Brief regering : Voortgang Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur
33 566 Financieel en sociaaleconomisch beleid
29 544
Arbeidsmarktbeleid
Nr. 110
BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 maart 2026
In een tijd waarin de arbeidsmarkt onder druk staat hebben we iedereen nodig en kunnen
we het ons niet permitteren om mensen aan de kant te laten staan. Daarom moeten we
er alles aan doen om mensen naar een baan te helpen en te voorkomen dat zij terechtkomen
in een uitkeringssituatie. Arbeidsmarktdienstverlening speelt hierin een cruciale
rol. Het helpt mensen om duurzaam werk te vinden, hun vaardigheden te ontwikkelen
en de stap naar ander werk te zetten. Daarnaast ondersteunt het werkgevers bij het
vinden van voldoende gekwalificeerd personeel.
Om mensen duurzaam aan passend werk te helpen en te houden, werken publieke en private
partijen aan de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Samen bouwen we met
deze hervorming aan eenduidige en toegankelijke dienstverlening voor werkzoekenden,
werkenden en werkgevers. Via het coalitieakkoord «Aan de slag» wordt de aanpak via
de arbeidsmarktregio’s en de Werkcentra voortgezet en verder versterkt.
Start publiekscampagne voor het Werkcentrum
De publiekscampagne voor de Werkcentra in Nederland is vandaag gestart. Met de landelijke
campagne brengen we het Werkcentrum verder onder de aandacht. Zodat werkzoekenden,
werkenden en werkgevers weten dat het Werkcentrum in alle regio’s klaarstaat voor
hun vragen over werk en ontwikkeling op de arbeidsmarkt. De kernboodschap van de landelijke
campagne is dat mensen en bedrijven naar het Werkcentrum kunnen met hun vragen over
werk en scholing.
In alle arbeidsmarktregio’s is en wordt hard gewerkt om het Werkcentrum vorm te geven:
fysiek, telefonisch en digitaal via Werkcentrum.nl. De Werkcentra zijn nu operationeel.
Het jaar 2026 geldt als transitiejaar en in een aantal regio’s wordt de (fysieke)
toegankelijkheid dit jaar verder ontwikkeld. Er is een gezamenlijke merkidentiteit
die de herkenbaarheid en zichtbaarheid van het Werkcentrum versterkt.
In het vervolg van deze brief informeer ik u over de voortgang van de hervorming van
de arbeidsmarktinfrastructuur aan de hand van de maatregelen uit de brief van 29 april
20241.
1. Werkcentrum als regionale toegangspoort
In iedere arbeidsmarktregio vormt het Werkcentrum het gezamenlijke regionale loket
waarin eerdere loketten zijn samengevoegd. Werkzoekenden, werkenden en werkgevers
kunnen hier terecht met vragen over werk, scholing en personeelsvraagstukken. In het
Werkcentrum werken publieke en private organisaties samen, waaronder gemeenten, UWV,
onderwijsinstellingen, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)
en werkgevers- en werknemersorganisaties.
De kracht van het Werkcentrum ligt in het netwerk van partners dat werkt volgens het
«no wrong door»-principe: iedereen krijgt hulp of wordt naar de juiste plek doorverwezen.
In 2026 wordt de samenwerking van de partners verder uitgewerkt, onder andere door
het integreren van de Werkgeversservicepunten. Het opgaan van de regionale Werkgeversservicepunten
in het Werkcentrum is ook aanleiding om dit jaar de inrichting van de landelijke werkgeversdienstverlening
te herzien2.
Het Werkcentrum heeft het potentieel om uit te groeien tot een landingsplaats voor
nieuwe beleidsmaatregelen en initiatieven, bijvoorbeeld voor een tijdelijke impuls
gericht op specifieke doelgroepen. Dit mede dankzij de centrale positie in de regionale
arbeidsmarkt en de directe verbinding met zowel werkzoekenden, werkgevers als partners
in de publiek-private samenwerking. Hiermee wordt bijgedragen aan het eenvoudiger
organiseren voor mensen, bedrijven en de uitvoering. Zo kan het Werkcentrum verder
uitgroeien tot het punt waar mensen snel passende arbeidsmarktdienstverlening vinden.
Voorbeeld Werkcentrum Rijnmond
Werkcentrum Rijnmond verleent gerichte en passende dienstverlening op het gebied van
werk en/of de ontwikkeling van talenten. Het Werkcentrum voert gesprekken met werkzoekenden,
werkenden en werkgevers om de behoeften helder te krijgen en centraal te stellen.
Hierop volgend kan informatie verstrekt worden, advisering plaatsvinden of dienstverlening
geboden worden.
Mensen die het Werkcentrum benaderen kunnen gebruik maken van dienstverlening zoals:
loopbaanadvies en -coaching, scholingsadvies, beroepsoriëntatie, informatie over werkgelegenheid
in kansrijke beroepen, workshops, vacatures en begeleiding tijdens werk. Zo investeert
het Werkcentrum in het verder ontwikkelen van talenten en het duurzaam vinden of houden
van werk. Het Werkcentrum biedt werkgevers één loket voor dienstverlening voor hun
personeelsvraagstukken. Denk hierbij aan: matching en preventie van uitval, scholing
en praktijkleren en werken met mensen met een kwetsbare positie. Het Werkcentrum heeft
kennis van alle subsidies en regelingen. Aansluitend op de behoeften en de geboden
dienstverlening zet het Werkcentrum de benodigde subsidies en regelingen in.
2. Ondersteuningsbehoefte centraal
De publieke arbeidsmarktdienstverlening aan werkzoekenden en de dienstverlening aan
werkgevers wordt binnen de sociale zekerheid door het UWV en gemeenten geboden. Ondanks
de bestaande inzet van deze organisaties ervaren werkzoekenden, werkgevers en professionals
in de uitvoering beperkingen in de dienstverlening. De dienstverlening sluit in sommige
gevallen onvoldoende aan op de ondersteuningsbehoeften. Dit wordt mede veroorzaakt
doordat UWV en gemeenten niet afdoende in staat worden gesteld om samen te werken
en om van elkaars dienstverlening gebruik te kunnen maken.
Door betere samenwerking ontstaat beter passende dienstverlening. Om de samenwerking
tussen UWV en gemeenten te versterken, wordt de opdracht voor het Werkcentrum wettelijk
geborgd. Dit omvat ook een mogelijkheid voor zorgvuldige uitwisseling van noodzakelijke
(persoons)gegevens.
Het volgende wordt mogelijk:
• De bestaande regionale samenwerking tussen UWV en gemeenten in de werkgeversdienstverlening
wordt uitgebreid naar samenwerking bij dienstverlening aan werkzoekenden.
• Het wordt mogelijk dat UWV en gemeenten afspraken maken waarbij UWV ook dienstverlening
kan bieden aan mensen die onder de verantwoordelijkheid van gemeenten vallen. Dit
vergroot de ruimte voor maatwerk en passende dienstverlening. De omgekeerde mogelijkheid
bestaat al binnen de Participatiewet.
• UWV is nu wettelijk verplicht om activering van mensen in de Ziektewet, WAO, WIA en
Wajong uit te besteden aan re-integratiebedrijven. Dit beperkt de mogelijkheden om
samen met regionale partners passende trajecten te ontwikkelen. Voor mensen met een
grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt een uitzonderingsmogelijkheid voorgesteld,
zodat UWV in regionaal verband beter kan samenwerken bij dienstverlening aan werkzoekenden.
Daarnaast ontvangen regio’s sinds 1 januari 2025 een tijdelijk impulsbudget om gezamenlijke
dienstverlening te ontwikkelen die beter aansluit bij regionale opgaven en ondersteuningsbehoeften.
Een voorbeeld waar het impulsbudget aan besteed kan worden is het ontwikkelen van
publiek-private scholingstrajecten richting kansrijke beroepen. Ook organiseren de
betrokken partijen in de regio’s geanonimiseerd casusoverleg voor professionals, wat
helpt om betere adviezen te geven en een beter overzicht te hebben van alle beschikbare
dienstverlening.
De komende jaren wordt een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de hervorming van de
arbeidsmarktinfrastructuur, waaronder het impulsbudget. Het onderzoek geeft zicht
op de werkende mechanismen van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur. De looptijd
van het onderzoek is Q3 2025 t/m Q2 2031.
Verbeteren Uitwisseling Matchingsgegevens
In 2024 is het programma Verbeteren Uitwisseling Matchingsgegevens (VUM) afgerond.
VUM is een IV-instrument voor uitwisseling van gegevens dat is ontwikkeld om de kwaliteit
van de matching te verbeteren voor mensen die op zoek zijn naar werk met hulp van
de overheid. Zo kunnen UWV, gemeenten en SBB makkelijker samenwerken. Uit de bijgevoegde
maatschappelijke businesscase van Ecorys blijkt dat VUM de volgende effecten heeft:
• meer en duurzamere matches, waardoor de uitstroom uit WW en bijstand toeneemt;
• snellere matching, doordat administratieve handelingen worden verminderd;
• efficiëntere inzet van professionals, die minder tijd kwijt zijn aan het opvragen
en controleren van gegevens.
In 2025 zijn UWV en SBB succesvol aangesloten op VUM. Dit jaar sluiten de eerste regio’s
aan. Van 2026 tot en met 2029 wordt er door middel van een implementatiestrategie
gewerkt om gemeenten in alle 35 arbeidsmarktregio’s aan te sluiten. De ontwikkeling
van VUM stopt hiermee niet. Naast matching worden in 2027 de functionaliteiten klantrelatiebeheer
(CRM) en vaardigheden op basis van de CompetentNL-standaard toegevoegd. Ook wordt
verkend welke partijen in de toekomst aangesloten kunnen worden op het uitwisselingssysteem,
zoals onderwijspartijen, private partijen en het COA.
3. Versterken van-werk-naar-werk-stelsel
Het coalitieakkoord «Aan de slag» stelt3: in een snel veranderende arbeidsmarkt moet de stap van werk naar werk vlotter gemaakt
kunnen worden, zodat werknemers niet achterblijven in een veranderende economie en
werkgevers meer wendbaar zijn in een bewegelijke wereld. Een dekkend van-werk-naar-werk-stelsel met private arbeidsmarkdienstverlening en
inspanningen van (georganiseerde) werknemers, werkgevers, sectoren en branches draagt
bij aan soepele overstappen tussen banen. Van-werk-naar-werk-trajecten zijn een belangrijk
instrument om mensen die hun baan dreigen te verliezen tijdig naar nieuw werk te begeleiden,
en daarmee het risico op (langdurige) werkloosheid te verlagen.
In het SER-middellangetermijnadvies 2021–2025 hebben werknemers- en werkgeversorganisaties
de ambitie uitgesproken om te komen tot een dekkend van-werk-naar-werk-stelsel. Dit
houdt in dat werkenden toegang hebben tot dienstverlening die nodig is om duurzaam
de overstap naar ander werk te maken, onafhankelijk van sector, contractvorm of bedrijfsgrootte.
Zoals aangekondigd in de vorige Kamerbrief is met sociale partners gesproken over
de hiaten in het huidige stelsel en de stappen die nodig zijn om deze te dichten.
Want niet in alle sectoren bestaan afspraken over van-werk-naar-werk dienstverlening
en intersectorale overstappen worden soms niet goed ondersteund.
Sociale partners hebben in de Stichting van de Arbeid4 een gezamenlijke visie en aanpak richting een dekkend stelsel geformuleerd. De visie
en aanpak omvat de volgende onderdelen: het opstellen van een handreiking en aanbeveling
voor cao-afspraken over van-werk-naar-werk en deze jaarlijks te monitoren; het verbeteren
van de digitale infrastructuur zodat informatie over van-werk-naar-werk voorzieningen
beter vindbaar is; de bijdrage aan de publiek-private samenwerking via de Werkcentra;
en de inzet op het realiseren van een skills-gerichte arbeidsmarkt. Dit is een belangrijke
stap vooruit. De verwachting is dat met deze maatregelen de beschikbaarheid en toegankelijkheid
van van-werk-naar-werk dienstverlening zal toenemen. Voorgaande maatregelen hebben
echter niet tot een volledig dekkend van-werk-naar-werk stelsel geleid. Over mogelijke
aanvullende maatregelen zijn sociale partners nog in gesprek.
4. Structureel borgen van publiek-private governance
Een Landelijk Beraad en in iedere arbeidsmarktregio een Regionaal Beraad zorgen voor
de verankering van de samenwerking tussen publieke en private partners in de arbeidsmarktinfrastructuur.
De kernpartners in het Regionaal Beraad zijn gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen,
SBB en werkgevers- en werknemersorganisaties. Deze beraden werken het arbeidsmarktbeleid
uit in meerjarig beleid in een regionale of landelijke meerjarenagenda. Zo ontstaat
één herkenbare structuur voor nieuwe en bestaande beleidsimpulsen en middelen (Europees,
Rijk, provincies, gemeenten, privaat) en wordt de overlegdruk verminderd. Op deze
manier worden middelen effectiever ingezet bij het ondersteunen van mensen op de arbeidsmarkt.
In het grootste deel van de regio’s zijn partijen inmiddels georganiseerd in een Regionaal
Beraad en wordt gewerkt aan een regionale meerjarenagenda. De overige regio’s volgen
in de loop van dit jaar. Elk Regionaal Beraad stelt een gezamenlijke agenda op met
alle betrokken partners in de arbeidsmarktregio. Hierin worden keuzes gemaakt om extra
actie te ondernemen, zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten en de regionale
opgaves worden aangepakt.
Sinds 1 januari 2026 is ook het Landelijk Beraad actief en bijgevoegd is de eerste
landelijke meerjarenagenda van het Landelijk Beraad. Met de landelijke meerjarenagenda
willen de partijen in het Landelijk Beraad de juiste voorwaarden scheppen voor de
regio’s. Het doel is om regio’s te ondersteunen bij de kansen die zij zien en te helpen
bij het verwijderen van knelpunten. Een belangrijke schakel tussen regio’s en landelijke
partijen wordt hiermee structureel gefaciliteerd. Vanuit het Landelijk Beraad en met
behulp van de landelijke meerjarenagenda wordt geanalyseerd wat in de samenwerking
en de arbeidsmarktdienstverlening goed werkt, wat beter kan en waar partijen op landelijk
niveau afspraken over moeten maken. Het Ministerie van SZW en het Landelijk Ondersteuningsteam
Regionale Arbeidsmarkt ondersteunen hierbij.
Voorbeeld samenwerking arbeidsmarktregio Groningen Noord-Drenthe
In de arbeidsmarktregio Groningen Noord Drenthe werken gemeenten, UWV, SBB, sociale
partners en onderwijs intensief samen aan een sterke, inclusieve arbeidsmarkt. Via
het Werkcentrum, het Talentperron en StartFest vinden inwoners en werkgevers ondersteuning
bij vragen over werk, scholing en ontwikkeling.
In 2024 en 2025 bezochten meer dan 37.000 inwoners StartFest om stappen richting scholing
of werk te zetten. Jaarlijks krijgen daarnaast 1.600 inwoners en werkgevers persoonlijke
begeleiding van het gezamenlijke team vanuit alle partners van het Regionaal Beraad.
Sinds oktober 2025 biedt het Werkcentrum Groningen Noord Drenthe online en fysiek
kortdurende ondersteuning zoals loopbaan- en scholingsadvies. Het Talentperron helpt
daarbij ieder jaar zo’n 2.000 mensen hun talenten en mogelijkheden ontdekken.
In Groningen Noord Drenthe wordt gebouwd aan een arbeidsmarkt waar iedereen kan meedoen,
groeien en duurzaam inzetbaar blijft.
Slot
De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur leidt naar een toekomstbestendig stelsel
dat werk en ontwikkeling voor iedereen mogelijk maakt. Dit is een gedeelde ambitie
van alle betrokken partijen, die het kabinet wil verankeren in de SUWI wet- en regelgeving.
Ik verwacht het wetsvoorstel rond de zomer aan te bieden aan uw Kamer. Op deze manier
zetten we belangrijke stappen richting een toegankelijke en inclusieve arbeidsmarkt
waarin iedereen volwaardig mee kan doen, zich kan blijven ontwikkelen en waarin talent
duurzaam wordt benut en werkgevers voldoende gekwalificeerd personeel kunnen vinden.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie