Brief regering : Resultaten eerste tussentijdse monitoring maatregelen balanced approach-procedure
29 665 Evaluatie Schipholbeleid
Nr. 593
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 april 2026
Het kabinet werkt aan balans tussen luchtvaart en de leefomgevingskwaliteit in de
Schipholregio. Om te komen tot het terugdringen van de geluidbelasting, is een geluidsdoel
opgesteld en de Europese balanced approach-procedure gevolgd. Op 2 april 2025 heeft
het kabinet de balanced approach-procedure voor Schiphol afgerond. Met het maatregelenpakket1 dat voortkomt uit deze balanced approach-procedure is een reductie van – 15% van
het aantal ernstig gehinderden en woningen binnen specifieke geluidscontouren rondom
de luchthaven beoogd per november 2025. Op 3 november 2025 heeft de Kamer het plan
van aanpak voor de monitoring van het effect van dit maatregelenpakket in de praktijk
ontvangen.2 Met de monitoring wordt nagegaan of de beoogde effecten ook in de praktijk optreden.
De monitoring bestaat uit drie meetmomenten en wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau
To70. De eerste twee meetmomenten geven tussentijdse, indicatieve resultaten op basis
van voorlopige gegevens. Het derde meetmoment, dat kan plaatsvinden na november 2026
– geeft de definitieve resultaten. Hierbij wordt de Kamer geïnformeerd over de resultaten
van het eerste tussentijdse meetmoment. Met deze Kamerbrief wordt tevens de toezegging
aan het lid De Groot (VVD), over het informeren van de Kamer over de effecten van
tariefdifferentiatie, afgedaan3.
Eerste meetmoment
Conform het plan van aanpak is de peildatum van meetmoment 1 vastgesteld op 1 november
2025. De (prognose)gegevens die op dat moment beschikbaar waren zijn gebruikt om een
inschatting te maken van het daadwerkelijke effect van het maatregelenpakket in de
praktijk. Hiervoor is gekeken naar de verschillen tussen de situatie vóór invoering
van de maatregelen en de situatie ná invoering van de maatregelen. Voor de meeste
maatregelen geldt dat dit de situaties vóór november 2025 en vanaf november 2025 zijn.
Voor de maatregel Tariefdifferentiatie geldt qua tijdlijn een andere vergelijking. De nieuwe tarieven van Schiphol zijn
namelijk conform de vaste cyclus per april 2025 ingegaan. Daarom wordt voor die maatregel
gekeken naar de situatie vóór april 2025 en ná april 2025. De geconstateerde verschillen
zijn vervolgens afgezet tegen de baseline die gebruikt is voor de balanced approach-procedure
Schiphol.
Voorlopige inschatting effect
Voor dit meetmoment is gebruik gemaakt van de gegevens uit de Gebruiksprognose 2026
van Schiphol. Die Gebruiksprognose bevat het door Schiphol verwachte gebruik van de
luchthaven voor het gehele gebruiksjaar dat loopt van november 2025 t/m oktober 2026.
Het feit dat dit een prognose is, maakt dat de uitkomsten van deze monitoring moeten
worden gezien als een voorlopige inschatting van het effect. De praktijk leert namelijk
dat er altijd verschillen zijn tussen de Gebruiksprognose en de daadwerkelijke realisatie
van het verkeer op Schiphol. Zo zijn de berekeningen nu bijvoorbeeld gebaseerd op
geplande gatetijden, terwijl er uiteindelijk gemonitord zal worden op basis van gerealiseerde
baantijden. Omdat er bij meetmoment 2 (de periode van begin november 2025 tot eind
maart 2026) al deels gebruik kan worden gemaakt van realisatiegegevens, is de verwachting
dat de resultaten van meetmoment 2 nauwkeuriger zullen zijn. Voor de resultaten van
meetmoment 3 kan vervolgens volledig gebruik worden gemaakt van realisatiegegevens,
wat maakt dat de resultaten van het derde en laatste meetmoment als definitief kunnen
worden beschouwd.
Noise Load Database
Onderliggend aan de berekeningen ligt een database waarin de geluidsprestaties van
toesteltypes zijn vastgelegd. Deze database wordt gebruikt om te kunnen berekenen
hoeveel geluid wordt gemaakt door al het verkeer op Schiphol.
Uit dit eerste monitoringsmoment is gebleken dat als gevolg van het maatregelenpakket
een verschuiving naar nieuwe, minder lawaaiige toestellen optreedt. Ook is gebleken
dat niet al deze nieuwe toesteltypes op dit moment in de database zitten. Daardoor
kunnen ze niet correct doorgerekend worden. Deze toestellen worden op dit moment doorgerekend
als toestel met gemiddelde geluidsprestaties. In de praktijk zijn ze echter overwegend
minder lawaaiig. To70 concludeert daarom dat er voor deze toesteltypes, die met name
onderdeel zijn van de maatregel Tariefdifferentiatie, waarschijnlijk sprake is van een onderschatting van de geluidswinst. Om het effect
van het maatregelenpakket accurater door te kunnen rekenen, moet de database voor
deze toesteltypes dus aangevuld worden. Er zal opdracht worden gegeven aan een externe
partij om dit de komende tijd te doen. Het streven is om dit voor het tweede monitoringsmoment
afgerond te hebben. Dit zorgt voor een betere en meer nauwkeurige doorrekening en
resultaat.
Resultaten meetmoment 1
In lijn met het plan van aanpak zijn zowel de effecten van de individuele maatregelen
als het effect van de combinatie van maatregelen doorgerekend. Uit de doorrekening
van de individuele maatregelen blijkt dat de maatregel Tariefdifferentiatie een groter effect sorteert dan aanvankelijk aangenomen in de berekeningen van de balanced
approach-procedure. Voor de maatregelen Inzet stillere toestellen in de nacht (nachtoptimalisatie), Additionele vlootvernieuwing en Weren lawaaiige toestellen in de nacht geldt dat uit deze tussentijdse monitoring, op basis van de Gebruiksprognose 2026,
een vooralsnog kleiner effect komt dan aanvankelijk berekend.
De maatregelen zijn ook als combinatie doorgerekend om het totale effect in kaart
te brengen. Hieruit blijkt dat het maatregelenpakket als geheel drie van de vier subdoelen4 van het geluidsdoel haalt. De twee subdoelen voor de nacht worden ruimschoots behaald.
Op het criterium van het aantal woningen binnen de 58 dB(A) Ldencontour wordt de beoogde – 15% reductie nog niet behaald. De tussentijdse resultaten
van de combinatie van maatregelen laten een voorlopig effect van – 13,7% zien op dit
criterium. In dit reductiepercentage zijn ook de door KLM Groep extra doorgevoerde
compenserende maatregelen meegenomen. De volledige monitoringsrapportage van monitoringsmoment 1
is opgenomen in bijlage 1.
Op basis van dit eerste monitoringsmoment moet geconcludeerd worden dat het beoogde
reductiepercentage van – 15% nog niet wordt gehaald. Tegelijkertijd bevat de monitoringsrapportage
zoals hierboven beschreven een aantal kanttekeningen waardoor waarschijnlijk sprake
is van een onderschatting van het effect van het maatregelenpakket. De verwachting
is dat deze kanttekeningen bij het volgende monitoringsmoment zijn opgelost. Dan zal
uiteraard moeten blijken wat het effect hiervan is, maar naar huidige inschatting
is er een aanzienlijke kans dat het reductiepercentage in de loop van het jaar nog
zal toenemen.
Compenserende maatregelen
Daarnaast is het ministerie met de KLM Groep in gesprek over het treffen van compenserende
maatregelen. Compenserende maatregelen kunnen een positief effect hebben op het totale
reductiepercentage op Schiphol. In het kader van de afspraken tussen het ministerie
en KLM Groep omtrent de uitvoering van de maatregelen, is gesproken over het treffen
van deze compenserende maatregelen in het geval het effect van de KLM-maatregelen
(Nachtoptimalisatie en Additionele vlootvernieuwing) in de praktijk achter zou blijven. Nu blijkt dat dit het geval is, is compensatie
ook aan de orde. In de praktijk blijkt dat tot dusver twee maatregelen die KLM ter
compensatie heeft getroffen voor geluidsreductie zorgen en meegenomen kunnen worden
in de monitoring. Dit betreft de nieuwe toestellen (vlootvernieuwing) die aanvankelijk
vóór november 2025 verwacht werden maar vertraging hebben opgelopen. Die nieuwe toestellen
worden in de monitoring naar rato voor het gebruiksjaar 2026, vanaf het moment van
indiensttreding, meegenomen. Daarnaast heeft KLM afspraken kunnen maken met een partnerluchtvaartmaatschappij
om een bijdrage te leveren aan verstilling in het kader van de maatregel Nachtoptimalisatie.
Het is goed dat de KLM Groep deze compenserende stappen conform afspraak neemt en
het ministerie blijft met KLM Groep in gesprek over aanvullende stappen zodat de volledige
beoogde verstilling wordt bereikt. Onderdeel van deze gesprekken is ook dat KLM voornemens
is een verdere reductie in het aantal door KLM uitgevoerde nachtvluchten door te voeren,
ten opzichte van het vorige gebruiksjaar. Het ministerie heeft aangegeven dit een
acceptabele compenserende maatregel voor dit gebruiksjaar te vinden, mits het aantal
minder uitgevoerde nachtvluchten niet wordt ingevuld door andere maatschappijen. Op
basis van de gebruiksprognose kan uiteraard nog niet bepaald worden of aan deze voorwaarde
wordt voldaan, waardoor het eventuele effect van deze compenserende maatregel nu nog
niet tot uiting komt in het huidige monitoringsrapport. Als blijkt uit de realisatiegegevens
bij het tweede en derde monitoringsmoment dat deze maatregel is gerealiseerd, dan
zal dit zichtbaar worden in deze rapportages.
Autonome ontwikkelingen
Het geluidsdoel van – 15% op de verschillende indicatoren per november 2025 geldt
bovenop de autonome ontwikkelingen die plaatsvinden tot dat moment. Deze autonome
ontwikkelingen vinden wel plaats en leiden in de praktijk tot autonome geluidseffecten.
In het kader van transparantie en om het volledige beeld wat betreft geluidsbelasting
te kunnen schetsen, heeft het ministerie opdracht gegeven om de autonome ontwikkelingen
tussen het moment van de referentiesituatie die gehanteerd is in de balanced approach-procedure
van november 2024 en het moment van invoering van het gehele maatregelenpakket van
november 2025 in kaart te brengen en door te rekenen.
Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt wat er naast het maatregelenpakket nog meer gebeurt
aan autonome ontwikkelingen en wat het effect van die autonome ontwikkelingen is geweest
op de geluidsbelasting rond de luchthaven. De resultaten van deze exercitie worden
rond de zomer van 2026 verwacht. Conform de toezegging aan de Kamer, zullen deze resultaten
met de Kamer worden gedeeld. Deze resultaten hebben echter geen invloed op de monitoring
van het maatregelenpakket en het bepalen van het restpercentage tot het volledige
geluidsdoel dat voortkomt uit de monitoring. Deze ontwikkelingen hebben immers betrekking
op een andere tijdsperiode en het eerste deel van het geluidsdoel van – 15% geldt
bovenop deze ontwikkelingen.
Tot slot
Het is goed om nogmaals te benadrukken dat de voorliggende resultaten van het eerste
monitoringsmoment tussentijdse, indicatieve resultaten zijn. Na het derde monitoringsmoment,
waarbij enkel gebruik wordt gemaakt van praktijkgegevens, kunnen we spreken van definitieve
resultaten waar tevens ook conclusies en gevolgen aan kunnen worden verbonden. De
huidige inzichten zijn echter wel van belang om gedurende het gebruiksjaar een vinger
aan de pols te houden en indien nodig tijdig tot oplossingen te komen, bijvoorbeeld
in de vorm van compenserende maatregelen. De Kamer zal worden geïnformeerd over de
resultaten van de opvolgende monitoringsmomenten en over de hiervoor genoemde analyse
over de autonome ontwikkelingen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat