Brief regering : Beleidsreactie op advies Gezondheidsraad over COVID-19- vaccinatie 2026-2027
25 295 Infectieziektenbestrijding
Nr. 2264 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 maart 2026
In 2023 heeft de Gezondheidsraad (GR) geadviseerd om jaarlijks te vaccineren tegen
COVID-19, waarbij periodiek wordt beoordeeld welke doelgroep voor de vaccinatie in
aanmerking komt. Op 10 maart 2026 heeft de GR het advies COVID-19-vaccinatie in 2026
en 2027 gepubliceerd. In dit advies geeft de GR aan welke doelgroepen in de komende
jaren in aanmerking zouden moeten komen voor COVID-19-vaccinatie, gelet op de huidige
ziektelast en het risico op ernstige ziekte en sterfte. Het advies treft u als bijlage
bij deze brief aan.
Samenvatting advies
De GR constateert dat de ziektelast van COVID-19 in de afgelopen jaren is afgenomen.
Tegelijkertijd blijft COVID-19, vergeleken met andere luchtweginfecties zoals griep,
een aanzienlijke ziektelast veroorzaken. Ernstige ziekte en sterfte komen met name
voor bij ouderen en mensen met medische risico’s. Op basis van deze bevindingen adviseert
de GR om COVID-19-vaccinatie in het najaar van 2026 en 2027 aan te bieden aan:
• mensen van 70 jaar en ouder;
• mensen van 50 tot en met 69 jaar met één of meerdere medische aandoeningen die een
verhoogd risico geven op ernstige COVID-19 (overeenkomstig de medische indicaties
voor de griepvaccinatie);
• Volwassenen en kinderen uit medisch hoog-risicogroepen (bijvoorbeeld mensen met een
ernstige afweerstoornis en bewoners van verpleeghuizen);
• medewerkers in de gezondheidszorg die direct contact hebben met kwetsbare patiënten,
ter bescherming van deze patiënten.
Ten opzichte van eerdere adviezen vervalt het programmatische vaccinatieadvies voor
mensen van 60 tot en met 69 jaar zonder medisch risico. Volgens de GR komen ziekenhuisopnames
bij gezonde mensen jonger dan 70 jaar namelijk nog maar weinig voor. Net als in afgelopen
jaren kunnen er altijd individuele situaties bestaan waarin besloten kan worden om
een vaccinatie aan te bieden aan personen buiten deze doelgroepen. Verder blijft het
GR-advies om de vaccinatie in het (vroege) najaar aan te bieden en te vaccineren met
het meest recent beschikbare vaccin ongewijzigd.
Besluit
Het kabinet heeft besloten om het advies van de GR over te nemen voor het jaar 2026.
In navolging van dit advies, zullen de komende najaarsronde de eerder genoemde doelgroepen
in aanmerking komen voor een COVID-19-vaccinatie. Voor mensen die op individuele basis
worden doorverwezen door hun behandelend arts, blijft in 2026 de mogelijkheid bestaan
om het gehele jaar door een COVID-19-vaccinatie te halen.
Het advies van de GR heeft betrekking op zowel de vaccinatieronde van 2026 als die
van 2027. Het kabinet onderschrijft dit beleidsmatige uitgangspunt. Op dit moment
is er geen financiering voor COVID-19 vaccinatie in 2027 en verder. Besluitvorming
hierover zal plaatsvinden via de reguliere besluitvormings-momenten in de begrotingscyclus
en binnen de budgettaire kaders.
Uitvoering naiaarsronde en vaccinkeuze
Het kabinet heeft het RIVM, GGD'en en GGD GHOR Nederland gevraagd voorbereidingen
te treffen voor de uitvoering van de najaarsronde 2026 en hierbij de geleerde lessen
uit de eerdere rondes te betrekken. Voor Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius,
Saba) geldt dezelfde aanpak als in Nederland. De uitvoering van de najaarsronde en
de startdatum zullen vergelijkbaar zijn met 2025. Op dit moment is het nog niet bekend
of vaccins worden aangepast. Hierover zullen onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) en het Europees Medicijn Agentschap (EMA) nog een advies uitbrengen. Het streven
is om bij de najaarsronde gebruik te maken van de op dat moment meest recente vaccins
in lijn met de verkregen adviezen van de WHO en het EMA.
Tot slot wijst de GR er in het advies op dat de deelname aan COVID-19-vaccinatie in
de afgelopen jaren is afgenomen. Een hogere deelname onder de doelgroepen kan leiden
tot meer gezondheidswinst. Het kabinet zet zich daarom, in samenwerking met het RIVM
en uitvoerende partijen, in om de doelgroepen zo goed mogelijk te bereiken en vaccinatie
laagdrempelig aan te bieden. De precieze wijze waarop bepaalde groepen, zoals mensen
van 60–69 jaar met een verhoogd risico, het beste kunnen worden bereikt, vraagt daarbij
nog nadere uitwerking in de uitvoering.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport