Brief regering : De Nederlandse inzet op het tegengaan van straffeloosheid en de bescherming van mensenrechten in Syrië
32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid
32 623
Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten
Nr. 425
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
Veertien jaar conflict heeft diepe sporen nagelaten in Syrië. Jaren van systematische
onderdrukking en geweld hebben geleid tot grootschalige mensenrechtenschendingen,
ontwrichte gemeenschappen en leed voor miljoenen burgers. Naast deze misdrijven die
zijn gepleegd onder het Assad-regime en door ISIS, zijn er het afgelopen jaar ook
zorgelijke berichten geweest van geweld tegen alawieten, druzen, christenen, Koerden
en andere gemeenschappen in Syrië. Het geweld tegen de alawitische gemeenschap in
maart 2025 en tegen de druzische gemeenschap in juli 2025 staan hierbij nog scherp
op het netvlies.
Het adresseren van deze diepe wonden is essentieel voor duurzame stabiliteit in Syrië
en vereist zowel de bescherming en borging van de rechten en veiligheid van alle Syrische
gemeenschappen als het tegengaan van straffeloosheid. Zonder erkenning van misdrijven
en verantwoording van daders blijft leed onverwerkt en wordt het risico op hernieuwd
geweld vergroot.
Het kabinet zet zich daarom actief in voor de bescherming van mensenrechten en gemeenschappen,
het tegengaan van straffeloosheid en de opbouw van juridische en maatschappelijke
capaciteit in Syrië om een inclusief berechtings- en verzoeningsproces (ook wel transitional justice genoemd) te ondersteunen. Met deze brief informeert het kabinet uw Kamer over deze
inspanningen. Hierbij zet het kabinet tevens uiteen hoe zij uitvoering geeft aan de
moties Dobbe c.s., Van Baarle en Piri.1
Bescherming mensenrechten en gemeenschappen
De geweldsescalaties tegen onder meer de alawitische en druzische gemeenschappen in
2025 onderstrepen het belang van een actieve inzet om de bescherming en borging van
de rechten en veiligheid van alle gemeenschappen te ondersteunen. Het kabinet zet
zich hier zowel bilateraal – onder meer in contacten met de Syrische overgangsregering
– als multilateraal voor in. Zo dringt het kabinet in lijn met de motie Piri consequent
aan op onafhankelijke monitoring van mensenrechtenschendingen, berechting van misdrijven
en bescherming van alle gemeenschappen in de contacten met de Syrische overgangsautoriteiten.2
Het kabinet benadrukt in deze contacten ook het belang van inclusieve besluitvorming
en gelijke rechten, met nadrukkelijk aandacht voor de positie van vrouwen en het belang
van hun betekenisvolle participatie in politieke en maatschappelijke processen. Via
UN Women draagt Nederland bij aan de deelname van Syrische vrouwen in vredes- en politieke
processen. Een voorbeeld daarvan is de Syrian Women’s Advisory Board, die Syriërs in verschillende regio’s heeft geconsulteerd en op basis hiervan de
VN Speciaal Gezant voor Syrië en andere internationale beleidsmakers adviseert ten
behoeve van een inclusief politiek proces in Syrië.3
In EU-verband zet het kabinet zich in voor gerichte sancties bij mensenrechtenschendingen
of sektarisch geweld, zoals ingesteld tegen betrokkenen bij het geweld in Latakia
in maart 2025. Het kabinet blijft de situatie in Syrië nauwlettend volgen en zich
in EU-verband inzetten voor gerichte sanctionering van individuen en entiteiten die
zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen en sektarisch geweld.
Om de veiligheids- en mensenrechtensituatie te monitoren en de Nederlandse inzet vorm
te geven, vinden ook structureel gesprekken plaats met Syrische gemeenschappen en
het maatschappelijk middenveld, op zowel ambtelijk als politiek niveau. Zo sprak voormalig
Minister-President Schoof op 5 februari 2026 met een afvaardiging van de druzen-gemeenschap.
Het huidige kabinet blijft deze contacten onderhouden om de rechten en veiligheid
van alle etnische en religieuze gemeenschappen in Syrië te helpen waarborgen. Ook
ondersteunt het kabinet, via het decentrale Mensenrechtenfonds en het nieuwe subsidiebeleidskader
Focus (2026–2030), maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de bescherming
van mensenrechten, waaronder op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging
en de bescherming van religieuze gemeenschappen in Syrië.
Tegengaan van straffeloosheid
Waar oorlogsmisdrijven en mensenrechtenschendingen in Syrië hebben plaatsgevonden,
veroordeelt het kabinet deze ondubbelzinnig, ongeacht de vermeende dader of het slachtoffer.4 Hierbij is een zorgvuldige vaststelling van feiten essentieel. Het kabinet hecht
daarom groot belang aan onafhankelijke bewijsvergaring en monitoring om berechting
mogelijk te maken en zodoende straffeloosheid te voorkomen.5
Nederland ondersteunt hierom actief (inter)nationale inspanningen gericht op waarheidsvinding
en transitional justice in Syrië.6 Zoals ook toegelicht in de Kamerbrief van 5 januari 2026 blijft Nederland de VN-bewijzenbank
voor Syrië (IIIM) zowel politiek als financieel steunen.7 Voor 2024–2026 betreft dit een bedrag van EUR 1.000.000. Het IIIM verzamelt en bewaart
bewijsmateriaal over mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht
in Syrië ten behoeve van (inter)nationale procedures, en heeft al een belangrijke
rol gespeeld bij de opsporing en vervolging van onder meer ISIS-strijders.
Nederland ondersteunt ook het landenkantoor van het Bureau van de VN Hoge Commissaris
voor de Mensenrechten (OHCHR) in Damascus. Voor 2026 en 2027 betreft deze steun EUR
2.500.000. OHCHR onderzoekt mensenrechtenschendingen, rapporteert over de huidige
mensenrechtensituatie in Syrië en biedt ondersteuning aan maatschappelijke organisaties
voor inclusieve verzoeningsprocessen. OHCHR deelt ook juridische expertise om lokale
kennis en capaciteit op te bouwen en zo transparante en rechtvaardige juridische processen
in Syrië mogelijk te maken.
In de VN Mensenrechtenraad zet Nederland zich in voor verlenging van het mandaat van
de Independent International Commission of Inquiry (CoI), die onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen in Syrië. Eerder heeft de CoI onderzoek
gedaan naar de gewelddadigheden in Latakia in maart 2025. Op korte termijn wordt het
CoI-onderzoek naar het geweld in Sweida van afgelopen juli verwacht.
Nederland en Canada zetten bovendien de aanklacht tegen Syrië voort voor het overtreden
van het VN Antifolterverdrag bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, zodat
naleving van het verdrag en gerechtigheid voor de slachtoffers van het Assad-regime
gerealiseerd kunnen worden.
Nederlandse steun aan initiatieven op capaciteitsopbouw voor accountability en transitional
justice
Om mensenrechtenschendingen – zowel uit het verleden als uit de recente periode na
de val van het Assad-regime – effectief aan te pakken, is het ook van belang dat Syrische
instellingen en maatschappelijke organisaties over voldoende kennis en capaciteit
beschikken. Gezien de schaal waarop schendingen, waaronder willekeurige detentie,
marteling en gedwongen verdwijningen, hebben plaatsgevonden, is de opgave op dit terrein
groot. Volgens internationale organisaties worden nog altijd meer dan 130.000 mensen
in Syrië vermist. Voor waarheidsvinding, gerechtigheid en erkenning van slachtoffers
en hun families is het van groot belang dat deze schendingen zorgvuldig worden gedocumenteerd
en waar mogelijk onderzocht.
Het kabinet ondersteunt daarom initiatieven die bijdragen aan capaciteitsopbouw op
het gebied van accountability en transitional justice. In aanvulling op het werk van de bovengenoemde VN-organisaties steunt Nederland
hierom de internationale ngo’s International Center for Transitional Justice (ICTJ) en Impunity Watch. Beide ngo’s ondersteunen Syrische maatschappelijke organisaties bij het documenteren
van mensenrechtenschendingen, het bijdragen aan (inter)nationale onderzoeken en het
bijstaan van gemeenschappen, slachtoffers en families van vermisten en mensenrechtenschendingen.
ICTJ en Impunity Watch bieden ook technisch- en beleidsmatig advies aan de Nationale Syrische Commissies
voor Transitional Justice en voor Missing Persons.
Op uitnodiging van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bezocht de Syrische Nationale
Syrische Commissie voor Transitional Justice in de week van 9 tot 14 februari 2026 Nederland. Doel van het bezoek was om kennis
uit te wisselen met Nederlandse en internationale partners, de Commissie te introduceren
bij relevante instellingen en mogelijkheden voor samenwerking te verkennen. In dat
kader vonden gesprekken plaats met Nederlandse ministeries, het Nederlands Forensisch
Instituut, het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Strafhof, OPCW, Eurojust
en internationale ngo’s op het gebied van vredesopbouw en transitional justice. Door dit bezoek te faciliteren investeert Nederland in de institutionele en technische
versterking van de Commissie, zodat zij haar mandaat op het gebied van waarheidsvinding,
bewijsvergaring, verantwoording en herstel effectiever kan uitvoeren, in het belang
van alle gemeenschappen in Syrië.
Het kabinet zet samen met NUFFIC, de Nederlandse organisatie voor internationalisering
in onderwijs, tevens een trainingsprogramma op in het kader van het MENA Scholarship Programme, gericht op het versterken van kennis en vaardigheden op het gebied van transitional justice in Syrië. Via training voor een diverse groep Syrische deelnemers – afkomstig uit
zowel overheidsinstellingen als maatschappelijke organisaties – wordt ingezet op kennisuitwisseling
en capaciteitsopbouw. Hiermee worden door Syriërs gedragen verzoeningsprocessen verder
ondersteund.
Accountability als onderdeel van brede inzet
Nederland, de EU en de Syrische bevolking hebben belang bij een veilig en stabiel
Syrië. Nieuwe geweldsescalaties kunnen leiden tot vluchtelingenbewegingen en regionale
instabiliteit, wat gevolgen kan hebben voor onze veiligheid. Stabiliteit is ook een
voorwaarde voor wederopbouw en economische ontwikkeling, waarmee de duurzame terugkeer
van Syrische vluchtelingen mogelijk gemaakt kan worden.
De Nederlandse inspanningen op accountability en mensenrechten dragen bij aan deze
stabiliteit door straffeloosheid tegen te gaan, onafhankelijk toezicht en de bescherming
van gemeenschappen en mensenrechten te ondersteunen. Engagement met de Syrische overgangsregering
is hierbij van belang om de overgangsautoriteiten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid
en de Nederlandse inzet te bepalen, waarmee Nederland bijdraagt aan de bevordering
van accountability en de bescherming van mensenrechten in Syrië. Het kabinet blijft
zich daarom bilateraal en multilateraal inzetten voor een Syrië waarin de rechten
en veiligheid van alle burgers worden gerespecteerd en geborgd.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken