bij acute onveiligheid/ongezonde situaties voor kinderen) en door het geven
van advies tot het opleggen van bestuurlijke boetes. Hiervoor is een boetebeleidsregel
opgesteld. De inspectie heeft drie onderwerpen aangegeven waarop zij de eerste tijd
zal handhaven en heeft deze onderwerpen ook met de houders en gastouders gedeeld.
Het gaat hierbij om het herhaaldelijk niet uitvoeren van herstelopdrachten, om het
opvangen van te grote groepen kinderen en om het ontbreken van (actuele) VOG’s. Er
is gekozen voor een focus in de handhaving aangezien het de verwachting is, zoals
ik eerder in de brief toelichtte, dat kinderopvangorganisaties niet per direct aan
alle kwaliteitseisen kunnen voldoen. Het kan averechts werken op de verbeterkracht
van organisaties als er bij iedere losse tekortkoming direct een boete wordt opgelegd.
De focus ligt de eerste tijd op tekortkomingen die relatief eenvoudig op te lossen
zijn en belangrijk zijn voor de veiligheid van kinderen in de opvang.
De hoogte van de bestuurlijke boetes is per onderwerp vastgelegd in een boetebeleidsregel,
waarbij rekening is gehouden met de financiële draagkracht van kinderopvangorganisaties
in Caribisch Nederland.
Voor kinderopvangorganisaties brengt dit een nieuwe situatie met zich mee, waarin
blijvende tekortkomingen financiële consequenties kunnen hebben. De kinderopvangorganisaties
zijn tijdens voorlichtingsbijeenkomsten in het najaar van 2025 meegenomen in de nieuwe
handhavingsregels en de rechten zij hebben in het geval van handhaving. Bij de handhaving
zal rekening worden gehouden met het feit dat dit voor kinderopvangorganisaties nieuw
is en dat de kwaliteitsverbetering een doorlopend proces van de langere termijn is.
Jaarlijkse rapportage inspectie
De inspectie rapporteert jaarlijks over de uitkomsten van de onderzoeken die zij op
de eilanden doen. Voor de zomer verwacht ik de uitkomsten van de meting van de kwaliteit
van kinderopvang in Caribisch Nederland in 2025, en de ontwikkeling sinds 2021. Ik
informeer uw Kamer deze zomer over de uitkomsten.
4. Uitbetaling kinderopvangvergoeding door de RCN Unit SZW
Goede kinderopvang gaat gepaard met hoge eisen voor kinderopvangorganisaties en pedagogisch
medewerkers. Zonder financiële ondersteuning van de overheid is kinderopvang die aan
de wettelijke eisen voldoet voor de meeste ouders niet betaalbaar en dus niet toegankelijk.
Met de inwerkingtreding van de Wko BES begin dit jaar wordt de RCN Unit SZW verantwoordelijk
voor de uitvoering van de financiering van de kinderopvang in Caribisch Nederland
en het toezicht op de rechtmatigheid. De afgelopen jaren heeft de financiering van
de kinderopvangorganisaties in Caribisch Nederland plaatsgevonden via de Tijdelijke
subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland (hierna: tijdelijke
subsidieregeling) door UVB.
Overgang tijdelijke subsidieregeling naar Wko BES
De RCN Unit SZW is echter niet meteen in 2026 gestart met de uitbetaling van de kinderopvangvergoeding
aan de kinderopvangorganisaties. Om aanvragen voor kinderopvangvergoeding voor het
eerste kwartaal van 2026 te kunnen behandelen, zou de RCN Unit SZW in 2025 persoonsgegevens
moeten hebben verwerkt. Omdat de Wko BES pas per 1 januari 2026 in werking trad, was
daar geen wettelijke grondslag voor geweest. Daarom is besloten om de tijdelijke subsidieregeling
te verlengen tot en met het eerste kwartaal van 2026. In de tijdelijke subsidieregeling
is vastgelegd dat in het eerste kwartaal de kinderopvangorganisaties subsidie kregen
vanuit UVB voor de periode tot en met 31 maart. UVB treft momenteel de voorbereidingen
voor de eindcontroles. Sinds 1 april 2026 ontvangen de kinderopvangorganisaties de
kinderopvangvergoeding voor het tweede kwartaal vanuit de RCN Unit SZW.
De overgang van UVB naar de RCN Unit SZW betekent een nieuwe werkwijze voor de kinderopvangorganisaties
in Caribisch Nederland. Aanvragen worden voortaan ingediend op basis van overeenkomsten
tussen de kinderopvangorganisatie en ouders. Dit komt in plaats van prognoses van
dagdelen opvang en een realisatie hiervan achteraf. Ook is het aanvraagformulier vereenvoudigd
op verzoek van kinderopvangorganisaties. Er is getracht om de nieuwe financiering
zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de werkwijze van de tijdelijke subsidieregeling
vanuit UVB. De kinderopvangorganisaties worden op deze manier zo min mogelijk belast
met deze overgang. Daarnaast zijn de kinderopvangorganisaties al tijdig geïnformeerd
over de nieuwe werkwijze, zowel vanuit de RCN Unit SZW als vanuit het Rijk.
De RCN Unit SZW heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het inrichten van haar processen
om deze nieuwe taken uit te kunnen voeren en heeft een Kinderopvang-team samengesteld.
Het Kinderopvang-team van de RCN Unit SZW biedt praktische ondersteuning aan kinderopvangorganisaties
als het gaat om de financiering, het nieuwe aanvraagproces en het voldoen aan de administratieve
eisen uit de wet. Begin april heeft de eerste uitbetaling van de kinderopvangvergoeding
aan de kinderopvangorganisaties op basis van de Wko BES plaatsgevonden. De beschikkingen
die hieraan ten grondslag liggen zijn eind maart verstuurd aan de kinderopvangorganisaties.
5. Vooruitblik
De komende periode ligt de focus op de implementatie van de nieuwe wet- en regelgeving
en het verder verbeteren van de kwaliteit van de kinderopvang. Er wordt ook gewerkt
aan de voorbereidingen voor een invoeringstoets. Met deze toets breng ik de effecten
van de nieuwe regelgeving op de praktijk in kaart. Tot slot tref ik de voorbereidingen
die verder nodig zijn om de babytoeslag vanaf 2027 te verhogen.
Ik ben trots op de belangrijke stappen die worden gezet in de kinderopvang in Caribisch
Nederland, en op de samenwerking met alle betrokken partijen. Deze inspanningen dragen
bij aan kwalitatief goede en (financieel) toegankelijke kinderopvang in Caribisch
Nederland. Daarin staat samenwerking met alle betrokkenen centraal, waarin we hetzelfde
doel voor ogen hebben: kinderen een beter perspectief geven op de toekomst.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid