Brief regering : Appreciatie amendementen wetsvoorstel Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Kamerstuk 36765)
36 765 Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PbEU 2022, L 333) (Wet weerbaarheid kritieke entiteiten)
Nr. 19
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 april 2026
Op 23 maart 2026 vond in uw Kamer een wetgevingsoverleg plaats waar het wetsvoorstel
voor de Cyberbeveiligingswet (Kamerstuk 36 764) en het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Kamerstuk 36 765) gezamenlijk zijn behandeld.
Het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) heeft voor het wetgevingsoverleg een amendement
op het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten ingediend met het
nummer 10, waarin wordt geregeld dat de bevoegdheid, thans opgenomen in artikel 13
van het concept van het Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten, wordt overgeheveld
naar de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Haar amendement voorziet ook in een
inspanningsverplichting voor de betrokken vakminister om de bedrijfscontinuïteit van
de betrokken entiteit te waarborgen. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik aangegeven
dat amendement met inspanningsverplichting te ontraden, maar een amendement zonder
inspanningsverplichting aan het oordeel van uw Kamer te kunnen laten. Daarop heeft
het lid op 30 maart 2026 een nieuw amendement ingediend over de hiervoor bedoelde
bevoegdheid, maar dan zonder de inspanningsverplichting. Dat amendement heeft het
nummer 13.
Op 31 maart 2026 heeft het lid Van den Berg (JA21) amendementen ingediend op het wetsvoorstel
voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Zijn amendementen hebben de nummers
14, 15, 16 en 17.
Op 7 april 2026 heeft het lid Faber (PVV) een amendement ingediend ter vervanging
van het amendement met het nummer 9 vanwege een wijziging in de toelichting.
Middels deze brief informeer ik uw Kamer over de appreciatie op de hiervoor bedoelde
amendementen op het wetsvoorstel voor de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.
Amendement met nr. 10 – ontraden
Zoals ik tijdens het wetgevingsoverleg heb aangegeven, ontraad ik dit amendement.
Het voorgestelde artikel 15a, vierde lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten
voorziet in een inspanningsverplichting voor de vakminister om de bedrijfscontinuïteit
van de betrokken entiteit te waarborgen. Daardoor verschuift de verantwoordelijkheid
voor de vervanging van producten en diensten van de entiteit naar de vakminister.
Dit kan ook mogelijk leiden tot calculerend gedrag van de betrokken entiteit.
Amendement met nr. 13 – oordeel Kamer
Ik heb er geen bezwaar tegen dat de bevoegdheid, thans opgenomen in artikel 13 van
het concept van het Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten, wordt overgeheveld naar
de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Ik laat het oordeel op dit amendement dan
ook aan uw Kamer.
Amendement met nr. 14 – ontraden
Ik ontraad dit amendement om de volgende redenen. Artikel 7 van de Wet weerbaarheid
kritieke entiteiten voorziet in de mogelijkheid om aanvullende sectoren, subsectoren
en categorieën van entiteiten aan te wijzen. Vervolgens kunnen daarbinnen kritieke
entiteiten worden aangewezen. De zorgplicht en de meldplicht uit de Wet weerbaarheid
kritieke entiteiten gelden vanaf 10 maanden na de aanwijzing van een entiteit als
kritieke entiteit. De aanwijzing van een sector, subsector of categorie van entiteiten
bij algemene maatregel van bestuur in plaats van bij ministeriële regeling, waarna
daarbinnen kritieke entiteiten kunnen worden aangewezen, waarop vervolgens na 10 maanden
de zorgplicht en de meldplicht gelden, beperkt de flexibiliteit om snel in te kunnen
spelen op nieuwe ontwikkelingen en dreigingen.
Amendement met nr. 15 – ontraden
Ik ontraad dit amendement om de volgende redenen. Dit amendement voorziet in twee
dwingende grondslagen om regels te stellen over het door twee of meer kritieke entiteiten
gezamenlijk uitvoeren van de risicobeoordeling en het gezamenlijk beschrijven van
maatregelen in het kader van de zorgplicht. Dit amendement leidt tot het risico dat
kritieke entiteiten worden beperkt in hun vrijheid en flexibiliteit om naar eigen
inzicht een risicobeoordeling gezamenlijk uit te voeren en om de maatregelen in het
kader van de zorgplicht gezamenlijk te beschrijven. De voorgestelde bepalingen kunnen
dus bedrijven en organisaties juist in de weg zitten en zorgen voor extra regeldruk.
De Wet weerbaarheid kritieke entiteiten sluit het door meerdere kritieke entiteiten
gezamenlijk opstellen van een risicobeoordeling en een beschrijving van de maatregelen
in het kader van de zorgplicht niet uit. Ik onderschrijf het belang van deze mogelijkheid
en zal dan ook, samen met de betrokken vakministers, deze mogelijkheid in de communicatie
over de wet expliciet onder de aandacht brengen. Hierbij geldt wel, zoals het lid
ook heeft aangegeven in de toelichting van zijn amendement, dat elke kritieke entiteit
afzonderlijk moet voldoen aan de verplichtingen van de wet.
Amendement met nr. 16 – ontraden
Ik begrijp de wens om de Tweede Kamer en de Eerste Kamer te informeren over de uitvoering
van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, maar moet dit amendement ontraden om
de volgende redenen.
Artikel 34 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten beoogt de vertrouwelijkheid
van vertrouwelijke gegevens te waarborgen. Deze gegevens mogen uitsluitend onder strikte
voorwaarden worden gedeeld.
Voor een vertrouwelijke geaggregeerde kennisgeving aan de Eerste Kamer en de Tweede
Kamer is een gedetailleerde registratie van vertrouwelijke gegevens noodzakelijk.
Elke (extra) handeling met deze vertrouwelijke gegevens – zoals registratie of verstrekking
– brengt echter risico’s met zich mee voor de bescherming die artikel 34 van de Wet
weerbaarheid kritieke entiteiten juist beoogt. Een actieve kennisgevingsverplichting
– ook in geaggregeerde vorm – met betrekking tot vertrouwelijke gegevens verhoogt
deze risico’s, omdat daarmee ten aanzien van de vertrouwelijke gegevens een groot
aantal aanvullende verwerkingen nodig zijn. Bovendien kan het hiervoor nodig zijn
dat ze de beveiligde omgeving van de bevoegde autoriteiten, het centrale contactpunt
en de Minister van Justitie en Veiligheid moeten verlaten.
Daarnaast leidt de registratie van de toepassing van artikel 34 van de Wet weerbaarheid
kritieke entiteiten tot hoge uitvoeringslasten en -kosten voor de bevoegde autoriteiten,
het centrale contactpunt en de Minister van Justitie en Veiligheid. De huidige systemen
voor informatieverstrekking zijn niet ingericht op een dergelijke administratieve
verplichting, wat extra ontwerp- en uitvoeringshandelingen met zich meebrengt. Daarnaast
kunnen deze administratieve verplichtingen, zeker in het geval van incidenten waar
snelle informatie-uitwisseling noodzakelijk is, voor ongewenste vertraging zorgen
in de uitvoering van de taken van de bevoegde autoriteit, het centrale contactpunt
en de Minister van Justitie en Veiligheid.
Bovendien geldt dat bij de verstrekking van vertrouwelijke gegevens het verband met
incidenten, dreigingen of maatregelen, die de nationale veiligheid en openbare veiligheid
in ernstige mate raken, niet altijd bekend is. Dat hangt namelijk af van de context
van de gegevens. Het voor alle gegevens uitlopen van deze informatie brengt een disproportionele
uitvoeringslast met zich mee.
Daarnaast leiden de voorgestelde bepalingen tot een grote belasting en regeldruk om
uitvoering te geven aan de verplichtingen, inhoudende het driemaal per jaar informeren
van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
Amendement met nr. 17 – oordeel Kamer
Ik laat het oordeel op dit amendement aan uw Kamer.
Amendement met nr. 18 – ontraden
Het amendement met het nummer 18 vervangt het amendement met het nummer 9 en wijzigt
de toelichting bij het amendement. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik het amendement
met het nummer 9 ontraden en ik ontraad ook het vervangend amendement met het nummer
18.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid