Brief regering : Voortgang beschikbaarheid geneesmiddelen
29 477 Geneesmiddelenbeleid
Nr. 969
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 april 2026
Met deze brief brengt het kabinet de Kamer op de hoogte van de voortgang op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen. Sinds 2023 rapporteert het kabinet hierover periodiek aan de Kamer.
Passende zorg en de beschikbaarheid van geneesmiddelen
Het kabinet werkt, samen met het veld, aan een verbeterde beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Dat doet het kabinet in een bredere context: passende zorg moet de norm zijn voor
het Nederlandse zorgstelsel. Het doel is om de zorg toegankelijk, betaalbaar en van
goede kwaliteit te houden, nu en in de toekomst. Passende zorg betekent ook dat geneesmiddelen
beschikbaar zijn voor patiënten die deze nodig hebben.
Het is om die reden hoopvol om te zien dat het aantal geneesmiddelentekorten in 2025
voor het tweede jaar op rij is afgenomen. De ingezette richting van afgelopen jaren
lijkt te werken. Maar geneesmiddelentekorten raken nog steeds veel patiënten en kosten
zorgverleners nog steeds veel werk. Het kabinet zet zich daarom onverminderd in om
tekorten zo veel mogelijk te voorkomen of op te lossen als ze er zijn.
Geneesmiddelentekorten nemen af, maar treffen nog steeds veel patiënten en zorgverleners
In 2025 is het aantal gemelde geneesmiddelentekorten in Nederland voor het tweede
jaar op rij aanzienlijk gedaald. Dit is te zien in data van zowel groothandels als
apothekers.1,
2 Waar er in 2023 nog voor ruim 2.200 geneesmiddelen een nieuw tekort werd gemeld,
was dat aantal in 2024 gedaald naar iets meer dan 1.500 nieuwe tekorten. In 2025 is
deze trend doorgezet en zijn er iets meer dan 1.100 nieuwe tekorten gemeld.3 Zowel het totaal aantal tekorten als de duur ervan is afgenomen. Dit is positief
nieuws.
Het is belangrijk om deze positieve ontwikkelingen in perspectief te plaatsen. Afgelopen
jaar heeft het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten (hierna: het Meldpunt)
opnieuw diverse maatregelen moeten inzetten om geneesmiddelentekorten te voorkomen
en de gevolgen daarvan te beperken.4 Toch ondervond in 2025 nog steeds bijna één op de drie medicijngebruikers – circa
3,5 miljoen Nederlanders – de gevolgen van tekorten.5 Ook dat is een daling, maar nog steeds krijgen patiënten regelmatig te horen dat
hun geneesmiddel niet beschikbaar is. Dit leidt tot ongerustheid bij hen. Het dagelijks
oplossen van deze tekorten vergt ook een aanzienlijke inzet van zorgpersoneel. Het
oplossen van tekorten gaat daarmee ten koste van tijd voor directe patiëntenzorg.
Daarom blijft het noodzakelijk om oorzaken en gevolgen van tekorten aan te pakken.
Het verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelen blijft voor het kabinet een
prioriteit. Het kabinet licht in deze brief de inzet toe en beschrijft de stand van
zaken van al ingezette maatregelen.
Leeswijzer aanpak geneesmiddelentekorten
Eerst wordt in deze brief ingegaan op de ontwikkelingen van enkele omvangrijke trajecten
die ook van invloed zijn op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Hoewel deze trajecten
bredere zorgthema’s behandelen, hebben ze ook (directe) gevolgen op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen. Onder deze trajecten worden het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) en de herziening van de Europese geneesmiddelenregelgeving genoemd.
Vervolgens licht het kabinet de aanpak van geneesmiddelentekorten toe aan de hand
van drie sporen:
1. Het voorkomen van tekorten: hier worden maatregelen benoemd die zorgen voor meer leveringszekerheid
van geneesmiddelen. Leveringszekerheid betekent dat geneesmiddelen ongestoord geleverd
kunnen worden. Dit vraagt om inzet op nationaal en internationaal niveau.
2. Het voorbereid zijn op leveringsonderbrekingen: als geneesmiddelen tijdelijk niet
geleverd kunnen worden, dan hoeft dit niet altijd tot een tekort te leiden. Het kabinet
beschrijft hier welke aspecten daaraan bijdragen en hoe deze worden versterkt.
3. Het oplossen van tekorten wanneer ze zich voordoen: hier beschrijft het kabinet de
initiatieven die ervoor zorgen dat patiënten en zorgverleners tijdens tekorten zo
goed mogelijk worden geholpen en de impact zo klein mogelijk wordt gehouden.
Vergroten weerbaarheid Nederlandse zorg
Tot slot wordt stilgestaan bij de acties die het kabinet onderneemt om de weerbaarheid
van de Nederlandse zorg te vergroten. De beschikbaarheid van geneesmiddelen is essentieel
voor de continuïteit van zorg tijdens crisis. Internationale spanningen, conflicten
en verstoringen in handels- en productieketens kunnen directe gevolgen hebben voor
de levering van geneesmiddelen in Nederland. Daarnaast neemt de vraag naar specifieke
geneesmiddelen toe tijdens een crisis zoals een pandemie, een militair conflict of
een klimaatramp.
Dit vraagt om extra inspanningen van de maatschappij, maar ook van de overheid.
1. Beschikbaarheid van geneesmiddelen in AZWA en herziening Europese Geneesmiddelenregelgeving
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voortgang van omvangrijke trajecten: het Aanvullend
Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en de herziening van de Europese geneesmiddelenregelgeving.
Deze trajecten hebben niet alleen betrekking op de beschikbaarheid van geneesmiddelen,
maar richten zich breder op onderwerpen binnen de zorg en de Europese context. In
de onderstaande paragrafen licht het kabinet de ontwikkelingen toe die specifiek van
invloed zijn op de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Beschikbaarheid van geneesmiddelen als onderdeel van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
Geneesmiddelentekorten kennen uiteenlopende oorzaken en raken veel verschillende partijen.
Een goede samenwerking met betrokken partijen en het maken van gezamenlijke afspraken
zijn dan ook van groot belang. Daarom is op 8 september 2025 de verbetering van beschikbaarheid
van geneesmiddelen opgenomen in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).6 Het uitwerken van deze afspraken wordt gedaan met alle partijen uit de geneesmiddelenketen.7
Na de ondertekening is gestart met de uitwerking van de zes afspraken.8 Deze afspraken moeten de beschikbaarheid van bestaande geneesmiddelen voor patiënten
verbeteren en stellen zorgverleners en apothekers in staat meer tijd aan hun zorgtaken
te besteden. Dit gaat bijvoorbeeld om het terugdringen van administratieve lasten
als gevolg van tekorten. Ook willen partijen de informatie voor patiënten over geneesmiddelentekorten
verbeteren. Hierdoor zullen zorgverleners minder tijd kwijt zijn aan uitleg over tekorten.
Een deel van de gemaakte afspraken sluit aan bij trajecten die al gestart zijn, zoals
de verbetering van de inkoop van geneesmiddelen.
Naast de zes gemaakte AZWA afspraken, zien partijen uit de geneesmiddelenketen en
het kabinet dat er aanvullende kansen liggen om onze gezamenlijke inzet te versterken.
Daarom zijn er nog zes aanvullende afspraken gemaakt om de beschikbaarheid van geneesmiddelen
te verbeteren. Er wordt op dit moment gewerkt aan een werkagenda voor alle afspraken.
Het kabinet streeft ernaar om de Kamer in het derde kwartaal van 2026 te informeren
over de inhoud van de aanvullende afspraken en de werkagenda.9
Beschikbaarheid van geneesmiddelen als onderdeel van de herziening van de Europese
geneesmiddelenregelgeving
Op 13 maart 2026 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de
onderhandelingen over de herziening van de Europese geneesmiddelenregelgeving.10 Tijdens de onderhandelingen was de Nederlandse inzet onder meer gericht op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen. Hier worden de resultaten besproken over de onderwerpen «verplicht
melden van tijdelijke leveringsonderbrekingen» en apotheekbereidingen.
Verplicht melden van tijdelijke leveringsonderbrekingen
In het voorlopig politiek akkoord van de nieuwe Europese geneesmiddelenregelgeving11 is overeengekomen handelsvergunningshouders te verplichten om tijdelijke leveringsonderbrekingen
zes maanden van te voren te melden in plaats van twee maanden. Het kabinet is tegen
dit voorstel, omdat dit leidt tot een toename van zekerheidshalve meldingen bij het
Meldpunt. Daarbij verhoogt dit onnodig de administratieve lasten voor bedrijven en
autoriteiten. Het kabinet heeft contact met handelsvergunningshouders over de aanpassing
van de meldtermijn.
Op 23 september 2025 heeft de voormalig Minister van VWS de Kamer geïnformeerd dat
het wetstraject over het openbaar maken van meldingen van leveringsonderbrekingen
door handelsvergunningshouders wordt gepauzeerd.12 De verplichting voor het openbaar maken van leveringsonderbrekingen volgt uit de
herziening van de Europese geneesmiddelenregelgeving. Voor de verplichting, dat lidstaten
een nationale website voor tekorten hebben, geldt een kortere implementatietermijn
dan de algehele termijn. Dit zal zes maanden na inwerkingtreding van de verordening
ingaan. Het kabinet zal hier de komende periode in nauwe samenwerking met het CBG
uitvoering aan geven.
Apotheekbereidingen
In Nederland wordt in principe gebruik gemaakt van geregistreerde geneesmiddelen.
De uitzondering hierop is dat apotheken geneesmiddelen mogen maken voor hun eigen
patiënten. Dit zijn apotheekbereidingen.
Niet elke apotheek heeft de expertise of faciliteiten om elke benodigde apotheekbereiding
voor haar eigen patiënt te maken. In dat geval is het belangrijk dat zij hun patiënten
bereidingen kunnen aanbieden van andere apotheken die deze expertise of faciliteiten
wel hebben. Een dergelijke «doorgeleverde» bereiding is onder de huidige Europese
Geneesmiddelenrichtlijn niet mogelijk. Daarom wordt dit in Nederland alleen onder
strikte voorwaarden gedoogd wanneer er geen geregistreerde alternatieven voor dat
geneesmiddel beschikbaar zijn.
Het is belangrijk dat patiënten in de toekomst kunnen blijven beschikken over geneesmiddelen,
ook als er tekorten zijn of geneesmiddelen niet op de Nederlandse markt zijn geregistreerd.
Tijdens de onderhandelingen over de nieuwe Europese geneesmiddelenregelgeving heeft
Nederland een trekkersrol opgenomen om ervoor te zorgen dat er, onder duidelijke en
strikte voorwaarden, in meer situaties dan nu bereidingen van anderen kunnen worden
ingezet.
Het voorlopig politiek akkoord13 bevat een wettelijke basis voor de inzet van bereidingen bij met name tekorten. Deze
regeling is niet hetzelfde als de huidige Nederlandse gedoogpraktijk, maar creëert
wel meer mogelijkheden om in specifieke omstandigheden en onder passende voorwaarden
apotheken toe te staan bereidingen van anderen te betrekken.
2. Aanpak van geneesmiddelentekorten
Het kabinet licht de aanpak van geneesmiddelentekorten toe aan de hand van drie sporen,
namelijk het voorkomen van tekorten, het voorbereid zijn op leveringsonderbrekingen
en het oplossen van tekorten.
2.1 Voorkomen van tekorten
Geneesmiddelentekorten wil het kabinet uiteraard zoveel mogelijk voorkomen. Dit doet
het kabinet door in te zetten op de verbeterde leveringszekerheid van geneesmiddelen.
Daarmee zorgen we dat nadelige effecten voor patiënten en zorgverleners helemaal niet
optreden. Zowel nationaal als internationaal wordt door verschillende partijen hieraan
gewerkt.
Nationale inzet
Voor de nationale inzet kijkt het kabinet, onder meer samen met zorgverzekeraars,
groothandels, apothekers en ziekenhuizen, naar het eigen prijs- en vergoedingsinstrumentarium
en het inkoopbeleid van zorgverzekeraars en ziekenhuizen. Tegelijkertijd zet het kabinet
in op het versterken van leveringsketens en het stimuleren van productie van kritieke
geneesmiddelen in Nederland of Europa.
Herziening van de Wet geneesmiddelenprijzen en het geneesmiddelenvergoedingssysteem
Op grond van de Wet geneesmiddelprijzen (Wgp) worden maximumprijzen vastgesteld voor
geneesmiddelen. Deze maximumprijzen worden elk half jaar opnieuw vastgesteld en weer
in lijn gebracht met de prijzen in de vier referentielanden: de halfjaarlijkse herijkingen.
Daarmee is de Wgp een belangrijk instrument om de uitgaven aan geneesmiddelen te beheersen.
Deze wet dateert van 1996 en is aan herziening toe. Zo is er de afgelopen 30 jaar
onder andere meer prijsconcurrentie ontstaan en hanteren zorgverzekeraars en zorginkopers
meer inkoopbeleid. De veranderde geneesmiddelenmarkt maakt dat opnieuw bekeken moet
worden hoe dit prijsinstrument doelmatig en doeltreffend ingezet kan blijven worden.
Bovendien zijn er aanwijzingen dat prijsdruk vanuit de Wgp een risico kan vormen voor
de beschikbaarheid van bepaalde geneesmiddelen. Op dit moment geldt dan ook nog de
tijdelijke mitigerende maatregel binnen de Wgp in afwachting van de herziening.14 Op grond van deze voorzorgsmaatregel worden de maximumprijzen van geneesmiddelen
met een relatief lage omzet op verzoek met 15% verhoogd. De herziening van de Wgp
maakt ook onderdeel uit van de afspraken die zijn gemaakt binnen het AZWA.
Als belangrijk onderdeel van de herziening wordt verkend of onder bepaalde voorwaarden
prijsdruk vanuit de Wgp verminderd kan worden om zo de prijsstelling meer aan marktpartijen
over te laten.
Ook wordt ingezet op meer stabiele maximumprijzen door de ongewenste invloed van wisselkoersschommelingen
op de maximumprijzen te dempen.15 Deze onderwerpen maken onderdeel uit van een brede herziening van de Wgp waarbij
ook veldpartijen worden betrokken. Het zorgvuldig uitwerken van mogelijke wijzigingen
en het doorlopen van het wetstraject kost tijd. De nieuwe (herziene) Wgp zal dan ook
op zijn vroegst per 1 januari 2029 in werking treden.
De herziening van de Wgp hangt samen met de herziening van het geneesmiddelenvergoedingssysteem
(GVS). Waar de Wgp de prijzen van geneesmiddelen reguleert, begrenst het GVS de vergoeding
van extramurale geneesmiddelen. Als geneesmiddelen uitwisselbaar zijn, worden ze gegroepeerd
in clusters in bijlage 1A van het GVS. Elk geneesmiddel in zo’n cluster krijgt een
vergoedingslimiet. Wanneer een geneesmiddel hoger geprijsd is dan de vergoedingslimiet,
betaalt de patiënt het verschil als bijbetaling uit eigen portemonnee.
Het GVS dateert van 1991. De laatste grote wijziging is uitgevoerd in 1999. Het GVS
kent daarom verouderde vergoedingslimieten en is niet aangepast op andere instrumenten
die de uitgaven beheersen, zoals de Wgp en het inkoopbeleid van zorgverzekeraars.
Er zijn aanwijzingen dat de vergoedingslimieten in het GVS in bepaalde gevallen de
beschikbaarheid van geneesmiddelen beperken. Dit is, samen met de afgenomen effectiviteit
van het GVS, een van de redenen om het systeem te herzien. De afgelopen jaren is meermaals
geprobeerd het GVS te moderniseren, maar door de potentieel grote impact op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen en de werklast van zorgverleners is dit traject in 2023 definitief
stopgezet. Het kabinet werkt op dit moment aan een nieuwe invulling van de GVS-herziening.
Vorig jaar heeft mijn voorganger hier een brief over gestuurd aan de Tweede Kamer.16 Omdat het GVS invloed heeft op de prijzen van geneesmiddelen en de Wgp ook ingrijpt
op de geneesmiddelenprijzen, is het belangrijk om de beide herzieningen in samenhang
te bezien. De Tweede Kamer zal nog voor de zomer uitgebreider geïnformeerd worden
over de beide trajecten en de voortgang.
Verbeteren van het inkoopbeleid
Het inkoopbeleid van partijen zoals ziekenhuizen, groothandels of zorgverzekeraars
kan effect hebben op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Inkoopbeleid kan bijdragen
aan de toegankelijkheid en beschikbaarheid van geneesmiddelen voor de patiënt, bijvoorbeeld
doordat een inkoper leveringsgaranties afspreekt met de leverancier. Maar inkoopbeleid
kan ook leiden tot een afname van de beschikbaarheid van geneesmiddelen, bijvoorbeeld
wanneer alle inkopers een bepaald product voor een lange tijd bij dezelfde leverancier
inkopen. Dan kan het voor andere leveranciers onaantrekkelijk worden om dat product
nog op de Nederlandse markt te houden. De leverancier heeft immers geen kopers voor
zijn product, maar wel allerlei kosten.
Samen met partijen vertegenwoordigd in de werkgroep Verbeteren Beschikbaarheid Geneesmiddelen17 wil het kabinet de nadelige effecten verminderen.
Hierbij geeft het kabinet de Kamer een update van de laatste ontwikkelingen.
a. Evaluatie van het preferentiebeleid
Op 22 april 2025 heeft de Kamer via een motie van de leden Daniëlle Jansen (NSC) en
Tielen (VVD) verzocht om een onafhankelijke evaluatie van de baten en lasten van het
preferentiebeleid.18 Door middel van de bijlage bij de vorige voortgangsbrief19 is de Kamer geïnformeerd over de contouren van deze evaluatie. De evaluatie heeft
tot doel om inzicht te bieden in de effecten, kosten en baten van het preferentiebeleid
zoals dat op dit moment door zorgverzekeraars wordt uitgevoerd. De uitkomsten van
de evaluatie kunnen richting geven aan beleidskeuzes en aan het handelen van betrokken
partijen in de geneesmiddelenketen.
In het Commissiedebat Hulp- en Geneesmiddelenbeleid van 1 oktober 2025 is toegezegd
om de Kamer dit voorjaar te informeren over de voortgang en planning van de evaluatie
van het preferentiebeleid. Die toezegging komt het kabinet in deze brief na.
De evaluatie bestaat uit drie fasen:
1. Het opstellen van hypotheses over de effecten van het preferentiebeleid en het in
kaart brengen van bruikbare databronnen. Deze fase is inmiddels afgerond.
2. Het onafhankelijk toetsen van de opgestelde hypotheses aan de hand van data en modellen
en het uitvoeren van een kosten-batenanalyse. De verwachting is dat het uitvoerende
bureau het onderzoek in de zomer van 2026 afrondt.
3. Het formuleren van een beleidsadvies. Dit advies bouwt voort op de uitkomsten van
de kosten-batenanalyse. Deze fase start na de zomer.
Bij de evaluatie betrekken de onderzoekers ook de effecten van de afspraken die al
tussen partijen zijn gemaakt ter verbetering van het preferentiebeleid. Denk bijvoorbeeld
aan de effecten van de Leidraad Verantwoord Wisselen, de afspraken van de «Taakgroep
Preferentiebeleid» over slimmere inkoopcycli, en de afspraken tussen zorgverzekeraars
en groothandels over de bekostiging van distributie en voorraadbeheer.20 Het kabinet verwacht de Kamer eind 2026 te informeren over de uitkomsten van de evaluatie.
b. Samenwerken aan inkoopkaders voor betere beschikbaarheid
Verschillende partijen in de keten, zoals zorgverzekeraars, groothandels en ziekenhuizen,
hebben met de wijze waarop zij geneesmiddelen inkopen invloed op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen. In 2024 is daarom de taakgroep «Geneesmiddeleninkoop en Beschikbaarheid»
opgericht.
In deze taakgroep werken alle betrokken partijen (leveranciers, groothandels, ziekenhuizen,
zorgverzekeraars en apotheken) samen aan gezamenlijke inkoopkaders die in een inkoopleidraad
bij elkaar worden gebracht. Het doel van de leidraad is om ongewenste effecten in
de keten op de beschikbaarheid van geneesmiddelen te voorkomen. De inzet was om deze
vanaf voorjaar 2026 te implementeren. In de voortgang is gebleken dat de oorspronkelijke
planning helaas niet haalbaar is.
De taakgroep is de afgelopen periode actief geweest met het verder uitwerken van gezamenlijke
inkoopkaders. De inhoud en afbakening zijn inmiddels afgestemd, en enkele onderdelen
worden nog verder uitgewerkt.
Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor de volgende stap: consultatie van de
achterban. Deze vervolgfase vraagt extra tijd voor verdere afstemming en besluitvorming.
Partijen blijven betrokken en positief over de verdere uitwerking. Met deze update
doet het kabinet de toezegging uit de vorige voortgangsbrief21 om de Kamer op de hoogte te houden van de voortgang van de inkoopleidraad gestand.
Zorgplicht van zorgverzekeraars voor tijdige beschikbaarheid van geneesmiddelen
In de vorige voortgangsbrief22 is de Kamer geïnformeerd over de inspanningen die zorgverzekeraars binnen hun zorgplicht
moeten leveren om tekorten te voorkomen of beheersbaar te houden. In de zomer 2025
heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die toezicht houdt op de naleving van de
zorgplicht, de resultaten van diens onderzoek naar de inspanningen van zorgverzekeraars
bekend gemaakt.23 Voor het oplossen van tekorten is een gezamenlijke aanpak nodig. Vanwege diens zorgplicht
is de zorgverzekeraar verantwoordelijk voor tijdige toegang tot geneesmiddelen voor
hun verzekerden, voor zover hun invloedssfeer reikt. De NZa ziet mogelijkheden tot
verbetering van de inzet van zorgverzekeraars. Net als in andere zorgsectoren verwacht
de NZa ook in de geneesmiddelensector dat zorgverzekeraars de regie nemen. Zorgverzekeraars
moeten zorgen dat ze meer en scherper inzicht krijgen in de zorgvraag en in de beschikbare
hoeveelheid geneesmiddelen. Dat is nodig om tijdig in te kunnen grijpen, bijvoorbeeld
in geval van een dreigend tekort. Om een sterke informatiepositie te krijgen hebben
zorgverzekeraars andere partijen nodig. De NZa roept alle stakeholders op om zorgverzekeraars
te helpen. Dat is in ieders belang.
De NZa schept op deze manier meer duidelijkheid over de rol en de verantwoordelijkheid
van zorgverzekeraars. De NZa heeft laten weten dat zorgverzekeraars sinds afgelopen
zomer inderdaad stappen hebben gezet. Zorgverzekeraars kijken naar de mogelijkheden
die er nog zijn om de beschikbaarheid van generieke geneesmiddelen te bevorderen.
Bijvoorbeeld door hun informatieposities onderling te delen. Dit zijn volgens de NZa
goede stappen. De volgende stap is dat zorgverzekeraars samen met andere partijen
zorgen voor een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) bevestigt dat diens leden hun verantwoordelijkheid
nemen en blijven nemen. ZN wijst daarbij ook op de afspraken die haar leden al eerder
hebben gemaakt om de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren. Bijvoorbeeld
over aanpassingen in het preferentiebeleid en over de bekostiging van groothandels
voor distributie en voorraad. Ook benadrukt ZN dat de beschikbaarheid van geneesmiddelen
een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, die in de AZWA-afspraken door het hele veld
is omarmd. Een eenduidig en compleet beeld van de tekorten is essentieel voor zorgverzekeraars
om hun regierol te vervullen.
Zelf gaan zorgverzekeraars snel een gezamenlijk en actueel overzicht bieden in welke
producten ieder van hen vergoedt. Apothekers en verzekerden weten zo bij een tekort
van een bepaald merk direct welk merk wel vergoed wordt.
Stimuleren van productie dichtbij huis
Ook werkt het kabinet aan een verbeterde beschikbaarheid door productie dichtbij huis
te stimuleren. Dat sluit aan op het standpunt uit het Coalitieakkoord om in te zetten
op meer productie binnen Europa om zo geneesmiddelentekorten tegen te gaan.24 Hierbij ligt de nadruk op kritieke geneesmiddelen.25 Dit zijn voor een groot deel generieke geneesmiddelen. Een generiek geneesmiddel
is een medicijn dat dezelfde werkzame stof bevat als een bekend merkmedicijn, waarvan
het patent is verlopen. Generieke medicijnen zijn meestal goedkoper dan het merkmedicijn.
De productie van dit soort geneesmiddelen vindt steeds meer plaats buiten Europa.26 Nederlandse producenten van generieke geneesmiddelen geven aan dat het voor hen moeilijk
is om te concurreren met landen buiten Europa. Zij wijzen op de hoge loonkosten, milieueisen
en energieprijzen in Europa. Als Nederlandse producenten van kritieke geneesmiddelen
de deuren sluiten, vergroot dat onze afhankelijkheid van landen buiten Europa. Dat
wil het kabinet waar mogelijk voorkomen.
Het kabinet zet zich op verschillende vlakken in om productie van kritieke geneesmiddelen
in Nederland te bevorderen. Ten eerste werk ik samen met de Minister van Economische
Zaken. Conform de brief van de Minister van EZ over het nieuwe industriebeleid27 wordt ingezet op de versterking van zes markten. Hiervan zijn de markten «biotechnologie»
en «innovatieve chemie» van belang voor de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen.
Het behouden en opbouwen van capaciteiten op deze markten draagt ook bij aan het verminderen
van strategische afhankelijkheden. Per markt werkt de Minister van EZ een actieprogramma
uit. Ik zal bij de uitwerking daarvan de eerdergenoemde knelpunten voor Nederlandse
producenten onder de aandacht brengen. Ook laat het kabinet dit jaar een onderzoek
uitvoeren naar de milieueisen voor geneesmiddelenproducenten binnen en buiten Europa.
Dat inzicht helpt om de uitdagingen van de geneesmiddelenproductiesector op dit gebied
beter in kaart te brengen.
Innovatie van productieprocessen om beschikbaarheid te verbeteren
Het innoveren van productieprocessen helpt producenten hun geneesmiddelen efficiënter,
energiezuiniger of flexibeler te produceren.
Zo kunnen zij beter concurreren met landen buiten Europa en kan productie binnen Europa
blijven plaatsvinden. Verschillende initiatieven dragen hieraan bij. Zo lopen momenteel
drie (deels) Nederlandse projecten binnen de Important Projects of Common European Interest Med4Cure (IPCEI Med4Cure).28 Deze projecten ontvangen subsidie vanuit het Ministerie van VWS voor het ontwikkelen
van innovatieve productieprocessen voor geneesmiddelen.
Daarnaast is de Kennis- en Innovatieagenda Gezondheid & Zorg29 uitgebreid met het thema leveringszekerheid van medische producten. Hiermee wordt
beoogd publiek-private samenwerkingen te stimuleren voor innovaties die de geneesmiddelenketen
minder kwetsbaar maken.
Behoud registraties kritieke geneesmiddelen
Ieder jaar worden registraties van geneesmiddelen in Nederland ingetrokken door handelsvergunninghouders.
Meestal zijn er voldoende alternatieven. Of zijn deze geneesmiddelen door toepassing
van nieuwe behandelmethoden niet meer nodig in de behandeling. Maar in enkele gevallen
vormt het een probleem voor de patiënt. Dit zijn onwenselijke doorhalingen van registraties.
In de vorige voortgangsbrief is aangegeven te onderzoeken hoe onwenselijke doorhalingen
voorkomen kunnen worden. Binnen het AZWA is daarom een afspraak gemaakt met koepels
van zorgaanbieders, zorgprofessionals, zorgverzekeraars en leveranciers. De partijen
zetten zich in om gezamenlijk te voorkomen dat doorhaling van registraties leidt tot
onwenselijke verschraling van het aanbod. Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet maatregelen
om in urgente gevallen zelf actie te ondernemen om registraties van kritieke geneesmiddelen
te behouden.
Internationale inzet
In dit hoofdstuk licht het kabinet de ontwikkelingen op internationaal gebied toe.
Nederland werkt binnen de Europese Unie samen met andere lidstaten om de beschikbaarheid
van geneesmiddelen te verbeteren. Andere lidstaten ervaren, net als Nederland, regelmatig
geneesmiddelentekorten. Daarnaast is de geneesmiddelenketen internationaal verweven.
Op Europees niveau worden daarom verschillende acties ondernomen om de productie van
geneesmiddelen in de Europese Unie te stimuleren. Europese samenwerking is belangrijk
om de beschikbaarheid langs complexe leveringsketens te verbeteren en gezamenlijk
tekorten van (kritieke) medicijnen te voorkomen. Volledige onafhankelijkheid van derde
landen is niet mogelijk. Daarom blijft Nederland ook buiten Europa internationale
partnerschappen en samenwerking actief opzoeken.
Voortgang onderhandelingen over de Verordening kritieke geneesmiddelen
De Europese ambitie om de Europese productie te versterken krijgt vorm met de voorgestelde
Verordening kritieke geneesmiddelen (Critical Medicines Act, CMA).30 Deze verordening heeft als doel om de leveringszekerheid en beschikbaarheid van kritieke
geneesmiddelen te versterken en de toegankelijkheid van andere geneesmiddelen van
gemeenschappelijk belang te verbeteren.
In december 2025 is de Kamer geïnformeerd over zowel het raadsmandaat als de behaalde
resultaten voor Nederland.31 Het raadsmandaat dient als basis voor verdere onderhandelingen in de triloogfase
tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie. Op 20 januari 2026
heeft het Europees Parlement haar positie over de verordening bepaald.32 In februari 2026 zijn de trilogen gestart. Conform de informatieafspraken blijft
het kabinet de Kamer informeren over de voortgang van de onderhandelingen.
Vragen vaste Kamercommissie VWS over geneesmiddelenvoorziening in de Europese Unie
De vaste Kamercommissie van VWS heeft de voormalig Minister van VWS verzocht om een
toelichting te geven op drie geïdentificeerde aandachtspunten die voortvloeien uit
het tussentijdsverslag van de EU-rapporteurs over de Europese geneesmiddelenregelgeving.33
Ten eerste is gevraagd een toelichting te geven op de rol van Nederland ten aanzien
van de Europese strategische autonomie op het gebied van volksgezondheid. Het kabinet
onderschrijft het belang van een sterke en weerbare Europese geneesmiddelenvoorziening.
Het kabinet zet zich in om de strategische autonomie van Europa te versterken. Dat
is in nauwe samenwerking met de Europese Commissie en andere lidstaten. Zo draagt
Nederland bij aan gerichte Europese maatregelen om de productiecapaciteit in de Europese
Unie te vergroten en de toeleveringsketens te diversifiëren. Denk bijvoorbeeld aan
deelname aan de eerdergenoemde Europese subsidieregeling IPCEI Med4Cure, waar lidstaten
door middel van subsidies innovatieve productieprocessen van geneesmiddelen stimuleren.
Er komen meer maatregelen aan ter versterking van de productie met het hierboven genoemde
voorstel voor een Verordening kritieke geneesmiddelen. Deze voorgestelde verordening
is aanvullend op de herziening van de Europese geneesmiddelenregelgeving. Dit pakket
aan maatregelen moet samen leiden tot sterke toeleveringsketens en betere bescherming
tegen tekorten in de Europese Unie.
Ook vraagt de vaste Kamercommissie van VWS om de effecten van de bepalingen in de
Verordening kritieke geneesmiddelen op het nationale zorgsysteem in kaart te brengen.
Voor het opstellen van het Commissievoorstel voor deze verordening heeft de Europese
Commissie afgezien van een impactanalyse vanwege de hoge urgentie. Wel heeft de Europese
Commissie brede consultaties uitgevoerd voorafgaand aan het voorstel. Het kabinet
blijft tijdens de triloogfase het nodige doen om een beeld te krijgen van de effecten
van het voorstel, zodat die kunnen meegewogen in het definitief oordeel van het kabinet.
Het is te verwachten dat de Verordening kritieke geneesmiddelen bijdraagt aan leveringszekerheid
van kritieke geneesmiddelen en aan de verbetering van de beschikbaarheid van kritieke
geneesmiddelen.
Tot slot is gevraagd om een toelichting op milieueisen die gelden voor producenten
binnen de Europese Unie, en hoe wordt omgegaan met de eisen aan producten uit derde
landen. Het kabinet gaat hiervoor een onderzoek laten doen.
Het onderzoek moet een vergelijking maken tussen milieuregels binnen en buiten de
Europese Unie. Hierbij wordt rekening gehouden met oplopende schaarste aan kritieke
grondstoffen.
India
Aanvullend op de acties die ondernomen worden om de productie in de Europese Unie
te stimuleren, blijft het kabinet investeren in de relatie met grote producerende
landen. Mijn voorganger heeft met het Memorandum of Understanding (MoU) met het Indiase Department of Pharmaceuticals verdere invulling gegeven aan de samenwerking met India.34
Met het afsluiten van dit MoU is met de Indiase overheid een basis gelegd voor meer
samenwerking tussen bijvoorbeeld Nederlandse en Indiase onderzoeks- en kennisinstellingen
op het gebied van medische producten.
India en Nederland delen bijvoorbeeld de ambitie strategische afhankelijkheden te
verminderen. Tijdens het bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken in december
2025 aan India, werd dit MoU nogmaals door beide landen verwelkomd en bevestigd. Naar
verwachting vindt in mei 2026 een eerste Joint Working Group van Indiase en Nederlandse overheidsvertegenwoordigers plaats, om afspraken te maken
over de acties die onder het MoU worden uitgevoerd. Gedacht wordt aan het opzetten
en versterken van de samenwerking tussen academische centra die aan humane geneesmiddelenontwikkeling
werken. Daarnaast is het kabinet voornemens om wederom Indiase inspecteurs te trainen
in het Biotech Training Facility te Leiden. Een sterkere Indiase inspectiedienst kan bijdragen aan betere leveringszekerheid
door kwaliteitsissues in de productieketen eerder en beter te signaleren en waar nodig
op te treden.
2.2. Voorbereid zijn op leveringsonderbrekingen
De geneesmiddelenketen is internationaal verweven en complex. Niet elke leveringsonderbreking
en een daaropvolgend tekort kan worden voorkomen. Daarom zet het kabinet acties in
om zo veel als mogelijk voorbereid te zijn op leveringsonderbrekingen. Ten eerste
zijn voorraden van geneesmiddelen aangelegd. Op die manier ontstaat er een buffer
om leveringsonderbrekingen op te vangen. Ook wordt een kwetsbaarhedenanalyse uitgevoerd
om beter inzicht te krijgen in waar kwetsbaarheden in de leveringsketen van geneesmiddelen
zitten. Ten slotte wil het kabinet meer inzicht krijgen in leveringsonderbrekingen
door middel van meldingen en data-uitwisseling.
Aanleggen extra voorraden kritieke geneesmiddelen
Voorraden van geneesmiddelen kunnen tijdelijke leveringsonderbrekingen overbruggen
en gevolgen voor patiënten en zorgverleners voorkomen. In september 2025 is de Kamer
geïnformeerd dat de volgesorteerde groothandels een subsidieaanvraag hadden ingediend
voor het aanleggen van een extra voorraad kritieke geneesmiddelen.35 Deze aanvraag volgde op het besluit om extra voorraden aan te leggen van geneesmiddelen
die zijn opgenomen op de Nederlands lijst kritieke geneesmiddelen.36
Het betreft een extra voorraad van vier weken voor geneesmiddelen in de rode categorie
en drie weken van geneesmiddelen in de oranje categorie van deze lijst.37 Voor beide categorieën zijn dit alleen geneesmiddelen met een apotheekinkoopprijs
onder € 15. Deze subsidie is inmiddels toegekend. De volgesorteerde groothandels zijn
begonnen met de opbouw van deze extra voorraad. De verwachting is dat in de loop van
2026 het gewenste peil van de extra voorraad bereikt wordt.
Eind vorig jaar heeft adviesbureau Strategies in Regulated Markets (SiRM) een onderzoek uitgevoerd naar het effect van deze extra voorraden op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen.38 Dit is gedaan in opdracht van branchevereniging BG Pharma. SiRM constateerde een
verbetering in het aantal geneesmiddelentekorten in 2025 bij de volgesorteerde groothandels.39
De grootste verbetering is zichtbaar bij geneesmiddelen waarvoor een extra voorraad
is aangelegd, onder andere met subsidie die is verstrekt voor antibiotica en salbutamol.
Dit onderstreept nogmaals het besluit om de subsidie voor een extra voorraad van kritieke
geneesmiddelen te verstrekken en voorraden te vergroten.
Kwetsbaarheden: inzicht in Nederlandse leveringsketen
Het identificeren van kwetsbaarheden in de keten van geneesmiddelen kan bijdragen
aan het gerichter aanpakken en voorkomen van beschikbaarheidsproblemen. In de vorige
voortgangsbrief40 heeft mijn voorganger de Kamer geïnformeerd niet zelf een analyse van kwetsbaarheden
in de leveringsketen uit te voeren, maar aan te sluiten bij het nog lopende project
MOSUPPAN.41 Dit project wordt naar verwachting in de zomer van 2026 afgerond.
In dit project worden voorspelmodellen ontwikkeld om beter inzicht te krijgen in de
Nederlandse leveringsketen. De voorspelmodellen bieden naar verwachting nuttige input
voor beleidsontwikkeling op het gebied van productie dichtbij huis, prijs- en inkoopbeleid
en het inzetten van maatregelen om geneesmiddelentekorten te mitigeren. Dit inzicht
kan bijdragen aan het versterken van de keten en zo helpen om tekorten terug te dringen.
Het kabinet gaat in gesprek met de onderzoekers en neemt waar mogelijk de resultaten
mee in de beleidsvorming.
Meldplicht en publicatie meldingen van leveringsonderbrekingen
Het afgelopen jaar heeft mijn voorganger met input van het College ter Beoordeling
van Geneesmiddelen en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gewerkt aan een
beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen (hierna:
de beleidsregel). De beleidsregel is op 5 december 2025 gepubliceerd in de Staatscourant42 en treedt per 1 april 2026 in werking. De beleidsregel biedt meer duidelijkheid aan
handelsvergunninghouders wanneer zij een melding moeten doen bij het Meldpunt, maar
ook wanneer er uitzonderingen voor het melden optreden. Deze verduidelijkingen moeten
ervoor zorgen dat zekerheidshalve meldingen bij het Meldpunt afnemen. Hierdoor kan
het Meldpunt zich richten op die leveringsonderbrekingen waarbij de inzet van het
Meldpunt de meeste meerwaarde heeft.
Bij de totstandkoming van de beleidsregel zijn betrokken koepelorganisaties43 geconsulteerd. Zo hebben de leveranciers recent laten weten dat zij verwachten dat
de beleidsregel duidelijkheid biedt en inderdaad kan bijdragen aan minder zekerheidshalve
meldingen.
Te zijner tijd zal het kabinet de beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen
van geneesmiddelen aanpassen om te voldoen aan de nieuwe Europese geneesmiddelenregelgeving.
In het voorlopig politiek akkoord van de nieuwe Europese geneesmiddelenregelgeving44 is namelijk overeengekomen handelsvergunningshouders te verplichten om tijdelijke
leveringsonderbrekingen zes maanden van te voren te melden in plaats van twee maanden.
Data-uitwisseling over beschikbaarheid van geneesmiddelen
Data-uitwisseling over de beschikbaarheid van geneesmiddelen is van groot belang.
Actuele en betrouwbare informatie helpt om geneesmiddelentekorten tijdig te signaleren
en gerichter maatregelen te nemen. Tijdens het Hulp- en Geneesmiddelendebat op 1 oktober
2025 heeft de Kamer gewezen op het belang van goede data-uitwisseling. Ook heeft het
Kamerlid Thiadens (PVV)45 de regering per motie verzocht om zicht te krijgen op de medicatietekorten alsmede
op de naleving van de verplichte buffervoorraden. Recenter heeft het Kamerlid Bushoff
(GroenLinks-PvdA)46 de regering in dezelfde lijn verzocht om met een voorstel te komen voor een verplicht
centraal meldpunt voor medicijntekorten in overleg met zorgverleners, leveranciers
en verzekeraars. Mijn voorganger heeft de Kamer tijdens het debat gezegd regie te
nemen over dit dossier. In deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over hoe het kabinet
uitvoering geeft aan deze regierol, en daarmee ook bovenstaande twee moties. Hiermee
doet het kabinet beide moties af.
Zoals in de brief van 23 september 202547 aangegeven, zijn met veldpartijen binnen het AZWA afspraken gemaakt om data-uitwisseling
tijdens geneesmiddelentekorten te versnellen en te verbeteren. Ook zijn afspraken
gemaakt om tot eenduidige definities van tekorten te komen. In deze brief is ook aangegeven
dat er meer nodig is op dit gebied dan alleen datgene dat in de AZWA-afspraak is vastgelegd.
Daarom is onder leiding van een onafhankelijk bureau samen met relevante veldpartijen
een verkenning uitgevoerd naar de haalbaarheid van de ontwikkeling van een centraal
informatiepunt. Partijen hebben namelijk zeer uiteenlopende beelden en stellen randvoorwaarden
bij een centraal informatiepunt. Uit de verkenning zijn een aantal vervolgstappen
naar voren gekomen die het kabinet de komende periode, samen met betrokken partijen,
verder uitwerkt. Vervolgstappen zijn onder andere het in kaart brengen van de randvoorwaarden
waaronder datadeling kan plaatsvinden, het in kaart brengen van bestaande databronnen
en het identificeren van de verhouding met nieuwe verplichtingen over datadeling die
volgen uit de herziening van de Europese geneesmiddelenregelgeving.
De eerste twee vervolgstappen sluiten grotendeels aan bij de afspraken die zijn vastgelegd
in het AZWA. Met de verkenning naar de ontwikkeling van een centraal informatiepunt
wordt vooruitgelopen op een aantal onderwerpen uit de werkagenda van het AZWA ter
verbetering van de beschikbaarheid van geneesmiddelen, die nu in ontwikkeling is.
Het kabinet wil benadrukken dat dit een complex traject is. Er spelen veel verschillende
belangen en zorgvuldigheid is vereist. Gegevens over beschikbaarheid van geneesmiddelen
zijn verspreid over verschillende partijen in de keten, worden niet altijd op dezelfde
manier vastgelegd en zijn soms commercieel gevoelig. Denk bijvoorbeeld aan data over
wanneer een volgende levering verwacht wordt, of wat de voorraadstanden zijn. Daarnaast
spelen vragen over verantwoordelijkheden, privacy en de meerwaarde van een centraal
informatiepunt een rol. Dit maakt het delen en benutten van data niet vanzelfsprekend.
Dit betekent dat realisatie van een centraal informatiepunt niet op korte termijn
te verwachten is. Het kabinet houdt de Kamer via periodieke voortgangsbrieven op de
hoogte van de ontwikkelingen.
2.3 Oplossen van tekorten wanneer ze zich voordoen
Ondanks alle inspanningen om tekorten te voorkomen en op tekorten voorbereid te zijn,
kunnen tekorten in de praktijk toch ontstaan. Wanneer tekorten zich voordoen, is het
nodig om actief in te grijpen en gerichte oplossingen toe te passen. In dit hoofdstuk
wordt uiteengezet welke maatregelen worden getroffen om tekorten op te lossen.
Wijziging Regeling Geneesmiddelenwet voor mogelijkheid tot geven van vrijstellingen
In de vorige voortgangsbrief48 schreef de voormalig Minister van VWS dat er werd gewerkt aan een wijziging van de
Regeling Geneesmiddelenwet om de import en invoer van vergelijkbare geneesmiddelen
tijdens een tekort – onder voorwaarden – weer mogelijk te maken. Een wijziging was
nodig omdat de Raad van State de voormalige tekortenbesluiten op basis van toestemming
in november 2024 onverbindend verklaarde.49 De Regeling Geneesmiddelenwet is inmiddels gewijzigd.50 Hierdoor kan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd sinds 9 september 2025 een vrijstelling
geven voor de invoer van geneesmiddelen uit het buitenland in geval van een tekort.51
Op 4 februari 2026 is de Kamer geïnformeerd over de uitspraak van de voorzieningenrechter
om de vrijstellingsbesluiten voor de geneesmiddelen met werkzame stoffen lithiumcarbonaat
en geneesmiddelen met werkzame stoffen promethazine te schorsen.52 Dit betekent dat het voor de geneesmiddelen met deze werkzame stoffen per direct
niet meer is toegestaan om deze te importeren, af te leveren, op voorraad te houden,
of ter hand te stellen. Daarmee heeft de uitspraak zeer ingrijpende gevolgen en mogelijk
levensbedreigende gevolgen voor patiënten.
Om de gevolgen voor de patiënten zo klein mogelijk te houden, heeft de voormalig Minister
van VWS besloten om wederom een aanwijzing te geven aan de Inspecteur Generaal van
de IGJ.53 De IGJ zal tijdens een tekort niet-handhavend optreden als geneesmiddelen met werkzame
stoffen lithiumcarbonaat en geneesmiddelen met werkzame stoffen promethazine uit het
buitenland worden ingevoerd. De aanwijzing wordt weer ingetrokken zodra dit verantwoordelijk
wordt geacht vanuit het oogpunt van patiëntveiligheid.
LCG: samenwerking in de eerste lijn
Het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen (LCG) speelt een actieve rol in het
signaleren en oplossen van geneesmiddelentekorten in de medisch specialistische zorg.
Het kabinet is tevreden over hoe het LCG deze rol uitvoert. Daarom heeft mijn voorganger
het afgelopen jaar aan het LCG gevraagd om te kijken of en hoe zij ook een rol kunnen
vervullen in het oplossen van geneesmiddelentekorten in de eerstelijnszorg.
Het LCG heeft dit in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter
bevordering der Pharmacie (KNMP) en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
(NVZA) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het LCG een toegevoegde waarde kan hebben
in de eerstelijnszorg.
Het LCG gaat hieraan opvolging geven door in gesprek te gaan met relevante partijen
uit de geneesmiddelenketen.
3. Weerbaarheid
Onzekerheden en dreigingen nemen zowel mondiaal als aan de grenzen van Europa toe.
Deze ontwikkelingen vragen om een zorgsysteem dat weerbaar is. Dit is nodig om voorbereid
te zijn als het mis gaat en om crises het hoofd te bieden. De zorg moet de capaciteit
hebben om te kunnen opschalen bij een militair conflict zoals een oorlog in Nederland
of op bondgenootschappelijk grondgebied, pandemieën en klimaatrampen. De beschikbaarheid
van geneesmiddelen én medische hulpmiddelen54 is daarbij cruciaal.
Weerbaarheidsvoorraden55
Voorraden van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen zijn nodig om de continuïteit
van zorg te waarborgen zodat essentiële zorg ook tijdens een crisis verleend kan blijven
worden. In de vorige voortgangsbrief56 is de Kamer geïnformeerd dat het huidige zorgstelsel beperkte prikkels biedt voor
het aanhouden van extra voorraden voor weerbaarheid bij marktpartijen.
De voormalig Minister van VWS heeft al een eerste stap gezet richting het versterken
van de weerbaarheid van de zorg met het aanleggen van extra geneesmiddelenvoorraden
van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen. Deze voorraden zijn bedoeld als
buffer in de keten en voorkomen zo geneesmiddelentekorten in de zorg. Maar deze extra
voorraad is niet toereikend voor de zorg tijdens crises met grote aantallen patiënten.
De verhoogde instroom van patiënten tijdens crises vergroot de druk op de zorg. Afhankelijk
van de aard van een crisis neemt de vraag naar specifieke geneesmiddelen en medische
hulpmiddelen toe.
Daarom wil het kabinet verdere stappen zetten en heeft hiervoor in de Voorjaarsbesluitvorming57 financiële middelen gereserveerd. Op korte termijn wordt een verkenning gestart naar
zowel de geneesmiddelen als de medische hulpmiddelen die nodig zijn gedurende uiteenlopende
crises. In deze verkenning wordt ook gekeken naar de meest effectieve en efficiënte
wijze waarop voorraden eventueel aangelegd kunnen worden en naar een veilige opslag
en verdeling van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen in reguliere en crisistijden.
Het is belangrijk dat de zorg tijdens een crisis kan doorgaan voor het functioneren
van de samenleving. Maar continuïteit van zorg is ook een voorwaarde voor militaire
slagkracht. In lijn met de opgestelde weerbaarheidsopgave58 kan Nederland vanuit een artikel-5 situatie59 gevraagd worden om een groot aantal (militaire) gewonden op te vangen.
Ik bekijk daarom samen met de Minister van Defensie op welke manier geneesmiddelen
en medische hulpmiddelen ingezet kunnen worden voor het gebruik van de Nederlandse
burger en militair60.
De nationale inzet moet aansluiten op Europese samenwerking en Europese strategieën.
Daarbij zijn er in dit kader twee strategieën van belang die onder de Preparedness Union-agenda van de Europese Commissie vallen: de EU-voorraadstrategie (Stockpiling Strategy) en de medische tegenmaatregelenstrategie (Medical Countermeasures Strategy). De Kamer is over de Nederlandse positie op 9 juli 2025 geïnformeerd.61 Nederland neemt actief deel aan de voortvloeiende acties uit de strategieën, evenals
aan de Joint Action Stockpile62 die in juni 2025 is gestart. De Joint Action Stockpile richt zich op de vraag welke medische producten in welke hoeveelheden beschikbaar
moeten zijn bij een breed scala aan gezondheidsbedreigingen en bijbehorende scenario’s.
Opschaalbare productie (tijdens crisissituaties)
Inzet op opschaalbare productie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de weerbaarheid
van de Nederlandse zorg. Opschaalbare productie is het maken van afspraken met producenten
over het aanleggen van grondstofvoorraden en het vrijhouden van productiecapaciteit.
Zo kan de geneesmiddelenvoorziening overeind blijven tijdens crisissituaties. Conflicten
en andere crises kunnen de levering van geneesmiddelen verstoren. Tegelijkertijd kan
in een dergelijke situatie juist sprake zijn van een plotseling verhoogde vraag naar
geneesmiddelen.
Het kabinet onderzoekt hoe opschaalbare productie kan worden ingezet om de zorg beter
voor te bereiden op diverse scenario’s. Daarnaast onderzoek ik samen met het Ministerie
van Defensie hoe opschaalbare productie in te zetten is voor geneesmiddelen die nodig
zijn aan het front bij een militair conflict.
In de vorige voortgangsbrief63 gaf de voormalig Minister van VWS ook aan te gaan onderzoeken hoe opschaalbare productie
ingezet kan worden tijdens tekorten. Uit de gesprekken met producenten en de verdere
uitwerking bleek dat het vrijhouden van productiecapaciteit voor dit doel zowel kostbaar
als complex is. Het is namelijk niet te voorspellen van welke geneesmiddelen tekorten
zullen optreden. Opschalen van de productie duurt lang en in die tijd is een tekort
vaak al opgelost. Daarnaast is het financieel en technisch onhaalbaar om voor alle
geneesmiddelen afspraken te maken over opschaalbare productie. Dit is waarom het kabinet
zich in eerste instantie richt op opschaalbare productie ten behoeve van weerbaarheid
en niet voor het oplossen van tekorten.
Tot slot
In deze brief heeft het kabinet het beleid toegelicht dat richting geeft aan het verbeteren
van de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Ondanks de positieve ontwikkelingen in
de afname van geneesmiddelentekorten, ondervinden nog altijd te veel patiënten en
zorgprofessionals dagelijks de gevolgen hiervan. De beschikbaarheid van geneesmiddelen
is nauw verbonden met de bredere opgave van passende en weerbare zorg.
Dit vraagt om de blijvende aandacht en een voortvarende aanpak van het kabinet om
de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren.
Zo wordt bijgedragen aan goede, toegankelijke en betaalbare zorg voor patiënten. Het
kabinet streeft ernaar de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 te informeren over
de voortgang op dit beleidsterrein.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.Th.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport