Brief regering : Tijdelijk beleidskader voor de bestrijding van drones
30 821 Nationale Veiligheid
30 806
Onbemande vliegtuigen (UAV)
Nr. 329
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de vaststelling van een tijdelijk beleidskader
voor de bestrijding van drones. U treft het beleidskader en de bijbehorende toelichting
aan in de bijlage.
In de maanden oktober en november jl. werden meerdere ongeautoriseerde drone-activiteiten
waargenomen, zowel boven het grondgebied van Nederland als van onze bondgenoten.1 Het vliegen met drones boven defensieterreinen en (militaire) vliegvelden is verboden
en kan verschillende veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Het is dan ook van wezenlijk
belang dat Nederland zich door snel en adequaat optreden kan verdedigen tegen ongeautoriseerde
onbemande luchtvaartuigen. De forse toename van ongeautoriseerde drone-activiteiten
in het najaar van 2025 bracht aan het licht dat er een urgente behoefte bestond aan
meer duidelijkheid over de reikwijdte van counterdrone-bevoegdheden.
Het beleidskader brengt geen wijzigingen aan in het recht, maar verduidelijkt bestaande
bevoegdheden om drones te bestrijden, en de afwegingsfactoren die daarbij in acht
dienen te worden genomen. Operationeel specialisten van onder meer de politie, Koninklijke
Marechaussee en bewakers van militaire objecten kunnen houvast ontlenen aan het beleidskader
indien een situatie zich voordoet waarbij een of meer drones worden gesignaleerd en
snel gehandeld dient te worden. Het beleidskader is opgesteld naar aanleiding van
het tijdelijke handelingskader voor de bestrijding van drones waarmee tijdens de NAVO-top 2025
ervaring is opgedaan.2
Het beleidskader geldt tijdelijk en vervalt met ingang van 1 juli 2026. De komende
maanden wordt bepaald wat ervoor nodig is om de bevoegdheid om drones te bestrijden
beter juridisch te waarborgen.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid