Brief regering : Pakket Pandemische Paraatheid
25 295 Infectieziektenbestrijding
Nr. 2265 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 maart 2026
De Kamer heeft meermaals aandacht gevraagd voor het op orde brengen van de (pandemische)
paraatheid, met name via de motie-Bikker c.s.1 en het ingediende amendement-Bikker2 op de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Net
zoals het lid Bikker steeds terecht naar voren heeft gebracht, is het voor het kabinet
van groot belang dat de gezondheidszorg in Nederland goed voorbereid is op pandemieën
en andere crises. Dit is niet alleen van belang voor de gezondheidszorg, maar voor
de gehele samenleving. Tijdens de vorige pandemie hebben we gezien dat het niet snel
kunnen aanpakken van negatieve effecten van gezondheidscrises impact heeft op alle
sectoren in de maatschappij. Denk aan de scholen die dicht moesten, beperkingen rondom
het gezamenlijk uitoefenen van sporten, en de economische gevolgen voor inwoners en
het bedrijfsleven. Dit moeten we zoveel mogelijk voorkomen. Het kabinet heeft goed
naar de oproepen van de Kamer geluisterd en een oplossing gevonden binnen de voorjaarsbesluitvorming
van 2026 voor de doorlopende borging van de belangrijkste versterkingen van de (pandemische)
paraatheid van Nederland.
Met deze brief informeert het kabinet de Kamer dat in de VWS-begroting € 177 miljoen
structureel beschikbaar is gesteld om versterkingen van de publieke en curatieve gezondheidszorg
voort te zetten. Waar het de voortzetting van het programma Informatievoorziening
Infectieziektebestrijding (IV IZB) betreft, heeft de voormalig Minister van VWS de
Kamer reeds geïnformeerd.3 Met deze intensivering kunnen de versterkingen van de (pandemische) paraatheid voortgezet
worden. Deze versterkingen waren ingezet naar aanleiding van de lessen uit de COVID-19
pandemie en dragen in bredere zin bij aan het op orde brengen van de basisnoodzorg
in Nederland.
In de bijlage is een overzicht opgenomen van de onderdelen waarvoor middelen zijn
vrijgemaakt en de bijdrage die zij kunnen leveren aan de versterking van de weerbare
zorg en pandemische paraatheid.
Tot slot
Met de structurele middelen die het kabinet nu beschikbaar heeft gesteld, kunnen de
belangrijkste onderdelen van het programma pandemische paraatheid, dat was gestart
door het kabinet Rutte IV, voortgezet en geborgd worden. Het kabinet kiest ervoor
deze versterkingen niet langer als een afzonderlijk beleidsprogramma te beschouwen,
maar in te bedden als integraal onderdeel van het reguliere VWS-beleid.4 Bestendigheid van de zorg tegen gezondheidsdreigingen en -crises is immers geen losstaand
onderwerp, maar hoort bij de fundamenten van onze gezondheidszorg. Uiteraard zal het
kabinet de Kamer wanneer passend over de verschillende versterkingen informeren. Zo
zal het kabinet de Kamer, mede in het licht van de motie-Kostić, in het najaar nader
informeren over de inzet voor het voorkomen en bestrijden van infectieziektenuitbraken.5
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans
Bijlage
– Inzicht in zorgcapaciteit / patiëntspreiding en Regionaal Overleg Acute Zorgketen
(ROAZ)
Met deze maatregel wordt het inzicht in de actueel beschikbare capaciteit in de (acute)
zorgketen versterkt. Onder andere door financiering van het Landelijk Platform Zorgcoördinatie
(LPZ) worden de mogelijkheden van de zorg om uniforme, brede en actuele capaciteitsinformatie
te delen vergroot. Een actueel inzicht is de basis voor patiëntenspreiding bij crises.
Daarnaast wordt met deze maatregel de capaciteit van de ROAZ’en geborgd die sinds
COVID-19 is opgebouwd. De ROAZ’en zorgen voor de benodigde samenwerking en afspraken
om de acute zorg toegankelijk te houden. In tijden van crises wordt via de ROAZ’en
de informatievoorziening, de patiëntenspreiding en de samenwerking in de zorg in de
regio’s georganiseerd.
– Versterken GGD'en
Tijdens de COVID-19 pandemie bleek dat de beschikbare capaciteit bij GGD’en voor algemene
infectieziektebestrijding niet voldoende was. Met de structurele middelen kan de in
de afgelopen jaren aangetrokken extra capaciteit (artsen en verpleegkundigen infectieziektebestrijding
en deskundigen op het gebied van infectiepreventie, denk aan epidemiologen en data-analisten)
behouden blijven. Ook blijft de structuur voor versterkte samenwerking in stand. De
GGD’en zijn daarmee in de basis blijvend versterkt zodat zij hun reguliere werkzaamheden
goed kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen ze snel handelen bij kleinere uitbraken (denk
aan een bovenregionale uitbraak van mazelen), en bij een dreigende grootschalige gezondheidscrisis
snel opschalen.
– Versterken infectieziektebestrijding RIVM
Een van de lessen uit de COVID-19 pandemie was dat surveillance en diagnostiek versterkt
moeten worden om infectieziektenuitbraken sneller vast te stellen en te bestrijden.
Met deze versterking van onder meer het laboratoriumlandschap, referentielabs en surveillance-instrumenten,
kan het RIVM dag in dag uit sneller infectieziekten opsporen, beter de ernst en omvang
ervan vaststellen en effectiever de verdere verspreiding van infecties voorkómen en
beperken. Denk hierbij aan immuunsurveillance waarin het RIVM bestudeert hoe goed
we beschermd zijn tegen infectieziekten, surveillance naar besmettingen onder de algehele
bevolking in bijvoorbeeld het rioolwater, en surveillance van opnames op de intensive
care in ziekenhuizen.
– Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI)
Om de regie en sturing tijdens een grootschalige infectieziektecrisis te verbeteren,
is de LFI op- en ingericht bij het RIVM. De LFI heeft de expertise opgebouwd om doorlopend
te zorgen voor de geoefendheid van de keten en is bij een infectieziektecrisis het
commandocentrum waar vanuit de logistieke operatie wordt aangestuurd en ondersteund.
Mensen zijn getraind om de grootschalige uitvoering van medisch-operationele processen
als testen, vaccineren en bron- en contactonderzoek bij de GGD’en mogelijk te maken.
Zo kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport via de LFI de medisch-operationele
processen bij de 25 GGD’en aansturen tijdens landelijke infectieziektecrises en de
regie voeren op de voorbereiding hiervoor.6
– Leveringszekerheid medische tegenmaatregelen
Bij een pandemie of chemische, biologische en/of radionucleaire incidenten kan er
schaarste ontstaan aan medische tegenmaatregelen. Denk hierbij aan vaccins, diagnostische
tests en medische producten. Het aanleggen van strategische voorraden moet in het
geval van dergelijke ontregelingen het ontstaan van tijdelijke tekorten mitigeren.
Bij het borgen van de leveringszekerheid van deze medische tegenmaatregelen sluit
het kabinet ook aan bij Europese aanbestedingen, inkoop en productie-initiatieven.
– Weerbaarheidsvoorraden van medische producten
Het aanleggen van weerbaarheidsvoorraden van medische producten (geneesmiddelen en
medische hulpmiddelen) is bedoeld om in crisissituaties de verhoogde vraag naar medische
producten binnen de zorg op te vangen. Dergelijke voorraden kunnen de druk op de zorg,
die ontstaat door een toegenomen toestroom van patiënten, slachtoffers en/of gewonden,
verlichten. Daarom wordt in dit traject ook verkend hoe we binnen de beschikbare middelen
de zorg paraat kunnen maken tegen leveringsonderbrekingen van medische hulpmiddelen.
– Opschaalbare productie
Conflicten en andere crises kunnen de levering van geneesmiddelen en medische producten
voor langere tijd verstoren. Tegelijkertijd kan in een dergelijke situatie juist sprake
zijn van een plotseling verhoogde vraag naar geneesmiddelen en medische producten.
Opschaalbare productie kan dan een belangrijke bijdrage leveren aan de weerbaarheid
van de Nederlandse zorg. Het kabinet kijkt daarom hoe opschaalbare productie van geneesmiddelen
en medische hulpmiddelen kan worden ingezet om de zorg beter voor te bereiden op diverse
scenario’s.
– Weerbaarheid Caribisch Nederland
Juist in Caribisch Nederland is het weerbaarheidsvraagstuk urgent en moet er nog een
inhaalslag worden gemaakt. Door te investeren in een robuuste zorgketen is deze regio
beter voorbereid op uitdagingen zoals natuurlijke rampen, epidemieën en regionale
ontwikkelingen. Dit zorgt voor een veerkrachtige en toekomstbestendige zorginfrastructuur.
– Zoönosebeleid
Met de acties uit Nationaal actieplan versterken zoönosebeleid7 worden de risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen (infectieziekten
die van dier op mens worden overgedragen, zoals COVID-19 en vogelgriep) verder verkleind
en wordt er gewerkt aan de voorbereiding op een eventuele uitbraak. Dit wordt gerealiseerd
in een One Health aanpak (leefomgeving, veterinair en humaan) en richt zich op preventie, detectie
en respons, bijvoorbeeld door versterkte zoönosestructuur, verbeterde gegevensuitwisseling,
kennisverspreiding over en monitoring van vectoren (muggen en teken) en monitoring
van zoönosen.
– Internationale samenwerking
Nederland sluit aan bij en draagt actief bij aan Europese en internationale samenwerking
bij het voorkomen van, de voorbereiding op en bij het bestrijden van ernstige grensoverschrijdende
gezondheidsbedreigingen. Met de beschikbare middelen kan het Ministerie van VWS actieve
deelname van Nederlandse onderzoeksinstellingen ondersteunen aan relevante projecten
onder het Horizon-programma van de EU, waaronder het Be Ready-programma, dat zich
richt op onderzoek en innovatie rond pandemische paraatheid en opkomende infectieziekten.
Daarnaast wordt bijgedragen aan het internationale samenwerkingsverband CEPI dat als
doel heeft binnen 100 dagen een benodigd vaccin beschikbaar te hebben en waar ook
het Nederlandse bedrijfsleven bij betrokken kan worden.
– Kennis en innovatie
In het kader van kennisversterking wordt ingezet op kennisprogramma’s die zien op
multidisciplinaire kennisontwikkeling. Hiermee wordt ook opvolging gegeven aan de
aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV en de Koninklijke Nederlandse
Akademie van Wetenschappen (KNAW).8 Dit is nodig om snel en doeltreffend te kunnen reageren op een pandemie en de maatschappelijke
impact te kunnen beperken. Ook wordt er specifiek geïnvesteerd in kennis over gedrag
en modelleren. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan het amendement-Bikker.9 Tot slot stimuleren we het bedrijfsleven om aan innovatieve oplossingen werken, zoals
nieuwe testmogelijkheden of op het terrein van nieuwe therapieën.
– Mobiel Medische Teams (MMT’s)
Onderdeel van de opgave is ook de uitbreiding van Mobiel Medische Teams (MMT’s). Dit
betreft pre-hospitale medische zorg, in aanvulling op ambulancezorg, waarbij hulp
wordt geboden aan ernstig zieke of gewonde patiënten buiten het ziekenhuis. De uitbreiding
die is voorzien, bestaat uit een extra helikopter-MMT én auto met een standplaats
op luchthaven Teuge (nabij Apeldoorn) en een grondgebonden (alleen een auto) MMT in
Limburg. Dit is conform het aangenomen amendement van de leden Bevers (VVD) en Wiersma
(BBB).10
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport