Brief regering : Publicatie periodieke rapportages ondernemerschap en innovatiebeleid
33 009 Innovatiebeleid
31 311 Zelfstandig ondernemerschap
Nr. 176 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 maart 2026
Hierbij bied ik u de periodieke rapportages Ondernemerschap en Innovatiebeleid aan.
De rapportages hebben betrekking op de periode 2020–2025. U bent eerder geïnformeerd
over de opzet van deze periodieke rapportages (Kamerstuk 33 009, nr. 147).
In deze brief bespreek ik de scope en de uitvoering van de periodieke rapportages
en geef ik de belangrijkste uitkomsten weer. De inhoudelijke kabinetsreactie op de
periodiek rapportages zal in het voorjaar volgen.
Scope en uitvoering
De Periodieke rapportages zijn uitgevoerd in het kader van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 (Staatscourant 2022, nr. 19587). Ze richten zich op beleid dat onder de thema’s Ondernemerschap en Innovatiebeleid
valt binnen de Strategische Evaluatie Agenda van het Ministerie van Economische Zaken.
Extracomptabel aan de begroting gerelateerde fiscale innovatie- en ondernemerschapsregelingen
zijn ook meegenomen. Naast het beleid zijn ook de wijze van evalueren en de gehanteerde
doelenboom in beschouwing genomen. Tevens zijn er besparings- en intensiveringsvarianten
uitgewerkt.
De periodieke rapportages doen uitspraken over de doeltreffendheid en doelmatigheid
van het beleid op het niveau van individuele instrumenten en op het niveau van tactische
en strategische doelen die door het Ministerie van Economische Zaken zijn geformuleerd
in een doelenboom voor het bedrijvenbeleid. Ze zijn in belangrijke mate een synthese
van beleidsevaluaties die op het niveau van instrumenten hebben plaatsgevonden. Ook
zijn monitors en andere onderzoeken betrokken en er zijn gesprekken gehouden met beleidsmakers,
uitvoerders van beleid en stakeholders voor extra informatie, duiding en appreciaties
ten aanzien van het beleid.
Het onderzoek is voor beide beleidsterreinen gecombineerd uitgevoerd volgens eenzelfde
stramien. Daarbij is een gemeenschappelijk rapport tot stand gekomen voor beide periodieke
rapportages tezamen, mede met oog op de complementariteit die er tussen de beide beleidsterreinen
bestaat. Er is ook een aparte, kwalitatieve evaluatie van instrumenten op het terrein
van menselijk kapitaal uitgevoerd. Die evaluatie is als bijlage bij de periodieke
rapportages opgenomen.
Het traject is begeleid door een begeleidingscommissie. Een deskundige van het Centraal
Planbureau, die tevens lid is geweest van de begeleidingscommissie, heeft een onafhankelijke
schriftelijke beoordeling uitgevoerd van de validiteit en betrouwbaarheid van deze
periodieke rapportages.
Belangrijkste uitkomsten
Het onderzoek concludeert dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen
effectief en legitiem is. Het draagt bij aan een sterk verdienvermogen, een aantrekkelijk
ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie. De evaluatiepraktijk
op beide beleidsterreinen is breed ontwikkeld en kenmerkt zich door periodieke evaluaties
inclusief opvolging van bevindingen.
Besparingen lijken slechts beperkt mogelijk en zouden leiden tot verschraling, terwijl
intensiveringen zorgvuldig dienen te worden onderbouwd.
Het ondernemerschapsbeleid is over het algemeen goed onderbouwd, sluit aan bij erkende
falens en functioneert in de praktijk veelal (deels) doeltreffend en doelmatig, bijvoorbeeld
voor de aanpak van de financieringsmarkt. Beleid gericht op de kwaliteit van wet-
en regelgeving en de daarmee gepaard gaande administratieve lasten is legitiem en
deels effectief, al ervaren bedrijven toenemende regeldruk. Doeltreffendheid en doelmatigheid
zijn beperkter voor het beleid gericht op de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd
menselijk kapitaal. Ook is de beleidslegitimatie van de meeste fiscale ondernemerschapsregelingen
beperkt.
De ambitie om het Nederlandse ondernemings- en vestigingsklimaat tot de wereldwijde
top te laten behoren wordt behaald, maar staat de afgelopen jaren wel onder druk.
Er bestaat brede consensus dat innovatie kennisspillovers genereert en maatschappelijke
uitdagingen helpt op te lossen en dat het innovatiebeleid hieraan veelal (deels) doeltreffend
bijdraagt. Het beleid gericht op startups en scale-ups en de digitale transitie kampt
met beperkte budgetten, overlap en uitdagingen over afbakening. Sectorspecifieke steun
is economisch lastig te rechtvaardigen, maar kan vanuit strategische autonomie verdedigbaar
zijn.
Het innovatiebeleid om Nederland een koploper op het terrein van innovatie te maken
slaagt, maar de 3%-doelstelling voor R&D-investeringen wordt vooralsnog niet behaald.
Ik zal in het voorjaar nader ingaan op de kernconclusies, specifieke bevindingen en
de aanbevelingen uit de periodieke rapportages.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat