Brief regering : Recidive-onderzoek
29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit
29 628
Politie
29 279
Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 500
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 maart 2026
Met deze brief bied ik uw Kamer het rapport «Ontwikkeling WODC-methodiek recidive meten op basis van politie-incidenten» aan. Ik ga eerst in op het
onderzoek en de resultaten, waarna ik weergeef hoe ik verder wil gaan met dit onderzoek.
Omdat de conclusies van dit onderzoek worden meegenomen in een breder onderzoeksprogramma
naar recidive, van het WODC, licht ik daarna de opzet van dit programma toe. Tot slot
informeer ik u over de planning van de tweejaarlijkse recidivemonitor in verband met
een verschuiving in de publicatiecyclus.
WODC Rapport recidive meten op basis van politie-incidenten
Kennis over recidive (het herhaaldelijk plegen van een strafbaar feit) is essentieel
omdat het de ruggengraat vormt van een effectief sanctiebeleid.
Recidiveonderzoek wordt gedaan om te achterhalen of de aanpak van criminaliteit daadwerkelijk
effect heeft. Het huidige recidiveonderzoek van het WODC is gebaseerd op justitiedata
op basis van strafzaken.
Het betrekken van politiegegevens in recidiveonderzoek is een al langer bestaande
wens om zo tot completere recidivecijfers te komen. Door recidive te meten op basis
van politiedata worden in de recidivecijfers ook die delicten meegenomen die door
de politie worden afgedaan. Dit gebeurt door de zogenoemde politieafdoening (reprimande,
politiestrafbeschikking, een politiesepot of een Halt-afdoening). Deze afdoening is
bedoeld voor lichtere overtredingen en misdrijven, zodat het rechtssysteem niet onnodig
wordt belast en de dader snel weet waar hij aan toe is. Deze politieafdoening is niet
in beeld bij het bestaande recidiveonderzoek.
Ontwikkelingen in de registratiesystemen van de politie lijken het nu mogelijk te
maken om de recidive ook op basis van politiedata te meten. Daarom heeft het WODC
onderzocht wat de meerwaarde is van het berekenen van recidive op basis van politiedata
in vergelijking met de bestaande WODC-methodiek die op justitiedata gebaseerd is.
Daarbij is zowel naar volwassenen als jeugdigen gekeken.
Resultaten van het onderzoek
Vertrekpunt van het rapport is de vijfjaarsrecidive van jeugdige en volwassen daders
met een in 2017 door politie, OM of rechtspraak afgedane strafzaak. Hierbij is niet
specifiek gekeken naar een bepaald type straf, alle typen sancties zijn hierin meegenomen.
De recidivemeting op basis van politiedata omvat alle zaken die door de politie zelf
zijn afgedaan en alle zaken die zijn ingestuurd naar het OM en door OM of rechtspraak
zijn afgedaan. De recidivemeting op basis van justitiedata kijkt naar alle zaken die
zijn ingestuurd naar het OM en door OM of rechtspraak zijn afgedaan. De analyse geeft
zowel een beeld van de recidivecijfers op basis van politiedata versus justitiedata
als van de omvang van de groep justitiabelen. Deze vergelijking geeft inzicht in de
mogelijke meerwaarde van politiedata ten opzichte van de nu gebruikelijke justitiedata.
Beeld bij jeugdigen
Uit het onderzoek blijkt dat de recidive gemeten op basis van politiedata na 1 jaar
0,7 procentpunt lager ligt dan de recidive gemeten op basis van justitiedata. Na vijf
jaar bedraagt de recidive 45,9% op basis van politiedata en 51,2% op basis van justitiedata,
een verschil van 5,3 procentpunt.
In de huidige meting van recidive op basis van justitiedata blijft de groep jeugdigen
die wegens een delict met de politie in aanraking komen en waarvan de zaken met een
niet-justitiële afdoening wordt afgedaan (zoals een reprimande of een Halt-afdoening)
buiten beeld. Bij het meten van recidive op basis van politiedata worden alle jeugdigen
meegenomen waarvan een delict door de politie, het OM en de rechtspraak is afgedaan.
De groep jeugdigen die in de recidivemeting op basis van politiedata wordt meegenomen
is daardoor dus groter (95 procentpunt). Dit komt dus doordat ook minder ernstige
zaken die door de politie zelf worden afgedaan nu meetellen. Hierbij moet wel worden
opgemerkt dat jeugdige in de politiedata is gedefinieerd op basis van de pleegleeftijd
van de verdachte (leeftijd onder de 18 jaar). In de justitiedata is het type behandelend
rechter (jeugd- of volwassenenstrafrechter) bepalend voor de indeling.
Beeld bij volwassen
Wat betreft volwassenen laat het onderzoek zien dat de recidive op basis van politiedata
40,2% is versus 36,5% op basis van justitiedata, een verschil van 3,7 procentpunt.
Bij volwassenen is het verschil in omvang tussen de groep justitiabelen in de politiedata
en de groep justitiabelen in justitiedata beperkt: 6 procentpunt. Dit komt omdat bij
volwassen justitiabelen, anders dan bij jeugd, niet wordt ingezet op buiten-justitiële
afhandelingen van strafzaken.
De recidive op basis van politiedata van volwassen verdachten ligt gedurende de gehele
periode van vijf jaar consequent hoger dan de recidive op basis van justitiedata.
Conclusies en aanbevelingen
Het WODC stelt dat er nog sprake is van een aantal datakwaliteitsproblemen bij het
meten van recidive op basis van politiedata en dat die eerst moeten worden opgelost
voor een betrouwbare meting. Zo worden in de politiedata nog niet consequent de rechterlijke
beslissingen opgenomen waardoor verdachten die later in de strafrechtsketen worden
vrijgesproken nog meetellen in de recidivecijfers op basis van politiedata. Een deel
van het recidiveverschil tussen politiedata en justitiedata kan hierdoor worden verklaard.
Het WODC concludeert ook dat een belangrijke meerwaarde van recidivemeting op basis
van politiedata is, dat hiermee een grotere groep jeugdige daders in beeld komt. Het
gebruik van politiegegevens geeft bovendien een vollediger beeld van het begin en
ontstaan van criminele carrières van zowel jongeren als volwassenen, en is daarmee
waardevol voor toekomstig onderzoek. Politiegegevens maken het ook mogelijk om onderzoek
te doen naar de recidive van personen na een niet-justitiële afhandeling naar aanleiding
van een misdrijf. Daarnaast bieden politiedata meer achtergrondkenmerken van het delict
dan justitiedata, bijvoorbeeld informatie over mededaderschap dat onderzoek naar dadergroepen
mogelijk maakt, informatie over pleegtijden en aanvullende maatschappelijke classificaties
van delicten.
Reactie en vervolg
Het rapport van het WODC laat een duidelijke meerwaarde zien van het meten van recidive
op basis van politiedata. De gestructureerde gegevens uit politieregistraties kunnen,
vooral voor jeugdigen, een waardevolle aanvulling bieden voor wetenschappelijk (beleids)onderzoek,
zowel voor het monitoren van recidive als voor effectiviteitsonderzoek naar strafrechtelijke
interventies.
De meerwaarde voor jeugdigen is meer evident omdat in de recidivemeting op basis van
politiedata een veel grotere groep jeugdigen meegenomen wordt in de recidivemeting.
Ongeveer de helft van de jongeren die met politie en justitie in aanraking komt blijft
buiten beeld wanneer recidive op basis van justitiedata wordt gemeten. Daarnaast vormt
de recidive geen vergelijkbare curve als recidive gemeten op basis van justitiedata.
Verdiepend onderzoek kan meer inzichten geven in hoe recidive onder jongeren zich
ontwikkelt en welke groepen meer of minder kans lopen te recidiveren.
Doordat er nog beperkingen zijn ten aanzien van de datakwaliteit is het nog te vroeg
om harde conclusies te verbinden aan de recidivecijfers. Het WODC verwacht dat hierin
verbeteringen mogelijk zijn en zal daarom een vervolgonderzoek uitvoeren. Dit vervolgonderzoek
zal onderdeel uitmaken van een breder onderzoeksprogramma gericht op de doorontwikkeling
van recidiveonderzoek.
Programma doorontwikkeling recidiveonderzoek
Op basis van de bestaande tweejaarlijkse recidivemetingen is het alleen mogelijk te
signaleren of de recidive onder verschillende groepen justitiabelen daalt, stijgt
of gelijk blijft. De meting geeft echter geen inzicht in het waarom van die stijging
of daling.
Om die reden is een programma doorontwikkeling recidiveonderzoek ingericht. Doel van
het programma is het vergroten van inzicht in de factoren die recidive beïnvloeden
en het toetsen of beïnvloedbare factoren meetbaar zijn en in positieve zin kunnen
worden beïnvloed. Zo kan het effect van het opleggen en tenuitvoerleggen van straffen
op recidive-beïnvloedende factoren beter inzichtelijk worden gemaakt en biedt het
meer aanknopingspunten voor beleidsvorming.
In het onderzoeksprogramma zal ook een tweejaarlijkse monitor nazorg voor jeugdigen
ontwikkeld worden. Dit betekent dat ook van personen die vrijkomen uit justitiële
jeugdinrichtingen onderzocht gaat worden wat de situatie is op de basisvoorwaarden
(identiteitsbewijs, werk en inkomen, huisvesting, schulden, zorg en sociale relaties).
De eerste resultaten van deze monitor zullen naar verwachting in 2027 verschijnen.
Daarnaast wordt in het programma nog een aantal onderzoeken uitgevoerd.
Zoals hierboven al aangegeven zal een vervolgstudie plaatsvinden om de kwaliteit van
de politiedata te verbeteren voor de recidivemeting op basis van politiedata. Ook
zal in het programma de internationale kennis bij elkaar gebracht worden over de factoren
die stoppen met criminaliteit bevorderen (in de wetenschap «desistance» genoemd).
In het programma wordt ook gekeken naar de haalbaarheid van aanvullende indicatoren
om de effectiviteit van straffen te meten. De verwachting is dat alle onderzoeken
in 2031 afgerond zullen zijn.
Tweejaarlijkse recidive herhaalmeting
Eind 2023 heeft het WODC de tweejaarlijks recidivecijfers gepubliceerd. De oorspronkelijk
beoogde publicatie van de nieuwe cijfers in 2025 is vertraagd. Publicatie van de recidivemonitor
staat nu gepland voor medio 2026. Door deze aangepaste planning verschuift de publicatiecyclus
van de recidivemonitor van de oneven naar de even jaren. Dit heeft geen gevolgen voor
de betrouwbaarheid van de uitkomsten en leidt niet tot een trendbreuk.
Tot slot
Recidiveonderzoek wordt verricht om tot een beter beleid te komen om Nederland veiliger
te maken. Het WODC-rapport laat zien dat benutting van politiedata het zicht op recidive
scherper kan maken, vooral bij jeugdigen. In het programma doorontwikkeling recidiveonderzoek
wordt de komende jaren verder gewerkt aan de doorontwikkeling van toekomstige recidiveonderzoek.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid