Brief regering : Planning wetsvoorstellen asiel en migratie
36 800 XX Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026
Nr. 40
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 maart 2026
Met deze brief wil ik uw Kamers meenemen in een aantal wetgevingsprocedures op het
gebied van asiel en migratie die uw aandacht vragen.
Het nieuw aangetreden kabinet hecht aan zorgvuldige wetgevingsprocessen waarin zowel
de Tweede als de Eerste Kamer de ruimte hebben om te komen tot een gedegen oordeelsvorming
alvorens over te gaan tot stemming. Dit uitgangspunt wil ik als Minister van Asiel
en Migratie ook in de praktijk brengen, echter weet ik mij direct al geconfronteerd
met een aantal implementatieverplichtingen die hiermee op gespannen voet kunnen komen
te staan.
Onlangs heb ik in het wetgevingsproces dat wij hebben doorlopen rondom de Wet bestendiging
bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (36 859) verwoord dat dat niet was dit hoe een wetgevingsproces dient te gaan. In deze brief
bevestig ik het tijdspad dat ik daarbij heb aangegeven voor indiening van een nieuw
wetsvoorstel. Bovendien wil ik benadrukken dat ik mij steeds zal inspannen om beide
Kamers voldoende tijd te geven voor hun besluitvormingsproces en zal attenderen waar
een mogelijke tijdsklem kan ontstaan.
Daarom wil ik u met deze brief in kennis stellen van twee Europese verplichtingen
waaraan zeer krappe deadlines zijn verbonden. Te weten het wetsvoorstel waarmee Asiel-
en Migratiepact wordt uitgevoerd met als deadline 12 juni 2026 en het wetsvoorstel
waarmee de EBK-richtlijn wordt geïmplementeerd en waarbij een novelle noodzakelijk
is. Bij deze novelle is extra spoed omdat de Europese Commissie al een inbreukprocedure
is gestart vanwege het overschrijden van de deadline voor implementatie.
Biometrie
Zoals aan uw Kamers toegezegd bij de behandeling van het wetsvoorstel voor de Wet
bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen (Kamerstuk 36 859) kom ik zo snel mogelijk met een nieuw wetsvoorstel waarmee de nationale bevoegdheid
om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken weer een tijdelijk
karakter krijgt. Dit biedt gelegenheid voor een zorgvuldig parlementair debat over
dit onderwerp. Het nieuwe wetsvoorstel met horizonbepaling wil ik zo snel mogelijk
in procedure brengen. Gezien het belang van een zorgvuldig wetgevingstraject zal ik
het wetsvoorstel op zijn vroegst kort voor het zomerreces bij de Tweede Kamer kunnen
indienen. Ik zal mij inspannen om dat voor elkaar te krijgen.
Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026, Kamerstuk 36 871
Met dit wetsvoorstel voert de regering het Asiel- en migratiepact uit, dat vanaf 12 juni
2026 van toepassing wordt. Het pact bestaat uit negen verordeningen en een richtlijn
en heeft als doel de asiel- en migratieregels binnen de Europese Unie beter op elkaar
af te stemmen. Het wetsvoorstel is op 17 december 2025 ingediend bij de Tweede Kamer.
Het verslag van de Tweede Kamer is ontvangen op 27 februari jl. en mijn inspanningen
zijn erop gericht om de antwoorden vandaag toe te sturen.
Het is van groot belang dat de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact
2026 in werking treedt tegelijk met het van toepassing worden van het Pact; derhalve
op 12 juni 2026. Hoewel verordeningen rechtstreeks werkend zijn is tijdige aanpassing
van de nationale wetgeving essentieel. Indien de Uitvoerings- en implementatiewet
niet op tijd in werking treedt leidt dat tot (rechts-) onzekerheid. Daardoor kunnen
grote juridische problemen en problemen in de uitvoering ontstaan.
Ik wil de Tweede Kamer daarom vragen na ontvangst van de nota naar aanleiding van
het verslag het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk te behandelen. Indien de Tweede Kamer
het wetsvoorstel aanvaart, kan de Eerste Kamer daarna haar procedures starten zodat
gezamenlijk gestreefd kan worden naar afronding voor 12 juni 2026.
Indien het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer in behandeling is en deze Kamer een technische
briefing nuttig acht, bied ik deze hierbij graag aan.
Wetsvoorstel Kamerstuk 36 332, Europese blauwe kaart
Dit wetsvoorstel bevat de implementatie van Richtlijn (EU) 2021/1883, over voorwaarden
voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde
baan. Het doel van de richtlijn is om het voor kennismigranten aantrekkelijker te
maken om een Europese blauwe kaart aan te vragen.
Het wetsvoorstel is op 27 mei 2025, met amendementen, door de Tweede Kamer aangenomen
en het ligt nu voor bij de Eerste Kamer. De vaste Commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-raad
van de Eerste Kamer heeft 5 juni 2025 verzocht om een toets naar de verwachte uitvoeringsgevolgen
van artikel 15a van dit wetsvoorstel, daarin gevoegd met amendement. Bij brief van
30 januari jl. heeft mijn voorganger gemeld dat uit een eerste inschatting van de
uitvoeringsgevolgen is gebleken dat het artikel voor zover betreffende de arbeidsmarkttoets,
niet uitvoerbaar is gebleken en daarom een wetswijzigingstraject zal worden gestart
om deze arbeidsmarkttoets weer uit de wet te schrappen. Naar aanleiding van aanvullende
vragen van bedoelde vaste commissie, heb ik per brief bevestigd dat deze wetswijziging
een novelle zal zijn en heb ik de Eerste Kamer gevraagd het wetsvoorstel Europese
blauwe kaart gelet hierop aan te houden. De indicatieve planning voor het verdere
wetstraject is dat deze novelle vóór de paasdagen in consultatie zal gaan en daarna
aan de Raad van State zal worden voorgelegd ter advisering, waarbij ik zal verzoeken
de novelle met voorrang te behandelen. Bij spoedige advisering verwacht ik het wetsvoorstel
vóór het zomerreces bij de Tweede Kamer te kunnen indienen.
De implementatietermijn voor de Richtlijn over de Europese blauwe kaart is al ruimschoots
verstreken; deze liep tot 18 november 2023. De Europese Commissie is in januari 2024
een inbreukprocedure gestart vanwege de overschrijding van deze implementatietermijn.
Deze procedure kan leiden tot een gang naar het Hof van Justitie van de Europese Unie
en daarmee mogelijk tot een hoge boete én een dwangsom.
Ik vraag de Tweede Kamer daarom de novelle bij de Europese blauwe kaart na indiening
bij deze Kamer spoedig te behandelen en daarbij ook rekening te houden met de tijd
die de Eerste Kamer daarna nog nodig heeft voor een zorgvuldige behandeling.
Ik vraag de Eerste Kamer om de behandeling van dit wetsvoorstel daarna ook met voorrang
ter hand te nemen.
Zelf zal ik tijdens de behandeling in uw Kamers zorg dragen voor zo kort mogelijke
termijnen bij het indienen van nadere stukken.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie