Brief regering : Voortgang Langdurige ggz
25 424 Geestelijke gezondheidszorg
34 104
Langdurige zorg
Nr. 781
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 maart 2026
In het voorjaar van 2025 zijn de werkagenda «Een betekenisvol leven met een langdurige
psychische aandoening» en het actieplan «Passende zorg voor dakloze mensen met een
Wlz-indicatie» vastgesteld. De werkagenda en het actieplan bevatten afspraken die
zijn gemaakt met Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Vereniging Nederlandse Gemeenten
(VNG), MIND, Valente en de Nederlandse ggz over de gezamenlijke ambitie op passende
ondersteuning en zorg voor mensen met een psychische aandoening en een langdurige
zorgvraag in de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning
2015 (Wmo).1
In deze brief informeer ik u over de voortgang van de uitvoering van het actieplan
en de maatregelen uit de werkagenda die gericht zijn op het verbeteren van de ondersteuning
en zorg voor mensen in complexe situaties. Verder informeer ik u over de afronding
van het evaluatieonderzoek van Bureau HHM naar de openstelling van de Wlz voor mensen
met een psychische aandoening. De rapportage van dit onderzoek ontvangt u bij deze
brief. Ook informeer ik u over de actuele ontwikkelingen rond de kennisinfrastructuur
in de langdurige ggz.
Naast de langdurige ggz informeer ik u in deze brief over de monitoringsrapportage
over laagdrempelige steunpunten voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, die
u bij deze brief ontvangt.
Voortgang Langdurige ggz
De werkagenda «Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening» bevat
acties verdeeld over drie actielijnen: 1) beter zicht op de doelgroep, 2) verbeteren
van de ondersteuning en zorg voor mensen met een langdurige psychische aandoening
(inclusief de afspraken die in het actieplan zijn vastgelegd over het voorkomen en
verhelpen van dakloosheid bij mensen met een Wlz-indicatie), en 3) passende ondersteuning
en zorg in complexe situaties. Daarnaast is een evaluatie van de wetswijziging waarmee
mensen met een psychische aandoening per 1 januari 2021 toegang kunnen krijgen tot
de Wlz onderdeel van de werkagenda.
Na het vaststellen van de werkagenda en het actieplan zijn alle betrokken partijen,
zowel landelijk als regionaal, aan de slag gegaan met de uitvoering van de gemaakte
afspraken. Hierin geven we prioriteit aan de acties die het meest urgent zijn, zoals
het actieplan en de uitvoering van de actielijn rond complexe zorg uit de werkagenda.
De evaluatie van de openstelling van de Wlz voor mensen met een psychische aandoening
is ook met prioriteit opgepakt. In het vervolg van deze brief ga ik hier nader op
in.
In de periodieke overlegstructuur rond het actieplan en de werkagenda blijven we alert
op ontwikkelingen die aanleiding (kunnen) zijn om de prioritering bij te stellen,
en bewaken we de samenhang met andere trajecten die raken aan de afspraken die zijn
gemaakt, zoals de werkagenda «Verbeteren van de aansluiting tussen de forensische
en reguliere zorg»2 en de versterkingsagenda Mentale gezondheid en ggz3.
Actieplan Passende zorg voor dakloze mensen met een Wlz-indicatie
Zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor het inkopen van voldoende woonzorgplekken
voor mensen met een Wlz-indicatie. In de meeste gevallen gaat dit goed. Voor een klein
deel van de mensen met een intensieve zorgvraag vanwege een psychische aandoening
is er echter niet altijd passend woonzorgaanbod beschikbaar. Dit speelt met name voor
mensen die zich in zeer complexe situaties bevinden, bijvoorbeeld wanneer er naast
een psychische aandoening ook sprake is van een verstandelijke beperking en/of verslavingsproblematiek.
Juist voor deze mensen zijn stabiliteit, continuïteit en passende woonzorgvoorzieningen
essentieel. Het komt echter voor dat mensen dakloos raken en in de maatschappelijke
opvang belanden, waar zij niet op de juiste plek zijn. Om deze problematiek aan te
pakken zijn in het actieplan, naar aanleiding van een motie van lid Westerveld4, afspraken gemaakt over het verbeteren van de samenwerking en afstemming tussen betrokken
partijen in de regio en het realiseren van passend woonzorgaanbod. Op Rijksniveau
werken we daarnaast via het programma «Een thuis voor iedereen» samen met onder andere
het Ministerie van BZK (voorheen VRO) aan voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen,
waaronder dakloze mensen en mensen die uitstromen uit instellingen.
Mijn ambtsvoorganger heeft in juli 2025 de start van een pilot in het kader van het
actieplan aangekondigd.5 In dit traject worden tien (sub)regio’s ondersteund in het verbeteren van de toeleiding
naar passende woonzorg voor mensen met een Wlz-indicatie die dakloos zijn of dreigen
te worden. In deze tien regio’s wordt gewerkt aan samenwerkingsafspraken voor urgente
bemiddelingsvragen waar snel een passende oplossing noodzakelijk is. Inmiddels is
de verkennende fase (fase 1) in de meeste pilotregio’s afgerond. De betrokken partijen
in de regio’s hebben een probleemanalyse uitgewerkt en aan de hand daarvan een plan
van aanpak opgesteld. Uit de probleemanalyses blijkt dat het huidige aanbod niet aansluit
bij de behoefte van cliënten en dat er onvoldoende (kwantitatief) beeld is van de
vraag en het aanbod in de regio. In fase 2 gaan de partijen in de regio’s aan de hand
van individuele situaties met elkaar onderzoeken wat er nodig is om iemand op een
zorgvuldige manier verder te kunnen helpen. De opbrengsten van fase 2 worden vervolgens
in fase 3 van de pilot vertaald naar structurele afspraken.
De opbrengsten uit de pilots worden vervolgens voor de zomer van dit jaar gebundeld
en in een handreiking verwerkt, zodat ook alle overige regio’s in Nederland gebruik
kunnen maken van de geleerde lessen en goede voorbeelden.
Alle betrokken partijen onderschrijven de urgentie van dit vraagstuk en werken aan
de uitvoering van de gemaakte afspraken, ook partijen in regio’s die niet deelnemen
aan de pilot binnen dit actieplan. Ik zie dat hier belangrijke stappen worden gezet.
Zo hebben gemeenten, zorgaanbieders en het zorgkantoor in de regio Rotterdam zeven
overbruggingsplekken gecreëerd om mensen met een Wlz-indicatie die in de maatschappelijke
opvang verblijven toe te kunnen leiden naar een duurzame, passende woonplek (zie het
kader voor een nadere toelichting).
Tegelijkertijd constateer ik dat de opgave voor regio’s groot is. De uitvoering van
de afspraken vraagt intensieve, sectoroverstijgende samenwerking tussen verschillende
domeinen met eigen verantwoordelijkheden, financieringsstromen en werkwijzen.
Overbruggingsplekken in Rotterdam
Bestuurders van betrokken partijen in de regio Rotterdam hebben eind 2025 een gezamenlijke
intentieverklaring ondertekend waarin gemeente Rotterdam, zorgaanbieders in de ggz-
en gehandicaptenzorg en het zorgkantoor afspreken om gezamenlijk te zorgen voor passende
ondersteuning op de juiste plek voor mensen met een Wlz-indicatie die in de maatschappelijke
opvang verblijven.
Onderdeel van de aanpak is het creëren van zeven overbruggingsplekken bij vier verschillende
zorgaanbieders, waar cliënten maximaal drie maanden kunnen verblijven. In deze periode
krijgen de zorgaanbieder en het zorgkantoor een beter en completer beeld van de cliënt
en de zorgvraag, waarmee gericht kan worden gezocht naar een passende en duurzame
woonzorgplek. Deze pilot zorgt er bovendien voor dat deze cliënten voorrang krijgen
bij plaatsing. De pilot is gestart in december 2025 en kent een looptijd van één jaar.
Naast de overbruggingsplekken wordt gewerkt aan een regionale werkwijze die moet zorgen
voor snellere toegang tot Wlz-zorg en een betere samenwerking tussen alle betrokken
partijen.
Daarbij is de situatie van de cliënten om wie het gaat vaak weerbarstig, waarbij op
meerdere leefgebieden tegelijk ondersteuning nodig is. Het ontwikkelen van duurzame
oplossingen vraagt maatwerk en zorgvuldige afstemming. Juist daarom roep ik partijen
in de regio’s op om met elkaar in gesprek te blijven over concrete signalen, zodat
in acute situaties snel kan worden gehandeld om tot passende oplossingen te komen.
Gezamenlijk met de betrokken landelijke partijen werk ik de komende tijd met prioriteit
verder aan de uitvoering van het actieplan en blijf ik de voortgang nauwlettend monitoren.
Regiokaart complex
In de werkagenda zijn met de betrokken partijen afspraken gemaakt over het verbeteren
van de ondersteuning en zorg voor mensen in complexe situaties. Zorgkantoren in alle
regio’s werken aan het in kaart brengen van het bestaande voorzieningenaanbod, de
(toekomstige) zorgbehoefte en de verbeterpunten in samenwerking en aanbod via de «regiokaart
complex». Het verkrijgen van inzicht in de regionale stand van zaken is een belangrijke
eerste stap in de aanpak. In de regio’s die deelnemen aan pilots binnen het actieplan
dakloosheid wordt het thema maatschappelijke opvang voor Wlz-cliënten expliciet meegenomen
binnen de regiokaart. Hiermee wordt voorkomen dat trajecten naast elkaar lopen en
worden inspanningen zoveel mogelijk gebundeld.
De afgelopen periode is gebleken dat het realiseren van een gedeeld regionaal beeld
in de zorgkantoorregio’s en het bepalen van gezamenlijke vervolgstappen geen eenvoudig
proces is. In verschillende regio’s kost dit meer tijd dan aanvankelijk werd voorzien.
Desondanks zie ik dat er goede stappen worden gezet. Passende zorg voor mensen die
zich in complexe (zorg)situaties bevinden is inmiddels prioriteit in het zorginkoopbeleid
van veel zorgkantoren. Ook gemeenten signaleren een hiaat in het aanbod voor deze
groep en zoeken steeds vaker nadrukkelijk de samenwerking met zorgkantoren.
De inzet in de regio’s zorgt op een aantal plekken in het land al voor beter inzicht
in lacunes in het zorgaanbod en draagt bij aan een gerichtere samenwerking tussen
zorgkantoren, zorgaanbieders en gemeenten. Op verschillende plekken in Nederland ontstaan
nieuwe samenwerkingen om zorg te kunnen bieden aan mensen met een combinatie van problematiek,
zoals het voorbeeld uit Purmerend dat wordt toegelicht in het kader hieronder. In
de volgende fase van de regiokaart complex worden de regionale beelden en prioriteringen
vertaald naar concrete verbeteracties in zorginkoop, samenwerking en aanbodontwikkeling.
Nieuwe woonvoorziening voor ouderen met psychische problematiek en/of een verstandelijke
beperking
Het initiatief komt voort uit een veranderende zorgvraag, waarbij combinaties van
psychische kwetsbaarheid en een licht verstandelijke beperking steeds vaker worden
gesignaleerd. Daarnaast worden ook deze mensen ouder, waardoor de ouderdomsproblematiek
toeneemt. Om blijvend te kunnen aansluiten op de ondersteuningsbehoefte is het bundelen
van expertise noodzakelijk. Daarom hebben Prinsenstichting (VG) en Leviaan (maatschappelijke
ggz) een gezamenlijke woonvoorziening ontwikkeld.
De nieuwe woonlocatie Weidevenne in Purmerend biedt ruimte aan 28 ouderen met een
verstandelijke beperking en/of psychische kwetsbaarheid, die hier met 24-uurszorg
en ondersteuning kunnen wonen en op een passende plek oud(er) kunnen worden. Medewerkers
werken hier in één team, samengesteld vanuit beide organisaties, waarin verschillende
deskundigheden samenkomen. De woonvoorziening is geopend in februari 2026.
Vanuit de Toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» werk
ik aan vraagstukken rond de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking die
een (zeer) intensieve zorgvraag hebben en bij wie sprake is van onbegrepen gedrag.
Over de voortgang van dit traject wordt uw Kamer later dit kwartaal geïnformeerd via
de voortgangsrapportage over de Toekomstagenda.
Evaluatieonderzoek openstelling ggz-Wlz
Ruim vijf jaar geleden, met ingang van 1 januari 2021, werd een wetswijziging van
kracht waarmee mensen met een psychische aandoening toegang kunnen krijgen tot de
Wlz, mits zij voldoen aan de daarvoor geldende zorginhoudelijke toegangscriteria.
In de werkagenda «Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening»
is afgesproken deze wetswijziging te evalueren, met als doel de effecten van de openstelling
van de Wlz voor deze doelgroep zorgvuldig en systematisch in beeld te brengen. Het
evaluatieonderzoek is uitgevoerd door Bureau HHM. U ontvangt de eindrapportage bij
deze brief.
In het rapport concludeert Bureau HHM dat de wetswijziging waarmee mensen met een
psychische aandoening toegang kunnen krijgen tot de Wlz in grote lijnen het beoogde
resultaat heeft gehad. Het onderzoek schetst dat de zorg uit de Wlz voor een groot
deel van de mensen die een indicatie voor Wlz-ggz-wonen hebben gekregen aansluit bij
de behoefte aan stabiliteit, rust en continuïteit. Een kanttekening daarbij is dat
er situaties zijn waarin het ook binnen de Wlz moeilijk is om passende zorg te organiseren,
met name voor mensen in complexe situaties. De toegang tot de Wlz heeft er echter
aan bijgedragen dat de groep(en) cliënten voor wie dit speelt beter in beeld zijn
gekomen. Daarmee onderstreept het evaluatieonderzoek het belang van het met prioriteit
voortzetten van de inzet op passende (woon)zorg voor mensen in complexe zorgsituaties,
zoals ik eerder in deze brief heb geschetst.
De komende periode ga ik, zoals afgesproken in de werkagenda, met de betrokken partijen
in gesprek over de uitkomsten van het evaluatieonderzoek en de aandachtspunten voor
de vervolgaanpak. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er akkoorden worden gesloten
in alle Wlz-sectoren, waaronder de langdurige ggz. De uitkomsten van het evaluatieonderzoek
zal ik betrekken bij de nadere uitwerking van deze afspraak, in overleg met de veldpartijen.
De kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Mentale gezondheid
en ggz «Uit Balans»6 ontvangt u naar verwachting dit najaar. In de uitwerking heb ik, in overleg met de
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, oog voor de samenhang tussen beide
trajecten.
Kennisinfrastructuur langdurige ggz
Kennis levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van ondersteuning en zorg
voor mensen met langdurige psychische problematiek. In opdracht van VWS heeft het
Trimbos-instituut in september 2025 de Academische Werkplaats Langdurige ggz opgericht.
In voorbereiding op de oprichting van de werkplaats stelde het Trimbos-instituut samen
met het veld de kennisagenda langdurige ggz op. De Academische Werkplaats is een samenwerkingsverband
van inmiddels 26 kennisorganisaties, zorgaanbieders, onderwijspartners en cliëntenorganisaties
die gezamenlijk werken aan het versterken van de kennisinfrastructuur binnen de langdurige
ggz door in te zetten op zowel onderzoek als de implementatie van kennis. De focus
ligt op de langdurige ggz en op aangrenzende sectoren, zoals de gehandicaptenzorg
en de verpleging en verzorging. Ook cliënten- en naastenorganisaties, brancheorganisaties,
zorgkantoren en andere kennisnetwerken zijn betrokken bij de werkplaats.
De start van de Academische Werkplaats is een belangrijke stap in het verstevigen
van de kennisinfrastructuur en kennisontwikkeling in de langdurige ggz. De verschillende
betrokken organisaties gaan de komende periode aan de slag met projecten gericht op
onder andere het vergroten van eigen regie binnen de langdurige ggz en het versterken
van de samenwerking tussen de formele en informele zorg. Ik blijf de opbrengsten van
de Academische Werkplaats en de verdere ontwikkelingen met interesse volgen.
Landelijk dekkend netwerk laagdrempelige steunpunten
In de Wmo-brief van december 20247 is uw Kamer geïnformeerd over het eerste verkennende onderzoek naar de «stand van
het land» van laagdrempelige steunpunten (LSP). Inmiddels is er door het landelijk
ondersteuningsprogramma, in opdracht van de IZA-werkgroep, een landelijk en regionaal
beeld over 2025 opgeleverd. U ontvangt de rapportage bij deze brief. De resultaten
uit deze monitoring laten zien dat er ontwikkeling zit in het aanbod aan LSP en dat
de steunpunten steeds zichtbaarder worden in de regio. Met 318 in kaart gebrachte
steunpunten is het aantal gestegen ten opzichte van het verkennende onderzoek in 2024,
toen er 278 steunpunten in beeld waren. Nieuw in de monitor van 2025 is dat er een
duidelijker onderscheid is gemaakt tussen grote, middelgrote en kleine locaties. De
toename van het aantal LSP is deels het gevolg van daadwerkelijk nieuwe plekken en
deels van plekken die in 2024 nog niet in beeld waren, maar er toen ook al waren.
Het aantal toegenomen LSP gaat waarschijnlijk grotendeels om kleine locaties (satellieten)
van bestaande LSP. Omdat het onderscheid in grootte van de steunpunten niet eerder
is gemaakt, kan dit niet met zekerheid worden gesteld. Over 2026 zal het ondersteuningsprogramma
opnieuw een monitoringsrapportage opleveren.
Andere belangrijke conclusies zijn dat structurele financiering een belangrijke factor
is voor continuïteit van LSP. Vanaf 2027 zijn er structurele middelen vanuit het AZWA,
waarin LSP als basisfunctionaliteit zijn opgenomen. Verder laat de monitoring zien
dat de samenwerking tussen LSP en andere partijen in de regio aanwezig is en over
het algemeen positief wordt ervaren. Dit biedt een sterke basis voor verdere ontwikkeling
van regionale samenwerking.
Tot slot
De komende periode blijf ik, samen met de betrokken partijen, werken aan passende
zorg en ondersteuning voor mensen met langdurige psychische problematiek. Dit najaar
zal ik uw Kamer opnieuw informeren over de voortgang.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport