Brief regering : Verslag Financieel Stabiliteitscomité (FSC) van 20 maart 2026
32 545 Wet- en regelgeving financiële markten
Nr. 227
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2026
Hierbij zend ik u het verslag van de bijeenkomst van het Financieel Stabiliteitscomité
(FSC) van 20 maart 2026. Dit verslag wordt ook gepubliceerd op de eigen website van
het FSC.
In het FSC spreken vertegenwoordigers van De Nederlandsche Bank (DNB), de Autoriteit
Financiële Markten (AFM) en het Ministerie van Financiën ten minste twee keer per
jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van
de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het Centraal Planbureau (CPB)
neemt als externe deskundige deel aan de vergadering. De deelnemers namens het Ministerie
van Financiën en CPB nemen geen deel aan de besluitvorming over het signaleren van
risico’s en het doen van aanbevelingen. Hoogachtend,
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Verslag Financieel Stabiliteitscomité – 20 maart 2026
In het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) spreken vertegenwoordigers van de Autoriteit
Financiële Markten (AFM), De Nederlandsche Bank (DNB) en het Ministerie van Financiën
(FIN) over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële
stelsel. Het Centraal Planbureau (CPB) neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen.
Bij de bespreking over de monitor hypothecaire leennormen, de toegankelijkheidsmonitor
koopwoningmarkt en het perspectief op de woningmarkt was ook een vertegenwoordiger
van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aanwezig. De
president van DNB is voorzitter van het FSC.
Tijdens de vergadering zijn drie hoofdonderwerpen besproken: (1) actuele ontwikkelingen
en risico’s voor de financiële stabiliteit, (2) regelgeving van de financiële sector
en (3) de monitor hypothecaire leennormen, de toegankelijkheidsmonitor koopwoningmarkt
en het perspectief op de woningmarkt.
1. Actuele ontwikkelingen en risico’s voor de financiële stabiliteit
Het FSC constateert dat de Nederlandse economie en financiële sector zich in een periode
van verhoogde geopolitieke spanningen en macro-economische onzekerheid vooralsnog
veerkrachtig tonen. Tegelijkertijd neemt de onzekerheid over het internationale economische
beeld toe, onder meer door sterk gestegen energieprijzen, verstoringen in mondiale
waardeketens en verkrapping van financiële condities.
Het conflict in het Midden-Oosten vormt een belangrijke bron van neerwaartse risico’s
voor de economische groei en opwaartse risico’s voor de inflatie. Het FSC duidt deze
ontwikkeling nadrukkelijk als een aanbodschok, met mogelijk langdurige effecten wereldwijd.
Hogere en volatiele energieprijzen in combinatie met onzekerheid over de beschikbaarheid
van grondstoffen en halffabricaten, zoals kunstmest en helium, kunnen tot hogere kosten
en productieverstoringen leiden. Hierbij zullen hogere prijzen de koopkracht van huishoudens
aantasten. De uiteindelijke macro-economische en financiële impact is sterk afhankelijk
van de duur, intensiteit en geografische reikwijdte van het conflict. Zo wijzen de
meest recente basisramingen van het CPB1 en de ECB2 op een relatief gunstig inflatiepad met geleidelijk dalende energieprijzen, Alternatieve
scenario’s laten zien dat langdurig hogere energieprijzen kunnen leiden tot aanzienlijk
hogere inflatie en lagere economische groei.3
Ten aanzien van energieprijzen constateert het FSC dat de gasprijzen weliswaar zijn
gestegen, maar nog ver onder de piek uit 2022 liggen. Aan de andere kant zijn benzine-
en dieselprijzen boven de piek uit 2022 gestegen. Mede in het licht van eventuele
maatregelen wijst het FSC erop dat prijsinterventies de aanbodzekerheid kunnen aantasten
en dat de schuldhoudbaarheid van overheden een belangrijk aandachtspunt blijft. Oplopende
uitgaven in combinatie met hogere financieringskosten kunnen de begrotingsruimte beperken
en de gevoeligheid voor renteschokken vergroten. Eventuele compensatie voor gestegen
energieprijzen moet gericht en tijdelijk zijn; en passen binnen de (Europese) begrotingsregels.
Financiële markten functioneren tot dusver ordelijk, zo verlopen rentestijgingen geleidelijk
ondanks periodes van verhoogde volatiliteit op met name energie- en grondstoffenmarkten.
Tegelijkertijd blijven de spreads op bedrijfsobligaties laag en waarderingen op aandelenmarkten
hoog, in het bijzonder van technologie- en AI-gerelateerde ondernemingen. Deze hoge
waarderingen vergroten de kwetsbaarheid van markten voor abrupte correcties, die via
vermogenseffecten en financiële instellingen kunnen doorwerken naar de reële economie.
Het FSC besteedt specifieke aandacht aan de ontwikkeling van private-creditmarkten
en andere vormen van niet-bancaire financiering die de laatste jaren sterk zijn gegroeid.
Alternatieve kredietverlening kan, mits risico’s goed worden beheerst, een waardevolle
aanvulling vormen binnen de spaar- en investeringsunie, onder meer via private credit
voor bedrijven met beperkte toegang tot bankfinanciering. Momenteel zijn er echter
signalen zichtbaar van toenemende krediet- en liquiditeitsrisico’s bij private credit
fondsen, onder meer door beperkte transparantie, langere looptijden en lagere verhandelbaarheid.
Ook constateert het FSC dat door cyclische gevoeligheid de risico’s van private credit
kunnen toenemen. Zo is er nu al een toename van uitstroom en onttrekkingsverzoeken
zichtbaar. Het FSC besluit om de risico’s van private credit tijdens de volgende vergadering
uitgebreider te bespreken.
De Nederlandse financiële sector beschikt over stevige kapitaal- en liquiditeitsbuffers.
Banken, verzekeraars en pensioenfondsen zijn beter gepositioneerd dan in eerdere periodes
van financiële stress. Het FSC acht het desondanks van belang om kwetsbaarheden tijdig
te analyseren, onder meer met stresstesten en scenario-analyses die ook expliciet
reële-economische effecten meenemen. Daarnaast blijft onverminderd aandacht nodig
voor operationele en digitale weerbaarheid, mede in het licht van geopolitieke spanningen
en toenemende cyberdreigingen.
2. Europese ontwikkelingen en regelgeving
Het FSC bespreekt de recente Europese initiatieven op het terrein van financiële regelgeving
en toezicht. Het FSC ziet in de spaar- en investeringsunie kansen om barrières binnen
de Europese interne markt te verminderen en de efficiëntie, effectiviteit en consistentie
van toezicht te vergroten. Zo kan zorgvuldig ingerichte centralisatie van risico-gebaseerd
toezicht op Europees niveau belangrijke voordelen bieden.
Het FSC onderkent dat het Europese bankensysteem de afgelopen jaren gezonder is geworden
en dat verdere verdieping van de bankenunie, inclusief een depositogarantiestelsel
op Europees niveau (EDIS), kan bijdragen aan financiële stabiliteit. FSC-leden zien
ook voordelen in het versimpelen van regelgeving, zolang deze niet ten koste gaat
van de weerbaarheid van financiële instellingen. Daarbij blijft de internationale
context, waaronder mogelijke wijzigingen in het regelgevingskader buiten de Europese
Unie, een relevante factor.
3. Monitor leennormen, toegankelijkheid en perspectief op de woningmarkt
Het FSC bespreekt de gezamenlijke monitor leennormen van DNB en AFM4, evenals de CPB-monitor toegankelijkheid koopwoningmarkt5 en de CPB-studie Perspectief op de woningmarkt6. Uit de monitor leennormen blijkt dat sinds de invoering van de wettelijke leennormen
in 2013 de kwetsbaarheden bij huishoudens geleidelijk zijn afgenomen. Lagere gemiddelde
loan-to-value (LTV) en loan-to-income (LTI) ratio’s hebben de schokbestendigheid van
huishoudens vergroot. Tegelijkertijd laat de monitor zien dat bij nieuwe hypotheken
sinds 2022 een lichte toename zichtbaar is van de LTV- en LTI-ratio’s, met name onder
starters die vaker gebruikmaken van hun maximale leencapaciteit. Hierdoor blijven
financiële-stabiliteitsrisico’s aanwezig, vooral in combinatie met aanhoudend hoge
huizenprijzen.
Volgens analyses van het CPB is de toegankelijkheid van de koopwoningmarkt de afgelopen
jaren aanzienlijk verslechterd. Een steeds kleiner aandeel van de koopwoningen is
betaalbaar voor huishoudens met een doorsnee inkomen, vooral in stedelijke gebieden.
Het FSC onderschrijft dat versoepeling van leennormen het toegankelijkheidsprobleem
niet oplost en kan leiden tot hogere huizenprijzen en grotere financiële stabiliteitsrisico’s.
Tegelijkertijd kan verdere verkrapping van leennormen de toegankelijkheid op korte
termijn beperken.
Prudente leennormen blijven essentieel voor het waarborgen van de financiële stabiliteit
en wijzigingen in de leennormensystematiek zijn nu niet opportuun. Het verminderen
van structurele kwetsbaarheden op de woningmarkt vraagt om een brede beleidsmix, waaronder
het vergroten van het woningaanbod. Het FSC verwelkomt dat financiële stabiliteitsoverwegingen
nu expliciet meegenomen worden bij het bepalen van de leennormen. Hiermee wordt ook
opvolging gegeven aan een aanbeveling van het Internationaal Monetair Fonds (IMF Financial
Sector Assessment Program, 2024).7
De volgende vergadering van het FSC vindt plaats op 26 juni 2026. FSC-leden willen
dan spreken over private credit en stablecoins.
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën