Brief regering : Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 26 en 29 maart 2026 en de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie van 26 tot en met 29 maart 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
25 074
Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
Nr. 3369
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 april 2026
Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 26 en
29 maart 2026 en van de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie van 26 tot en met 29 maart
2026.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
VERSLAG VAN DE 14e MINISTERIËLE CONFERENTIE VAN DE WERELDHANDELSORGANISATIE (WTO MC14) VAN 26 MAART
– 29 MAART 2026 EN VAN DE RAAD BUITENLANDSE ZAKEN HANDEL OP 26 EN 29 MAART 2026
Introductie
Van 26 maart tot en met 29 maart vond de 14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO MC14) plaats in Yaoundé,
Kameroen. Het Koninkrijk werd vertegenwoordigd door een delegatie onder leiding van
de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Tot de koninkrijksdelegatie
behoorden ook de Tweede Kamerleden Bamenga (D66) en Kröger (GL-PvdA), een vertegenwoordiger
van VNO-NCW en een vertegenwoordiger van Both ENDS. Curaçao was als toetreder van
de WTO met een aparte delegatie aanwezig, waarbij nauw contact werd gehouden tussen
de beide delegaties.
Raden Buitenlandse Zaken Handel op 26 en 29 maart
Direct voorafgaand aan MC14 vond op 26 maart jl. de Raad Buitenlandse Zaken Handel
(RBZH) plaats onder Cypriotisch voorzitterschap in Yaoundé. Op 29 maart jl. kwam de
RBZH opnieuw samen voorafgaand aan de voorziene sluiting van de WTO-conferentie. Tijdens
deze Raadsbijeenkomsten schetste Eurocommissaris voor Handel en Economische Veiligheid
Maroš Šefčovič de laatste stand van zaken op de verschillende dossiers. De raadsbijeenkomst
op 29 maart stond met name stil bij de mogelijke uitkomst van WTO MC14 en de in te
nemen EU-positie.
Nederland vroeg in de Raad aandacht voor de hoofdpunten van de Nederlandse inzet bij
WTO MC14, namelijk ten aanzien van een hervormingsplan voor de WTO, de noodzaak voor
meer transparantie en duidelijkere WTO-regels voor industriële subsidies en het belang
van flexibelere WTO-besluitvorming. Deze inzet werd goed gereflecteerd in de EU inzet.
Ondanks de EU inzet is MC14 echter teleurstellend geëindigd, zonder een concreet resultaat
op deze wezenlijke punten.
Conform de motie van de Leden Kröger en Bamenga1 aangaande het verder integreren van klimaat- en milieustandaarden in de WTO-processen, is tijdens de EU-coördinatie die in Yaoundé plaatsvond ter afstemming van
de EU-positie in de onderhandelingen het belang benadrukt om vraagstukken op het snijvlak
van handel met duurzaamheid en milieu nadrukkelijker binnen de WTO te bespreken. Het
kabinet zal binnen de EU blijven bepleiten dat dit onderwerp deel uitmaakt van de
EU inzet in de verdere onderhandelingen in Genève, zowel in de verdere onderhandelingen
over het «Yaoundé pakket» en het reguliere multilaterale werk in Genève als in de
verschillende plurilaterale initiatieven op dit onderwerp die al bestaan.2
14e Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie
Door uitblijvende consensus benodigd voor besluitvorming kent WTO MC14 slechts een
zeer beperkt pakket aan uitkomsten. De multilaterale uitkomsten die wel in Yaoundé
zijn aangenomen, zijn het besluit om de onderhandelingen over het beperken van schadelijke
visserijsubsidies voort te zetten met als doel om deze bij de volgende conferentie
(MC15) af te ronden, en twee verklaringen die afspraken bevestigen die dienen om ontwikkelingslanden
te helpen bij hun integratie in het multilaterale handelssysteem.
Tegelijkertijd is op een aantal belangrijke onderwerpen – waar in aanloop naar en
tijdens MC14 intensief over is onderhandeld – geen consensus bereikt, zoals over een
WTO-hervormingsplan met daarin een referentie naar het gelijk speelveld voor industriële
goederen en over het behoud van het moratorium voor invoerheffingen op elektronische
transmissies (het zogenaamde e-commerce moratorium). Het voorstel om het e-commerce
moratorium met vijf jaar te verlengen dat op de laatste dag van MC14 in Yaoundé op
tafel lag, kon weliswaar op brede steun rekenen maar bleek uiteindelijk toch niet
acceptabel voor Brazilië. Hierdoor bleef een akkoord over verlenging van het e-commerce
moratorium uit, waardoor enkele andere WTO leden niet langer bereid waren de ministeriële
verklaring over een WTO-hervormingsplan te steunen. Deze verklaring was gedurende
MC14 tot stand gekomen na intensieve onderhandelingen tussen alle WTO-leden en met
de EU als één van de drijvende krachten. Om toch de mogelijkheid te behouden dat op
zowel hervormingen als het moratorium een resultaat bereikt wordt, zullen de onderhandelingen
hierover in Genève worden voortgezet. Mocht dit succesvol zijn, dan zal het resultaat
alsnog aan het «Yaoundé pakket» met MC14-uitkomsten worden toegevoegd. Het bleek tijdens
MC14 evenmin mogelijk om consensus te verkrijgen voor een gemeenschappelijke verklaring
rond het aannemen van een WTO-werkprogramma voor onderhandelingen over hervormingen
in landbouwafspraken. De reeds lopende onderhandelingen hierover zullen ook in Genève
doorgaan.
Tijdens MC14 zijn door een aantal WTO leden twee verklaringen aangenomen over zogenaamde
plurilaterale WTO-akkoorden, dat wil zeggen akkoorden waar (vooralsnog) slechts een
deel van de WTO leden zich bij aansluit. Een groot aantal WTO leden heeft eerder al
de Investment Facilitation for Development Agreement (IFDA) uit onderhandeld. Over IFDA bestond voorafgaand aan de conferentie de hoop
dat dit akkoord in Yaoundé zou kunnen worden geïntegreerd in het WTO acquis. Hiervoor was het wel nodig dat Turkije en India hun blokkerende houding zouden laten
varen. Terwijl Turkije dit tijdens MC14 inderdaad deed, bleef India volharden in zijn
verzet tegen opname van IFDA in het WTO acquis. De ministeriële verklaring over IFDA die vervolgens door de deelnemende landen werd
opgesteld benadrukt het belang van een transparant en voorspelbaar investeringsklimaat
en geeft aan dat de deelnemende landen gaan toewerken naar tussentijdse toepassing
tussen de deelnemers, waarbij het uiteindelijke doel blijft om dit akkoord binnen
de WTO in werking te laten treden. Over de E-commerce Agreement (ECA) was voorafgaand aan de conferentie al duidelijk dat inwerkingtreding binnen
het WTO acquis onmogelijk zou zijn, vanwege het gebrek aan consensus hieromtrent. Vandaar dat de
deelnemende landen in Yaoundé hebben afgesproken om het akkoord op interimbasis buiten
de WTO toe te gaan passen. Dit betekent dat de deelnemende landen de inhoud van het
akkoord in hun onderlinge relaties zullen toepassen, ook al is het nog geen onderdeel
van het WTO acquis.
Nadere toelichting per onderwerp
WTO-hervormingsplan
De opgestelde ministeriële verklaring over de hervorming van de WTO zet uiteen dat
het hervormingswerk zich zou moeten toespitsen op de onderwerpen (1) besluitvorming
binnen de WTO, (2) ontwikkelingsvraagstukken en (3) het gelijke speelveld tussen landen.
De EU was één van de drijvende krachten achter de verklaring, samen met gelijkgezinde
landen zoals Canada, het VK en Japan. Op de laatste dag van de conferentie bleek de
consensus over dit plan toch te ontbreken, met als gevolg dat in Yaoundé geen afspraken
over WTO-hervormingen zijn overeengekomen. Wel is besloten over dit onderwerp in de
komende tijd in Genève verder te blijven onderhandelen.
E-commerce moratorium
Het moratorium voor heffingen op elektronische transmissies (het zogenaamde «e-commerce
moratorium») werd tijdens voorgaande MC’s telkens met twee jaar verlengd. Op aandringen
van met name de Verenigde Staten (VS) werd in Yaoundé voorgesteld deze verlengingstermijn
uit te breiden naar vijf jaar. Op de slotdag van de conferentie bleek hier geen consensus
onder de WTO-leden voor te bestaan, met als gevolg dat het moratorium op 31 maart
jl. is verlopen. In theorie zouden landen daarom nu invoerheffingen op elektronische
transmissies kunnen invoeren. Tegelijkertijd is een dergelijke heffing complex uit
te voeren, waarmee niet verwacht wordt dat landen deze op korte termijn invoeren.
Er wordt in Genève door onderhandeld om toch tot een overeenkomst over verlenging
van het moratorium te komen.
Plurilateraal akkoord: Investment Facilitation for Development Agreement (IFDA)
IFDA (voorheen bekend als Investment Facilitation for Development Joint Statement Initiative) gaat over het ontwikkelen van WTO-afspraken om investeringen in ontwikkelings- en
opkomende economieën te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door meer transparantie, voorspelbare
procedures en betere dienstverlening aan (buitenlandse) investeerders. De 129 WTO-lidstaten
die deelnemen aan IFDA hebben in Yaoundé een gemeenschappelijke ministeriële verklaring
aangenomen, nadat duidelijk werd dat het tijdens MC14 niet zou lukken om dit akkoord
binnen de WTO inwerking te laten treden. India bleef opname in het WTO acquis als enige land blokkeren, vooral vanwege een principieel bezwaar tegen plurilaterale
initiatieven binnen de WTO. In een verklaring geven de deelnemende landen aan het
akkoord nu tussentijds onderling te willen gaan toepassen maar dat hun doelstelling
blijft om IFDA uiteindelijk binnen de WTO in werking te laten treden.
Plurilateraal akkoord: E-commerce Agreement (ECA)
De e-commerce overeenkomst (voorheen bekend als Joint Statement Initiative) gaat over het ontwikkelen van WTO-afspraken en -regels voor digitaal en elektronisch
handelsverkeer, zoals grensoverschrijdende datastromen, broncode en elektronische
contracten online. De 66 WTO-lidstaten die deelnemen aan ECA hebben in Yaoundé een
verklaring gepubliceerd waarin ze aangeven dat ze het akkoord op voorlopige basis
buiten de WTO in werking laten treden na ratificatie door tenminste 45 landen.3 Deze inwerkingtreding zal als interim-oplossing dienen, aangezien het doel blijft
om ECA uiteindelijk binnen het WTO-acquis op te nemen.
Landbouw
Voor veel WTO-leden, met name ontwikkelingslanden, is het van groot belang dat er
voortgang wordt geboekt op de reeds lang lopende onderhandelingen aangaande het aannemen
van een werkprogramma over hervormingen van landbouwafspraken. Ondanks een constructieve
houding van de EU is er tijdens MC14 geen consensus bereikt over een ministeriële
verklaring of besluit op dit terrein.
Bilaterale gesprekken en door Nederland georganiseerde events
En marge van de WTO-conferentie zijn door Nederland bilaterale gesprekken gevoerd
met ongeveer 15 andere landen, waaronder China, Turkije, India en Zuid-Korea. Voorts
organiseerde Nederland twee side-events en marge van MC14, namelijk 1) in samenwerking
met Duitsland over het belang van het gelijke speelveld voor industriële subsidies;
en 2) in samenwerking met het Advisory Center for WTO Law (ACWL) ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van ACWL. ACWL ondersteunt ontwikkelingslanden
door juridisch advies en trainingen aan te bieden over het WTO-recht. Nederland is
mede-oprichter en langjarige donor van deze organisatie.
Appreciatie WTO MC14
Ondanks dat MC14 tot enkele positieve uitkomsten heeft geleid, zoals het streven toe
te werken naar de interim-inwerkingtreding van ECA, is het algehele resultaat teleurstellend.
Nederland heeft zich, in zowel EU-verband als in bilaterale contacten, in de maanden
voorafgaand aan MC14 en tijdens de conferentie nadrukkelijk uitgesproken voor een
ambitieus WTO-hervormingsplan, met daarin afspraken die het industrieel gelijk speelveld
kunnen versterken en die bijdragen aan flexibelere besluitvorming binnen de WTO. Een
compromis akkoord over een breed gedragen verklaring over hervormingen leek binnen
handbereik, maar uiteindelijk bleek toch de noodzakelijke consensus aan het einde
van MC14 te ontbreken. Hetzelfde gold voor voortzetting van het e-commerce moratorium.
Dat het niet is gelukt op deze belangrijke onderwerpen overeenstemming te bereiken,
toont de complexe situatie waarin de WTO en het multilaterale handelssysteem momenteel
in verkeren. Het belang van hervormingen ter versterking en modernisering van het
multilaterale handelssysteem wordt door veel WTO-leden erkend. Maar vanwege aanhoudende
belangenconflicten, in combinatie met een WTO-besluitvormingssysteem waarin één land
een uitkomst kan blokkeren, zijn concrete, multilaterale deliverables bij de MC14 uitgebleven.
Positief is wel dat er expliciet is afgesproken, ook door de blokkerende landen, dat
er in de komende periode in Genève wordt door onderhandeld over hervormingen, het
e-commerce moratorium en deliverables over ontwikkelingsvraagstukken bij de WTO. Het kabinet zal in Brussel ervoor pleiten
dat de EU actief en met een constructieve grondhouding aan deze gesprekken blijft
deelnemen. Met name een uitkomst rond WTO-hervormingen met een duidelijke referentie naar het gelijk speelveld is van groot belang
voor Nederland.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking