Brief regering : Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) rapport over Nederland (zesde monitoringcyclus)
30 950 Racisme en Discriminatie
Nr. 511 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
Op 3 maart is het zesde monitoringrapport over Nederland gepubliceerd door de Europese
Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) van de Raad van Europa.1 In dit rapport doet de Commissie vijftien aanbevelingen die zien op het bestrijden
van racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat, antisemitisme en intolerantie. Twee
van de aanbevelingen behoeven volgens ECRI prioritaire opvolging.
Op de aanbevelingen, die een breed scala aan onderwerpen omvatten, wordt een inhoudelijke
reactie voorbereid. Uw Kamer heeft in de procedurevergadering van 5 maart 2026 om
een reactie gevraagd voorafgaand aan het Commissiedebat over discriminatie, racisme
en mensenrechten dat is gepland op 1 april 2026. Voor het formuleren van een reactie
op de aanbevelingen wil ik aansluiting zoeken bij de werkwijze voor reacties op de
aanbevelingen van VN-mensenrechtencomités door voorafgaand aan het formuleren van
een reactie, een consultatie te organiseren van het maatschappelijk middenveld. Daarom
kan niet aan het verzoek van uw Kamer worden voldaan. Ik ben voornemens de kabinetsreactie
voor de zomer aan uw Kamer te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties