Brief regering : Appreciatie van het amendement van het lid Jimmy Dijk over middelen voor het jeugdeducatiefonds (Kamerstuk 36800-XV-23), van het amendement van het lid Jimmy Dijk over middelen voor Stichting Leergeld (Kamerstuk 36800-XV-24) en van het amendement van het lid Jimmy Dijk over middelen voor het jeugdsportfonds (Kamerstuk 36800-XV-25)
36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
Nr. 107
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Tijdens de begrotingsbehandeling SZW op 19 maart 2026 heb ik toegezegd een brief te
sturen naar aanleiding van de appreciatie van de amendementen 23, 24 en 25 van het
lid Dijk (SP)1. De indiener stelt dekking voor binnen artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet,
door te besparen op handhaving, sanctionering en terugvordering. Fraudeonderzoeken
en terugvorderingen met een lage financiële omvang en bij sancties die voortkomen
uit niet-opzettelijke fouten, zouden moeten worden geschrapt.
Middelen voor handhaving binnen de Participatiewet staan echter niet op de begroting
van Sociale Zaken Werkgelegenheid, maar zijn onderdeel van het gemeentefonds. Deze
besparing kan daarom niet worden verwerkt in de begrotingsstaat van het Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het budget dat wel op artikel 2 staat gereserveerd
voor de Participatiewet is bedoeld voor de uitkeringen en deze uitgaven zijn 100%
juridisch verplicht.
Hieraan voeg ik toe dat handhaving (van de Participatiewet) gericht is op het herstellen
van de rechtmatige situatie. Dit is van belang voor het maatschappelijk draagvlak
en om het stelsel toekomstbestendig en betaalbaar te houden. Het gaat niet alleen
om repressieve sanctionering, maar juist ook om het herstellen van fouten en zo te
zorgen dat iedere betrokkene krijgt waar hij of zij recht op heeft. Dat geldt ongeacht
de aard en omvang van de zaak. Daarnaast is vooraf niet zomaar vast te stellen of
er sprake is van een zaak met lage financiële omvang of van niet-opzettelijke fouten;
daar is gedegen onderzoek voor nodig. Handhaving moet dan ook door gemeenten niet
gezien worden als een manier om inkomsten te verwerven. Dit is in de aanbevelingen
van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en dienstverlening nogmaals expliciet
gemaakt.2
Op 23 maart 2026 heeft de indiener de dekking van de betreffende amendementen gewijzigd.
De indiener stelt in de gewijzigde amendementen 103, 104 en 1053 dekking binnen artikel 99 voor. Ik wijs erop dat de middelen op artikel 99 reeds
gereserveerd zijn voor andere beleidsdoelen. Het inzetten van deze middelen als dekking
gaat dus ten koste van deze beleidsvoornemens.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid