Brief regering : Planning brief nadeelcompensatie en relatie hiervan tot het Besluit veilige jaarwisseling
35 386 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling)
28 684
Naar een veiliger samenleving
Nr. 37
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
In uw brief van 12 maart jl. (Kamerstuk 35 386, nr. 35/2026D11322) vraagt u naar de planning van de brief nadeelcompensatie en de relatie hiervan tot
het Besluit veilige jaarwisseling.
Met deze brief geef ik u inzicht in alle stappen die nog doorlopen moeten worden tot
beoogde inwerkingtreding per 1 augustus 2026; dit geeft daarmee inzicht in het kritieke
tijdpad om het vuurwerkverbod, inclusief de ontheffingsmogelijkheid, komende jaarwisseling
van kracht te kunnen laten zijn. Daarbij ga ik specifiek in op de onderlinge relatie
tussen de verschillende voorwaarden en de Wet veilige jaarwisseling.
Op 19 januari jl. is de Wet veilige jaarwisseling (hierna: de Wet) gepubliceerd in
het Staatsblad. Aan het inwerkingtredingsbesluit van de Wet is door uw Kamer de voorwaarde
verbonden dat deze pas in werking kan treden als, naar tevredenheid van de Eerste
en Tweede Kamer, voldaan wordt aan drie voorwaarden te weten: (1) invulling van de
ontheffingsmogelijkheid voor burgemeesters bij AMvB, (2) een nadeelcompensatieregeling
voor de vuurwerkbranche en (3) een handhavingsplan. Het handhavingsplan is inmiddels
aangeboden aan de Kamers.1
De drie voorwaarden kennen een eigen proces en bijbehorend tijdpad. De invulling van
deze drie voorwaarden dient op hoofdlijnen bekend te zijn op het moment dat de voorhang
van het inwerkingtredingsbesluit Wet veilige jaarwisseling wordt gestart. In de bijlage
is een gedetailleerd tijdpad opgenomen van twee van deze voorwaarden (de ontheffingsmogelijkheid
bij AMvB en de nadeelcompensatieregeling) en het Inwerkingtredingsbesluit van de Wet
zelf. Het uitgangspunt is om de Wet op 1 augustus 2026 inwerking te laten treden.
Dit om uitvoerende partijen waaronder gemeenten, voldoende tijd te geven om zich voor
te bereiden. Dit is ook benadrukt in o.a. de uitvoeringstoets van de VNG. Om dit tijdpad
te behalen is het nodig om in mei de voorhang van het inwerkingtredingsbesluit te
starten. Hiermee wordt ook tegemoetgekomen aan de uitdrukkelijke wens van een meerderheid
van de Tweede Kamer om het vuurwerkverbod ruim voor de komende jaarwisseling in te
laten gaan.2
Het kritieke punt in de planning is momenteel de duur en de onzekerheid van het moment
van afronding van de voorhang van het Besluit veilige jaarwisseling waarmee de ontheffingsmogelijkheid
voor burgemeesters wordt uitgewerkt. Dit is bepalend voor het moment waarop de volgende
stap in het wetgevingsproces gezet kan worden, de advisering door de Afdeling advisering
van de Raad van State. Het heeft, zoals mijn voorganger eerder heeft aangegeven, sterk
de voorkeur om de voorhang van dit Besluit veilige jaarwisseling in beide Kamers uiterlijk
31 maart 2026 af te ronden, zodat de Raad van State voldoende tijd heeft om tot een
zorgvuldig advies te komen. De Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat van de
Tweede Kamer heeft de voorkeur aangegeven dit te doen via een Tweeminutendebat.
Daarnaast wordt momenteel hard gewerkt om de nadeelcompensatieregeling vorm te geven.
Mijn voorganger heeft in dat kader al verscheidene gesprekken gevoerd zowel intern
als met de vuurwerkbranche. Deze gesprekken worden zo spoedig mogelijk afgerond. De
inhoud van de compensatieregeling staat daarbij los van de discussie over de inhoud
van het Besluit veilige jaarwisseling. Onevenredige schade die de vuurwerkbranche
leidt naar aanleiding van de nieuwe regelgeving, waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden
voor nadeelcompensatie, zal voor vergoeding in aanmerking komen.
Het streven is om in april 2026 een brief over de uitgangspunten van de nadeelcompensatie
aan te bieden aan beide Kamers, waarmee aan de tweede voorwaarde voor inwerkingtreding
van de Wet veilig jaarwisseling is voldaan. Daarmee ligt alles ten aanzien van de
drie gestelde voorwaarden, ter beoordeling bij beide Kamers. Het Inwerkingtredingsbesluit
zal hierna zo snel mogelijk aan de Kamers worden aangeboden voor de voorhang, zodat
de Wet tijdig in werking kan treden om te zorgen voor een effectief vuurwerkverbod
komende jaarwisseling.
Het Kabinet zal op basis van bovenstaande alles in het werk stellen om binnen het
afgesproken tijdpad de Wet veilige jaarwisseling af te ronden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
BIJLAGE – PLANNING WET VEILIGE JAARWISSELING
In onderstaande tabel is een detailplanning opgenomen van het Inwerkingtredingsbesluit
van de Wet veilige jaarwisseling, het Ontwerpbesluit veilige jaarwisseling (de invulling
van de ontheffingsmogelijkheid) en de nadeelcompensatieregeling. Het handhavingsplan,
dat onder regie van het Ministerie van JenV wordt ingevuld, is inmiddels aan de Kamers
aangeboden.
Actie
AMvB ontheffingsmogelijkheid
Compensatieregeling
Inwerkingtredingsbesluit Wet veilige jaarwisseling
Beantwoording tweede ronde Eerste Kamervragen
17–31 maart 2026
n.v.t.
n.v.t.
Informeren Eerste en Tweede Kamer (brief uitgangspunten compensatieregeling en dekking)
n.v.t.
begin april 2026
begin april 2026
Afronden voorhang AMvB EK
31 maart 2026
(Uiterlijk voor 15 april)
n.v.t.
n.v.t.
Afronden voorhang AMvB TK
31 maart 2026
Middels tweeminutendebat
(Uiterlijk voor 15 april)
n.v.t.
n.v.t.
Start voorhang Inwerkingtredingsbesluit Wet veilige jaarwisseling
n.v.t.
n.v.t.
Mei 2026 (duur tenminste 4 weken)
Nadere uitwerking compensatieregeling op basis van uitgangspuntenbrief
n.v.t.
begin april–31 mei 2026
n.v.t.
Notificatie bij EC
20 januari t/m 20 april 2026
n.v.t.
n.v.t.
Advisering Raad van State
Medio april–begin juni 2026
Kan pas starten als voorhang is afgerond
n.v.t.
n.v.t.
Nader rapport
Eerste helft juni 2026
n.v.t.
n.v.t.
Vaststelling
Derde week juni 2026
Derde week juni 2026
Derde week juni 2026
Publicatie
1 juli 2026
1 juli 2026
1 juli 2026
Nahang
1–28 juli 2026
n.v.t.
n.v.t.
Inwerkingtreding
1 augustus 2026
1 augustus 2026
1 augustus 2026
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat