Brief regering : Rapport 'De lhbtiq+-opvattingen van jongeren'
30 420 Emancipatiebeleid
Nr. 446
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Een Nederland waarin iedereen gelijkwaardig is en vrij en veilig zichzelf kan zijn,
daar staat dit kabinet voor. Gelijkwaardigheid is geen onderhandelbare waarde. Respect
en ruimte voor ieders seksuele oriëntatie horen daar vanzelfsprekend bij. Met deze
brief ontvangt uw Kamer het rapport De lhbtiq+-opvattingen van jongeren. Het onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Universiteit van Amsterdam heeft
onderzoek gedaan naar de opvattingen van Nederlandse jongeren over lhbtiq+ personen
naar aanleiding van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023. Hieruit bleek dat het aandeel
leerlingen van klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs dat homoseksualiteit normaal
vindt, daalde met ongeveer 20% van circa 70% in 2019/21 naar 50% in 2023 in enkele
GGD-regio’s.1 Tegelijkertijd nam het percentage leerlingen dat homoseksualiteit verkeerd vindt
toe.2 Om meer zicht te krijgen op de denkbeelden van jongeren heeft mijn ambtsvoorganger
in de Kamerbrief Emancipatie3 na Kamervragen van de leden Becker (VVD)4 en Van Zanten (BBB)5 toegezegd een onderzoek te laten uitvoeren naar de opvattingen van jongeren over
lhbtiq+ personen en de verklarende factoren die hierbij een rol kunnen spelen. Met
de verzending van dit onderzoek geef ik invulling aan de toezegging.
Het rapport toont dat lhbtiq+-opvattingen van jongeren tussen 2021 en 2024 grotendeels
stabiel zijn gebleven. De opvattingen van jongeren verschillen sterk. Zo vindt 59%
van de jongeren dat heteroseksuele en homoseksuele personen gelijkwaardig zijn. Daarnaast
is iets meer dan de helft van de jongeren het (een beetje) eens met de stelling dat
bij je geboorte vaststaat of je een jongen of meisje bent. De verschillen in lhbtiq+-opvattingen
hangen vooral samen met gender en de mate van conservatisme, maar ook religie en leerweg
spelen een rol. In tegenstelling tot de literatuurstudie is geen significant verband
voor migratieachtergrond en leeftijd gevonden in de empirische studie.
De empirische studie is een vervolg op de literatuurstudie die in de zomer van 2025
naar uw Kamer is verzonden.6 Dit rapport heeft een gewijzigde onderzoeksopzet, zoals toegelicht in de beantwoording
van het schriftelijk overleg over de stand van zaken van dit onderzoek.7 De Universiteit van Amsterdam verwacht in 2027 een nieuwe studie te publiceren met
focus op de invloed van sociale media en de manosfeer ten aanzien van opvattingen
van jongeren over lhbtiq+ personen. De resultaten van de Gezondheidsmonitor Jeugd
2026 worden ook in 2027 verwacht. In dit onderzoek zal lhbtiq+-acceptatie landelijk
worden uitgevraagd. Op basis van beide onderzoeken ga ik in gesprek met gemeenten
via de VNG en met scholen over de aanpak van lhbtiq+-acceptatie en discriminatie.
Daarmee voer ik de motie Van der Plas uit.8
In Nederland mag je zijn wie je bent, houden van wie je wilt en uiting geven aan je
seksuele gerichtheid. We kunnen niet toestaan dat daarop wordt ingeboet. Progressieve
en conservatieve opvattingen kunnen naast elkaar bestaan. Hoewel opvattingen en gedachten
vrij zijn, kan aan de gelijkwaardigheid van mensen niet worden getornd. Ik vind het
zorgwekkend dat de minderheid van de jongeren vindt dat heteroseksuele en homoseksuele
personen niet gelijkwaardig zijn. Ik stuur uw Kamer voor de zomer een brief met daarin
het beleid dat deze trend wil keren.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap