Brief regering : Onderzoek marktwerking leermiddelenmarkt funderend onderwijs en het sectorbeeld informatiebeveiliging en privacy
32 034 Digitale leermiddelen
31 293
Primair Onderwijs
31 289
Voortgezet Onderwijs
Nr. 73
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Om goed onderwijs te kunnen geven zijn kwalitatief goede leermiddelen van grote waarde.
De papieren schoolboeken van vroeger worden vandaag de dag aangevuld door digitaal
lesmateriaal. Dat geeft leraren meer mogelijkheden om hun onderwijs interactiever
en meer op maat aan te bieden. Tegelijkertijd vraagt dit om een digitaal veilige omgeving
voor leerlingen.
Met deze brief ontvangt uw Kamer voorafgaand aan het debat over digitalisering, leermiddelen
en ondersteuningsstructuur op 9 april twee onderzoeken die recent beschikbaar zijn
gekomen:
– De evaluatie van de Wet Gratis Schoolboeken waarin de focus ligt op de marktwerking
in de leermiddelenmarkt in het funderend onderwijs. Dit onderzoek is in opdracht van
het Ministerie van OCW in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken (EZ)
uitgevoerd door Dialogic met Oberon en eConomics.
– Het sectorbeeld informatiebeveiliging en privacy voor het funderend onderwijs.
Hiermee informeer ik u over de voortgang op deze thema’s.
1. Evaluatie Wet Gratis Schoolboeken – Marktwerking leermiddelenmarkt funderend onderwijs
De belangrijkste doelstellingen van de Wet Gratis Schoolboeken (WGS) zijn het realiseren
van een goed functionerende leermiddelenmarkt op het gebied van concurrentie, transparantie
(prijs en kwaliteit), beschikbaarheid en toegankelijkheid en het verlagen van de schoolkosten
voor ouders. De kostenontwikkeling volgen we via de Schoolkostenmonitor. In deze vierde
evaluatie van de Wet Gratis Schoolboeken ligt de focus op de werking van de markt
en aanknopingspunten voor verbetering hiervan. Deze evaluatie bouwt daarmee voort
op eerdere evaluaties, waaruit bleek dat betaalbaarheid en keuzevrijheid onder druk
staan en de huidige marktdynamiek niet optimaal functioneert.
Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer in het debat van 3 april 2025 toegezegd haar te
informeren over deze evaluatie van de Wet Gratis Schoolboeken, inclusief de nadere
analyse van de leermiddelenmarkt in het funderend onderwijs. Hiermee geef ik uitvoering
aan deze toezegging en aan de motie van de leden Beckerman (SP) en Pijpelink (GroenLinks-PvdA),
waarin de regering wordt verzocht onderzoek te doen naar mogelijke problemen bij de
verkoop van schoolboeken, zoals de beperkte houdbaarheid van methodes, mogelijke koppelverkoop
en de afhankelijkheid van distributeurs en uitgeverijen.1
Het onderzoek analyseerde de leermiddelenmarkt voor het basisonderwijs (bo), het voortgezet
onderwijs (vo) en het gespecialiseerd onderwijs (go). De markt in het bo blijkt inhoudelijk
goed te functioneren als het gaat om kwaliteit en gebruiksgemak. Voor het vo concludeert
het onderzoek dat de markt in de basis redelijk goed functioneert: er is voldoende
aanbod en de kwaliteit wordt overwegend als goed ervaren. De marktwerking schiet echter
op punten tekort. Voor het go signaleren de onderzoekers een structureel risico op
marktfalen door kleinschaligheid en zeer uiteenlopende, leerling-specifieke behoeften.
De aanbevelingen die de onderzoekers doen ter verbetering van de marktcondities sluiten
aan bij de stappen die al zijn gezet, zoals uiteengezet in de brief over digitalisering
en leermiddelen van 3 februari jongstleden.2 De onderzoeksresultaten bevestigen daarmee het belang van de ingezette koers.
Ook de Autoriteit Consument & Markt (ACM) doet onderzoek naar de leermiddelenmarkt.
De uitkomsten daarvan worden eind 2026 verwacht. Deze vormen een belangrijke aanvulling
op basis waarvan ik met eventuele aanvullende maatregelen kom.
2. Digitale veiligheid
Op 5 november 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer laten weten dat het programma
Digitaal Veilig Onderwijs (van de PO-Raad, VO-raad, Kennisnet, SIVON, OCW) is verlengd
tot 2030.3 Het doel van dit programma is om de digitale veiligheid van scholen in het funderend
onderwijs te verhogen. Onderdeel hiervan is een verkenning naar de maatregelen die
scholen hebben genomen op basis van het Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy
(IBP).4 Voor deze verkenning met de titel IBP in beeld zijn de gegevens gebruikt uit zelfevaluaties van 485 schoolbesturen.
De resultaten laten zien dat de sector zich grotendeels bevindt in de beginfase van
volwassenheid (niveau 1–2).
De PO-Raad, VO-raad, Kennisnet, SIVON en OCW hebben afgesproken dat schoolbesturen
in 2030 voldoen aan de maatregelen uit het normenkader. Het schoolbestuur hanteert
dan gedocumenteerde procedures en richtlijnen om verstoringen, ongeoorloofde toegang
en privacyschendingen te voorkomen en kan dit ook aantonen.
Deze verkenning laat zien dat er nog flinke stappen te zetten zijn. Met de toenemende
digitalisering van het onderwijs nemen immers ook de dreigingen en privacyrisico’s
toe. Het is belangrijk dat schoolbesturen weten hoe het gesteld is met de digitale
veiligheid, op basis daarvan een plan van aanpak maken en passende maatregelen nemen
om te zorgen dat zij in 2030 voldoen aan volwassenheidsniveau 3 van het normenkader.
Het programma Digitaal Veilig Onderwijs biedt een uitgebreid ondersteuningsaanbod
aan, inclusief een groeipad hoe scholen stap voor stap toe kunnen werken naar dit
volwassenheidsniveau 3.
Zo werken we samen met scholen en leraren aan de randvoorwaarden van kwalitatief goed
en veilig onderwijs voor alle leerlingen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap