Brief regering : Monitoringsrapportage 2024-2025 Terugsluis Vrachtwagenheffing
31 305 Mobiliteitsbeleid
Nr. 535
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 april 2026
Sinds 2024 is, op verzoek van de Tweede Kamer (motie Van Ginneken1), via voorfinanciering reeds gestart met het terugsluizen van opbrengsten van de
vrachtwagenheffing ter verduurzaming en innovatie van de vervoerssector. Hiervoor
is het Stimuleringspakket 2024–20252 opgesteld. Met deze brief informeer ik de Kamer over de Monitoringsrapportage 2024–2025
Terugsluis Vrachtwagenheffing. Deze rapportage geeft een overzicht van de behaalde
resultaten van het stimuleringspakket.
Totstandkoming
De vrachtwagenheffing start op 1 juli 2026. Vanaf die datum betalen eigenaren van
vrachtwagens per gereden kilometer. De netto-opbrengsten van de heffing worden ingezet
om de Nederlandse wegtransportsector te verduurzamen en te innoveren. Dit terugspelen
van de opbrengsten uit de vrachtwagenheffing via subsidies en andere maatregelen voor
(transport)ondernemers wordt de «terugsluis» genoemd.
De terugsluis start echter niet pas op 1 juli 2026, maar is al eerder van start gegaan.
Met de motie Van Ginneken heeft de Tweede Kamer gevraagd om in 2024 te starten met
de terugsluis met behulp van voorfinanciering. Dit om te voorkomen dat het stimuleren
van de verduurzaming en innovatie in de sector tijdelijk onderbroken zou worden, omdat
de maatregelen vanuit het Klimaatakkoord eind 2023 afliepen en de vrachtwagenheffing
pas in 2026 zou starten. Hiervoor is het Stimuleringspakket 2024–2025 opgesteld en
inmiddels uitgevoerd. De maatregelen uit dit pakket zijn gefinancierd met een lening
uit het Mobiliteitsfonds, die na de start van de vrachtwagenheffing terugbetaald zal
worden.
Inhoud stimuleringspakket
In het stimuleringspakket staat een vijftal maatregelen beschreven. Dat zijn de Aanschafsubsidieregeling
Zero-Emissie Trucks (AanZET), de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven
(SPriLa), de maatregel Hernieuwbare biobrandstoffen, de Subsidieregeling Waterstof
in Mobiliteit (SWiM) en de maatregel Logistieke efficiëntie. Die laatste bestaat vervolgens
weer uit zes verschillende sub-maatregelen. In de periode 2024–2025 is vanuit de terugsluis
€ 177,3 miljoen beschikbaar gesteld voor deze maatregelen. Daarnaast was voor de SPriLa
en SWiM ook budget beschikbaar vanuit het Klimaatfonds.
Monitoringsrapportage
Het doel van deze monitoringsrapportage is om een overzicht te geven van de behaalde
resultaten van het stimuleringspakket. Daartoe wordt inzichtelijk gemaakt welke maatregelen
zijn uitgevoerd, welke middelen daarvoor zijn ingezet, hoeveel aanvragen zijn ingediend
en toegekend en tot welke resultaten dit heeft geleid. De inzichten in deze monitor
zijn gebaseerd op gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die
verantwoordelijk is voor de uitvoering van bijna alle maatregelen uit het stimuleringspakket.
De beschikbare middelen hebben onder andere bijgedragen aan de aanschaf van 1.706
elektrische vrachtwagens en 487 waterstofvrachtwagens. Daarnaast is subsidie verleend
voor de realisatie van 818 laadstations en 14 waterstoftankstations voor het vrachtvervoer.
Deze resultaten laten zien dat de maatregelen niet alleen individuele ondernemingen
ondersteunen, maar ook bijdragen aan de structurele ontwikkeling van de sector. Door
zowel voertuigen als laad- en tankinfrastructuur te stimuleren, wordt de transitie
naar emissievrij transport in samenhang gefaciliteerd. Daarnaast zijn de eerste initiatieven
op het gebied van logistieke efficiëntie opgestart. Het stimuleringspakket vormt daarmee
ook een belangrijke stap richting efficiënter wegtransport.
Vervolg
Met de invoering van de vrachtwagenheffing op 1 juli 2026 is dit jaar gestart met
de uitvoering van het Meerjarenprogramma Terugsluis VWH 2026–20303. Daarmee komt in de jaren 2026–2030 de netto-opbrengst van de vrachtwagenheffing
beschikbaar voor de verdere verduurzaming en innovatie van de vervoerssector.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat