Brief regering : Eerste National Risk Assessment Corruptie
31 477 Bestrijden witwassen en terrorismefinanciering
Nr. 123
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 maart 2026
Hierbij bied ik uw Kamer het eindrapport van de eerste National Risk Assessment (NRA) Corruptie aan. Dit onderzoek is op verzoek van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
In juni 2025 presenteerde het vorige kabinet de intensivering van de Nederlandse aanpak
van corruptie.1 De aanpak structureert en versterkt lopende beleidsinitiatieven om corruptie te voorkomen
en bestrijden en rolt deze breder uit. Dit gebeurt langs vier lijnen, waarbij de eerste
lijn een risicogestuurde aanpak voorstelt zodat middelen zo goed mogelijk worden benut
en we corruptie adequaat kunnen bestrijden.2 Om zicht te krijgen op de grootste corruptierisico’s voor Nederland, is het WODC
verzocht om een NRA Corruptie uit te voeren.
De voorliggende NRA vormt de eerste risk assessment op het terrein van corruptie in Nederland. De methodiek die voor dit onderzoek is
gehanteerd, sluit aan bij de werkwijze die al meerdere jaren wordt gebruikt voor de
NRA’s Witwassen en Terrorismefinanciering.3 Via een kwalitatief onderzoek4 hebben de onderzoekers samen met experts vanuit de publieke en private sector de
Nederlandse kwetsbaarheden voor corruptie in kaart gebracht, de potentiële impact
van geconstateerde corruptiedreigingen beoordeeld en de weerbaarheid van het (beleids)instrumentarium
ter preventie en/of repressie van de dreigingen gewogen. Vanwege de kwalitatieve insteek
is het niet automatisch het geval dat voor de dreigingen met het hoogste risiconiveau
ook de meeste incidenten bekend zijn. De onderzoekers hebben nadrukkelijk ook dreigingen
betrokken die (nog) niet gesignaleerd zijn maar die zich volgens experts wel kunnen
voordoen.
Het onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot een shortlist van 13 corruptiedreigingen
die voor Nederland het grootste risico opleveren.5 Dit zijn dreigingen met een hoge potentiële impact, bijvoorbeeld door de ontregeling
van de maatschappelijke orde of de aantasting van de reguliere economie, en een verhoudingsgewijs
lage weerbaarheid van het anticorruptie-instrumentarium. De corruptiedreigingen met
het grootste risico hebben betrekking op actoren binnen de publieke sector, financiële
en niet-financiële dienstverleners en internationaal opererende Nederlandse private
partijen. Voorbeelden hiervan zijn «Corrupt handelen door volksvertegenwoordigers
en politiek bestuurders die gecorrumpeerd zijn door private partijen», waarbij gedacht
kan worden aan situaties waarbij een wethouder giften van een projectontwikkelaar
ontvangt in ruil voor de gunning van projecten, en «Corrupt handelen door een rechtshandhavingsambtenaar
die gecorrumpeerd wordt door (tussenpersonen van) criminele organisaties», bijvoorbeeld
als een politieagent informatie over voorgenomen politie-invallen doorspeelt aan een
criminele organisatie.
Het risiconiveau van de dertien grootste corruptiedreigingen ligt dicht bij elkaar.
Binnen deze groep worden drie dreigingen met een hoog risiconiveau gesignaleerd onder
volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders.6 De onderzoekers merken daarbij wel op dat in de praktijk van corruptie onder deze
groep in Nederland niet of nauwelijks incidenten bekend zijn. Het risiconiveau van
corruptie onder financiële dienstverleners7 is van de corruptiedreigingen op de shortlist het laagst. Van de dreigingen op de
shortlist wordt de weerbaarheid tegen corruptie onder rechtshandhavingsambtenaren8 en financiële dienstverleners beoordeeld als relatief hoog. De weerbaarheid van volksvertegenwoordigers
en politiek bestuurders wordt daarentegen beoordeeld als relatief laag omdat controle
op de naleving van integriteitsregels beperkt is. Verder lijken mogelijkheden tot
sanctionering voor deze groep volgens de experts beperkt effectief. Dat hangt samen
met de bijzondere staatsrechtelijke positie van volksvertegenwoordigers en politiek
bestuurders, waar ik uitgebreider op zal ingaan als ik uw Kamer informeer over de
opvolging van de NRA.
Om de weerbaarheid van Nederland tegen corruptie te verbeteren, is volgens de onderzoekers
van belang dat zowel publieke als private partijen meer inzet plegen op bewustwording
over de thema’s «integriteit» en «corruptie», dat zij integriteits- en corruptiepreventiebeleid
verder ontwikkelen, en dat intern integriteits- en corruptiepreventiebeleid beter
worden nageleefd. Ook benoemen de onderzoekers het belang van het tegengaan van jobhoppen bij ernstige integriteitsschendingen, om te voorkomen dat corrupt handelen wordt
voortgezet bij een nieuwe werkgever. Tot slot wordt gewezen op het belang van een
grotere bewustwording van corruptierisico’s bij de inzet van externen, zoals in het
geval van uitzendkrachten die worden ingezet in kwetsbare functies of bij de inzet
van agenten bij buitenlandse zakelijke transacties.
De bevindingen uit de NRA Corruptie zullen worden ingezet om de anti-corruptieaanpak
toe te spitsen en waar nodig te versterken. Over de opvolging van de aanbevelingen
zult u dan ook worden geïnformeerd in het kader van de rapportage over de voortgang
van de anti-corruptie aanpak, medio 2026. Hierbij trek ik samen op met de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid