Brief regering : Goedkeuringsbesluit Europese Commissie op de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij
28 973 Toekomst veehouderij
33 037
Mestbeleid
35 334
Problematiek rondom stikstof en PFAS
Nr. 298
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2026
Op 26 februari jl. is uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de Subsidieregeling
extensivering melkveehouderij (Kamerstuk 35 334, nr. 428). Met deze brief stel ik u op de hoogte van de afronding van de notificatieprocedure
bij de Europese Commissie en de hoofdlijnen van deze regeling.
Op 14 april heeft de Europese Commissie bekendgemaakt goedkeuring te geven op de Subsidieregeling
extensivering melkveehouderij (Sem)1. Volgens de Commissie is deze regeling in overeenstemming met het geldende staatssteunkader.
In totaal is voor de Sem een budget beschikbaar van € 627 miljoen. Daarvan is € 615,7 miljoen
beschikbaar voor het verstrekken van subsidie en is € 11,3 miljoen gereserveerd voor
de uitvoering van de Sem door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Nu
de notificatieprocedure is afgerond, kunnen de resterende stappen worden gezet. Ik
verwacht de Sem op korte termijn te kunnen publiceren in de Staatscourant. De Sem
zal vervolgens worden opengesteld van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Gedurende die
periode kunnen melkveehouders een aanvraag indienen. Die periode biedt melkveehouders
zowel de mogelijkheid om al op korte termijn met gebruikmaking van de regeling hun
bedrijf te extensiveren als om die afweging ook nog te kunnen maken in de bredere
context van de kabinetsplannen voor landbouw, natuur en stikstof.
Het doel van de Sem is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies
in de melkveehouderij. De Sem is gericht op het tijdelijk houden van minder melkkoeien
op het niveau van het individuele melkveebedrijf. De Sem leidt daarnaast tot een blijvende
afname van het aantal fosfaatrechten op nationaal niveau en daardoor tot een permanente
vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien in Nederland. Een belangrijk neveneffect
is dat de mestproductie afneemt, waardoor naar verwachting de druk op de mestmarkt
zal afnemen. Ook kan de Sem de omschakeling naar een extensievere bedrijfsvoering
stimuleren.
De Sem draagt bij aan een toekomstbestendige landbouw en aan de kabinetsdoelen op
het gebied van stikstof en klimaat.
Hoofdlijnen Sem
Melkveehouders kunnen deelnemen aan de Sem als zij in 2025 bedrijfsmatig melkkoeien
hebben gehouden. Deelnemende melkveehouders moeten tussen de 10 en 20 procent minder
melkkoeien op het melkveebedrijf gaan houden ten opzichte van het gemiddeld aantal
melkkoeien dat in 2025 op het bedrijf werd gehouden. Daarnaast mag het areaal grasland
gedurende de looptijd van de subsidie niet afnemen en mag het aantal overige graasdieren
(zoals jongvee, schapen, geiten, paarden, etc.) dat op het bedrijf aanwezig is, niet
toenemen. Deze verplichtingen gelden voor drie jaar vanaf het moment dat deelnemers
melding hebben gedaan van het laten vervallen van het deel van het fosfaatrecht dat
overeenkomt met het aantal verminderde melkkoeien. De aanvragen zullen op volgorde
van binnenkomst worden beoordeeld.
De verwachting is dat met het beschikbare budget het aantal melkkoeien met maximaal
64.000 kan afnemen. Dit betreft ongeveer 4% van het aantal melkkoeien in Nederland.
Dit leidt tot een verwachte afname van de ammoniakemissie met 0,5 kiloton en van de
broeikasgasemissie met 0,3 megaton CO2-equivalenten. Daarnaast neemt de fosfaatproductie naar verwachting met maximaal drie miljoen
kilogram af. Op basis van de definitieve deelnamecijfers zal dit najaar, nadat de
melkkoeien zijn verminderd en het bijbehorende fosfaatrecht is doorgehaald, duidelijkheid
zijn over de reductie van de emissies en de mestproductie. Deze afnames worden op
korte termijn behaald, aangezien deelnemende melkveehouders binnen vier weken na ontvangst
van de subsidieverlening het fosfaatrecht door moeten laten halen (de dieren zijn
dan ook niet meer op het bedrijf).
Na afloop van de driejarige extensiveringsperiode kunnen deelnemende melkveehouders
ervoor kiezen terug te gaan naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien, maar alleen
met nieuw aangekochte of geleasede fosfaatrechten. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld
(Kamerstuk 28 973, nr. 282) is het voor melkveehouders die deelnemen aan de Sem van belang om op voorhand te
weten of er mogelijk gevolgen van deelname aan de Sem kunnen zijn voor hun natuurvergunning
en zo ja, welke. Bij een extensivering met minimaal 10% en maximaal 20% van het aantal
melk- en kalfkoeien wijzigt de bedrijfsvoering niet structureel, ervan uitgaande dat
de opzet van het bedrijf gelijk blijft (dezelfde stalomvang, gelijke melkstalcapaciteit,
etc.). Op basis van de huidige regelgeving en jurisprudentie is er in dat geval geen
sprake van wijziging van een project en blijft de deelnemer binnen de bestaande natuurtoestemming
opereren. Ik blijf in gesprek met de provincies over de natuurtoestemming in relatie
tot deze regeling.
Een vraag die de melkveesector heeft gesteld, is of deelnemers aan de Sem uitgesloten
zouden kunnen worden van een generieke korting als in 2025 blijkt dat sprake zou zijn
van overschrijding van de nationale en sectorale mestproductieplafonds. Gelet op de
bepalingen in de Meststoffenwet is het juridisch gezien niet mogelijk om bedrijven
daarvan uit te zonderen, anders dan grondgebonden bedrijven die al uitgezonderd zijn
van een generieke korting.
Hoogte subsidie
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd
van de regeling en bestaat uit twee componenten. De eerste component bestaat uit een
bijdrage per verminderde melkkoe voor het inkomensverlies als gevolg van het verminderen
van de melkopbrengsten door het houden van minder melkkoeien, inclusief een vergoeding
voor de transactiekosten. Op basis van het advies van Wageningen Social & Economic
Research (WSER) heb ik de vergoeding voor het jaarlijkse inkomensverlies door gederfde
melkopbrengsten per verminderde melkkoe vastgesteld op € 1.534,–. Deze vergoeding
wordt verhoogd met een vergoeding voor transactiekosten van € 72,–. Opgeteld komt
dit neer op een jaarlijkse vergoeding per verminderde melkkoe van € 1.606,–.
De tweede component bestaat uit een bijdrage voor de gemiste inkomsten door het niet
kunnen verkopen van het doorgehaalde fosfaatrecht. Dit fosfaatrecht kan niet worden
verkocht, omdat het moet worden doorgehaald en komt te vervallen. Voor het bepalen
van deze vergoeding wordt uitgegaan van de gemiddelde verkoopprijs van een fosfaatrecht
over de laatste drie jaren (2023, 2024 en 2025). Op basis van het advies van WSER
heb ik een vergoeding van € 110,– voor een fosfaatrecht vastgesteld. De hoeveelheid
fosfaatrecht die moet worden doorgehaald, is afhankelijk van de gemiddelde melkproductie
per koe op het melkveebedrijf in 2025. De totale vergoeding voor de doorgehaalde fosfaatrechten
wordt in drie gelijke jaarlijkse bedragen betaald.
Private bijdrage en vervolgproces
Naast deze publieke subsidieregeling hebben de banken via de Nederlandse Vereniging
van Banken (NVB) te kennen gegeven een private bijdrage te gaan leveren. Deze bijdrage
zal zich richten op het aanbieden van rentekortingen voor nieuwe duurzame investeringen
door melkveebedrijven, die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren. Hiermee
worden de vaste lasten van nieuwe investeringen verminderd voor melkveehouders die
deelnemen aan de Sem.
De voorbereiding op publicatie en openstelling is gestart om melkveehouders de juiste
en noodzakelijke ondersteuning te kunnen bieden. Zo werkt RVO aan een webpagina waarop
alle informatie over de Sem te vinden is, inclusief een rekentool waarmee melkveehouders
een inschatting kunnen maken van het subsidiebedrag. Deze webpagina zal beschikbaar
zijn vanaf het moment van publicatie van de Sem in de Staatscourant.
Ik blijf met de sector in gesprek over de uitvoering van de regeling.
De Minister van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuur, J. van Essen
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur