Brief regering : Nederlandse diplomatieke presentie in Venezuela
29 653 Het Nederlands buitenlands beleid ten aanzien van Latijns-Amerika en de Cariben
Nr. 92
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 april 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitvoering van de aangenomen motie d.d.
28 januari 20261 waarin uw Kamer de regering verzoekt om de diplomatieke post in Caracas te versterken
en de inzet te verhogen richting een volledige ambassadeursvertegenwoordiging.
Sinds de niet geloofwaardig verlopen presidentsverkiezingen in 20182, in afstemming met internationale partnerlanden, wordt het Koninkrijk vertegenwoordigd
door een zaakgelastigde. In januari 2025 werd op last van de Venezolaanse overheid,
wegens vermeende inmenging in binnenlandse aangelegenheden, de diplomatieke staf op
de Nederlandse ambassade in Caracas teruggebracht naar drie personen.3 Enkele Europese lidstaten werden om vergelijkbare redenen ook gedwongen af te schalen.
Nederland reageerde met een vergelijkbare afschalingsmaatregel voor de Venezolaanse
diplomatieke staf in Den Haag.
De huidige interim-regering in Venezuela heeft aan Nederland en de andere getroffen
EU-lidstaten kenbaar gemaakt de opgelegde beperkingen op te heffen, waarmee Nederlandse
diplomaten terug kunnen keren naar Caracas. De regering acht het, in lijn met de aangenomen
motie, in belang van het Koninkrijk om de diplomatieke presentie in Venezuela te herstellen
en daarbij in lijn met andere Europese lidstaten op het niveau van ambassadeur vertegenwoordigd
te zijn. Dit draagt bij aan stabiliteit van de bilaterale relatie, die de afgelopen
jaren aan volatiliteit onderhevig was, en beoogt een verdere impuls te geven aan de
inzet van het Koninkrijk voor herstel van de rechtsstaat en democratie in Venezuela.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
B.W. Berendsen
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken