Brief regering : Toezegging gedaan tijdens het wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari 2026, over de stand van zaken van het Nationaal Slavernijmuseum
36 284 Slavernijverleden
Nr. 63
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 april 2026
In het Wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari 2026 heeft mijn ambtsvoorganger uw
Kamer toegezegd te informeren over de stand van zaken van het Nationaal Slavernijmuseum.
Met deze brief geef ik invulling aan deze toezegging.
Het Nationaal Slavernijmuseum is een belangrijke en concrete bijdrage aan het maatschappelijk
herstelproces over het slavernijverleden, en het tegengaan van de doorwerking van
dat verleden in het heden. Op het Java-eiland in Amsterdam komt een permanente plek
voor presentatie en herinnering, voor onderzoek naar persoonlijke familiegeschiedenis
in relatie tot het Nederlandse slavernijverleden, en voor ontmoeting en gesprek over
dit verleden. Het museum is een belangrijke en noodzakelijke aanvulling op ons museale
landschap, zoals de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad eerder constateerden.1 Het is namelijk het enige museum dat permanent, structureel en substantieel aandacht
besteedt aan het Nederlandse koloniale slavernijverleden. Ik onderschrijf de constatering
van de Raden dat het museum grote nationale betekenis kent met een onderscheidende
en inspirerende positie in het Nederlandse en Europese museale landschap. Het museum
is bovenal een concrete bijdrage aan een belangrijke ambitie uit het coalitieakkoord Aan de slag: «We werken actief aan maatschappelijke bewustwording over het koloniale verleden
en het slavernijverleden en de blijvende impact daarvan in samenwerking met de zes
Caribische eilanden.»2
Wat vooraf ging
Het Nationaal Slavernijmuseum is een Amsterdams initiatief waar gemeenschappen van
nazaten zich al decennialang voor inzetten. In de Amsterdamse gemeenteraad werd in
2017 het initiatiefvoorstel van de leden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA)
unaniem aangenomen.3 OCW ondersteunt de ontwikkeling van dit museum sinds 2019 vanwege de spilfunctie
voor de verdieping en verspreiding van kennis en bewustzijn over het slavernijverleden
in het Koninkrijk en daarbuiten.4 In 2022 maakte mijn voorganger Gunay Uslu bekend € 29 miljoen bij te dragen aan de
bouw van het museum.5
Op 15 februari 2024 is na een intensief participatietraject in het hele Koninkrijk,
het museaal ondernemingsplan Vertel het hele verhaal gepresenteerd en overhandigd aan mijn voorganger Fleur Gräper-van Koolwijk en de
Amsterdamse wethouder voor Kunst en Cultuur en Inclusie en antidiscriminatiebeleid,
Touria Meliani.6
Op 30 mei 2024 bent u geïnformeerd over de bestuurlijke afspraken die het Rijk met
de gemeente Amsterdam heeft gemaakt over de verantwoordelijkheidsverdeling en financiële
bijdrage.7 Uitgangspunt voor de bestuurlijke afspraken is dat de gemeente verantwoordelijk blijft
voor de totstandkoming van het museum. Dit betekent dat de gemeente Amsterdam verantwoordelijk
is voor de oprichting van een museumorganisatie en de bouw van het museum. OCW blijft
betrokken bij de ondersteuning van de museumorganisatie en de ontwikkeling van het
op te richten kenniscentrum.
In bovengenoemde bestuurlijke afspraken zijn ook de financiële afspraken gebundeld.
Voor de bouw van het museum heeft het Rijk in totaal € 32,17 miljoen beschikbaar gesteld
aan de gemeente Amsterdam.8 De gemeente draagt zelf voor de bouw en de oprichting van het museum € 47,4 miljoen
bij. Tevens stelt het Rijk voor de ontwikkeling van de museumorganisatie voor de jaren
2025 tot en met 2028, € 1,1 miljoen per jaar beschikbaar. Dit is een voortzetting
van de bijdrage van € 1 miljoen per jaar, die door mijn voorganger Ingrid van Engelshoven
van 2021 tot en met 2024 ten behoeve van de museale voorziening is toegekend.9 Ook is een inspanningsafspraak vastgelegd om deze middelen vanaf de opening van het
museum structureel in te zetten voor publieksactiviteiten. De gemeente heeft hiervoor
ook structurele middelen gereserveerd. Tot slot heeft het kabinet-Rutte IV besloten
om voor de ontwikkeling van het kenniscentrum van het museum éénmalig € 3 miljoen
beschikbaar te stellen uit de middelen van het slavernijverledenfonds.10
Museumorganisatie in ontwikkeling
Op 9 april 2025 is besloten tot de oprichting van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum
door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. John Leerdam is vervolgens
benoemd tot directeur-bestuurder. Tevens is de raad van toezicht benoemd, te weten,
Matthias van Rossum en Bianca Tjon Atsoi onder voorzitterschap van Franc Weerwind.
De nieuwe organisatie heeft een operationeel ondernemingsplan ingediend bij de gemeente
Amsterdam en het Ministerie van OCW voor de ontwikkeling van de organisatie richting
2030. Onderdeel van deze plannen is de voortzetting van de aanloopprogrammering in
Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk, zodat het museum in de
opstartfase reeds zichtbaar is en samenwerkingen aangaat met musea door het hele Koninkrijk.
Tevens werkt het museum aan de ontwikkeling van het kenniscentrum dat integraal onderdeel
wordt van het museum. Voor meer informatie over de voortgang van de museumorganisatie
verwijs ik u naar de raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad van Amsterdam, die op
het moment dat uw Kamer deze brief ontvangt wordt verstuurd door de wethouder voor
Kunst en Cultuur en Inclusie en antidiscriminatiebeleid, de wethouder Gemeentelijk
Vastgoed en de wethouder Deelnemingen.
Ontwerpproces museumgebouw en -park
In de vorige fase zijn via een intensief participatietraject wensen en ideeën opgehaald
uit de betrokken gemeenschappen over het museumgebouw en -park. De gemeente Amsterdam
heeft op 12 februari 2026 een internationale architectenprijsvraag gelanceerd. Met
de prijsvraag wil de gemeente Amsterdam architecten en ontwerpteams wereldwijd uitnodigen
om bij te dragen aan een betekenisvolle plek van herinnering, erkenning en verbondenheid.
Voor meer informatie over het ontwerp- en bouwproces verwijs ik u naar de bovengenoemde
raadsinformatiebrief. Omdat de architectenselectie officieel is gestart gaan de verantwoordelijke
wethouders regelmatig de gemeenteraad van Amsterdam informeren over de voortgang van
de bouw, in het kader van de Regeling Grote Projecten. Onderdeel hiervan is het continu
actualiseren van de planning. Mochten hieruit consequenties voortkomen die relevant
zijn voor het Ministerie van OCW, dan zal ik uw Kamer hierover informeren.
Overwegingen structurele borging
Uw Kamer vroeg mijn ambtsvoorganger naar de overwegingen bij een besluit over structurele
verantwoordelijkheid door de rijksoverheid vanaf opening van het museum. Zoals gezegd
constateer ik met de Raden dat het museum grote nationale betekenis kent met een onderscheidende
en inspirerende positie in het Nederlandse en Europese museale landschap. Tegelijkertijd
zie ik dat het museum momenteel in ontwikkeling is en tijd nodig heeft om zich verder
te ontplooien.
Ik wil het museum tijd geven om de juiste ontwikkelstappen te zetten. Het museum moet
bijvoorbeeld nog een collectieplan ontwikkelen en de museumorganisatie verder opbouwen.
Het museum heeft ook tot 2029 voldoende financiële slagkracht. Ik kan u wel verzekeren
dat ik mij in nauwe afstemming met de gemeente Amsterdam in zal zetten voor structurele
borging van het museum. Ik ben voornemens u in 2027 te informeren over hoe het ministerie
zich zal verhouden tot het museum.
Tot slot
Musea geven ons de kans om stil te staan bij het verleden en te begrijpen hoe het
verleden invloed heeft op het heden. Zij creëren een brug tussen toen en nu en nodigen
uit tot reflectie en gesprek. Ik ben verheugd dat er zowel door de Stichting Nationaal
Slavernijmuseum als de gemeente Amsterdam goede stappen worden gezet. Opdat er een
vaste plek komt om stil te staan bij het Nederlandse slavernijverleden. Een geschiedenis
die van ons allemaal is.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap