Brief regering : Hoger beroep Klimaatzaak Greenpeace Bonaire
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 1558 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 april 2026
Op 28 januari 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de door Greenpeace
Nederland aangespannen procedure tegen de Nederlandse Staat over klimaatverandering
op Bonaire.1 De rechtbank oordeelt dat de tot op heden getroffen maatregelen, zowel voor klimaatmitigatie
in Europees Nederland als voor klimaatadaptatie van Bonaire, onvoldoende zijn en dat
nadere stappen moeten worden gezet.
Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Infrastructuur en
Waterstaat en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dat
het kabinet op basis van een zeer zorgvuldige weging tot de conclusie is gekomen dat
er zwaarwegende (juridische) redenen zijn voor het laten toetsen van de uitspraak
door het gerechtshof Den Haag. Hieronder licht ik, namens het kabinet, dit besluit
toe.
Zorgen inwoners en inzet kabinet
De uitspraak van 28 januari jl. is een belangrijke uitspraak voor de inwoners van
Caribisch Nederland en voor de inwoners van Bonaire in het bijzonder. Het kabinet
hecht er sterk aan om uit te spreken dat zij oog heeft voor de zorgen die de inwoners
van Caribisch Nederland hebben over klimaatverandering en deze uiterst serieus neemt.
Dit vertaalt zich in het handelen van dit kabinet, zowel op het gebied van mitigatie
als adaptatie.
Het kabinet staat pal voor een voortvarende transitie naar een schoon, weerbaar en
energie-onafhankelijk Nederland. Daarbij is het van groot belang om de transitie eerlijk
en inclusief vorm te geven, niet in de laatste plaats voor de inwoners van Caribisch
Nederland. Ook vanuit de overtuiging dat dit de beste manier is om onze gezamenlijke
economische kracht te behouden. Daarom treft het kabinet de komende periode voorbereidingen
voor de benodigde aanpassingen van beleid, zoals op 27 maart jl. is aangekondigd.2 Zo zet het kabinet onder andere in op het oplossen van netcongestie, de opschaling
van duurzame energie en vergroening van de industrie en het ondersteunen van huishoudens
bij het verduurzamen van hun woning. Deze maatregelen zorgen voor een reductie van
CO2-emissies waarmee klimaatverandering wordt afgeremd. Ook heeft het kabinet in het
coalitieakkoord afgesproken om in het voorjaar van 2027, indien nodig, nationaal geborgde
maatregelen te treffen.
Op het gebied van adaptatie zet het kabinet in op het vaststellen van een klimaatadaptatieplan
om ervoor te zorgen dat Caribisch Nederland klimaatbestendig is, nu en in de toekomst.
Het kabinet streeft ernaar om nog dit jaar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie
vast te stellen, waarin nadrukkelijk aandacht is voor Caribisch Nederland. Ook zet
dit kabinet de tweede fase van het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland
voort, zoals reeds aangegeven in het coalitieakkoord.
Hoger beroep
Ten aanzien van hoger beroep is het kabinet na een zeer zorgvuldige afweging tot de
conclusie gekomen dat er zwaarwegende (juridische) redenen zijn voor het laten toetsen
van de uitspraak door het gerechtshof Den Haag. Het kabinet heeft bijvoorbeeld bedenkingen
bij het door de rechtbank gehanteerde juridisch kader en de verplichtingen die de
rechtbank afleidt uit besluiten van VN-klimaatconferenties (COP-besluiten). Ook de
overweging van de rechtbank dat emissies van internationale lucht- en zeevaart bij
het vaststellen van de nationale emissiereductiedoelen moeten worden meegenomen, sluit
naar de overtuiging van het kabinet niet aan bij de internationale aanpak, waarin
deze emissies worden gereguleerd via gespecialiseerde VN-organisaties (ICAO en IMO).
Gelet op de beroepstermijn van drie maanden maakt het kabinet nu de beslissing tot
het instellen van hoger beroep kenbaar. Hierna zal het kabinet de precieze gronden
van het hoger beroep bepalen en uitwerken.
De uitspraak van de rechtbank is uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat het kabinet
de bevelen uit het vonnis direct moet uitvoeren, ook als hoger beroep wordt ingesteld.
Vanzelfsprekend houdt het kabinet zich aan gerechtelijke uitspraken en werkt zij aan
de uitvoering daarvan. Wel ziet het kabinet aanleiding om bij het gerechtshof een
verzoek in te dienen tot schorsing van de verplichting om het mitigatiebevel direct
uit te voeren. Dit bevel houdt in dat in nationale regelgeving absolute emissiereductiedoelen
voor de gehele economie moeten worden opgenomen. Uit de uitspraak volgt dat daarbij
emissies van internationale lucht- en zeevaart moeten worden betrokken. Dat over deze
emissies in de procedure bij de rechtbank tussen partijen geen discussie heeft plaatsgevonden
is reden voor dit schorsingsverzoek. Als dit schorsingsverzoek wordt toegewezen, kan
met de uitvoering van dit specifieke bevel worden gewacht tot het gerechtshof in hoger
beroep uitspraak heeft gedaan.
De Kamer wordt uiterlijk met Prinsjesdag 2026 nader geïnformeerd over de stand van
zaken van de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei