Brief regering : Reactie op de vragen van het lid Bikker, gesteld tijdens de begrotingsbehandeling het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 3 en 5 maart 2026 over palliatieve zorg
29 509 Palliatieve zorg
Nr. 99
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
Tijdens de behandeling van de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport op 3 en 5 maart jl. heb ik toegezegd, naar aanleiding van vragen van Kamerlid
Bikker (CU), de Kamer nader te informeren over de palliatieve zorg. En in het bijzonder
het vervolg op het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) en de rol van
het kabinet bij het capaciteitsvraagstuk van hospices. Met deze brief doe ik deze
toezegging gestand.
Vervolg op Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II)
Het NPPZ II is een implementatieprogramma waarmee de afgelopen jaren een waardevolle
bijdrage is geleverd aan samenwerking, kwaliteit en maatschappelijke bewustwording.
Het NPPZ II loopt eind 2026 af. Dit jaar wordt nog gebruikt voor afronding en borging
van de resultaten van het programma, zodat de resultaten structureel verankerd worden
in beleid en uitvoering. Verder zijn over proactieve zorgplanning in de palliatieve
fase afspraken gemaakt in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), dat nog loopt
tot en met 2027. Daarnaast werkt het kabinet op dit moment samen met alle bij de palliatieve
zorg betrokken partijen (specialistische –, generalistische –, systeempartijen en
beroepsorganisaties) aan een Toekomstvisie palliatieve zorg en ondersteuning en een
concrete Toekomst-agenda palliatieve zorg en ondersteuning 2027–2031. Hiervoor is
in de komende jaren in totaal 6,7 miljoen euro aan middelen beschikbaar. De Toekomstvisie
en Toekomstagenda zullen vóór de zomer aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Capaciteitsvraagstuk van hospices
In 2024 is binnen het NPPZ II-project Versterken Hospicezorg een gestructureerd overzicht gemaakt van alle hospices in Nederland.1 Voor het eerst zaten alle hospices gezamenlijk aan tafel om te kijken naar wat er
nodig is in de toekomst. Niet alleen voor hun eigen hospice of binnen hun eigen gemeente,
maar om de hospicezorg regionaal te verbeteren. In korte tijd zijn aanzienlijke resultaten
behaald, waaronder de totstandkoming van structurele samenwerking tussen hospices
en andere zorgaanbieders. Deze samenwerking is van groot belang voor het inbedden
van hospicezorg binnen het landschap van de palliatieve zorg en ondersteuning. Zowel
landelijk als regionaal is de huidige en toekomstige capaciteitsbehoefte inzichtelijk
gemaakt. Daarnaast zijn concrete producten ontwikkeld om de kwaliteit van zorg te
verbeteren voor zowel zorgvragers als zorgverleners.
Het overzicht gaf een beeld van het landschap en de toekomstig benodigde capaciteit
(landelijk en regionaal), maar liet de variatie in organisatie- en bekostigingsvormen
en de gevolgen voor de toekomstbestendigheid onbelicht.
Gezien de toenemende druk op formele en informele zorg en de beschikbare budgetten
was ook dit inzicht noodzakelijk. Voortbouwend op Versterken Hospicezorg is de variatie in organisatievormen in het hospicelandschap in kaart gebracht in
het rapport Hospices in Nederland. Het rapport laat zien dat de huidige variëteit aan organisatievormen en bekostigingsstructuren
knelpunten oplevert op het gebied van beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid
van hospicezorg.2
Op dit moment voert het ministerie gesprekken met koepelorganisaties voor hospicezorg
en andere betrokken partijen om gezamenlijk te bezien hoe de regionale capaciteitstrajecten
verder versterkt kunnen worden, zonder onnodige administratieve lasten voor individuele
hospices. Daarbij komen onder andere het opzetten van structurele monitoring van vraag
en aanbod per regio en het aanwijzen van een vaste regisseur per regio aan de orde.
Daarbij worden ook mogelijkheden betrokken als aanpassingen in de Subsidieregeling
Palliatieve terminale zorg en het versterken van samenwerking in de regio. De gesprekken
moeten leiden tot activiteiten die worden opgenomen in de Toekomstagenda palliatieve
zorg en ondersteuning 2027–2031 die nu in de maak is. Hiernaast wordt er bezien wat
nog binnen de resterende looptijd van NPPZ II kan worden opgepakt.
Tot slot
De komende maanden wordt samen met alle betrokken partijen verder gewerkt aan de afronding
van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) en de Toekomstvisie en Toekomstagenda
palliatieve zorg en ondersteuning 2027–2031. Voor wat betreft het capaciteitsvraagstuk
van hospices wordt de komende periode samen met alle betrokken partijen gewerkt aan
voorstellen om de hospicezorg duurzaam te ondersteunen. Ik zal uw Kamer vóór de zomer
nader informeren.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport