Brief regering : Verslag Raad Algemene Zaken - Cohesie 26 februari 2026
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1029
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 maart 2026
Met deze brief ontvangt uw Kamer het verslag van de Raad Algemene Zaken («RAZ») –
Cohesie die op 26 februari jl. plaatsvond in Brussel.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Verslag formele Raad Algemene Zaken – Cohesie 26 februari 2026
Tijdens deze RAZ-Cohesie is van gedachten gewisseld over de lessen die zijn geleerd
bij de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid (2021–2027) en hoe deze kunnen
worden meegenomen naar de toekomst. Tevens zijn er unaniem Raadsconclusies1 aangenomen over de EU-agenda voor Steden. Uw Kamer is hier eerder over geïnformeerd
via de Geannoteerde Agenda2.
Gedachtewisseling lessen tussentijdse herziening cohesiebeleid (2021–2027)
Tijdens de tafelronde werd stilgestaan bij de lessen van de tussentijdse herziening
van het cohesiebeleid, maar ook vooruitgekeken naar het nieuwe Meerjarig Financieel
Kader (MFK) van de EU. De tussentijdse herziening van het cohesiebeleid had als doel
om de investeringen uit de fondsen onder het cohesiebeleid binnen het huidige MFK
beter af te stemmen op de nieuwe Europese prioriteiten, zoals versterking van het
EU-concurrentievermogen en defensie. Hiertoe zijn nieuwe prioriteiten aan het cohesiebeleid
toegevoegd en extra flexibiliteiten en financiële prikkels geïntroduceerd om het voor
lidstaten aantrekkelijk te maken om in deze nieuwe prioriteiten te investeren.
Voor de gedachtewisseling had het Cypriotische voorzitterschap een achtergrondstuk
opgesteld met drie discussievragen. De eerste vraag ging over hoe flexibiliteit en
prikkels kunnen worden ingezet om de bijdrage van het cohesiebeleid aan strategische
EU-prioriteiten te versterken. De tweede vraag over hoe het cohesiebeleid in de toekomst
stabiliteit met meer flexibiliteit kan combineren. De derde vraag richtte zich op
hoe de administratieve capaciteit van lidstaten en regio’s kan worden versterkt.
In het voorstel van de Europese Commissie voor het MFK 2028–2034 worden de fondsen
onder het cohesiebeleid samen met de andere fondsen in gedeeld beheer ondergebracht
in één Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP) per lidstaat. Uitvoerend vicevoorzitter
van de Commissie Raffaele Fitto, verantwoordelijk voor cohesie en hervormingen, onderstreepte
dat de tussentijdse herziening een belangrijke stap is geweest in de modernisering
van het cohesiebeleid en dat het NRPP-voorstel hierop voortbouwt door middel van verdere
vereenvoudigingen en meer flexibiliteit. Nederland benadrukte samen met een aantal
gelijkstemde lidstaten dat het NRPP-voorstel een cruciaal onderdeel is van de modernisering
van het MFK. Daarbij heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van de in het
NRPP voorgestelde sterkere koppeling met het Europees Semester; de jaarlijkse cyclus
waarin de Europese Commissie het economische- en begrotingsbeleid van de lidstaten
beoordeelt en coördineert.
De door de tussentijdse herziening geboden flexibiliteit in het cohesiebeleid werd
door veel lidstaten als positief ervaren. De toegenomen flexibiliteit in het NRPP-voorstel
kon daardoor rekenen op brede steun in de Raad, omdat dit lidstaten en regio’s in
staat stelt om middelen beter toe te spitsen op hun specifieke uitdagingen. Nederland
en een aantal andere lidstaten benadrukten daarbij wel dat het cohesiebeleid focus
moet houden door zich te richten op de strategische prioriteiten van de Unie en met
name versterking van het concurrentievermogen. Andere lidstaten benadrukten juist
dat de inzet op klassieke cohesiedoelen (convergentie) en concurrentievermogen elkaar
reeds versterken.
Hoewel de Raad eensgezind pleitte voor meer flexibiliteit in het toekomstig cohesiebeleid,
waren lidstaten verdeeld over hoe die flexibiliteit moet worden vormgegeven. Een aantal
lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepte het belang van het flexibele deel van
25% binnen de landenenveloppen van het NRPP, zodat lidstaten voldoende financiële
ruimte houden om gedurende de programmaperiode op nieuwe uitdagingen in te spelen.
Veel andere lidstaten gaven aan dit flexibele deel juist te willen verkleinen met
als argument dat het cohesiebeleid zich primair moet richten op lange termijn investeringen.
Verder pleitte Nederland ervoor om geen extra oormerking van middelen binnen het NRPP
aan te brengen, omdat dit ten koste gaat van de flexibiliteit voor lidstaten.
Tot slot was de Raad het eens over het belang van voldoende administratieve en uitvoeringscapaciteit
voor een effectieve implementatie van de fondsen onder het cohesiebeleid. Verschillende
lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat de nieuwe resultaatgerichte afrekensystematiek
in het volgend MFK niet mag leiden tot een toename van administratieve lasten. Nederland
wees daarbij specifiek op het hoge foutenpercentage van de fondsen onder het huidige
cohesiebeleid en dat met het NRPP moet worden ingezet op een reductie.
Diversenpunt
De Baltische staten presenteerden een non-paper naar aanleiding van de mededeling3 van de Commissie die op 18 februari jl. is gepubliceerd over oostelijke regio's van
de EU die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne. Deze lidstaten riepen op tot doelgerichte
financiële EU-steun voor deze regio’s vanwege de specifieke uitdagingen die zij ondervinden
door de Russische agressie. Uw Kamer zal via de gebruikelijke kanalen worden geïnformeerd
over de kabinetsreactie op deze mededeling van de Commissie.
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat