Brief regering : Reactie op de brief van Natuurmonumenten, de Waddenvereniging en It Fryske Gea m.b.t. de briefing 'Bereikbaarheid van Ameland in balans met natuur'
29 684 Waddenzeebeleid
Nr. 305
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 april 2026
Met de brief van 12 maart jl. (Uw kenmerk 2026Z02641/2026D11405) heeft u mij gevraagd een reactie te geven op de brief die de vaste commissie heeft
ontvangen van Natuurmonumenten, de Waddenvereniging en It Fryske Gea m.b.t. de briefing
«Bereikbaarheid van Ameland in balans met natuur».
In deze brief ga ik allereerst in op de Routekaart Transitie Bereikbaarheid Waddeneilanden,
vervolgens op de vaargeulproblematiek Holwert-Nes en de MIRT verkenning Bereikbaarheid
Ameland.
Routekaart Transitie Bereikbaarheid Waddeneilanden
De afgelopen twee jaar hebben overheden (Rijk, Provincie en kust – en Waddengemeenten)
en vertegenwoordiging van natuurorganisaties gezamenlijk gewerkt aan de Routekaart
Transitie Bereikbaarheid Waddeneilanden, zoals gemeld in de Kamerbrief1 van 9 februari jl. In de routekaart staat waar Rijk en regio tot 2044 naar toe werken
om de bereikbaarheid toekomstbestendig te houden. De routekaart is tijdens het Bestuurlijk
Overleg Wadden van november 2025 vastgesteld. Afgesproken is:
• om de veerboten naar de Friese Waddeneilanden te elektrificeren;
• dat de eiland- en kustgemeenten de samenwerking in de gehele mobiliteitsketen van
en naar de vijf Waddeneilanden intensiveren;
• dat opdrachtgevers (o.a. Waddeneilanden, kusthavens, Rijkswaterstaat) gaan kijken
hoe havens en vaargeulen emissieloos gebaggerd kunnen worden.
De komende jaren zet het Ministerie van IenW zich samen met andere partners in om
invulling te geven aan deze afspraken. Hiermee zorgen wij er samen voor dat er wordt
toegewerkt naar een toekomstbestendige bereikbaarheid van de Waddeneilanden gestoeld
op drie uitgangspunten: emissieloos, impactarm en adaptief.
Vaargeulproblematiek veerverbinding Holwert – Nes
De Waddenzee is een dynamische omgeving, waarin het landschap steeds verandert door
getij, stroming en wind. Mede als gevolg van menselijk ingrijpen, het afsluiten van
de Zuiderzee en de Lauwerszee en door landaanwinning (t/m halverwege 20e eeuw), is
de «natuurlijke wijze» van de Waddenzee blijvend veranderd. Door sterke sedimentatie
wordt het wad tussen Ameland en de Friese kust steeds hoger en de vaargeul ondieper.
De autonome morfologische ontwikkeling maakt dat onderhoud van deze veerroute de laatste
decennia sterk is toegenomen, van enkele tienduizenden kubieke meter per jaar in de
jaren negentig tot momenteel circa 1,7 miljoen kubieke meters per jaar2. De afgelopen jaren kampte de veerboot regelmatig met vertraging en uitval van afvaarten.
Zoals gemeld in de Kamerbrief van 2 april 20253 zijn er in de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om de vaargeul bevaarbaar
te houden en de bereikbaarheid van Ameland te borgen. Zo heeft de invoer van de vijfkwartiersdienstregeling
in 2023 bijgedragen aan een betrouwbaardere dienstregeling.
De verwachting is dat het dagelijks baggeren op langere termijn niet langer houdbaar
is4. Als wordt vastgehouden aan de huidige veerroute tussen Holwerd en Nes moet dus sterk
rekening worden gehouden met doorgaande morfologische veranderingen die zullen leiden
tot een toename van het onderhoudswerk5. Dit vereist mogelijk ook inzet van steeds meer baggermaterieel, over een steeds
langer wordend traject, om de vaarweg op orde te houden. Ook nemen de onderhoudskosten
verder toe. De bereikbaarheid en leefbaarheid van Ameland komt zo onder druk te staan.
Impact baggeren
Zoals gemeld in het Vervolgonderzoek Bereikbaarheid Ameland (VBA) 20306, heeft het baggeren van de vaargeul een lokaal effect. Immers deze activiteit is
ruimtelijk geconcentreerd rond de vaargeul. De impact van baggeren op het gehele ecosysteem
is beperkt. Ook de totale impact risico van de huidige baggerinspanning over de gehele
Waddenzee is relatief klein. Dit blijkt uit het rapport Cumulatieve Impact Analyse
Waddenzee7 van december 2025, van de Wageningen Marine Research (WMR). Om de impact van het
baggeren verder te beperken, kijken Rijkswaterstaat en de aannemer van het onderhoudscontract
in de uitvoering continu naar optimaliseren van het baggeren, binnen de gestelde kaders
van het Nationaal Waterprogramma en het Natura2000- beheerplan.
MIRT verkenning Bereikbaarheid Ameland: lange termijn oplossing
Met de Kamerbrief8 van 14 november 2024 is de Kamer geïnformeerd over de Startbeslissing MIRT verkenning
Bereikbaarheid Ameland. Binnen de MIRT verkenning wordt gezocht naar een lange termijn
oplossing voor de vaargeulproblematiek. Het doel is dat de bereikbaarheid van Ameland
voor de toekomst op een duurzame, veilige en impactarme wijze gegarandeerd wordt.
En dat het voorkeursalternatief de natuurlijke waarden en dynamiek van de Waddenzee
zoveel mogelijk respecteert, de impact op natuur en milieu reduceert en bijdraagt
aan een substantiële reductie van de baggerinspanning en daarmee gemoeide kosten.
Breed oplossingen onderzoeken en zorgvuldig trechteringsproces
In de brief spreken de natuurorganisaties zich nadrukkelijk uit tegen fysieke infrastructuurmaatregelen
zoals het westwaarts verplaatsen van de pier in Holwert of de verplaatsing naar Ferwert.
Het vraagstuk waar wij voor staan is complex. Hoe zorgen we voor een betrouwbare veerverbinding
naar Ameland, met zo min mogelijke impact op de natuur van de Waddenzee ook op de
lange termijn. Zoals gemeld in de brief van 20 december 20239 blijkt uit het Vervolgonderzoek Bereikbaarheid Ameland (VBA) 2030 dat het verplaatsen
van de veerhaven naar Ferwert het meest probleemoplossend is. Door gebruik te maken
van het Dantziggat, dat van nature een bredere en diepere geul is dan de huidige vaargeul
vanuit Holwert naar Ameland. De vergunbaarheid van deze oplossing is complex en vormt
een reëel afbreukrisico, vanwege de verwachtte significante negatieve ecologische
effecten op het Natura 2000 gebied Waddenzee. Dit zal onderzocht worden tijdens de
verkenning. Daarom is de brief van 20 december 2023 ook aangeven dat het westwaarts
verplaatsen van de veerhaven te Holwert (optimalisatie) ook binnen de verkenning als
redelijk te beschouwen alternatief onderzocht zal worden.
Het is bij een MIRT verkenning gebruikelijk om breed oplossingsrichtingen en pakketten
met samenhangende maatregelen te beschouwen en hun effecten in beeld te brengen op
o.a. de natuur, betaalbaarheid, leefbaarheid, kosten en uitvoerbaarheid. Voor deze
verkenning zullen verschillende oplossingsrichtingen binnen het gehele mobiliteitssysteem
onderzocht worden. Het mobiliteitssysteem is gedefinieerd in drie componenten: nautisch
profiel, vervoersconcept en scheeps- en vloot profiel10. Binnen de verkenning zullen alle componenten onderzocht worden. Dat gaat bv. over
de inzet van andere type schepen, mobiliteitsmaatregelen zoals het verbeteren van
de ketenreis en scheiden van het personen- en goederenvervoer. Ook fysieke maatregelen
zoals het verleggen van de veerhaven naar Ferwert of westwaarts bij Holwert zullen
onderzocht worden.
Binnen een MIRT verkenning vindt op basis van beslisinformatie stapsgewijs op een
zorgvuldige wijze een trechtering van oplossing(en) plaats. Een MIRT verkenning kent
twee zogenaamde zeefmomenten. Het zeef 1 moment heeft als doel om te komen tot een
beperkt aantal kansrijke oplossingen vanuit alle bedachte oplossingsrichtingen. Het
resultaat van deze fase wordt vastgelegd in de Notitie Kansrijke Alternatieven.
Vervolgens worden de kansrijke alternatieven nader uitgewerkt en doorgerekend op verschillende
effecten en kosten. Hierbij zal er nadrukkelijk gekeken worden naar de sociaal- economische
effecten van de kansrijke alternatieven op de leefbaarheid van het eiland en het vaste
land. De kansrijke alternatieven worden vergeleken en beoordeeld op basis van het
beoordelingskader en leiden tot de ontwerp- voorkeursbeslissing. Dit is de trechtering
in de zogenaamde «zeef 2», waarbij gekozen wordt voor één integraal plan (dit kan
ook bestaan uit een pakket van samenhangede maatregelen).
Participatie binnen de MIRT verkenning
Een vast onderdeel binnen een MIRT verkenning is participatie. Ook voor de MIRT verkenning
Bereikbaarheid Ameland wordt de inbreng van bewoners, ondernemers, maatschappelijke
en natuurorganisaties actief ingewonnen. Met de natuurorganisaties vindt er binnen
de MIRT verkenning regulier afstemming plaats. De natuurorganisaties zijn bij de verkenning
als Coalitie Wadden Natuurlijk (CWN) onderdeel van de Maatschappelijke Adviesgroep
(MAG)11 en de klankbordgroep Ecologie en Juridische haalbaarheid. Hierbij worden ze actief
geïnformeerd over de inzichten uit de verkenning en kunnen ze ook hun inhoudelijke
bijdrage leveren. De MAG brengt een advies uit dat betrokken wordt bij de besluitvormingsmomenten
van de verkenning.
Tot slot
De brief vanuit de natuurorganisaties benadrukt het belang om zorgvuldig om te gaan
met de unieke natuur van het Waddengebied, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden
toekomstbestendig te maken en dat alle partijen aan de slag moeten. In de MIRT verkenning
blijven wij graag gebruik maken van de ideeën van de natuurorganisaties over oplossingsrichtingen
voor de vaargeulproblematiek. Daarbij wil het ministerie ervoor waken dat er nu al
beeldvorming en standpuntbepaling plaatsvindt over het oplossend vermogen van verschillende
opties, juist omdat deze binnen de verkenning nog onderzocht worden. Samen met de
Provincies, kust- en Waddengemeenten en andere partners blijft het Ministerie van
IenW graag werken aan de toekomstbestendige bereikbaarheid van de eilanden.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat